Bekijk het origineel

Boudewijn Büch leed aan leven en dood

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Boudewijn Büch leed aan leven en dood

5 minuten leestijd

De hoofdpersoon in veel romans van Boudewijn Büch heeft dezelfde naam als de auteur. Maar al op de vierde bladzijde van de roman die hij kort voor zijn overlijden voltooide, "Het geheim van Eberwein", is te lezen: "Dat de voornaam van de hoofdpersoon in deze roman samenvalt met die van de auteur is puur toeval." Iets dergelijks staat ook voorin "De kleine blonde dood", Büchs bekendste boek uit 1985, waarvan vorig jaar de definitieve versie verscheen.

Zulke uitspraken over toeval moeten natuurlijk met een korrel zout genomen worden. Maar juist daarom geven ze aan hoe gecompliceerd de relatie tussen Büchs biografie en zijn romans is. Pure fictie schreef hij niet, maar zeker ook geen pure autobiografie. Je zou kunnen zeggen dat Büch (1948-2002) in zijn romans zijn eigen mythe ontworpen heeft: hij gebruikte elementen uit zijn leven, maar dikte hier wat aan, liet daar wat weg, en verzon er het een en ander bij. Je mag zelfs hopen dat hij er veel bij verzonnen heeft. Want het is een ongelooflijke hoeveelheid ellende waarin Büch zijn lezers onderdompelt.

Het belangrijkste element uit de mythe van Büch is zijn "Vati", een in de jaren '30 uit Duitsland geëmigreerde Jood die een geweldig trauma aan de oorlog heeft overgehouden. Hij is enorm anti-Duits, gezien in het Zuid-Hollandse dorp waar de familie woont, maar een plaag voor zijn gezin. Zijn labiliteit zorgt ervoor dat hij om het minste of geringste erop los ranselt, vaatwerk door de kamer smijt of plotseling wekenlang het huis uit is - met onbekende bestemming. Logischerwijs is zijn huwelijk een mislukking. Het loopt dan ook uit op een scheiding, die door Boudewijns moeder wordt geforceerd. Boudewijns band met zijn vader, die op een gecompliceerde manier goed is, wordt daardoor nog eens versterkt.

De moeder is in "De kleine blonde dood" vooral meelijwekkend, maar in "Het geheim van Eberwein" heeft zij de rol van indringster: daar komt zij tussen Boudewijn en zijn vader instaan. Aan een van de psychiaters die Boudewijn later bezoekt, vertelt hij dan ook dat hij zijn moeder altijd heeft gehaat. Het is vanuit dit perspectief opvallend dat hij een zekere mildheid voor haar aan de dag legt. Hij probeert zich in haar in te leven. Zo schrijft hij ergens over haar blik: "Ze keek mij aan met de ogen die maar één moeder heeft, mijn moeder: vlak, zonder glans, geloken en met ver weg achterin een onbeholpen verdriet."

Bijna even belangrijk als zijn vader is Boudewijns zoontje Micky, dat geboren is uit de treurige relatie van Boudewijn met de bijna permanent beschonken Mieke. De eigenwijze en weetgierige Micky is zijn vaders oogappel, alleen al omdat hij Boudewijn zo aan zichzelf en aan zijn eigen relatie met zijn vader herinnert. De dood van het kleine blonde jongetje is zoiets als de doodsteek voor Boudewijn. Hij kan alleen nog in het verleden leven, zijn relaties (met diverse vrouwen én mannen) bloeden dood of hij maakt ze kapot en al bezoekt hij nog zoveel psychiaters, hij komt geen stap verder.

De dood maait de enige mensen weg met wie Boudewijn een band had: zijn zoontje overlijdt en zijn vader pleegt zelfmoord - op een manier die angstig sterk doet denken aan de gaskamers waarin diens familie werd vermoord. De twee doden zijn alomtegenwoordig in Boudewijns heden. Hij zoekt zijn heil op allerlei plekken waar het niet te vinden is: in poeders en pillen, in drank en drugs; de sessies bij de psychiater zijn talloos; maar de verleden tijd, de tijd van zijn vader en van Micky, is voorbij en er komt niets nieuws voor in de plaats. Vooral de herinnering aan zijn vader blijkt telkens tussen hem en het geluk in te staan. Ongeluk en heimwee zijn de ingrediënten van het heden. (Merkwaardigerwijs suggereert Büch aan het slot van "Het geheim van Eberwein" een soort oplossing, maar er zullen weinig lezers zijn die hem hier van harte geloven.)

Zowel "Het geheim van Eberwein" als "De kleine blonde dood" is een roman in fragmenten. Büch pendelt tussen het heden en het verleden. Hoewel laatstgenoemd boek als een moderne klassieker bekendstaat, vind ik "Het geheim van Eberwein" als roman sterker. Stilistisch en compositorisch rammelt er nogal wat aan beide romans, maar in zijn laatste boek zit meer intrige: er is een centrale vraag, een 'geheim', dat het hele boek voortstuwt. Die vraag is waarom zijn vader jarenlang probeert een muziekstukje van een derderangscomponist (Traugott Maximilian Eberwein) te bewerken, een stukje op de tekst van een vergeten werkje van Goethe ("Das Jahrmarktsfest zu Plundersweilern"). Ik neem aan dat het antwoord te zoeken is in het heimwee van zijn vader naar het goede Duitsland van Goethe, waarin de deuntjes van Eberwein populair waren en niet de schettermarsen van de bruinhemden.

Büch was, zoals uit het bovenstaande mag blijken, een ouderwetse, aan het leven en de dood lijdende romanticus. Zijn romans gaan dan ook vooral over hemzelf. Dat levert te midden van alle ontreddering ontroerende en soms ronduit mooie scènes op, vooral wanneer het over de tochten en gesprekken met zijn vader en met Micky gaat. Anderzijds geeft dat het relatieve belan g van deze boeken aan. En nog afgezien van het taalgebruik (sommige uitspraken van een dronken Mieke zijn te weerzinwekkend om opgeschreven te kunnen worden), is er de stortvloed aan ellende die Büch over de lezer uitstort. Het kan goed zijn om elders te lezen dat die ellende althans niet het láátste woord hoeft te hebben.

N.a.v. "De kleine blonde dood", door Boudewijn Büch (herziene, door de auteur geautoriseerde editie); uitg. De Arbeiderspers, Amsterdam, 2002; ISBN 90 295 0436 6; 216 blz.; 15,95.

"Het geheim van Eberwein", door Boudewijn Büch; uitg. De Arbeiderspers, Amsterdam, 2003; ISBN 90 295 0437 4; 196 blz.; 15,95.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 10 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Boudewijn Büch leed aan leven en dood

Bekijk de hele uitgave van woensdag 10 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken