Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een slanke, beweeglijke tenorklank

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een slanke, beweeglijke tenorklank

Leden van de Urker Zangers laten zich niet in een keurslijf dwingen

6 minuten leestijd

Toen Jacob Schenk (1973) in de wieg lag, bestonden de Urker Zangers vijf jaar. Inmiddels staat de jeugdige dirigent bij het mannenkoor op de bok. Niet om de boel te hervormen, wel om de koorklank te stroomlijnen. "Ik heb altijd al van dit koor gehouden en respecteer de kenmerkende lichte tenorklank. Urkers laten zich ook niet in een keurslijf dwingen."

Urk telt drie bekende mannenkoren: Hallelujah, Crescendo en de Urker Zangers. Waarom Urkers zo graag zingen, is moeilijk uit te leggen. Jacob Schenk: "De meeste vissersplaatsen hebben een zangcultuur. Daar komt bij dat Urk eeuwenlang een zeker isolement heeft gekend, waardoor de eilanders elkaar opzochten. Wellicht speelt ook een rol dat veel Urkers kerkelijk zijn."

De Urker mannenkoren hebben een eigen sound. Het verrast de dirigent dat ds. Jacobus Revius de Urker zang al in 1629 als "wat ruychjes, en wat grof" omschrijft. "Die typering heb ik nog nooit gehoord. Ja, onze zang klinkt ook tegenwoordig soms een beetje grof, maar dat is niet erg voor mensen uit een vissersplaats. Stel je voor dat iedereen heel netjes zou gaan zingen. De Urker mannenkoren zingen direct, op de man af en verstaanbaar. Dat eigen geluid herken ik altijd."

De klank van zijn eigen mannenkoor, dat dit jaar 35 jaar bestaat, wordt volgens de dirigent gekenmerkt door de vele tenoren die vrij hoog zingen. "Dat geeft een slanke, lichte en beweeglijke klank. Wanneer de eerste tenoren de melodie van een geestelijk lied zingen, blijft de melodie duidelijk herkenbaar. Dit komt ook omdat we 65 leden hebben, waardoor je een wat massale klank voorkomt. We willen daarom niet groter worden dan een koor van 80 man."

Diversiteit

Het mannenkoor Urker Zangers ontstond in 1968. Frits Bode stapte op als dirigent van het Urker mannenkoor Hallelujah, omdat het bestuur en hij het niet eens werden over het beleid. Verschillende koorleden volgden Bode en vroegen hem een nieuw mannenkoor te starten. De naam van het nieuwe koor, Mannenkoor Urk, viel echter niet in de smaak bij het Urker mannenkoor Hallelujah. Uiteindelijk werd voor Urker Zangers gekozen.

Jacob Schenk kiest zorgvuldig zijn woorden: "Ik was er in 1968 niet bij. Volgens mij botsten destijds de behoudende en de vooruitstrevende stroming. Frits Bode was de eerste Urker met een conservatoriumopleiding. Ik denk dat hij de indrukken die hij op het Utrechts conservatorium had opgedaan over wilde dragen en dat dit niet altijd in goede aarde viel. Niets ten nadele overigens van die meer behoudende stroming. Ik ben blij met de diversiteit aan koren op Urk."

De strijdbijl is al lang begraven. "De betrekkingen tussen de verschillende mannenkoren zijn tegenwoordig goed. Elk koor heeft een eigen publiek en een eigen repertoire: Crescendo zingt Nederlandstalige psalmen en geestelijke liederen, Hallelujah studeert zowel geestelijke liederen als klassieke koorwerken en negrospirituals in, al heb ik de indruk dat dit koor zich de laatste jaren meer op het geestelijke lied richt."

Frits Bode schotelde de mannen van zijn koor een veelzijdig menu voor: geestelijke liederen, klassieke werken, negro spirituals en opera. Dit repertoire is de afgelopen 35 jaar niet veranderd. Schenk: "Ik hou van een breed aanbod, van variatie. Ook in het geestelijk lied: we zingen bijvoorbeeld bewerkingen van Klaas Jan Mulder, Koos Bons en van mijn hand. De zettingen van Bons zijn vrij eenvoudig, terwijl de orgelpartij goed is gecomponeerd. De combinatie van stoere calvinistische psalmzang en een Frans getinte orgelbegeleiding -Bons studeerde bij Marcel Dupré- is prachtig."

Fouten oplossen

Frits Bode dirigeerde de Urkers Zangers tot zijn overlijden, in 1990. Daarna leidde Roelof Elsinga het koor. Jacob Schenk staat sinds 2000 op de bok. Hij heeft een brede muzikale achtergrond. Hij studeerde aan het Zwols conservatorium orgel en kerkmuziek bij Harm Jansen en koordirectie bij Jos Leussink en Jos Vermunt. De jeugdige Urker dirigeert drie gemengde koren en de Urker Zangers. Hij is organist in de christelijke gereformeerde Maranathakerk en De Schuilpaats in zijn woonplaats. Daarnaast heeft hij enkele orgelleerlingen en geeft een paar orgelconcerten per jaar.

"Wat ik aan mijn opleiding heb? Veel! Bij het schrijven van muziek en bij het dirigeren bijvoorbeeld. Vrijwel iedere leek hoort het wanneer er iets fout gaat tijdens een repetitie, maar het is de kunst om dat op te lossen. Mijn scholing komt me ook van pas bij het vormgeven van een klankideaal. Toen ik bij het koor kwam, had het een barokke, wat stoterige manier van zingen. Ik heb dat omgebogen naar een meer romantische interpretatie met vloeiende lijnen, omdat dat volgens mij beter bij het natuurlijke karakter van de Urkers Zangers aansluit. In het begin moesten de mannen daaraan wennen, maar ze pakten het snel op."

Keurslijf

De dirigent wil de karakteristieke koorklank van zijn koor in stand houden, datgene wat in potentie aanwezig is in goede banen leiden. "Natuurlijk laat ik de zangers niet zomaar hun gang gaan. Je moet de sound laten bestaan en niet kapot maken door allerlei kunstmatige regels. Een werkwijze die Frits Bode ook voorstond. Urkers láten zich overigens ook niet in een keurslijf dwingen. Een dirigent die op Urk aan de slag gaat, moet van de Urker zang houden. Het gaat fout wanneer hij denkt dat stelletje schreeuwers eens echt zingen te leren."

Schenk houdt van afwisseling. "We geven, ook in dit jubileumjaar, maar een handvol concerten, 30 april zingen we in de Rotterdamse Laurenskerk, op 10 mei in Tholen, terwijl ons jubileumconcert op 4 oktober op Urk plaatsvindt.

Wanneer je bijvoorbeeld vijftien concerten per jaar geeft, blijft er te weinig tijd over om nieuwe stukken in te studeren, terwijl nieuw repertoire het juist boeiend houdt voor de koorleden. Ik houd bij de keuze van de werken rekening met de verschillende smaak van de mannen. Daaruit ontstaan mooie programma's met zowel geestelijke liederen als werken van bijvoorbeeld Brahms, Schubert en Händel.

Niet alles slaat aan. Hedendaagse composities zijn een stap te ver voor de koorleden. Daarnaast past niet alle muziek goed bij de koorklank, zoals "Eine kleine Frühlingsweise" van Dvorák, dat ik eens probeerde in te studeren. Je moet tenslotte datgene doen waar je koor sterk in is. Momenteel ben ik bezig met het Sanctus uit de Messe Solemnelle van Gounod - dat klinkt fantastisch."

De Urker dirigeert graag. "Ik houd ervan om samen met anderen naar een doel toe te werken. Het geeft voldoening wanneer ik mijn muzikale ideeën terug hoor komen uit de groep. Dat schept een band en geeft een zekere chemie. Het is ook verrassend om het koor dingen te horen doen waar ik helemaal niet op rekende. Het is vervolgens de uitdaging om die mooie muzikale momenten vast te houden."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 14 april 2003

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Een slanke, beweeglijke tenorklank

Bekijk de hele uitgave van maandag 14 april 2003

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken