Bekijk het origineel

Selectie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Selectie

5 minuten leestijd

Staatssecretaris mevrouw Nijs heeft vorige week aan de ministerraad een drietal voorstellen gepresenteerd om het gelijkheidsdenken in het hoger onderwijs te doorbreken. Onder de leuze "Hoger onderwijs voor velen" is in de tweede helft van de vorige eeuw het karakter van het universitair onderwijs omgeslagen van elitair naar egalitair. Was tot de jaren zestig de universiteit vrijwel

uitsluitend bereikbaar voor kinderen

van welgestelden, de tweede helft van de twintigste eeuw gaf een geweldige toename van het aantal studenten te zien vanuit vooral de lagere bevolkingsklassen. Het gemiddeld opleidingsniveau van de Nederlandse bevolking is daardoor sinds die tijd fors gestegen.

Weinig soelaas

De enorme toename van het aantal studenten heeft mede tot gevolg gehad dat de aandacht voor de individuele student op de achtergrond is geraakt. Studieprogramma's werden ontworpen op basis van de capaciteiten van de "gemiddelde student". Het probleem daarbij is uiteraard dat de gemiddelde student niet bestaat. Voor een deel van de studentenpopulatie blijkt het studieprogramma te zwaar, hetgeen ertoe leidt dat gemiddeld ruim 30 procent de eindstreep niet haalt. Voor anderen echter biedt het onderwijsprogramma nauwelijks een echte intellectuele uitdaging, terwijl dat nu juist het meest wezenlijke kenmerk van een universitaire studie zou moeten zijn.

Daarom is de aandacht die de staatssecretaris vraagt voor meer differentiatie in het hoger onderwijs bepaald niet misplaatst. De vraag is echter of de door haar aangekondigde maatregelen in dit opzicht veel soelaas zullen bieden. Ik denk het eerlijk gezegd niet. Zo wil zij de universiteiten in de gelegenheid stellen om het collegegeld te differentiëren. Voor weinig populaire studies, zoals wiskunde en natuurkunde, zou het collegegeld fors omlaag moeten om daarmee de aantrekkelijkheid ervan te verhogen. Voor opleidingen in de meer populaire studierichtingen zouden de collegegelden juist omhoog kunnen, mits de universiteiten kunnen aantonen dat ze ook hogere kwaliteit bieden door meer vooraanstaande (en dus dure) wetenschappers in die opleidingen te betrekken.

De eerste maatregel zal naar mijn verwachting nauwelijks effect sorteren. Ik kan mij niet voorstellen dat iemand zich tot een exacte studie laat verleiden omdat het collegegeld zo laag is. De ultieme reden om wiskunde te gaan studeren blijft nog altijd bevlogenheid voor het vak en die zal de aankomende student in het middelbaar onderwijs moeten worden bijgebracht. Omdat het collegegeld slechts 15 procent van de jaarlijkse uitgaven voor studie en levensonderhoud uitmaakt is het effect van een collegegeldverlaging overigens vrij gering.

Voor de tweede maatregel valt meer te zeggen. Nu al vragen veel Nederlandse universiteiten van studenten die van buiten de Europese Unie komen voor bepaalde duurdere opleidingen een collegegeld dat tot zes keer hoger ligt dan het wettelijk vastgesteld bedrag dat een Nederlandse student moet betalen. Het bezwaar echter om voor hoogwaardige opleidingen ook van Nederlandse studenten een hoger collegegeld te vragen, is dat hiermee het beginsel van gelijke kansen voor iedereen weer onder druk komt te staan.

De staatssecretaris is van mening dat van studenten, ook zij die afkomstig zijn uit lagere inkomensklassen, mag worden verwacht dat ze in hun eigen toekomst durven investeren en niet schromen daartoe een forse studieschuld aan te gaan. Immers, een hoogwaardige academische opleiding zal ook deuren openen naar beter betaalde banen, zodat een studieschuld later zonder al te veel problemen kan worden afbetaald. De redenering is op zichzelf genomen juist, maar gaat eraan voorbij dat juist in lagere inkomensgroepen het aangaan van forse schulden op hogere psychologische weerstanden stuit.

Selectie

Als derde maatregel biedt de staatssecretaris universiteiten de gelegenheid een strengere selectie aan de poort toe te passen

en daarmee studenten die onvoldoende

capaciteit of motivatie in huis hebben bij

de poort te weren. Deze selectie zou kunnen plaatsvinden door de aankomende student een aanvullende toets af te nemen. Op

deze wijze gaat er iets af van de vanzelf-

sprekendheid waarmee veel middelbare scholieren zich bij de universiteit melden en zou de motivatie voor de universitaire studie toenemen.

Toch is bij nadere beschouwing ook van deze maatregel weinig heil te verwachten. Voor de zwaardere studies in de exacte richtingen vindt zelfselectie op basis van de resultaten in het voortgezet onderwijs al ruimschoots plaats. Er zijn weinig studenten die ervoor kiezen natuurkunde te gaan studeren als het met de exacte vakken in het voortgezet onderwijs tobben was.

Daar komt bij dat voor populaire studies, zoals economie, psychologie en rechten, de vwo-resultaten weinig voorspellende waarde blijken te hebben voor het studiesucces

op de universiteit. Aanvullende tests blijken hier ook weinig extra informatie op te leveren. Wat in deze studierichtingen wel een goede voorspeller voor studiesucces blijkt te zijn, is het resultaat van de eerste tentamens in de opleiding zelf. Vandaar

dat steeds meer universiteiten ertoe overgaan hun studenten aan het eind van het eerste studiejaar de toegang tot het vervolg van de opleiding te ontzeggen wanneer de resultaten in het eerste jaar te wensen overlaten. Deze selectie vlak achter de poort blijkt dan ook veel doeltreffender dan de door de staatssecretaris voorgestelde selectie voor de poort.

Verruiming

De maatregelen van de staatssecretaris zullen dus naar verwachting weinig zoden aan de dijk zetten om de differentiatie in het hoger onderwijs te vergroten. Het plezierige van de voorgestelde maatregelen is echter wel dat ze het onderwijs ook geen hoofdbrekens hoeven te kosten. In tegenstelling tot veel eerdere bewindslieden biedt deze staatssecretaris de onderwijsinstellingen slechts een verruiming van hun mogelijkheden. Als ze er weinig in zien, behoeven ze er ook geen last van te hebben en kunnen ze ermee volstaan ze naast zich neer te leggen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 27 december 2003

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Selectie

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 27 december 2003

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken