Bekijk het origineel

Leven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Leven

4 minuten leestijd

Wat mag een mensenleven kosten? Dat lijkt op het eerste gezicht een vraag die ethisch niet verantwoord is. De waarde van een mensenleven kun je immers niet in geld uitdrukken. Toch speelt deze vraag in de politiek, en daarmee ook voor christenpolitici, wel degelijk een rol. Onder meer op het terrein van de verkeersveiligheid. Hoeveel geld hebben we ervoor over om het risico op een dodelijk ongeluk te verminderen?

Een extreem voorbeeld kan dit verduidelijken. Indien op alle snelwegen en provinciale wegen in Nederland de maximumsnelheid op 50 kilometer per uur wordt gesteld, zullen er jaarlijks honderden verkeersdoden minder vallen. Geen kamerlid zal het echter in zijn hoofd durven halen een dergelijk voorstel te doen. Bij de eerste de beste verkiezingen zou hij ongetwijfeld zijn kamerzetel kwijt zijn. De financiële en maatschappelijke gevolgen van een dergelijke maatregel zullen immers enorm zijn. Nederland zou letterlijk lam worden gelegd. Dit voorbeeld duidt aan dat aan de bescherming van mensenlevens wel degelijk een kostenafweging ten grondslag ligt.

Overigens geldt die kostenafweging niet alleen in de politiek. Iedere automobilist maakt, bewust of onbewust, deze afweging. Hoe groot is bijvoorbeeld de betalingsbereidheid voor een extra airbag of andere veiligheidsvoorzieningen in de auto? Bij een beslissing op dit punt maakt men een afweging tussen de bescherming van het eigen leven en van de gezinsleden enerzijds en de daaraan verbonden kosten anderzijds. Eigenlijk best een principiële zaak dus. In ieder geval belangrijker dan de kleur van de lak van een nieuwe wagen of de sportvelgen eronder.

Statistiek

In de Nederlandse politiek is de verkeersveiligheid een ondergeschoven kindje. Het gegeven dat er jaarlijks 1100 verkeersdoden zijn te betreuren, doet daar niets aan af. Eén ongeval met 400 doden heet een ramp; 400 ongevallen met elk één dode is een statistiek. Er gaat dan ook veel meer geld en politieke aandacht naar de aanpak van files, wegverbredingen en andere infrastructurele projecten. Dat soort thema's scoort nu eenmaal beter bij het grote publiek.

Dit is niet alleen vanwege ethische overwegingen verwerpelijk. Ook in financieel opzicht is het kortzichtig. De maatschappelijke kosten van verkeersonveiligheid bedragen jaarlijks zo'n 8 miljard euro! Daaronder vallen de kosten van doden, gewonden, productieverlies en schade aan voertuigen. Deze kosten zijn veel hoger dan bijvoorbeeld de kosten als gevolg van files op het hoofdwegennet. Deze bedragen ruwweg 1 miljard euro per jaar. Ook dat gegeven rechtvaardigt dus een veel hogere inzet op de verkeersveiligheid.

Bovendien zijn er tal van rendabele maatregelen beschikbaar om de verkeersveiligheid te verbeteren. Zowel infrastructurele maatregelen als maatregelen die gericht zijn op de voertuigen zelf of op handhaving en voorlichting. Uit een doorrekening van een wetenschappelijk verkeersinstituut (SWOV) blijkt dat bijna alle mogelijke maatregelen minder kosten dan 1 miljoen euro per vermeden slachtoffer. In veel gevallen kosten de maatregelen zelfs minder dan 200.000 euro per vermeden slachtoffer. Dat zijn relatief lage bedragen. In 1997 introduceerde bijvoorbeeld de Europese Commissie de zogenaamde 1-miljoeneuronorm. Iedere verkeersveiligheidsmaatregel die per vermeden slachtoffer minder kost dan 1 miljoen euro is absoluut economisch verantwoord.

Onbetaalbaar

Het kabinet wil vanwege de tegenvallende economische groei minder geld uittrekken voor de verkeersveiligheid. Dat impliceert ook een bijstelling van de slachtofferdoelstellingen. Anders gezegd, er worden meer verkeersdoden geaccepteerd. Volstrekt ten onrechte dus, en dat niet alleen vanuit ethisch perspectief. Het is zonneklaar dat investeringen in de verkeersveiligheid ruimschoots hun geld opbrengen. Investeringen hierin zijn rendabeler dan investeringen in bijvoorbeeld de filebestrijding. Toch krijgt dit laatste wél prioriteit van het kabinet. Dat is niet acceptabel.

Er ligt een belangrijke taak voor christenpolitici om dit klip en klaar aan de kaak te stellen. Een principiële taak, die vergelijkbaar is met de strijd tegen abortus en euthanasie. Een mensenleven is immers onbetaalbaar.

Mr. D. J. H. van Dijk, beleidsmedewerker voor de Tweede-Kamerfractie van de SGP

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juli 2003

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Leven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juli 2003

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken