Bekijk het origineel

Dezelfde strijd, andere fronten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Dezelfde strijd, andere fronten

Jubilerende emeriti hoogleraren Graafland en Velema blikken terug op halve eeuw kerk en theologie

11 minuten leestijd

Een halve eeuw kerk en theologie. Decennialang deden de hoogleraren dr. W. H. Velema en dr. C. Graafland volop mee aan het theologisch gesprek in de gereformeerde gezindte. Van beiden is het aanstaande zaterdag vijftig jaar geleden dat ze in het ambt van predikant werden bevestigd. Ze streden op verschillende fronten, zeggen ze in een openhartig gesprek met elkaar.

Hun ontmoeting is hartelijk wanneer ze elkaar uitbundig -als Wim en Kees- begroeten. Beiden dachten niet altijd eender, al willen ze tijdens het gesprek de verschillen niet aan de orde stellen. Maar hun positie was anders.

Dr. Graafland en dr. Velema begonnen beiden hun ambtelijke loopbaan als gemeentepredikant. Graafland werd bevestigd in Ameide en Tienhoven, "een gemeente waar ik meer van de kerkenraad leerde dan zij van mij." Hij deed ook vier maanden vicariaat in Rotterdam-Zuid, waar hij de straten langsging om doopkaarten rond te brengen. Zo kwam hij mensen tegen die weinig of niet kerkelijk meelevend waren, maar die toch graag in de kerk hun kinderen wilden laten dopen. Is dat nu het toekomstige predikantenbestaan, vroeg hij zich af.

Theologisch gezien begon Graafland in een tijd -de jaren vijftig- waarin de theologie van Karl Barth in opkomst was. "Dat leek eerst een vernieuwing in het kerkelijk leven te geven, door de nadruk op exegese, exegese en nog eens exegese. Dat deed mij wel iets. Later verzandde het barthianisme in het objectivisme, in het politieke. Dat was teleurstellend. Opmerkelijk dat Barth nu weer in opkomst is, als ik de bijdragen van C. van der Kooi en G. C. den Hertog lees."

Dr. Graafland komt uit een piëtistisch milieu, dat z'n weerslag had op zijn geloofsleven. "In de tijd dat ik predikant zou worden, worstelde ik met mijn eigen geloofszekerheid. Weet ik wel wat ik preek? Later mocht ik onder de prediking van ds. G. Boer tot bewuste kennis van de Heere Jezus komen."

Dr. Velema: "Die zekerheid was er bij mij wel van jongs af, maar ze is in de jaren uitgegroeid, verdiept." Voor Velema was Eindhoven zijn eerste gemeente. "Daar leerde ik in het zuiden de buitenkant van het kerkelijk werk verstaan, terwijl dat later in Leiden de binnenkant werd."

Betrokkenheid

De jaren vijftig kenmerkten zich door grote betrokkenheid, liefde en eensgezindheid in de kerken, aldus dr. Velema. Dr. Graafland vult aan: "Er was in jouw kerk stabiliteit, het goede, gezonde midden." "En dat midden was breed", reageert Velema. Graafland: "Zou je nu nog in heel de Christelijke Gereformeerde Kerken kunnen functioneren? Dat is de vraag! In de Gereformeerde Bond heeft heel lang het centrum gefunctioneerd. Het hoofdbestuur van de Bond had grote macht. Er ontstond echter een te grote centralisering waarbij de flanken niet vertegenwoordigd waren. Dat gaat zich nu wreken."

Dr. Velema: "Nu zijn er bij ons ook tegenstellingen. Nu laat men elkaar soms links en rechts liggen. Vooral sinds de jaren tachtig kwamen mensen tegenover elkaar te staan."

Vleugels worden door de aanhangers gezien als een reactie op versmalling, óf op een veroppervlakkiging.

Dr. Velema: "Ik denk dat het vooral invloeden van buitenaf zijn geweest die tot het ontstaan van rechter- en linkervleugels in de kerk aanleiding gaven."

Dr. Graafland: "De richtingen zijn geclaimd, in de zin van: wij zetten de lijn voort, de anderen vallen af. Dat is voor mij de vraag, echt een vraag! Ik heb mij vooral beziggehouden met een historische analyse van de eigen gezindte en uit mijn onderzoek bleek dat de wortels van de verrechtsing ook al bij Calvijn aanwezig waren, althans, er waren elementen in zijn theologisch gebouw die daartoe aanleiding gaven. Al vonden de studenten dat nooit leuk als ik dat in colleges aan de orde stelde. Bepaalde leerstukken werden in de gereformeerde orthodoxie uitvergroot en in een logisch systeem ondergebracht. Later, in de achttiende, eeuw komt de weerslag daarvan steeds meer naar voren in een normatieve geloofsweg, die kenmerk wordt van het ware. Het is deze spiritualiteit van de achttiende eeuw die de spiritualiteit van de Gereformeerde Bond ging worden."

Dr. Velema: "Ik zie Calvijn vooral in het midden van de gereformeerde theologie staan en daar wil ik hem graag laten."

Dr. Graafland: "Dat zie ik ook. Calvijn heeft zo veel kanten in zich, die bij hem in evenwicht zijn. Maar de structuur wordt bij hem toch bepaald door de dubbele predestinatie, die ook in de prediking haar sporen trekt. Weliswaar niet zo diep als later in sommige reformatorische kerken, maar de structuur ligt er. Calvijn kent al de spanning om de totale genade en de menselijke verantwoordelijkheid beide te honoreren."

Dr. Velema: "Dat is voor mij de vraag. Juist in de tegenstelling tussen het arminianisme en de extreem calvinistische richting vertegenwoordigt Calvijn voor mij het goede evenwicht."

Je kunt ook zeggen: rationeel zijn verkiezing en verantwoordelijkheid niet te verenigen.

Dr. Velema: "Daar heb ik vrede mee."

Dr. Graafland: "Wat de prediking betreft, kun je dat zo zeggen, maar in de theologie niet. Er is geen gespletenheid in God. God is eenvoudig, een Man uit één stuk." Dr. Velema: "Hier stop ik."

Jaren zestig

In de jaren zestig kregen Graafland en Velema beiden te maken met de opkomst van de moderne theologie. De secularisatie en de massale geloofsafval deden hun intrede. Graafland stond toen in Amsterdam. "Ik zag het barthianisme failliet gaan. Onder de politieke Vietnam-preken stierf de gemeente intussen weg. Aan de andere kant zaten kerken van hervormd-gereformeerde signatuur vol. Het was de tijd van opkomst van de Gereformeerde Bond. De ene na de andere hervormd-gereformeerde predikantsplaats deed in die tijd haar intrede."

Dr. Velema: "Ik schreef in 1971 mijn "Aangepaste theologie". Ik heb toen gevoeld dat de gereformeerde erfenis bij Kuitert op het spel stond, maar heb toen niet geweten dat ook de VU deze richting uitging. De ontwikkelingen zijn bevestigd geworden. Met Berkouwer, mijn promotor, kwam er verwijdering toen ik positie koos tegen de VU. Hij was nog bij mijn afscheidscollege. Later is dat, vlak voor zijn dood, in de persoonlijke sfeer goed gekomen."

Dr. Graafland: "Het ging fout met de gedachte van de correlatie (wederkerigheid van geloof en openbaring) die Berkouwer invoerde. Uiteindelijk heeft zich de ontwikkeling doorgezet dat niet alleen de Bijbel, maar ook de gelovige mens het voor het zeggen kreeg. Die moderne mens wil wat en wil ook steeds méér. En dan zie je vervolgens dat de Bijbel het steeds meer moet afleggen tegen de mens, die van een gelovige steeds meer een ongelovige wordt. Je krijgt dan een ontwikkeling van "ik geloof het" naar "geloof jij dat nog?" En laat men zich erop voorstaan voluit gereformeerd te zijn. Dat is mijn probleem met Samen op Weg. Het is niet zo zeer vrijzinnigheid -was dat maar zo-, maar het is ten diepste ongeloof, hoewel er aan de VU weer positieve tekenen van een kentering zijn waar te nemen. Het is te hopen. Anders is de SoW-kerk ten dode opgeschreven."

U hebt beiden getheologiseerd voor het academisch forum. Had u niet het gevoel dat u officieel bent genegeerd?

Dr. Velema: "Dat heb ik zien gebeuren. Ik heb er nu vrede mee dat aan de VU al mijn publicaties volstrekt zijn genegeerd. Ik ben in alles overtuigd van het goed recht van de vitaliteit van de gereformeerde theologie, al mag die in Nederland dan aan de zijlijn staan."

Dr. Graafland: "Ook in Utrecht zijn de ontwikkelingen doorgegaan. Ooit was J. Severijn rector van de Rijksuniversiteit Utrecht, S. van der Linde rijkshoogleraar voor de predikantenopleiding. Ik was behalve universitair docent bijzonder hoogleraar namens de Gereformeerde Bond. De Reuver is nu alleen bijzonder hoogleraar. Ik heb al in een vroeg stadium gewaarschuwd dat theologieopleidingen zoals de CHE in Ede meer belangstelling zouden krijgen als in Utrecht de gereformeerde theologiebeoefening nog meer naar de marge zou worden gedrongen."

Dr. Graafland, in de richting van dr. Velema: "Toch is mijn benadering anders geweest dan de jouwe. Ik heb jaren in Theologia Reformata bijdragen geschreven over ontwikkelingen in de moderne theologie totdat ik op een gegeven ogenblik overtuigd raakte van de onvruchtbaarheid daarvan. De mensen voor wie het bedoeld was, bereik je niet, en de eigen kring krijgt het gevoel dat het met de eigen theologie wel goed zit. Ik heb daar afstand van genomen en ben mij gaan richten op de eigen traditie. Dat proces heb ik als confronterend en ontdekkend ervaren. Ik wilde de verschuivingen in de traditie blootleggen, voor mezelf, maar ook voor de wetenschap, want dat was mijn vak. In de laatste jaren ben ik daardoor des te dieper in de Heilige Schrift als de hoogste autoriteit verworteld geraakt. Het is uiteindelijk alleen het Woord dat gezag heeft. Ik kreeg daarom moeite met het voortdurend spreken over Schrift en belijdenis als gelijkwaardige grootheden, want met de belijdenis redden we het niet als we die niet terugkoppelen naar de Schrift."

Dr. Velema: "Ik heb de belijdenissen vooral als een functie gezien waarvan ik de vruchten heb geplukt, maar de Schrift is voor mij ook het meest wezenlijke."

Dr. Graafland: " Ik ben overtuigd gebleven van de vitaliteit van de gereformeerde orthodoxie, maar de scholastieke vorm, gericht op logica en evenwicht, voor die tijd weliswaar nuttig, heeft zijn tijd gehad. Alleen de prediking van de Schrift, zoals die ook ontdekt wordt door evangelischen, geeft hoop voor de toekomst. De term gereformeerde orthodoxie spreekt mij niet zo aan, wel die van het gereformeerde belijden en het gereformeerde erfgoed. Ik zie in onze kerken de tendens dat alles vooral nieuw moet zijn, bij de tijd. Het gereformeerde erfgoed spreekt niet aan omdat het niet modern is. Maar wat me opvalt is dat als je de Schrift opent, je aftrek vindt bij jonge mensen. Dat gebeurt weliswaar niet massaal, maar je ziet dat alleen het Woord het doet."

Is de geestelijke kaalslag in de kerken niet groter dan vijftig jaar geleden?

Dr. Velema: "Ja, predikanten bevinden zich in verlegenheid, vooral zij die niet modern willen zijn en het gevoel hebben dat ze het niet redden. Wat dat betreft ben ik niet optimistisch, ook niet als ik de verschuivingen zie bij de hervormd-gereformeerden rond de Schrift."

Dr. Graafland: "De verlegenheidsvragen over de Heilige Schrift, die dr. A. Noordegraaf dit jaar op verzoek van de Gereformeerde Bond aan de orde stelde tijdens een predikantencontio, kun je niet meer vanuit een ivoren toren van het gereformeerde schriftgezag aan de orde stellen. Het gaat erom dat je met hart en ziel geworteld bent in de Heilige Schrift als het Woord van God. Maar tegelijkertijd is het diezelfde Schrift die zich uitspreidt in de geschiedenis en in de levens van mensen. Noordegraaf kent die geestelijke verworteling in het Woord, maar de vragen die hij stelde zijn van belang om te laten zien hoe Gods Woord kan landen in deze postmoderne samenleving."

Staat het schriftgezag juist niet ter discussie in reformatorische kring?

Dr. Velema: "Dat is te veel gezegd. We gaan wel op een nieuwe manier om met de vragen. Ik ben het met Graafland eens dat we met beide benen in deze tijd moeten staan en de vragen rond het schriftgezag ook eerlijk moeten stellen. Het is echter wel belangrijk van waaruit je deze vragen benadert. Hebben jongeren diezelfde geestelijke verworteling als Noordegraaf?"

Dr. Graafland: "Dat is het beslissende punt. Het is niet het gezag van de Schrift dat ter discussie staat, maar de Schrift zelf is opengebroken in deze tijd. Die kunnen we niet meer omtuinen door een orthodox-gereformeerde schriftbeschouwing. Ik waardeer het werk van Loonstra en Den Hertog in jouw kring. Die zijn ook nodig om in afhankelijkheid de Schrift toch Gods Woord te laten zijn. Maar als die verworteling er niet is, kan het stellen van vragen gevaarlijk zijn. Ik maak me grote zorgen om de verworteling, het besef in de omgang met het Woord: Spreek, Heere, want uw knecht hoort."

Was uw beider methode niet anders getoonzet in de verdediging van de gereformeerde leer?

Dr. Velema: "Ik heb met veel belangstelling alles van Graafland gelezen, maar zijn benadering is anders dan de mijne."

Dr. Graafland: "We verschilden in ethische zaken absoluut niet, wel zaten we op andere frontlinies. Onze personen zijn wel verschillend gewaardeerd in onze achterban."

Richting dr. Velema: "Jij was een gezaghebbend figuur in eigen kring, maar op mijn uitspraken en geschriften is in eigen kring vaak erg kritisch gereageerd."

Kwam dat niet doordat u soms wel erg kritisch was richting eigen kring?

Dr. Graafland: "Ja, dat is waar. Het klinkt misschien wat verwaand, maar ik had vaak het gevoel dat ik tien tot twintig jaar vooruit was. Kijk hoeveel mijn boek "Verschuivingen in de gereformeerde bondsprediking" in de jaren zestig losmaakte. Nú is dat algemeen geaccepteerd!" Dr. Velema: "Onze strijd was anders, werd op andere plaatsen gevoerd. We gingen soms verschillende wegen, maar op de essentiële punten vonden we elkaar. Ik heb behoefte dat bij het ouder worden te onderstrepen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Dezelfde strijd, andere fronten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken