Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Slachtoffer van Achterberg

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Slachtoffer van Achterberg

4 minuten leestijd

Simon Vestdijk schreef in 1944 aan Gerrit Achterberg: "Ik heb in uw dichterschap steeds bewonderd wat anderen nogal eens tot kritische terughoudendheid beweegt, nl. de hachelijkheid ervan. U waagt bijzonder veel, én met uw gevoel én met uw taal(.) Ik weet niet eens of ik u daarmee geluk kan wensen; als dichter zeker wel, als mens niet. Maar de poëzie eist nu eenmaal menselijke offers."

Eén menselijk 'slachtoffer' staat veel mensen ineens concreet voor ogen nadat de journalist Godert van Colmjon in Trouw verslag deed van zijn zoektocht naar de dochter van de door Achterberg vermoorde hospita. Het verleden van Achterberg is bepaald niet onbesproken, maar als ik de nuchtere opsomming van feiten in dit artikel op me laat inwerken, is het effect schokkend. Psychiatrische behandeling was voor Achterberg bepaald geen overbodige luxe en hij krijgt het etiket "zwaar psychopatisch" opgeplakt. Als hij de behandeling stopzet, krijgt hij een kostadres toegewezen. Roel van Es, zijn hospita, is vanwege financiële problemen min of meer verplicht hem als kostganger toe te laten. Zij is niet op de hoogte van zijn verleden, maar al snel blijkt de 32-jarige Gerrit een oogj e te hebben op haar 16-jarige dochter. Niet lang daarna doet de dichter een poging om dochter Bep te overmeesteren. Als haar moeder tussenbeide komt, wordt de laatste doodgeschoten. Bep weet te ontsnappen, krijgt op de trap nog een kogel in haar nek en de bedreiging die levenslang naklinkt: "Ik krijg jou nog wel."

Na 65 jaar vindt de eerdergenoemde journalist de 81-jarige Bep van Es in Zutphen. Nee, ze wil hem niet spreken: "Het is te laat. Ik ben 81, wat schiet ik er mee op? Ik vind het fijn dat er nog belangstelling is, dat men mij niet helemaal is vergeten. Maar ik wilde dat men zich eerder om mij bekommerd had. Ik heb geen enkele hulp gehad, van niemand. Geen enkele instantie heeft na de schietpartij contact met mij gezocht. (...) Als ik er met u over zou praten, dan slaap ik een week niet." Bep van Es is een nerveuze vrouw gebleven.

Al met al een behoorlijk pijnlijke zaak. Ik denk even terug aan de vraag die ds. Van Gorsel in zijn laatste column opwierp. Hij zegt hierin dat het leven van dichters en schrijvers veelal geen daglicht kan zien en vraagt zich dan af: "Kan hun leven de literaire waarde van hun werk in de weg staan?" Natuurlijk kan zo iemand literair werk van een hoog gehalte produceren. Toch is het schrijnend als je je realiseert dat literair Nederland druk was met het ontleden van de veelvuldig voorkomende "gij" in de gedichten van Achterberg en concludeert dat de "gestorven geliefde" zo centraal staat in zijn poëzie, terwijl Bep van Es helemaal aan haar lot overgelaten is.

Er zijn vaak pogingen gedaan om Gerrit Achterberg als christelijk dichter te zien. Schreef hij niet in zijn gedicht "En Jezus schreef in 't zand" (naar aanleiding van het verhaal waarin de Farizeeën de overspelige vrouw beschuldigden): "Zondig niet meer, zei Hij, ik oordeel niet./ Ga heen en luister, luister naar het lied./ En Hij stond recht. De woorden lieten los/ van hun figuur en brandden in de blos/ waarmee zij heenging, als een kind zo licht./ Zo geestelijk schreef Jezus zijn gedicht."

Ds. Doornenbal was onder anderen een fervent aanhanger van Gerrit Achterberg. Ik citeer hem: "En het is daarin waarschijnlijk dat zijn leven en werk voor mij en voor anderen hun grootste en blijvende waarde behouden zullen, voor hen namelijk wier leven evenzeer gebroken is als het zijne was, en die daarin verlossing van node hebben. En de troost der vergeving: "Voor dieven, hoeren, honden, moordenaars altemaal, en mijzelve in 't bijzonder.""

Dat is wel zo, maar hoe lees je dan bijvoorbeeld Achterbergs gedichtencyclus met de titel "Zestien"? Kun je die gedichten nog zonder wrange nasmaak lezen? Toen Achterberg gevraagd werd of hij achteraf geen deernis had met het meisje, dat door zijn toedoen op een afschuwelijke wijze wees was geworden, antwoordde hij: "Maar ik heb er toch vijf verzen over geschreven", waarmee de kwestie werd afgedaan.

Blijft de vraag: Kun je alles van een dichter van formaat met de mantel der liefde bedekken?

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 december 2002

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Slachtoffer van Achterberg

Bekijk de hele uitgave van woensdag 4 december 2002

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken