Bekijk het origineel

Een CAO voor robots

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een CAO voor robots

4 minuten leestijd

In zijn boek "De kunstmatige mens, hoe machines ons veranderen" vertelt Rodney Brooks niet alleen op meeslepende wijze de ontwikkelingsgeschiedenis van de robot, en vooral ook zijn eigen aandeel daarin, maar hij presenteert er bovendien zijn filosofisch wereldbeeld, waarin mens, dier en robot hun specifieke rol spelen. Een beeld dat uitgesproken evolutionair is ingekleurd.

De eerste grote crisis in het denken over het wereldbeeld was de ontdekking, zo'n vijf eeuwen geleden, dat de zon niet om de aarde draaide maar de aarde om de zon. "De mens was niet langer het fysieke middelpunt van het heelal. De mens bleef echter nog wel middelpunt van Gods beeld, want God had de mens anders geschapen dan alle andere schepselen."

Deze unieke positie van de mens in de schepping werd op zijn beurt drie eeuwen later danig ondermijnd door de evolutieleer van Charles Darwin, constateert Brooks. "In zijn boek "On the Origin of Species" brengt hij een vernietigende slag toe aan het idee dat de mens uniek is. Mens en aap hadden dezelfde voorouders." "Toen Watson en Crick niet zo lang geleden de structuur van DNA blootlegden, werd die uniciteitsgedachte nog verder onderuit gehaald. Want het bleek al snel dat alle levende wezens op aarde dezelfde soort DNA-moleculen delen en dezelfde coderingschema's gebruiken". "Ongeveer 98 procent van ons genoom is identiek aan dat van de chimpansee. We zijn eigenlijk precies hetzelfde als die dieren en er slechts door een fractie evolutionaire geschiedenis van gescheiden", aldus Brooks. Tot zover betreft het standpunten die ons bekend voorkomen van seculiere wetenschappers.

Maar dan voegt Brooks nog een derde, voor velen onbekende, aanslag toe op de positie van de mens als kroon op Gods schepping: "We zijn inmiddels al vijftig jaar getuige van de eerste strubbelingen rond de derde aanslag op onze uniciteit. Ditmaal worden we uitgedaagd door de machines." Brooks stelt, evenals veel vooraanstaande wetenschappers, de vraag aan de orde of we "echt meer zijn dan machines. Of kunnen onze geestelijke vermogens, waarnemingen, intuïties, emoties en zelfs onze spiritualiteit op termijn worden nagebootst, geëvenaard, ja zelfs worden overtroffen door machines?"

Hij geeft toe dat deze suggestieve gedachte ook voor veel wetenschappers een brug te ver is. "Weizenbaum (een Amerikaanse computerpionier, WJE) schrok terug voor het idee dat de mensen niet meer zijn dan machines. Hij vond die gedachte onverdraaglijk. En dus ontkende hij deze mogelijkheid domweg." De Berkeley-filosoof Dreyfus streed ook jaren tegen deze gedachte. In 1972 beweerde hij dat computers nooit schaak zouden kunnen spelen, maar in 1997 versloeg Deep Blue van IBM toch maar wereldschaakkampioen Gary Kasparov.

Brooks ziet het patroon ontstaan dat "verstandige mensen, die een streep in het zand trekken om de grens aan te geven van wat een computer kan, deze streep telkens weer moeten wissen en elders trekken." "Nu wordt die streep getrokken bij ons bewustzijn, onze emoties en dan spreken we in feite denigrerend over 'kille, harde' machines die geen gevoel, geen emoties kennen." Deep Blue van IBM was toch ook niet opgewonden of blij toen hij won van Kasparov?

Is ons bewustzijn samen met onze emoties dan het laatste bastion van onze uniciteit? Is dat nog het enige waarmee we ons kunnen onderscheiden van (toekomstige) intelligente machines? En dan is het antwoord van Brooks opnieuw ontkennend. Logisch redenerend vanuit de evolutiegedachte stelt hij: "We zijn niets anders dan een hoogst geordende verzameling organische moleculen. Men heeft daarbij de notie omarmd dat de geest niet meer is dan het resultaat van de werking van de hersenen, die geheel zijn opgebouwd uit organische moleculen." "Het lichaam bestaat uit onderdelen die op elkaar reageren volgens welomschreven (maar voor ons niet altijd bekende) regels die uiteindelijk zijn terug te voeren op de wetten van de natuur- en scheikunde. Het lichaam is een machine met miljarden onderdelen, die alle zeer ordelijk functioneren en op elkaar inwerken. Wij zijn machines, evenals onze geliefden, onze kinderen onze honden."

Brooks is er omgekeerd van overtuigd dat met de toename van de complexiteit van de robots, ook hun emotioneel niveau zal toenemen. "Als we dat eenmaal accepteren, dan kunnen we ook genegenheid opbrengen en ze een vrije wil en zelfs robotrechten toekennen."

Dienen autofabrikanten dan straks ook een CAO voor hun robots af te sluiten? Een absurd idee.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 19 augustus 2003

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Een CAO voor robots

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 19 augustus 2003

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken