Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Op de bres voor het Afrikaans

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Op de bres voor het Afrikaans

9 minuten leestijd

Het Afrikaans zit in de verdrukking. Antiblanke sentimenten in het jarenlang door rassentegenstellingen verscheurde Zuid-Afrika keren zich ook tegen de taal van de "onderdrukker." Intussen staan Afrikaners op de bres voor hun erfgoed. "We moeten niet zo zeer met verleden en heden bezig zijn dat we de toekomst vergeten."

In de hal van het kantoor van de Federasie van Afrikaanse Kultuurvereniginge (FAK) in Pretoria ligt een Bijbel, groot, dik en... handgeschreven. Het is het eerste van vijf dikke boeken die sinds 1988 volgeschreven zijn met Gods Woord in de Afrikaanse taal. De eerste pagina's van deel 1, dat reikt tot en met Jozua 24:33, zijn volgepend door ministers uit het toenmalige kabinet-Botha.

De FAK had geen beter project kunnen bedenken bij de 150-jarige herdenking van de Grote Trek van de Zuid-Afrikaanse Boeren. De Statenbijbel (destijds nog niet in het Afrikaans vertaald) nam in het leven van de Voortrekkers een grote plaats in en kreeg tijdens hun trek naar het oosten en het noorden steevast een plaats in de ossenwagens.

Het uit elkaar groeien van het Nederlands en het Afrikaans maakte een Afrikaanse bijbelvertaling noodzakelijk, hoewel dat voor vertaler Totius niet altijd eenvoudig was. "En Job antwoordde, zeggende" vertaalde hij met "En Job het geantwoord en gesê", maar dat klonk maar krom, waarop de vertaler verzuchtte: "Job het maar nie Afrikaans wil praat nie."

Krachtenbundeling

De Bijbel is een onderdeel van het Afrikaanse erfgoed waarvoor de FAK zich sinds 24 augustus 1929 inzet. Sinds april dit jaar heeft de federatie een kantoor op Monumentkoppie in Pretoria, de heuvel waarop het Voortrekkermonument boven het stadsgewoel uittorent en waar springbokken (antilopes) vredig grazen in het omliggende natuurreservaat Erfenisterrein.

De FAK probeert de krachten te bundelen van de organisaties die zich voor de Afrikaanse cultuur inzetten. Daartoe behoren verscheidene vrouwenbonden en leerkrachtenverenigingen, maar ook het Afrikaanse Handelsinstituut, de Afrikanerbond, organisaties van Rapportryers en Vryburgers en de Maatskappy vir Immigrasie. De federatie werkt samen met cultuurorganisaties in Nederland en Vlaanderen. Doorlopend wordt overleg gevoerd met beleidsmakers en politieke partijen.

Drie keer per jaar laat de FAK een nieuwsbrief verschijnen onder de veelbetekende titel "Handhaaf". Daarnaast is er een elektronische nieuwsbrief, "e-Handhaaf". De federatie richt zich onder meer op handhaving van het Afrikaans in het hoger onderwijs, de opleiding van Afrikaanse leerkrachten, het verbeteren van de kwaliteit van het Afrikaanse taalonderwijs, de verspreiding van Afrikaanse boeken en het conserveren van herinneringen aan het verleden. De taal- en cultuurrechten zegt men te willen verdedigen zonder die van andere bevolkingsgroepen te benadelen.

Moedeloosheid

De nieuwsbrieven staan vol "peptalk". Dat is nodig, constateert de federatie. Door onzekerheid en onvrede over de plaats van de blanken in het nieuwe Zuid-Afrika hebben de Afrikaners te lang aan de zijlijn gestaan. De nieuwsbrief constateert een "vlaag van moedeloosheid wat vandag soos 'n donker wolk oor die Afrikaner hang."

De FAK noemt het verblijdend dat Afrikaners weer steeds meer bereid zijn hun standpunten in het openbare debat uit te dragen. Er begint een nieuwe Afrikaanse beweging (NAB) te ontstaan, constateert de organisatie.

FAK-voorzitter P. J. Badenhorst noemt de uitgangspunten voor de toekomst: Laten Afrikaners zich om te beginnen niet voor die naam schamen. Ze moeten verder actief deelnemen aan de maatschappij, ook al gaat er veel niet naar wens. Anderzijds mag van de zwarte regering gevraagd worden dat ze de kennis en ervaring van de Afrikaners benut en niet negeert. Afrikaanse organisaties moeten een bijdrage proberen te leveren aan het herstel van de verslechterende verhoudingen tussen de rassen, stelt Badenhorst.

Unieke taal

In Paarl in de provincie West-Kaap staat het Afrikaans Taalmonument. Enige trots is wel gepast: het Afrikaans is de enige Germaanse taal buiten Europa. Daarnaast zijn de Afrikaners de enige Europese emigranten geweest die in hun nieuwe land een eigen taal ontwikkeld hebben.

In de kolonie die Jan van Riebeeck in 1652 bij Kaap de Goede Hoop stichtte, ontwikkelde het Afrikaans zich van Nederlands via een Nederlands dialect tot een zelfstandige taal. Voor een Nederlander is een Afrikaner nog altijd goed verstaanbaar, al zijn gesprekken tussen Afrikaners onderling moeilijker te volgen.

Samen met het Engels en negen 'zwarte' talen (Zoeloe, Xhosa, Sotho, Venda, Tswana, Tsonga, Pedi, Shangaan en Ndebele) is het Afrikaans grondwettelijk erkend als officiële taal. Het Afrikaans wordt nu door zo'n 60 procent van de blanken en 90 procent van de kleurlingen in Zuid-Afrika gesproken.

Ongeveer 6,2 miljoen mensen hebben het Afrikaans als hun moedertaal. Van hen wonen er 146.000 in Namibië, 20.000 in Botswana, de overigen in Zuid-Afrika. Miljoenen anderen hanteren het Afrikaans als tweede of derde taal. Net als het Nederlands kent het Afrikaans overigens streekdialecten.

Steen des aanstoots

Voor het Engelstalige deel van de blanke bevolkingsgroep is het Afrikaans altijd al een struikelblok geweest. Toen de vader van de bekende ds. Beijers Naudé als een van de eerste predikanten op de kansel het Nederlands door het Afrikaans verving, liepen nazaten van de Schotse prediker Andrew Murray onder luid protest de kerk uit. "Liever brengen we onze kinderen naar een rooms-katholieke dienst dan hen te laten luisteren naar dit 'kitchen-Dutch'", spraken ze strijdvaardig.

In het huidige Zuid-Afrika wordt het Afrikaans door de zwarte bevolkingsgroepen vaak gezien als de taal van de vroegere onderdrukker, ook doordat de blanke regering het gebruik ervan soms dwingend oplegde, zegt vice-rector prof. dr. M. S. Zibi van de universiteit van Potchefstroom. "Veel scholen zijn overgegaan op het Engels omdat de zwarte studenten in opstand kwamen tegen het gebruik van het Afrikaans. Veel zwarten kennen wel Afrikaans, maar ze willen het niet spreken", zegt Zibi, die zelf tot een van de zwarte bevolkingsgroepen behoort. Het gebruik van het Afrikaans op zwarte scholen speelde een grote rol bij de rassenonlusten van 1976/1977, een geweldsexplosie die ontstond toen er tijdens een protestmars van bijna 10.000 scholieren in Soweto doden vielen.

"Potchefstroom" is een van de Afrikaanstalige universiteiten in het land, hoewel examens er ook in het Engels gemaakt mogen worden. En vragen stellen in het Engels mag ook. "De tekstboeken zijn allemaal Engelstalig. Dat was al zo toen ik hier in de jaren zestig studeerde", zegt oud-rector prof. dr. C. J. Reinecke. Volgens Zibi kiest Potchefstroom er bewust voor het Engels wat meer ruimte te bieden, in tegenstelling tot de universiteit van Stellenbosch, die geheel Afrikaanstalig wil blijven.

Kleurlingen

De Nederduits Gereformeerde Kerk steunt de inspanningen om het Afrikaans te behouden. De kerk zoekt het welzijn van haar leden, rechtvaardigt de kerk zich in Die Kerkbode. "Als de taal niet tot zijn recht kan komen en ten onrechte terzijde gestoten en zijn functie ontnomen wordt, mag de kerk zeker ook een protest laten horen."

""Taalstryder" sal die amptelike kerk dalk nie kan wees nie. Maar tog wel die ondersteuner van lidmate in hulle strewe om in hulle land en op alle vlakke van die landsbestel hulle taal te kan gebruik sodat hulle daar ten volle tot hulle reg kan kom. Daarom kan die kerk beslis iets sê oor moedertaalonderig op skool. En oor die wenslikheid daarvan dat jy ook op universiteit in jou taal onderrig sal word en in jou taal navorsing kan doen. Ensovoorts. En dan geld dit natuurlik nie net Afrikaans, waarby die NG Kerk besondere belang het omdat sy lidmate hoofsaaklik Afrikaanssprekend is nie, maar ook die ander tale van ons land. Al elf amptelike tale!"

Het Engels is slechts de eerste taal van een minderheid, dus het gaat niet aan die aan het hele land op te leggen, aldus Die Kerkbode. Taal heeft geen eeuwigheidsbetekenis, maar dat geldt voor meer dingen waar de kerk zich mee bezighoudt. We zetten ons in voor het welzijn van onze leden, schrijft het kerkblad.

"Het Afrikaans is als omgangstaal ernstig teruggedrongen", constateert prof. dr. J. D. Froneman, hoogleraar journalistiek aan de Potchefstroomse universiteit. "Ook de overheid gebruikt het steeds minder, hoewel dat tegen de grondwet indruist. Het getuigt van gemakzucht: iedereen hier begrijpt Engels, dus worden stukken soms alleen in het Engels geproduceerd. Een groot deel van de bevolking kan het Afrikaans overigens ook wel verstaan."

In de media is de invloed van het Afrikaans juist toegenomen, stelt Froneman. "Bruinmense (kleurlingen) die vroeger uit aversie tegen het blanke bewind voor een Engelstalig dagblad kozen, lezen de krant nu weer in hun moedertaal en dat is voor de meesten van hen het Afrikaans."

Nieuwe namen

Zoals Rhodesië na de onafhankelijkheid Zimbabwe werd, worden er ook in Zuid-Afrika namen veranderd. De Noordprovincie werd Limpopo en haar hoofdstad Pietersburg moest voortaan Potokwane heten. Potgietersrus werd nota bene vernoemd naar de moordenaar van Voortrekkerleider Potgieter, Mokopane. Nog krasser is dat Secunda (een nevenvestiging van Sasol, waar olie uit steenkool wordt gewonnen) voortaan Molokwane genoemd moet worden, naar de ANC'er die betrokken was bij een mislukte raketaanval op Sasol. Eerbetoon aan een vernietiger.

Dergelijke hernoemingsoperaties zijn doorgaans weinig bevorderlijk voor de harmonie tussen de verschillende bevolkingsgroepen. De blanke bevolking kwam dan ook tegen de plannen in het geweer. Tijdens protestbijeenkomsten werd erop gewezen dat alleen Afrikaanse en geen Engelse namen veranderd werden en dat de bestaande namen niets met apartheidsfiguren te maken hebben. De naamswijzigingen zijn een voorbeeld van "toponimiese etniese suiwering en anti-Afrikaanse xenofobie", fulmineerde een schrijver.

Weinig interesse

Het Afrikaans heeft het -een jaar of tien na het einde van het apartheidsbeleid- niet alleen in Zuid-Afrika, maar ook daarbuiten nog steeds moeilijk. Gezien de gemeenschappelijke herkomst zou het voor de hand liggen dat er in Nederland grote belangstelling bestaat voor de taal en het cultureel erfgoed van de Afrikaners. Dat laat echter te wensen over, constateerde het blad Saamtrek onlangs: "De handelsboycot is inmiddels voorbij; er zijn nog nooit zoveel Kaapse producten in onze supermarkten te koop geweest als nu. Officieel is de culturele boycot ook voorbij, maar het Afrikaans treft u nog niet op onze beeldbuis en evenmin in onze boekhandel, terwijl ook het Nederlands aan de Kaap schaars is. Wellicht is 350 jaar Nederlandse aanwezigheid aan de Kaap een goede gelegenheid om daar eens iets aan te doen."

Dit is het slot van een zevendelige serie over hoogte- en dieptepunten in de 350 jaar sinds Jan van Riebeeck in Zuid-Afrika een Nederlandse kolonie stichtte en er het christendom bracht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 28 oktober 2002

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Op de bres voor het Afrikaans

Bekijk de hele uitgave van maandag 28 oktober 2002

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken