Bekijk het origineel

Eeuwige jeugd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Eeuwige jeugd

5 minuten leestijd

"Uw volk zal zeer gewillig zijn op de dag van Uw heerkracht, in heilig sieraad; uit de baarmoeder van de dageraad zal U de dauw van Uw jeugd zijn."

Psalm 110:3

De Kerk der eeuwen heeft Psalm 110 altijd gelezen als een luisteren naar het gesprek tussen de Vader en de Zoon. De apostelen spreken er zo al over in het Nieuwe Testament. En wie thuis is in de zogenaamde oude schrijvers weet wel hoe vaak zij die tekst aanhalen. Ik denk aan de Erskines uit Schotland.

Maar hoewel een gesprek tussen de Vader en de Zoon, de Kerk van Christus is er wél intens bij betrokken. Voor de Kerk zijn gesprekken in de hemel oneindig belangrijker dan welke gesprekken op aarde ook.

Aan Christus wordt door de Vader onder meer beloofd dat Hij een zeer gewillig volk zal ontvangen. Christus is eerst als Koning getekend. Als Koning ontvangt Hij macht over Zijn vijanden (vers 1 en 2). Maar Hij ontvangt ook een andere macht over een eigen volk. Wanneer nu Christus getekend wordt als strijdbaar Koning, is Zijn volk dus een soldatenvolk en gewillig om de Koning in Zijn leger te dienen.

De schrik zou een christen om het hart kunnen slaan. Christus Koning en Generaal en wij soldaten. Waar gaat dat heen met het christenzijn? Maar schrik is niet de reactie die de psalm wil oproepen. Eerder blijdschap, kracht en moed. Dat blijkt wel uit het dichterlijke vers 3. Daar wordt gesproken over de jeugd, die als dauw voortkomt uit de baarmoeder van de dageraad. Wanneer de Zoon van God, de Koning, Zijn leger komt inspecteren, vallen Hem twee dingen op. Ze zijn Hem door de Vader ook beloofd. De gewilligheid van Zijn volk om Hem te dienen en mét en vóór Hem te strijden, en de jeugd van Zijn volk.

Over dat laatste denken we nog even dóór. Een jeugdige Koning en een jeugdig christenvolk. Allereerst de Koning. Jezus Christus bezit een eeuwige jeugd. Hij blijft altijd jong. Hij kent geen veroudering. Hij komt als Zoon altijd "voort uit de Vader." Heel de schepping komt voort uit de baarmoeder van de dageraad van God. Ook de Zoon van God komt voort uit de Vader; wordt door Hem altijd gegenereerd. Zo heeft de Kerk dat altijd van Christus beleden. Er is geen tijd geweest dat Christus niet voortkwam uit de Vader.

De eeuwige jeugd van Christus houdt zo'n heerlijkheid in! Hij was er dus al bij de Schepping. "In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord wás God" (Joh.1:1). En aan het einde; wanneer alles oud geworden zal zijn en voorbij zal gaan (op de jongste dag); dan zal Christus er nog zijn; even jeugdig als altijd.

Het is wat geweest voor Christus om in Zijn heerlijke en eeuwige jeugd op die oude en verouderende aarde te moeten leven. Het is wat geweest dat Hij, Die het eeuwige leven en de eeuwige jeugd bezit, sterven moest. Maar diezelfde eeuwige jeugd heeft Hem ook weer doen ópstaan op de paasmorgen. Om in jeugdige kracht en heerlijkheid op te varen naar de troon van God.

Ook de Kerk van Christus ontvangt een eeuwige jeugd. Hoeveel keer heeft Christus niet gezegd tegen Zijn discipelen: "Ik geeft u het eeuwige leven." Ook de Kerk komt voort uit de baarmoeder van de dageraad en ook op haar ligt de dauw van de jeugd. De kerk komt voort uit de baarmoeder van de wedergeboorte; de geboorte van Boven. Van een christen geldt dus ook dat naarmate hij ouder wordt (naar aardse tijdrekening) hij in werkelijkheid en naar hemelse tijdrekening steeds jonger wordt. Want hij leeft steeds dichter bij de eeuwigheid.

Wie leeft buiten God en los van Christus, wordt steeds ouder en ouder. Leven los van God kan niet duurzaam bestaan. Mensen proberen wel uit alle macht zich aan het leven vast te klampen en de ouderdom te verdoezelen in krampachtige pogingen om jong te blijven. Maar dat baat natuurlijk niet. Alleen de christen blijft altijd jong. Alleen die bezit de eeuwige jeugd. De duivel en al zijn onderdanen zijn gedoemd om almaar ouder en ouderwetser te worden.

Deze eeuwige jeugd, ontvangen van Christus, die (en die alleen) stelt in staat om een gewillig volk te zijn en om gewillig en moedig te strijden in het leger van Christus. Ons doopformulier spreekt van deze strijd in het leger: "Vromelijk (moedig) strijden tegen de zonde, de duivel en zijn ganse rijk." En tot die strijd is dus iedere christen geroepen.

Soms ontmoet je een oude christen aan wie je het bijna kunt zien: die jeugdigheid van geest, die eeuwige jeugd die al door de kieren van het aardse bestaan begint heen te stralen. Wie er nog niets van bespeurt bij zichzelf, die moet weten dat het begint met gewillig onderdaan van de Koning te zijn. Gewillig, dat wil zeggen: gehoorzaam. De ongehoorzaamheid in het paradijs betekende dat wij de eeuwige jeugd hadden verloren; de gehoorzaamheid en gewilligheid betekenen dat wij die eeuwige jeugd van Christus hebben teruggekregen.

Het is nog niet eens het belangrijkste dat wij daar iets van voelen of merken. Het belangrijkste is dat aldus in de hemel is besproken en besloten. Want zó zal het zijn.

Ds. J. J. Verhaar, Houten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Eeuwige jeugd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 2003

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken