Bekijk het origineel

De avondmaalgangers van Petrus Immens

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De avondmaalgangers van Petrus Immens

"Er is geen grotere hinderpaal dan dat men uitstel zoekt"

9 minuten leestijd

In Middelburg werd het avondmaal ongeveer om de twee maanden bediend. Drie weken voor de avondmaalszondag kondigde de predikant vanaf de kansels het aanstaande sacrament af. Dat gebeurde in alle protestante kerken die Middelburg rijk was: zes Nederduits gereformeerde kerken, de Waalse, de Engelse kerk en mogelijk ook in de Lutherse kerk. Na de afkondiging wisten de belijdende leden dat ze een kort huisbezoek kregen.

De afkondiging gaf ook aan dat het tijd was om zich te gaan voorbereiden op het gebruik van het heilig avondmaal. Niemand kon zich verontschuldigen dat men te laat op de hoogte was gesteld van het komende avondmaal. Toch waren er velen in de gemeente die de voorbereiding maar bleven uitstellen.

Immens: "Er is geen grotere hinderpaal dan dat men uitstel zoekt. Dan en dan zal men eens de tijd nemen om zijn hart te schikken. Daar is nog tijd genoeg toe, ofschoon het avondmaal drie weken te voren van de leraars aan de gemeente wordt bekend gemaakt" (blz. 343).

De voorbereidingspreek werd gewoonlijk gehouden op zaterdag voor de avondmaalzondag. Voor liefhebbers hield Immens in de avondmaalsweek aan het einde van de maandagmiddag een bijzondere oefening over het avondmaal. Dit zijn de verhandelingen die opgenomen zijn in "De godvruchtige avondmaalganger".

Woensdagochtend hielden onder andere Immens, De Frein en Smijtegelt om de beurt een oefening over bevindelijk stoffen. Zo ontstond bijvoorbeeld "Het gekrookte riet", en "Des christens heil en sieraad". Gods kinderen kwamen in de week van voorbereiding bijeen om elkaar te stichten op gezelschappen.

Lidmaten

In de week voor het heilig avondmaal werden de lidmaten toegelaten tot de gemeente. De leden konden waarschijnlijk zelf kiezen bij welke predikant ze de belijdenis wilden doen. Uit de rekening van een Middelburgse bakker kan worden opgemaakt dat de nieuwe leden werden getrakteerd op een koek.

In de zeventiende eeuw was het gebruikelijk dat de belijdende lídmaten allen deelnamen aan het avondmaal. Daarbij moet gezegd worden dat er in de gemeente ook waren die wel trouw ter kerke kwamen, maar geen lid werden. Het waren de zogenaamde "liefhebbers der waarheid".

In de tijd van Immens waren de meeste kerkgangers lid. Het was toen al de gewoonte om op jonge leeftijd belijdenis te doen. Wie boven de twintig was en geen belijdenis had gedaan, was laat. Die werden van de kansel aangesproken. "Zitten er hier die nog geen belijdenis gedaan hebben en die al reeds achttien, twintig, ja tweeëntwintig jaar, en zelfs daarboven, oud zijn? Wat scheelt er bij u aan, die reeds die jaren bereikt hebt en nog geen belijdenis doet? Waarom doet gij het niet? Heeft de predikant die in uw wijk is, u niet willen onderwijzen?"

Begerig

Beide groepen vielen onder de pastorale zorg in de prediking, zoals blijkt uit de volgende voorbeelden uit preken van Immens' ambt- en tijdgenoot Smijtegelt. De liefhebber der waarheid: "Is hier een onbekeerde die nog geen lidmaat is? Ik wens dat gij in dit jaar zult moeten zeggen: "Ach Heere, ik kan het niet langer harden, ik moet mijn belijdenis gaan doen. Ik ben er begerig toe."

En de avondmaalsganger uit gewoonte: "Gij die een onbekeerde lidmaat zijt -en al jaar en dag geweest zijt- ik wens dat gij zult moeten zeggen: "Mijn belijdenis maakt mij niet bekwaam om ten avondmaal te gaan." Weet ge wat ik u wens? Gij hebt zo dikwijls uzelf een oordeel gegeten, ik wens u toe dat er ergens een mens geboren mag zijn, of in de dienst van God mag zijn, die God als een pijl zal gebruiken om u het hart te raken, zodat ge niet meer als een zorgeloze of een goddeloze zult gaan, maar als een bekeerde."

Immens benoemt het zelf ook: "Anderen gaan ten avondmaal, omdat zij lidmaten zijn, uit sleur en gewoonte. Ze weten zelf niet waarom, dan omdat anderen het doen. En zij denken niet eens om de Heere Jezus, veel minder dat zij tot Hem de toevlucht zouden nemen" (blz. 302).

Alle lidmaten werden in de weken voor het avondmaal bezocht. Het bezoeken van alle leden was een zware bezigheid voor een predikant. Soms werd hij ondersteund door ouderlingen. Dat was in Middelburg ook zo. Immens' collega Smijtegelt kon het niet altijd aan. Hij vraagt begrip in een preek op 23 januari 1718: "Kan ik naar de zieken zoveel niet gaan, en mijn huisbezoeken voor het avondmaal zo goed niet waarnemen, verdraagt het wat van mij."

Deelname

In een recente studie kon J. H. Kluiver op een verrassende manier uitsluitsel geven over het aantal avondmaalgangers in Middelburg. Hij bestudeerde de rekeningen van de wijnhandelaren en de bakkers ten behoeve van de viering van het avondmaal in het jaar 1672.

Uit deze documenten blijkt dat het avondmaal te Middelburg een massaal gebeuren was. Voor de avondmaalsviering in juli 1672 leverde de wijnhandelaar Cornelis van Kouwenburg 199,5 stoop Spaanse wijn voor een bedrag van 38-4-9. Afgerond op 200 stoop van 2,5 liter was dit 500 liter wijn. Afhankelijk van de per persoon tot zich genomen hoeveelheid wijn volgt uit deze hoeveelheid het aantal avondmaalgangers.

Een teug -of haustus- stelde men op 1,5 à 2 ons, dat wil zeggen circa 45 à 60 cc. Kiezen we een gemiddelde van 50 cc per persoon, de helft van een in onze dagen gebruikelijk wijnglas, dan betekent dit met 500 liter wijn een deelname van 10.000 personen.

Van de bakkers betrok men bij de avondmaalsvieringen 78 broden van negen stuivers en een oortje per brood, volgens de rekening van de bakker Jacob Blaker betreffende de levering van brood voor de avondmaalsvieringen in juli, september en november 1672. De eerste zondag werden 65 broden geleverd, de tweede 13 broden voor in totaal 6-0-3. Dit moeten blijkens de opgaven van prijzen en gewichten uit deze tijd broden van 4 ponden zijn geweest, wat bij het opgegeven aantal broden een hoeveelheid van 145 kilo brood was.

Deze hoeveelheid bevestigt de berekening op basis van de wijn: bij 10.000 avondmaalgangers bedroeg de hoeveelheid brood per persoon 14,5 gram, wat -om het in het spraakgebruik van de zeventiende eeuw te verwoorden- een behoorlijke bete broods was.

Middelburg had in deze tijd een inwonertal van ongeveer 30.000. Daarvan bestond volgens de leeftijdsopbouw in deze periode de helft uit personen beneden de twintig jaar, die niet aan het avondmaal konden deelnemen. Van de resterende 15.000 personen was een deel de meeste tijd afwezig, met name door dienst op schepen, terwijl ook met ziekte en ouderdom rekening moet worden gehouden.

Zelfs indien men deze factoren niet telt, komt de deelname aan het avondmaal voor Middelburg al gauw op tweederde van de bevolking of 66 procent. Blijkbaar was vrijwel iedere volwassen kerkganger belijdend lid en ging deze ook aan het avondmaal. Overigens was deze vanzelfsprekende keuze voor belijdenis en deelname aan het avondmaal tot toenemende ergernis en verontrusting van bevindelijke predikers en kerkgangers. Het leidde tot spanningen in de gemeente.

Avondmaaldienst

Op de avondmaalzondag stonden lange tafels voor in de kerken. Het was in Middelburg heel gebruikelijk dat je pas binnenkwam, wanneer de dienst al een poosje aan de gang was. Je kwam dan voor de preek. Immens legt hier nog maar weer eens de vinger bij. Als je thuis een druk gezin hebt, met veel kinderen, is het niet zo erg, maar "er zijn er ook velen die uit louter gewoonte en met opzet niet eerder in de kerk komen voordat de leraar begint te spreken. Dan beneemt men de aandacht zowel voor zichzelf als voor een ander. Dit is onbetamelijk, ja zondig" (blz. 375).

Bijzonder tijdens de avondmaalszondag zaten er dan mensen in de kerk die extra vroom deden: het hoofd laten hangen, hoorbaar zuchten, enzovoort. Van die poespas moest Immens niet veel hebben: "Foei, die gemaaktheid, die zo riekt naar geveinsdheid en lelijk is voor vroom en onvroom!" (blz. 375). Als tijdens de dienst het avondmaalsformulier gelezen werd, haalden sommigen een vroom boekje uit de zak en anderen gingen een gedeelte uit de Bijbel lezen.

Er waren verscheidene tafels. Het was in Middelburg in de tijd van Immens wel eens voorgekomen dat vromen niet met verwereldlijkte kerkgangers aan de dis wilden zitten. Ze gaven elkaar een teken om op een bepaald moment op te staan en dan gezamenlijk aan de avondmaalstafel plaats te nemen, zodat het een tafel van godzaligen zou zijn. Misschien dat het ook vanwege ergernis was dat een aantal mensen aan tafel zat met de ogen dicht.

Als men aan de tafel kwam, waren er kerkgangers die de tijd namen om de predikant en elkaar hartelijk te groeten. Soms werd er gedrongen om dicht bij de predikant te zitten. Dan wilde men het brood krijgen uit de hand van de predikant zelf en niet nemen uit de schalen die rondgedeeld werden (blz. 379).

Tijdens de tafel sprak Immens enkele stichtelijk woorden, hoewel dat niet algemeen gebruikelijk schijnt geweest te zijn (blz. 380). De predikant sloot de tafel af door zijn zegen op de avondmaalgangers te leggen (blz. 385). Sommigen gingen daarna meteen de kerk uit naar huis. Immens kan zich nog voorstellen dat dat is omdat iemand een noodzakelijk werk gaat doen, maar het gebeurde blijkbaar ook vaak uit minachting voor de rest van de godsdienstoefening. In de middag was er een nabetrachtingsdienst.

Zieken

Volgens de Zeeuwse kerkorde werd in een van de kerken een tweede avondmaalsdienst gehouden, een week nadat het avondmaal was gevierd. Wie de eerste keer verhinderd was, kon alsnog aan de verbondsdis plaatsnemen. Smijtegelt zei hierover in een preek. "De ene zegt: "Ik ben belet door mijn kind." De andere: "Ik ben belet door een zieke." "Ik zal in het hart van de opzieners geven", zegt God, "dat ze in de kerkenordening stellen, dat een week daarna het tweede avondmaal voor die zal gehouden worden." Het was gebruikelijk dat ouderlingen beide keren aangingen.

Als we nog eens naar de rekening van bakker Blaker kijken, moet er stevig gebruik gemaakt zijn van de mogelijkheid om een week later gebruik te maken van het avondmaal: er werd nog eens ruim eenvijfde van de totale hoeveelheid brood geleverd!

Zo werd in de praktijk het avondmaal gevierd in Middelburg. Voor predikanten uit de Nadere Reformatie betekende de woordgroep de "Praktijk van het heilig avondmaal" trouwens iets heel anders. Het ging dan om de praktijk der godzaligheid in voorbereiding en deelname. Die praktijk komt royaal aan bod in het werk van Immens: "De godvruchtige avondmaalganger".

Van het boek "De godvruchtige avondmaalganger" van Petrus Immens brengt uitgeverij De Banier een herdruk uit. Deze verschijnt 300 jaar nadat de eerste druk van dit onder piëtisten zeer populaire werk uitkwam. Reden om in drie artikelen te kijken naar de schrijver (deel 1, vorige week donderdag), naar de praktijk van het avondmaal vieren in Middelburg (deel 2, vandaag), en naar de inhoud van het werk (deel 3, volgende week donderdag).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

De avondmaalgangers van Petrus Immens

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken