Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vertalersleed

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vertalersleed

6 minuten leestijd

Het gebeurt vaker. Een historicus overlijdt halverwege een belangrijke opdracht, en een ander ziet zich geroepen het werk af te maken. Zo kreeg dr. Pieter van der Vliet het materiaal dat dr. W. J. C. Buitendijk verzameld had over de Friese dichter en staatsman Onno Zwier van Haren, om op grond daarvan een biografie te schrijven. Zelfs onder romanschrijvers gebeurt het: de romans die in onvolledige staat werden aangetroffen in de nalatenschap van beroemde auteurs als Agatha Christie en Dorothy Sayers zijn door anderen voltooid. En dan maar hopen dat zoiets in de geest van de oorspronkelijke schrijver gebeurt.

Ook bij vertalers komt het voor dat de een noodgedwongen het werk van de ander moet overnemen. Niets mis mee. Tenzij de manier waarop beide partijen werken zo hemelsbreed verschilt dat het moeilijk wordt om er één werkstuk van te maken. En dan beginnen de problemen, zoals vertaler Peter Verstegen ondervond.

Verstegen voltooide recent zijn vertaling van John Miltons indrukwekkende epos "Paradise lost", vorige week in deze krant besproken. "Paradise lost" is natuurlijk niet zomaar een boek. De vertaler die het voor elkaar krijgt dit meesterstuk op een geloofwaardige en poëtische manier in het Nederlands om te zetten, vervaardigt een meesterstuk op zichzelf. Een kwestie van prestige dus.

Op de omslag van het boek prijkte slechts Verstegens naam, naast die van Milton uiteraard. Maar wat blijkt nu? Verstegen was aanvankelijk gevraagd om het werk van vertaler Wim Jonker voort te zetten, die al tien van de twaalf boeken waaruit het epos bestaat af had, toen hij overleed. Volgens een bericht in NRC Handelsblad, vorige week, zijn de nabestaanden van Jonker woedend op Verstegen: hij had immers beloofd dat hij het werk van zijn voorganger slechts zou voortzetten, niet dat hij met een eigen nieuwe vertaling zou komen.

Verstegen verdedigt zich met het argument dat hij met Jonkers werkwijze echt niet uit de voeten kon: "Ik heb Jonkers vertaling pas na zijn dood kunnen vergelijken met het origineel. Toen bleek mij dat Jonker veel vrijer vertaalde dan ik doorgaans doe of wil doen, dat de vertaling 15 à 20 procent langer was dan het origineel en dat er veel begripsfouten in stonden. Ik heb toen gezegd een geheel nieuwe vertaling te zullen maken en die aan Jonker op te dragen of zelfs zijn naam als medevertaler te vermelden, maar omdat de familie zeer giftig reageerde, is dat aanbod weer ingetrokken."

Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep had de keus: óf de vertaling van Verstegen uitgeven, óf zelf op zoek gaan naar iemand die wel bereid was om de vertaling van Jonker af te maken. Ze koos voor het eerste, en volgens de advocaten van de partij-Jonker valt daar geen enkele onrechtmatigheid in te ontdekken. Maar de familie geeft de strijd nog niet op. Jonkers nabe staanden willen nu dat beide vertalingen met elkaar vergeleken worden, omdat Verstegen de klus wel "opvallend snel" klaar had. Verstegen is daar niet bang voor: "Bij vergelijking zal blijken dat er vrijwel geen woord hetzelfde is." (EdB)

Schrijversleed

Adri kon wel huilen. Vijfentwintig jaar lang leverde hij op zijn eigen bescheiden wijze een bijdrage aan de vaderlandse literatuur. Zojuist was hij begonnen aan een nieuw meesterwerk - deel 0 ligt in de winkel, 713 pagina's dik, er volgen nog acht afleveringen. En dan dit! Een "piepkleine advertentie in de krant" van zijn uitgever als enig huldeblijk. Adri kon de woorden en letters op precies drie handen tellen: "Querido feliciteert A. F. Th. van der Heijden met vijfentwintig jaar schrijven in de breedte!" En dan hadden ze nog niet eens door dat hij tegenwoordig alleen onder de initialen van zijn voornamen schrijft.

Waarom geen speciale editie uitgebracht van "Een gondel in de Herengracht", de verhalenbundel waarmee hij in 1978 debuteerde? Of de vijfentwintigste druk van "Vallende ouders", het eerste deel uit de cyclus "De Tandeloze Tijd"? Hij had die cadeautjes toch niet voor niets boven aan zijn verlanglijstje gezet? In de Volkskrant klaagde de geplaagde schrijver: "Kijk, zo'n datum is een mijlpaal. Vijfentwintig jaar publicerend schrijver, dat is een soort kilometerpaal, een houvast. Gerard Reve kreeg in 1972 een jubileumeditie van "De Avonden", dat toen vijfentwintig jaar bestond. Joost Zwagerman, vandaag veertig geworden: interviews, beschouwingen, een essaybundel gewijd aan zijn werk en speciale heruitgaven bij De Arbeiderspers, een feest met toespraak van Harry Mulisch."

Bij zo'n ondankbare uitgever wil een getalenteerd veelschrijver natuurlijk niet blijven. Ferm kondigde A. F. Th. zijn vertrek aan. "In de afgelopen jaren heb ik van Querido royale voorschotten gekregen voor het schrijven aan mijn nieuwe cyclus "Homo Duplex". In totaal gaat het om 1,4 miljoen gulden. Als de gentleman die ik ben, wil ik die voorschotten eerst keurig afbetalen. Tot zolang blijf ik bij Querido publiceren, om te beginnen met deel 1 van "Homo Duplex", dat als "De vondeling" aan het begin van 2004 zal verschijnen."

Inmiddels is de kou al weer uit de lucht. A. F. Th. blijft bij Querido. Hij krijgt alsnog zijn vurig verlangde cadeautje: "Een gondel in de Herengracht" ligt eind volgend jaar opnieuw in de boekwinkels. En deze maand komt er een speciaal nummer uit van het literaire tijdschrift Revisor (een uitgave van Querido), dat he-le-maal aan A. F. Th. is gewijd. Bovendien mag de miskende schrijver voor de komende Boekenweek een Frankrijk-dagboek samenstellen met de titel "Hier viel Van Gogh flauw". Genoeg pleisters op de schrijnende wond dus.

Of had Querido zijn querulant gewoon te vondeling moeten leggen?

Wandelen met Beckman

In Kampen is een Thea Beckman-wandelroute uitgezet, gebaseerd op de romans van de bekende kinderboekenschrijfster Thea Beckman. Afgelopen donderdag nam de schrijfster zelf het eerste exemplaar in ontvangst. Dat gebeurde op een passende locatie: in de 14e-eeuwse Koornmarktpoort.

De romans "Hasse Simonsdochter", "De stomme van Kampen", "Het wonder van Frieswijck" en "Gekaapt!" van Thea Beckman spelen zich af in en om middeleeuws Kampen. De wandeling leidt langs de vele bezienswaardigheden die Beckman in deze boeken beschrijft. Lezers zullen ontdekken dat in hedendaags Kampen nog altijd de sfeer van vele eeuwen geleden valt te proeven.

De route is afgedrukt in een handig, fullcolour boekje met veel foto's, illustraties en informatie over de rijke geschiedenis van Kampen. Verder zijn zoekvragen voor kinderen opgenomen. En natuurlijk ontbreken de tekstfragmenten uit het werk van Beckman niet.

De Thea Beckman-route is voor 3,50 euro verkrijgbaar bij onder meer VVV en ANWB in Kampen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 3 december 2003

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Vertalersleed

Bekijk de hele uitgave van woensdag 3 december 2003

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's