Bekijk het origineel

Een nieuw academisch jaar

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een nieuw academisch jaar

16 minuten leestijd

De universiteiten gaan weer beginnen. Enkele eerstejaarsstudenten vertelden vorig jaar op deze pagina's wat ze van hun studie verwachtten. Hoe is het hun bevallen? En hoe ervoeren ze hun overgang van een reformatorische school naar een niet-christelijke universiteit? Hoogleraren zijn in reformatorische kring niet dik gezaaid. Bij de start van het nieuwe academische jaar vertellen zes van hen hoe ze op hun post terechtkwamen en wat hun ervaringen zijn.

Interesseren voor het christendom

Op de Technische Universiteit Delft probeert prof. dr. ir. J. H. Huijsing de zogeheten sensortechniek naar een hoger plan te tillen. Hoewel hij net met emeritaat is, spreekt hij nog met nauwelijks te stuiten enthousiasme over deze techniek, die hem al 34 jaar bezighoudt. "Er zijn veel sensoren die te groot en te kostbaar zijn om grootschalig te gebruiken. Het liefst willen we sensoren op chips, waarbij de signalen direct digitaal in een computer worden verwerkt."

Ingewikkelde taal voor iemand die niet dagelijks rondloopt in het laboratorium voor elektronische instrumentatie. Toch zullen de resultaten van de 65-jarige onderzoeker, die ook de komende vijf jaar actief wil blijven binnen de Delftse universiteit, veel mensen aanspreken. In theorie is het mogelijk om met behulp van deze techniek auto's van A naar B te laten rijden zonder bestuurder. Hoewel de techniek in de luchtvaart al wordt toegepast, zal het nog wel een aantal decennia duren voordat de eerste auto's hiermee zijn uitgerust. Maar het blijft voor Huijsing een streven. "Autorijden is per slot van rekening een vrij saaie bezigheid."

Huijsing weet precies wat hij wil: de techniek verder ontwikkelen en hiermee de mens ontdoen van slaafse activiteiten. "Zo blijft meer tijd over voor bijvoorbeeld dienstverlening."

De hervormde hoogleraar ziet duidelijk dat techniek zowel het goede als het slechte in de mens kan versterken. "Bij vooruitgang kun je net als Nebukadnezar zeggen: Dit is het grote Babylon dat ik heb gemaakt. Mij boeit veel meer de grootheid van de schepping. God heeft de techniek in de natuur gelegd. Daar wil ik graag mijn gaven aan besteden."

Zijn christelijke achtergrond heeft geen rol gespeeld bij zijn aanstelling in 1969. Nog steeds ziet hij voldoende ruimte om voor zijn geloof uit te komen. In de gesprekken met studenten is plaats voor niet-technische onderwerpen. "Je kunt ze niet veranderen, maar ik probeer wel interesse te kweken en een enkele keer geef ik een Bijbel mee. Ook studenten die niet zoveel binding meer hebben met de kerk probeer ik warm te houden voor het christendom."

Jongeren die een universiteit willen gaan bezoeken, adviseert Huijsing een studie te kiezen die past bij de ontvangen talenten. Studie en karakter moeten met elkaar in overeenstemming zijn. "Veel mensen kiezen voor managementopleidingen. Vaak is een hoog salaris een belangrijke drijfveer. Maar technici zijn steeds schaarser en dus steeds duurder. En wat wil je managen als je nergens verstand van hebt?"

Als ze eenmaal een keuze gemaakt hebben, doen studenten er goed aan om in de plaats van de studie te gaan wonen. "Je hebt niet alleen de techniek, maar ook de contacten nodig. Dat helpt je bij de studie."

Christelijke studenten moeten zich volgens Huijsing aansluiten bij een vereniging. "Dat heb je nodig. Een vereniging geeft een opleiding op andere gebieden van het leven. Daarbij krijg je vrienden die met dezelfde problemen kampen."

Ook al is hij druk met zijn ambt, Huijsing heeft enkele jaren geleden bewust een "sabattical leave", een periode zonder de dagelijkse drukte, ingelast. Met het hele gezin vertrok hij voor een jaar naar Californië in Amerika. "Het is echt een aanrader. Je leert de blik te verbreden en je kunt de Nederlandse cultuur beter in een kader plaatsen."

De grootste winst zat echter in het bezoeken van een lokale kerk. "In deze gewone kerk hebben we veel geleerd en is het stof van de Bijbel afgegaan."

Eenling in tolerante omgeving

"Wetenschappers moeten bescheiden zijn. Als het goed is, beseffen we hoe beperkt de methodes en het bereik van wetenschap zijn. Over het waarom en waartoe kunnen we niets zeggen. Toch is voor velen de wetenschap een levensovertuiging. Het is aangrijpend om dat bij collega's te zien."

Prof. dr. J. Molenaar, lid van de Gereformeerde Gemeenten en hoogleraar in Eindhoven en Enschede, beveelt in dit kader het boek "De dingen hebben hun geheim" aan. Het boek van de voormalige Delftse hoogleraar A. van den Beukel is volgens hem verplichte kost voor alle studenten in exacte richtingen.

Niet verplicht zijn alle introducties en excursies op de universiteit. "Maar sluit je niet op in de studie, ook al voel je de druk van de tempobeurs. Zelf heb ik veel gehad aan mijn actieve CSFR-lidmaatschap in Leiden. Vooral de bijbelkringen en het interkerkelijke karakter van de vereniging vond ik verrijkend. Je hebt elkaar nodig."

De 50-jarige Molenaar is als christen regelmatig een eenling in een omgeving die doordrenkt is met de evolutiegedachte. Het bijbehorende devies is "carpe diem", pluk de dag. Tijdens een cursus vertelde een trainer hem dat hij in geen twintig jaar iemand met zo'n levensovertuiging was tegengekomen. "Hij bedoelde het aardig, maar je voelt je dan een beetje bekeken als een buitenaards wezen."

Ondanks de achtergrond van de christelijke wetenschapper, is er respect en acceptatie. Voor de nationale wetenschapsdag krijgt Molenaar geen uitnodiging meer. De organisatie weet inmiddels dat de hoogleraar op zondag niet aanwezig is. Ook reist hij niet op de eerste dag van de week, een favoriete dag om een conferentie te starten. Voor hem begint de conferentie een dag later. "Maar ik denk dat biologen en sterrenkundigen het ook binnen hun vakgebied moeilijker hebben met hun levensovertuiging. Binnen de wis- en natuurkunde is er vakmatig eigenlijk geen knelpunt."

De twee exacte wetenschappen zijn al jaren onderwerp van studie voor Molenaar. Hij kon, en kan, niet kiezen tussen de twee vakgebieden. Daarom combineert hij de vakken in zijn onderzoeken op de Technische Universiteit Eindhoven en de Universiteit Twente.

De hoogleraar heeft op colleges leuke, maar oppervlakkige contacten met studenten. "Echt contact ontstaat pas bij begeleiding van een afstudeerproject of een promotie. Heerlijke momenten, waarbij je soms tot diepere gesprekken komt."

Molenaar noemt twee voorbeelden. "Ik heb momenteel een promovendus uit Indonesië, een serieuze islamiet. Nadat hij een Bijbel had gekregen, probeerde hij uit te leggen dat God na Abraham niet verder is gegaan in het verbond met Izak, maar met Ismaël. Dat is een heel ander gesprek dan met Nederlanders, maar niet minder moeilijk."

Het kan ook anders: "Bij uitzondering had ik eens een serieus christelijke afstudeerder. Tijdens mijn toespraakje zinspeelde ik op onze gezamenlijke gereformeerde achtergrond. Tijdens de receptie die volgde, liet de familie mij fijntjes weten dat ze niet gereformeerd waren, maar gereformeerd vrijgemaakt. Een onderscheid, dat niemand op de universiteit kent. Alles met de naam "gereformeerd", staat hier voor streng en somber religieus."

"Openstaan voor gesprek"

Prof. dr. P. J. Slootweg (53) doceert orale pathologie aan het Universitair Medisch Centrum in Utrecht. "Ik ben gespecialiseerd in de kwalen van mond en keel. Daarnaast onderzoek ik als patholoog weefsels in het laboratorium. Mijn werk betreft dus niet alleen doceren maar ook het verder komen in de wetenschap."

Vanwege zijn specialisme in mond- en keelkwalen is Slootweg "in 1995 aangezocht voor deze leerstoel." Bij zijn benoeming speelde zijn kerkelijke achtergrond "in het geheel geen rol. Ik was in het Academisch Ziekenhuis al lang werkzaam." Slootweg studeerde genees- en tandheelkunde.

In zijn levensstijl komt de christen tot uiting. Slootweg: "Bepaalde zaken maak je dan niet mee. Ik heb vanaf het begin duidelijk gemaakt dat ik wel zes dagen heel hard wil werken, maar niet zeven dagen. Dat geldt uiteraard ook voor mijn internationale contacten. Dat wordt gerespecteerd. Ik heb nog nooit meegemaakt dat dit problemen gaf. Men vraagt mij voor mijn specialisme en houdt dan rekening met mijn voorwaarden."

Behalve dat hij doceert aan de Universiteit Utrecht geeft Slootweg veel cursussen en neemt hij deel aan diverse internationale congressen. Zo spreekt hij volgende week zaterdag in Ljubljana in Slovenië ter gelegenheid van het negentiende Europese pathologische congres, over tumoren in tanden.

Slootweg staat niet aan het bed van patiënten. "Het gaat alleen over de abstracte ziektebeelden. Daar komen ethische beslissingen niet bij kijken. Ik vertel de studenten over kwalen, hoe ze ontstaan en hoe je ze kunt behandelen." Met studenten spreekt de oraal patholoog weinig over principiële kwesties. "In het onderwijs kom ik dit niet tegen. Wel probeer ik te laten merken wat mij inspireert om dit te doen. Naar aanleiding van het goudkleurige logo van onze universiteit "Sol iustitiae illustra nos", Zon der gerechtigheid beschijn ons, ontstaan incidenteel wel gesprekken. Er moet echter ruimte voor zijn."

De hoogleraar zal niet snel beginnen over theologische onderwerpen. "Als men mij vraagt naar wat me beweegt, dan spreek ik daar over. Studenten beginnen daar nauwelijks over. Collega's doen dat vaker. Ik heb wel eens een discussie gehad met een student. Ik sta daarvoor open."

Op de vraag of hij voldoende inhoud kan geven aan zijn geloofsovertuiging, zegt de hervormde Bilthovenaar dat "dit wel meer zou kunnen." Hij geeft wel aan dat helderheid in zijn eigen gedrag aanleiding kan zijn voor een gesprek.

"Ik denk dat het heel belangrijk is voor ons allemaal, hier op de universiteit maar ook elders, om duidelijk te zijn in waar je voor staat. Dat is, volgens mij, een productievere houding dan een argwanende opstelling, zo in de trant van: wat overkomt me nu. We hebben een profetisch Woord, dat zeer vast is, maar we moeten niet denken dat we de wijsheid in pacht hebben."

Eenheid in woord en daad

"Heb je de Bijbel wel eens als een studieboek gelezen? Ik zie studenten met het eerste zuchtje wind omvergaan, omdat ze alles geloven wat de universiteit aanbiedt."

Dat is wat hoogleraar Van Dijk meer dan eens in Wageningen en op Nyenrode signaleert. "Kijk ter voorbereiding van je positiebepaling eerst maar eens of je zelf het geloof van je vader en moeder kunt weerleggen. Voel je vrij om je te verzetten, maar raadpleeg dan wel alle bronnen: eerst pro en dan contra."

Prof. dr. ir. G. van Dijk (1946) is verbonden aan twee universiteiten. Wageningen Universiteit maakt sinds 1990 gebruik van zijn diensten, terwijl hij in 1996 gevraagd is door Universiteit Nyenrode. Op beide plaatsen houdt hij zich bezig met de coöperatie als ondernemingsvorm. In Wageningen ligt de nadruk wat meer op de agrarische sector. Op Nyenrode staan bekende coöperaties als Achmea, de Rabobank en Univé in de belangstelling.

Van Dijk schuwt het debat met zijn collega's niet. Zij kennen de achtergrond van de hervormde hoogleraar en dat is aanleiding voor boeiende discussies op het scherp van de snede. Regelmatig komen de gesprekken uit bij de zingeving van het leven, na begonnen te zijn bij politiek of inrichting van de Europese economie. "Het debat is levendig en we voeren het vol overgave, ook al verschuiven de meningen niet snel."

In de dagelijkse praktijk houden collega's rekening met Van Dijks christenzijn. "Ze gebruiken geen krachttermen en vermijden afspraken op zondag."

In het uitoefenen van de wetenschap komt de hoogleraar niet dagelijks in de knel met zijn principes. Toch zijn er wel voorbeelden te noemen. "Het is aan de orde bij besluitvorming waar mensen bij betrokken zijn. Ook de voedselverdeling in deze wereld is een bekend punt."

Principes concreet gestalte geven, is niet eenvoudig. Net zomin als de opdracht om de aarde te bouwen en te bewaren. "Deze wereld is verlost, er is er Eén Die voor het grote examen is geslaagd. Alles in de wetenschap kan in dit licht worden gezien. Wetenschap is niet bedoeld en niet geschikt om als bewijs of weerlegging te dienen."

Van Dijk laat studenten een belangrijke waarschuwing horen. Een valkuil op de universiteit is het niet overeenstemmen van woorden en daden. "Er moet eenheid zijn tussen persoonlijke en wetenschappelijke fundamenten. Anders loop je vast." Om dat te voorkomen, is het volgens de hoogleraar goed om "mensen naast je te hebben die met je in discussie willen gaan en je kunnen corrigeren. Daarvoor is het niet noodzakelijk om op gelijke grondslag te staan."

Een ander struikelblok voor beginnende studenten kan het niveau van het aangeboden studiemateriaal zijn. "Zoek binnen je vakgebied iets wat op je eigen kennisniveau ligt. Snuffel net zolang tot je iets gevonden hebt dat je begrijpt. Werk vandaar uit verder."

Om tot goede resultaten te komen, is samenwerken van belang. "Openheid en eerlijkheid in een vertrouwelijke sfeer zorgen voor een goede wetenschapsbeoefening. Een niet-christelijke omgeving biedt daarom minder kansen. De genoemde sfeer is daar vaak minder aanwezig."

"Wees een zoutend zout"

Prof. dr. ir. J. H. van Bemmel (65), rector magnificus van de Erasmus Universiteit te Rotterdam, heeft, hoewel natuurkundige, een groot deel van zijn leven medische informatica gedoceerd. Na vijftien jaar hoogleraarschap aan de VU in Amsterdam, is Van Bemmel in 1987 overgestapt naar de Erasmus. Bij die overgang heeft zijn christelijke achtergrond "geen enkele rol gespeeld. Natuurlijk niet. Ik ben toch niet aangesteld als evangelist?"

Sinds september 2000 is de hervormde hoogleraar de hoogste baas van de universiteit wat betreft onderzoek en onderwijs. Van Bemmel, gekscherend: "Ik was altijd al slaaf, nu ben ik superslaaf.

Het gaat ook in deze positie om wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. Ik hoop dat mijn omgeving mijn achtergrond beseft, zonder dat ik die behoef uit te leggen. Het moet aan je levenswijze duidelijk te zien zijn wie je bent. Als er gelegenheid is om in gesprek te gaan, ga ik die niet uit de weg. Zo'n mogelijkheid grijp ik aan, die zoek ik. Je kunt bijvoorbeeld een prima inhoudelijk gesprek hebben als je een avond naast iemand zit aan een diner, of een week op een congres zit of op reis bent. Als je je ogen open hebt en ziet dat mensen in de knel zitten, dan zijn dat momenten bij uitstek om contact te leggen. Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend."

Het mag volgens de hoogleraar niet zo zijn dat christenen in deze wereld zich isoleren en afsluiten. "Een zoutend zout zijn, geeft aan dat je anderen van smaak voorziet en niet als zoutkorrels op een hoopje gaat zitten."

In zijn functie als voorzitter van de universiteitssenaat komt Van Bemmel veel in contact met studenten. Hij geeft aan heel wezenlijke gesprekken te hebben met hen. "Jonge mensen vragen naar echtheid: wie ben je zelf?"

De ruimte om te spreken is er ook op de universiteit. "Het is hier bepaald geen onchristelijke boel. Hoe mensen zich als individu gedragen, is wel vaak anders dan wat de universiteit voorstaat. We hebben bijvoorbeeld voor de universiteit een gedragscode met elkaar afgesproken. Dat is al een hele stap. Ik ga niet mee in verhaaltjes over het humanisme van Desiderius Erasmus. Dan zeg ik: Weet je wat zijn laatste woorden waren? Hij sprak zijn hele leven Latijn, maar toen zei hij in zijn moedertaal: Lieve God."

Gesprekken met andersdenkenden vindt de hoogleraar vanzelfsprekend. "De vreugde van het geloof gun je toch de hele wereld? Dat zegt Paulus ook tegen Festus. Maar als mensen daar echt niet over willen spreken, stopt het. De mening van de ander moet je ten volle respecteren. Daar worstel ik wel mee. Af en toe denk ik: Heb ik het wel goed genoeg gezegd. Je kunt immers niemand dwingen. Wees verder maar bescheiden. Het opbouwen van een goede naam duurt een mensenleven; het afbreken gebeurt in een uur."

Volgens Van Bemmel moeten christenen met twee benen in deze wereld staan. "Het eerste been is van het geloof; dat zijn je wortels. Het tweede been is je verantwoordelijkheid in de maatschappij. Een christen moet goed zijn in zijn werk, gegeven zijn talenten. Dus doe je uiterste best."

Zijn medechristenen ziet Van Bemmel graag met andersdenkenden in gesprek gaan. "Op het moment dat je ziet dat iemand je nodig heeft, bied jij je diensten aan. Het zijn maar kleine tekenen van het Koninkrijk die je probeert op te richten, al stamelend."

"Onderwijzen is geen preken"

Voor hoogleraar geschiedenis van het Nederlands protestantisme aan de Vrije Universiteit (VU) te Amsterdam prof. dr. G. J. Schutte (62) is het belangrijk om duidelijkheid te geven over de christelijke achtergrond.

Schutte, die niet aan de VU studeerde, vindt dat het personeel van de VU de christelijke doelstelling van de universiteit dient te onderschrijven. "Ongetwijfeld zal bij mijn benoeming een kleine rol gespeeld hebben dat ik een relatie heb met een bepaald deel van de achterban. Ik ben benoemd omdat ik op dit terrein al wat gedaan had." Sinds 1975 is Schutte medewerker aan de VU en vanaf 1987 is hij daar werkzaam als hoogleraar. "Maar ik werk ook veel samen met andere universiteiten."

Op de VU is religie geen veelbesproken onderwerp. "Het is geen vreselijk actueel probleem. Althans, weinig mensen maken er een probleem van. Wel kun je de christelijke achtergrond van de instelling nog steeds merken, bijvoorbeeld aan de doelstelling. Hier en daar geeft de universiteit daar duidelijk invulling aan. Neem bijvoorbeeld het kwaliteitsproject voor waarden en normen in het onderwijs. Bovendien was de VU de eerste en misschien wel de grootste instelling die veel doet aan ontwikkelingshulp en onderwijs in de Derde Wereld."

De universiteit is tamelijk pluriform christelijk meent Schutte. "Je komt hier veel modern christelijk geloven tegen. Op de VU studeren relatief veel christenen. Iets daarvan merk je hier en daar in de onderlinge sfeer. Maar de VU is natuurlijk een onderwijsinstelling. De wetenschap is niet altijd met ethische kwesties bezig. Onderwijzen is geen preken of catechisatie geven."

De christelijke identiteit is volgens Schutte merkbaar in keuzes voor bepaalde onderzoeken. In het uitoefenen van zijn vak is het belijden van Schutte wel eens aanleiding tot discussies. "Naar mijn idee geeft de VU ruimte aan mensen die zelf iets willen ondernemen."

De in Hilversum wonende hoogleraar zegt dat de ruimte voor christelijk belijden gewaarborgd is door de achtergrond van de universiteit. "Het ingewikkelde hiervan is wel dat er veel niet-christenen zijn. Maar aan de andere kant is het ook zo dat christelijke studenten niet per definitie voor de VU kiezen. Bevindelijke theologen bijvoorbeeld kiezen niet voor de VU maar meestal voor Utrecht. Als actieve christenen hier terechtkomen, moeten ze hun eigen identiteit tonen", vindt Schutte.

Dat verschillende docenten geen christen zijn, levert voor de hoogleraar geen problemen op. "Ook veel christenen beoefenen hun geloof op een manier waar je vragen bij kunt stellen."

Schutte vindt het heel belangrijk dat een christelijke student "zo in de universiteit staat als hij dat in de maatschappij ook zou doen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 augustus 2003

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Een nieuw academisch jaar

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 augustus 2003

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken