Bekijk het origineel

Met TBS is Nederland een uitzondering

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Met TBS is Nederland een uitzondering

4 minuten leestijd

Maar weinig landen in West-Europa kennen een maatregel die vergelijkbaar is met de Nederlandse terbeschikkingstelling (TBS). Alleen in Noorwegen bestaat iets soortgelijks. In de ons omringende landen wordt de persoonlijkheid van een crimineel wel onderzocht, maar is er bij psychische stoornissen eerder sprake van een langere gevangenisstraf dan van een uitgebreide behandeling.

TBS, vroeger bekend als TBR, bestaat sinds 1928. De maatregel wordt meestal opgelegd aan mensen die een zwaar misdrijf op hun geweten hebben en gedeeltelijk of geheel ontoerekeningsvatbaar zijn verklaard. Dat wil zeggen dat het misdrijf hun niet aangerekend kan worden omdat ze lijden aan een persoonlijkheidsstoornis of een ernstige psychiatrische stoornis.

Toch is het niet per se noodzakelijk dat een gedetineerde een zwaar delict heeft begaan. Een veel grotere rol speelt het risico dat de samenleving loopt wanneer een TBS-patiënt op straat komt. Dat is ook het geval met Theo H. Hij vermoordde of verkrachtte nog nooit iemand en kreeg slechts kortdurende gevangenisstraffen opgelegd. Desondanks menen opeenvolgende behandelaars sinds 1967 dat H. niet van kinderen af zal blijven als hij vrijkomt. Zijn gevangenhouding is daarom ook niet bedoeld als vergelding voor wat hij anderen heeft aangedaan, maar heeft vooral een preventieve functie.

Bescherming

Doel van TBS is in de eerste plaats de bescherming van de samenleving tegen gedragsgestoorde misdadigers. Daarnaast wordt geprobeerd de kwaal te behandelen waaraan de persoon lijdt. Daarvoor kent Nederland tien TBS-klinieken, die in totaal plaats bieden aan zo'n 1200 delinquenten. De behandeling duurt al gauw een jaar of vijf, afhankelijk van de problematiek bij een persoon.

In de meeste gevallen leidt de opname na een aantal jaren tot terugkeer in de maatschappij. Een steeds groter wordende groep van nu al 250 delinquenten behoort echter tot de chronische categorie. Hun kwaal is niet te behandelen. Ze zijn, tenzij de rechter op andere gedachten komt of het gevaar voor de samenleving toch nog verdwijnt, voorbestemd om tot hun dood in een kliniek te blijven.

Tegelijk met TBS legt de rechter vrijwel altijd ook dwangverpleging op. Dat betekent dat een TBS-delinquent ook vast blijft zitten wanneer hij niet wil meewerken aan de TBS-behandeling. Op jaarbasis zijn de gevallen van TBS waarbij dat geen dwangverpleging wordt opgelegd op de vingers van twee handen te tellen.

Hoog hek

De beveiliging van een kliniek is streng en vergelijkbaar met die in een gevangenis. Een 6 meter hoog hek met prikkeldraad bovenlangs moet ontsnapping voorkomen. Daarnaast zijn er binnen in het gebouw elektronisch bewaakte toegangssluizen. Overal staan camera's om mensen in de gaten te houden. Bezoek is alleen welkom na vooraf te zijn aangemeld.

De klinieken kennen verschillende behandelniveaus. Afhankelijk van de ernst van de stoornis belandt een delinquent op een "low care"-, een "medium care"- of een "high care"-afdeling. Daarnaast is er nog de groep zogenaamde sterretjespatiënten. Die zijn zodanig onhandelbaar dat ze slechts na strenge voorzorgsmaatregelen uit hun cel worden gelaten. De sterretjespatiënt wordt in het uiterste geval geboeid en begeleid door vier mannelijke inrichtingswerkers. In totaal zijn er acht van deze zeer zware gevallen in Nederland.

De rechter, en niet de behandelaar, beslist iedere twee jaar of de TBS-behandeling wordt voortgezet. Soms wordt een patiënt tegen het advies van de behandelaar in vrijgelaten, bijvoorbeeld omdat de kliniek op een dood spoor zit met de behandeling. Daarbij kan het echter goed fout gaan. De TBS'ers die tegen het advies van de behandelaar in worden vrijgelaten, blijken twee keer zo vaak terug te vallen als degenen die hun behandeling normaal afronden.

Recent voorbeeld is de knieval die minister Donner van Justitie deed voor de familie van Tjirk van Wijk. De inwoner van Groningen werd in 1999 om het leven gebracht door Dirk de V. Die was enkele maanden eerder tegen het uitdrukkelijke advies van zijn behandelaars in door de rechter vrijgelaten uit de Van Mesdagkliniek. Pas kortgeleden gaf justitie toe dat daarbij ernstige fouten zijn gemaakt.

Strenge regels

Wanneer een behandeling wel succesvol verloopt, krijgt een TBS'er geleidelijk meer vrijheden. Aanvankelijk bestaat het verlof bijvoorbeeld uit een keer winkelen onder begeleiding. Sommige patiënten krijgen na verloop van tijd werk buiten de kliniek. Daar gaan ze vrijwel altijd onder begeleiding heen. Onbegeleid verlof wordt met strenge regels omgeven. Van tevoren wordt een inschatting gemaakt van het risico. Bovendien worden afspraken gemaakt over de duur van het verlof en de plaatsen die bezocht worden. In totaal worden jaarlijks ongeveer 50.000 verloven verleend. In ongeveer honderd gevallen worden afspraken niet nagekomen of neemt de patiënt de benen.

Van de groep die de behandeling met succes doorloopt, gaat een kleine 20 procent opnieuw in de fout. Bij bepaalde groepen liggen de cijfers echter veel hoger. Uit onderzoek van TBS-instelling Van der Hoevenkliniek in Utrecht bleek dat van een groep van 94 aanranders en verkrachters er na hun ontslag 32 opnieuw in de fout gingen. Van de 94 aanranders en verkrachters werden er 17 gekarakteriseerd als psychopaat met een seksuele afwijking. Van die zeventien vervielen er veertien (82 procent) in herhaling.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juli 2003

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Met TBS is Nederland een uitzondering

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juli 2003

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken