Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Schilderen met gezichtsverlies

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Schilderen met gezichtsverlies

Belangrijke kunstenaars uit het verleden gingen gebukt onder oogafwijkingen

9 minuten leestijd Arcering uitzetten

Ieder mens kent de invloed van verzwakte zintuigen. Bij een verkoudheid smaakt voedsel flauw omdat de aroma niet goed in de neus doordringt. Na een 'oorverdovend' concert zijn geluiden gedempt, alsof je ze hoort door een laag watten. Wie zijn ogen onder water opent, ziet alles wazig omdat water het vermogen van het hoornvlies om inkomend licht te breken, wegneemt. De lens alleen is niet in staat om lichtstralen op het netvlies te bundelen.

Bijna iedereen ervaart bij het ouder worden dat zijn ogen achteruitgaan. Dat komt omdat de ouder wordende lens zijn elasticiteit verliest en niet langer kan scherpstellen op voorwerpen in de buurt. Sommige mensen krijgen last van troebele lenzen -in de volksmond grijze staar-, die het gezichtsvermogen drastisch kunnen inperken. Die aandoening raakt ook mensen die er voor hun werk afhankelijk van zijn: kunstenaars, en schilders wel in het bijzonder.

Is verzwakking van het gezichtsvermogen in hun schilderijen terug te zien, en in het bijzonder in karakteristieke stijlveranderingen? Intrigerende vragen, maar beantwoording is niet eenvoudig. Een andere stijl is niet noodzakelijkerwijs het resultaat van een oogaandoening, maar kan een weloverwogen keuze zijn. En voor een kunstenaar van wie de oogproblemen niet nauwkeurig zijn vastgelegd, is het onmogelijk om zeker te zijn of en hoe de ontwikkeling van hun kunstzinnige stijl is gebaseerd op een veranderde kijk op de wereld. In sommige gevallen is er goed bewijsmateriaal van de symptomen in archieven van artsen, van vrienden of van de kunstenaar zelf te vinden.

Monet

Het bekendste voorbeeld is de Franse impressionist Claude Monet (1840-1926). Monet werkte veel bij huis en schilderde hetzelfde object keer op keer, soms tientallen jaren achtereen. Daardoor zijn objecten die hij in verschillende perioden vastlegde makkelijk te vergelijken. Monet bereikte de hoge leeftijd van 86 jaar, waardoor de ouderdomskwaal de kans kreeg zich in sterke mate te ontwikkelen. Bovendien is Monets oogprobleem uitgebreid gedocumenteerd en is er een duidelijk verschil tussen de schilderijen die hij maakte aan het eind van de negentiende eeuw en zijn werk vanaf 1920 tot aan het einde van zijn leven.

Monet merkt zijn oogprobleem voor het eerst op tijdens een reis naar Venetië in 1908. De bijna zeventigjarige man ondervindt moeilijkheden bij het kiezen van kleuren, maar hij was in deze fase nog wel in staat om vormen nauwkeurig weer te geven. In de jaren daarna gaat de conditie van zijn lenzen zienderogen achteruit. Dit is het tijdstip waarop er een duidelijke verandering in zijn schilderstijl optreedt. Zijn werken tonen steeds minder details en vormen vervagen.

Al in 1912 stelt Monets dokter bij beide ogen grijze staar vast, maar de kunstenaar is bang voor een oogoperatie en stelt die vele jaren uit. Een beschrijving van een journalist uit 1918 geeft weer wat Monet sinds 1912 persoonlijk heeft ervaren. Hij ziet kleuren minder intensief dan eerst. Dat leidt in eerste instantie tot de keuze van sterkere blauw- en groentinten, omdat zijn ogen de zwakkere tinten eruit filteren. Rode tinten ervaart hij als vuil en roze als nietszeggend. Daarnaast vindt hij het moeilijk om onderscheid te maken tussen verschillende kleuren. Monet ziet zijn schilderwerk in toenemende mate donkerder worden. Wanneer hij zijn latere schilderijen vergelijkt met vroeger werk, wordt hij woedend en wil hij ze allemaal vernietigen.

Op den duur realiseert Monet zich dat hij beter ziet als hij wat afstand tot het doek bewaart. Hij zet zijn werk voort, maar is niet langer in staat om bij daglicht te schilderen omdat zijn lenzen het licht te veel verstrooien. Vooral helder zonlicht verblindt hem, zodat hij 's middags ni ets kan doen. Om vergissingen met kleuren te vermijden, leest hij zorgvuldig de etiketten op de verftubes en legt hij de kleuren altijd op dezelfde plaats op zijn palet. Op die manier probeert hij de juiste kleuren voor zijn onderwerp te vinden, waarbij hij vertrouwt op zijn ervaring.

Ondanks de inspanningen om zijn gebrek te compenseren, is Monet vaak ontevreden over zijn kleurkeuze. De geelbruine verkleuring van zijn lenzen filtert de paarse, blauwe en een aantal groene tinten weg. Zijn schilderijen uit die tijd bevatten weinig van deze kleuren. In plaats daarvan zijn geel, rood en bruin overheersend. Aan het einde van zijn leven gaat Claude Monet het detailverlies compenseren door grote werken te maken van kleine objecten, zoals de bekende waterlelieserie.

Bloemenpoortjes

Met het toenemen van zijn leeftijd gaat Monets gezichtsvermogen steeds verder achteruit. Zijn schilderijen van de waterlelievijver, de Japanse brug en de bloemenpoortjes in zijn tuin te Giverny tonen in de jaren 1918 tot 1922 een dramatisch verlies aan vorm. De staar heeft Monet intussen volledig beroofd van zijn vermogen om vormen te herkennen. Zo komt het dat hij in 1922 schrijft dat hij niet langer in staat is om iets moois te maken. Hij vernietigt een aantal schilderijen, is bijna blind en moet stoppen met schilderen.

In september 1922 toont Monets arts definitief aan dat zijn gezichtsvermogen extreem is verminderd. Met zijn rechteroog ziet hij alleen nog maar licht en de richting waar het vandaan komt. Met zijn linkeroog kan hij ongeveer 10 procent zien van wat iemand met gezonde ogen waarneemt. Pas in januari 1923, als hij 83 is, laat hij zijn rechteroog opereren. Een complicatie achtervolgt hem maanden. Hij denkt voor het leven blind te zijn. Een volgende operatie, in juli 1923, brengt zijn gezichtsveld terug. Ondanks dat heeft Monet een bril met corrigerende lenzen nodig. Omdat maar één oog is behandeld, kan hij met zijn nieuwe bril niet beide ogen tegelijk gebruiken. Zijn linkeroog is nog steeds vertroebeld door staar, zodat beide ogen iets anders waarnemen.

Monet weet zich niet goed te redden met zijn nieuwe bril. Hij verklaart dat hij dubbel ziet, haalt dichtbij en veraf door elkaar en ziet kleuren onjuist. Dat is niet vreemd, want veel mensen met staar klagen over een vreemde kleurvoorstelling na operatie. Na de operatie zien ze kleuren helderder en blauwe tinten zijn donkerder en intenser. De meesten vinden deze 'nieuwe' kleuren koud en onplezierig en smachten naar de warme rode en bruine tinten van vroeger. Pas in 1925 vindt Monet de juiste glazen. Hij verheugt zich over het resultaat en schrijft dat hij opnieuw goed kan zien en weer hard aan het werk kan. Zijn blijdschap is maar van korte duur. Claude Monet sterft op 5 december 1926, in zijn huis in Giverny.

Binnenshuis

Een minder bekend voorbeeld van een schilder met ouderdomsstaar is Mary Cassatt (1844-1926). Deze Amerikaanse kunstenares is vaak ingedeeld bij de impressionisten, maar haar belangrijkste onderwerp is niet het landschap -dat voor die groep karakteristiek is- maar taferelen binnenshuis. Voordat Cassatt ernstige oogproblemen ontwikkelt, zijn haar schilderijen zorgvuldig opgebouwd met fijne penseelstreken. De eerste gebreken komen rond 1900 en op 68-jarige leeftijd stelt haar arts grijze staar vast. Door de toenemende vertroebeling van haar lenzen is ze al snel niet meer in staat even verfijnd te schilderen als ze in haar jonge jaren heeft gedaan. Haar latere schilderijen kenmerken zich door felle, harde kleuren en haar penseelstreken worden grover. Net als Edgar Degas, met wie ze is bevriend, gebruikt ze in toenemende mate pastelkrijt. Dat werkt makkelijker, maar het resultaat is minder veelzeggend dan bij olieverf.

Mary Cassatts latere werken zijn geschilderd met brede, ruwe streken op grote vellen papier - vermoedelijk om het effect van haar oogaandoening te verbloemen. Net als bij Monet laten ze aantoonbaar minder details zien en ontbreken sommige tinten. De kunstenares is niet langer in staat om de verfijndheid van haar eerdere werken te behouden. In 1915 is haar gezichtsveld zo aangetast dat ze, tegen haar wil in, moet stoppen met werken. Operaties aan haar rechteroog in 1917 en aan haar linker in 1919 zijn niet afdoende om haar gezichtsveld terug te brengen. Er volgen nog een paar operaties, maar ondanks alle pogingen om haar ogen te sparen, is de kunstenares na 1918 niet meer in staat om te lezen. Ze sterft in 1926, in hetzelfde jaar als Claude Monet.

Kleurenblind

Er zijn ook mensen die vanaf hun geboorte maar een paar kleuren kunnen onderscheiden of helemaal niet in staat zijn kleur waar te nemen. Kleurenblindheid voor rood en groen komt het vaakst voor. Personen met die afwijking kunnen deze kleuren slechts zwak of helemaal niet waarnemen. Mengkleuren die rood en groen bevatten, zien eruit alsof ze deze tinten niet in zich hebben.

Een verminderde waarneming van rood en groen valt niet op in het werk van een kunstenaar. Het is logischer dat de kleurkeuze afhangt van diens persoonlijke stijl. Zo hebben Fernand Léger en Piet Mondriaan de voorkeur voor de primaire kleuren rood, geel en blauw en vermijden ze groen, maar het is niet afdoende bewezen of ze kleurenblind waren. Alleen in de meest zware gevallen, als kunstenaars vaak onnatuurlijke kleuren kiezen en een aantal tinten helemaal niet gebruiken, is er duidelijk sprake van kleurenblindheid. Vaak zullen die mensen overstappen naar een kunstvorm waarin kleur geen rol speelt, zoals beeldhouwkunst, pentekenen of koper graveren.

Een uitzondering is de Franse kunstenaar Charles Meryon (1821-1868). Deze zoon van een Engelse arts en een Franse danseres aan de Opéra de Paris begint bij de Franse marine, maar ontwikkelt al snel een grote interesse voor kunst. Gedurende een vierjarige wereldreis verwerkt hij zijn ervaringen in exotische landen in talloze tekeningen.

Op 25-jarige leeftijd besluit Meryon de zee vaarwel te zeggen en kunstenaar te worden, maar tijdens zijn studie in Parijs komt zijn kleuren blindheid aan het licht en ziet hij in dat hij nooit goed met olieverf zal kunnen schilderen. Hij gaat etsen en tekeningen maken, maar schildert toch zo nu en dan met olie en pastelkrijt. Het werk "Het spookschip" brengt zijn oogafwijking duidelijk aan het licht. Meryon gebruikt geen rode en groene tinten, maar vooral blauw en geel. De lucht wordt gedomineerd door geel en oranje en de zee is geschilderd in helder blauw, zonder de gebruikelijke groene tinten. Charles Meryon overlijdt in 1868 op 47-jarige leeftijd en zijn imponerende werk heeft sinds die tijd talloze kunstenaars beïnvloed.

Kunstschilders zijn gebaat bij een goed gezichtsvermogen. Bij het ouder worden kunnen de ogen hard achteruitgaan. Dat heeft zijn weerslag op het schilderwerk. Kleuren veranderen en objecten vervagen of zijn zelfs nauwelijks meer te herkennen. Dat blijkt uit het werk van onder anderen Claude Monet en Mary Cassatt -die werden geplaagd door grijze staar- en de kleurenblinde Charles Meryon, schrijft dr. Ralf Dahm van het Max Planck Instituut in Tübingen, Duitsland.

De tekst is vertaald door Janneke van Reenen-Hak.

Dit is het eerste artikel in een tweeluik over schilders met oogafwijkingen. Morgen verschijnt in Spectrum het laatste deel, waarin de oogziekte van Edgar Degas aan bod komt, samen met een uitleg van de diverse oogaandoeningen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 februari 2003

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Schilderen met gezichtsverlies

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 februari 2003

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's