Bekijk het origineel

Vermoord op een boerenerf

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vermoord op een boerenerf

6 minuten leestijd

Het proces tegen oud-SS'er Herbertus Bikker, bijgenaamd de Beul van Ommen, laat haar geen dag los. De 81-jarige mevrouw Annie Bosch-Klink, kroongetuige van de moord op verzetsman Jan Houtman, volgt het verloop van de zittingen in de Duitse stad Hagen op de voet. "Ook al is deze man hoogbejaard, het recht moet in zijn leven alsnog zegevieren. Hij heeft willens en wetens een jonge kerel, die in de kracht van zijn leven was, afgeslacht."

Ze stelt de vraag hardop, zittend aan de hoge tafel in de woonkamer van haar boerderij in het Overijsselse Luttenberg. "Hoe kan het zover met een mens komen?" Annie Bosch-Klink slaat vertwijfeld de handen om haar gezicht. "Ik kan het niet begrijpen. Soms heb ik groot medelijden met deze man. Maar als ik dan weer denk aan de slachtoffers die hij heeft gemaakt, dan voel ik een diepe verontwaardiging."

Uit de stapel krantenknipsels, foto's en brieven vist ze een vergeelde prent op van de verzetsgroep die in het najaar van 1944 in de regio Ommen actief was. Met haar vinger wijst ze naar de man uiterst rechts. "Dit is Jan Houtman. Hij is door Bikker op een beestachtige manier om het leven gebracht. Bij ons op het erf, in de koeienstal. Hij heeft gewoon zijn geweer op hem leeggeschoten. In de rug nog wel."

Bikker moet worden gestraft, vindt mevrouw Bosch, ook al is hij 87 jaar oud. "Deze man had nooit zo lang in vrijheid mogen leven", zegt ze. Daarom heeft ze er innerlijk vrede mee dat ze vorige maand toch is ingegaan op het verzoek van de Duitse rechtbank om te getuigen in het proces tegen de oud-SS'er. "Ik heb lang geaarzeld of ik naar Hagen zou moeten gaan. Het raakt mijzelf emotioneel zeer diep. Maar achteraf ben ik blij dat ik het toch heb gedaan."

De moeite die ze had met het verzoek van de rechtbank, ervaart ze ook met vragen van media om haar verhaal te vertellen. "Ik houd journalisten zo veel mogelijk van de deur. Ik wil geen sensatie. Het enige wat ik wil, is dat de waarheid boven tafel komt. Als ik daaraan een bijdrage kan leveren, vind ik het goed."

Verschrikking

Haar herinneringen voeren mevrouw Bosch terug naar het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog. Ze woont met haar ouders, broers en zussen op een boerderij in Hoonhorst, in de omgeving van Ommen. Herbertus Bikker, bewaker van kamp Erica, jaagt in die regio op Joodse onderduikers en leden van het verzet.

De man heeft geen beste reputatie. Hij staat bekend als de Beul van Ommen. Kamp Erica is een verschrikking. Er wordt systematisch mishandeld, zodanig dat zelfs de Duitse inspecteurs er hun verbazing over uitspreken. Bewakers nemen wraak door gelovigen extra te slaan. Zo wordt in oktober 1944 een arrestant met een biljartkeu in elkaar geslagen. "Waarom huil je, lelijke gereformeerde rothond?", krijgt hij, snikkend op de grond, door een bewaker toegebeten.

Op vrijdagmiddag 17 november betrapt Bikker in Lemelerveld verzetsman Jan Houtman en een collega met een blik benzine, nodig voor een bromfiets die in bezit is van de knokploeg. De kampbewaker geeft zijn kompanen opdracht om Houtmans maat direct af te voeren naar kamp Erica. Bikker zelf, gewapend met een geweer, vertrekt met Houtman naar Hoonhorst.

Om voor mevrouw Bosch onverklaarbare redenen is het duo op de boerderij van haar ouders terechtgekomen. Ze vermoedt dat Houtman Bikker heeft willen misleiden. "Wij kenden Houtman niet eens. Het enige wat wij wisten, is dat er op de boerderij van onze buren activiteiten voor het verzet plaatsvonden."

Mevrouw Bosch ziet het tweetal nog het erf op komen. "Op dat moment schrikken mijn drie broers en m'n zwager zich naar. Zij verkeren in de veronderstelling dat het om twee SS'ers gaat. De jongens slaan meteen op de vlucht. Vrijwel meteen daarna belt Houtman aan. Mijn moeder doet de deur open en hoort de verzetsman roepen dat hij "zijn goed" komt halen. Maar mijn moeder begrijpt er niets van. "Wie ben je dan? Ik ken je niet." Daarop vlucht Houtman de gang in, richting de stal. Bikker opent daarop het vuur en zet de achtervolging in."

Kogels

Bij de pomp op het erf wordt de verzetsman door Bikker geraakt. Hij richt zich op, vlucht de stal in en zoekt dekking bij de koeien. Vallend in de mest wordt hij doorzeefd met kogels. De broers van Annie, schuilend op de zoldering aan de overkant van de stal, zien alles voor hun ogen gebeuren. "En nou goed dood!" horen ze Bikker schreeuwen.

Op het moment dat de SS'er terugkeert naar de boerderij, komt Annies vader thuis. Bikker stuift op hem af. "De onderduiker heb ik kapotgeschoten, jij gaat er ook aan", briest hij hem toe. Terugblikkend zegt mevrouw Bosch: "Mijn vermoeden is dat de man geen kogels meer in zijn geweer had. Anders had hij de daad zeker bij het woord gevoegd."

Annies vader ging daarop naar de stal, waar hij Houtman levenloos aantrof. "Wij wisten niet wat we moesten doen. De jongens zijn het bos ingegaan, mijn vader is die nacht thuis gebleven. Wij stonden doodsangsten uit. Zelf ben ik 's nachts nog op pad gegaan om de kleren van de jongens weg te brengen. We hadden ze in een groot laken gewikkeld."

De volgende ochtend heeft Annie eerst nog geholpen met het melken. Al die tijd lag het lichaam van Houtman achter de koeien. Daarna is ze door haar vader erop uitgestuurd om de burgemeester van Dalfsen, een NSB'er, te alarmeren. Die kwam met twee agenten poolshoogte nemen. "Samen met mijn vader hebben zij Houtman op een kar met stro gelegd en afgevoerd naar de begraafplaats. Voordat dat gebeurde, kreeg ik de opdracht het lichaam met een emmer water schoon te spoelen."

Ook boos

Wat Houtman bedoeld heeft met "zijn goed", is voor mevrouw Bosch nog altijd een raadsel. "Achteraf ben ik ook wel boos op de man geweest. Hij heeft ons hele gezin in gevaar gebracht door bij ons aan te bellen. Tegelijk zeg ik erbij dat ik veel respect heb voor zijn werk voor het verzet."

De moordpartij op het boerenerf heeft in huize Klink veel teweeggebracht, zegt de kroongetuige in het proces-Bikker. "De jongens hebben mij alles verteld, al spraken we er niet veel met elkaar over. Dat deed je in de jaren na de oorlog gewoon niet. Zelf ben ik er de laatste maanden meer mee bezig dan de afgelopen zestig jaar.

Toen ik in juli van dit jaar een oproep kreeg van de rechtbank in Hagen, ging er een schok door me heen. Uiteindelijk ben ik blij dat ik erop in ben gegaan. Ik had geen keuze. Bikker is oud, maar wel fel. Tijdens de rechtszitting heb ik hem strak aangekeken. Jij was in 1944 de baas, dacht ik, maar nu ben ik het. Ik hoop dat aan het proces snel een einde komt. Dan kan het boek definitief dicht."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 2003

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Vermoord op een boerenerf

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 november 2003

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken