Bekijk het origineel

Sociale zekerheid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Sociale zekerheid

8 minuten leestijd

Per 1 januari 2004 gelden maatregelen die erop zijn gericht zo veel mogelijk mensen aan het werk te krijgen en te houden. Het pakket omvat positieve en negatieve prikkels. Een belangrijke verandering is de invoering van de Wet werk en bijstand.

Nieuwe Wet werk en bijstand

De Wet werk en bijstand heeft tot doel mensen sneller aan het werk te helpen. Om dat te bereiken krijgen gemeenten meer vrijheid om maatwerk toe te passen en een grote financiële verantwoordelijkheid. Gemeenten hoeven zich aan minder regels te houden en het aantal verplichte rapportages aan het Rijk daalt aanzienlijk. Gemeenten krijgen een budget om de uitkeringen te betalen (bijstandsbudget) en een budget om mensen te begeleiden naar een baan (reïntegratiebudget). Zij kunnen bijstandsuitkeringen niet langer bij het Rijk declareren. Gemeenten krijgen er daardoor financieel belang bij zo veel mogelijk mensen aan het werk te helpen en fraude met uitkeringen te bestrijden.Ontheffingen van de sollicitatieplicht voor hele groepen bijstandsgerechtigden mogen niet meer. Wel mag een gemeente in individuele gevallen een uitzondering maken op de verplichting. Bij alleenstaande ouders met kinderen onder de twaalf jaar moeten gemeenten in hun afweging rekening houden met de wens van de ouders en met mogelijkheden om werk en zorg te combineren. Voor mensen ouder dan 57,5 jaar kan sociale activering (vrijwilligerswerk of mantelzorg) een alternatief zijn als er geen sprake is van uitzicht op werk.

Verlenging loondoorbetaling bij ziekte

Werkgevers moeten hun zieke werknemers twee jaar lang 70 procent van het loon door gaan betalen. Voorheen hoefde de werkgever alleen het eerste ziektejaar loon te betalen. Hierdoor schuift de eventuele toegang tot de WAO met één jaar op. De werkgever blijft een jaar langer verantwoordelijk voor zijn werknemers en heeft er dus nog meer belang bij dat zijn (zieke) werknemers weer zo snel mogelijk aan de slag gaan. Met de maatregel wil het kabinet ziekteverzuim en instroom in de WAO terugdringen.

Vrijstelling WAO-basispremie voor oudere werknemers

Werkgevers hoeven geen WAO-basispremie meer te betalen voor werknemers van 55 jaar en ouder. Ook worden de werkgevers van het betalen van deze premie vrijgesteld als zij iemand in dienst nemen van 50 jaar of ouder. Het wordt zo voor werkgevers aantrekkelijker ouderen in het bedrijf te houden of aan te stellen. Werkloze werknemers van 57,5 en ouder met een reële kans op de arbeidsmarkt worden weer verplicht te gaan solliciteren. Met deze maatregelen wil het kabinet de arbeidsdeelname van ouderen verhogen. Met het oog op de kosten van de vergrijzing is deze groep hard nodig.

Verplichte registratie allochtonen in bedrijven afgeschaft

Bedrijven zijn niet langer verplicht een registratie te voeren van de etnische achtergrond van hun personeelsleden. Ook hoeft de werkgever niet meer bij te houden op welk niveau allochtone personeelsleden werkzaam zijn en welke maatregelen worden genomen om evenredigheid van allochtonen te bevorderen. Wel vindt het kabinet dat registratie op vrijwillige basis kan blijven gebeuren.

Meer keuzevrijheid klanten UWV

Alle arbeidsgehandicapten en werklozen met een werkloosheidsuitkering die dat willen, krijgen -als de Tweede en Eerste Kamer akkoord gaan -de mogelijkheid een door henzelf voorgestelde route naar werk te doorlopen. Door het afsluiten van een individuele reïntegratieovereenkomst met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) krijgen zij de regie in handen over hun reïntegratietraject (bijvoorbeeld stage, sollicitatietraining). Hierdoor neemt de keuzevrijheid voor cliënten toe. Vanaf 1 januari 2004 kunnen zij zelf met een plan komen. Het doel van het doorlopen van de persoonlijk vastgestelde route is, evenals in het gewone traject, dat de cliënt werk vindt voor een periode van ten minste 6 maanden.

MINIMUM(JEUGD)LOON

De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon blijven per 1 januari 2004 ongewijzigd in vergelijking met 1 juli 2003. Er volgt geen halfjaarlijkse aanpassing per 1 juli 2004. De nettobedragen zijn, anders dan de brutobedragen, niet wettelijk bepaald. Ze kunnen per bedrijfstak of bedrijf verschillen.

SOCIALE VERZEKERINGEN

Met ingang van 1 januari 2004 worden de uitkeringen op grond van een aantal socialeverzekeringswetten verhoogd. Omdat het bruto wettelijk minimumloon op het niveau blijft van juli 2003 veranderen de bruto uitkeringsbedragen van de uitkeringen die op grond van de Wet koppeling met afwijkingsmogelijkheid aan het brutominimumloon zijn gekoppeld ook niet. De uitkeringsbedragen van de uitkeringen die gekoppeld zijn aan het nettominimumloon veranderen wel vanwege wijzigingen in de premies en belastingen.

AOW

Gehuwde of samenwonende partners hebben elk een zelfstandig recht op een AOW-pensioen dat netto gelijk is aan 50 procent van het nettominimumloon. De AOW voor een alleenstaande is gelijk aan 70 procent van het nettominimumloon. Eenoudergezinnen ontvangen een pensioen dat netto gelijk is aan 90 procent van het nettominimumloon. Het gaat om ongehuwde pensioengerechtigden met een kind jonger dan 18 jaar voor wie zij kinderbijslag ontvangen. Een gehuwde met een partner jonger dan 65 jaar ontvangt een pensioen van 50 procent van het minimumloon (de uitkering voor een gehuwde) en een toeslag van maximaal hetzelfde bedrag (bruto 631,76 euro). Is het recht op pensioen ingegaan vóór 1 februari 1994 en is de partner nog geen 65 jaar, dan komt het pensioen overeen met 70 procent van het nettominimumloon en is de toeslag maximaal 30 procent.

De hoogte van de toeslag is afhankelijk van het inkomen van de jongere partner. Van dit inkomen (voorzover verkregen uit arbeid) wordt eerst een deel buiten beschouwing gelaten. Deze vrijlating bedraagt 15 procent van het brutominimumloon (189,72 euro) en eenderde deel van het meerdere aan bruto-inkomsten. Wat daarna overblijft, wordt in mindering gebracht op de toeslag, die maximaal bruto 631,76 per maand bedraagt. Indien de jongere partner een bruto-inkomen heeft van 1137,36 euro of meer, bestaat er geen recht meer op de toeslag.

ANW

De uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) bedraagt maximaal 70 procent van het nettominimumloon. Nabestaanden die een halfwees onder de 18 jaar verzorgen, krijgen bovendien een inkomensonafhankelijke uitkering van 20 procent van het netto minimumloon. Inkomen in verband met uitkeringen wordt geheel van de ANW afgetrokken. Van inkomen uit arbeid blijft 50 procent van het minimumloon plus eenderde deel van het meerdere buiten beschouwing.

KINDERBIJSLAG

De kinderbijslagbedragen worden halfjaarlijks aangepast op basis van de Wet koppeling met afwijkingsmogelijkheid. Dat betekent voor 1 januari 2004 dat het basisbedrag per kind onveranderd blijft ten opzichte van juli 2003. Het bedrag is 252,31 euro. De hoogte van de kinderbijslag is afhankelijk van de leeftijd van het kind. Voor kinderen die op of na 1 januari 1995 geboren zijn, is de hoogte van het kinderbijslagbedrag alleen nog maar afhankelijk van de leeftijd. Voor kinderen die geboren zijn vóór 1 januari 1995 of die na 1 oktober 1994 6 of 12 jaar worden, bestaat er een overgangsregeling. Deze houdt in dat de hoogte van het kinderbijslagbedrag, naast de leeftijd van het kind, ook nog afhankelijk is van het aantal kinderen in het gezin.

BIJSTAND

De bijstandsuitkeringen, de IOAW- en IOAZ-grondslagen en de uitkeringen op grond van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars (WIK) gaan per 1 januari 2004 omhoog. Dit gebeurt in verband met wijzigingen van belastingtarieven en verzekeringspremies. De verhoging van het nettobijstandsbedrag voor gehuwden en ongehuwd samenwonenden per 1 januari 2004 bedraagt 16,90 euro per maand. De nieuwe Wet werk en bijstand (WWB) kent net als de vorige Algemene bijstandswet landelijke normbedragen voor de hoogte van uitkeringen. De invoering van de WWB per 1 januari 2004 heeft geen gevolgen voor de hoogte van de bedragen.

Niet al het spaargeld behoeft te worden aangesproken voordat men voor bijstand in aanmerking komt. Het vrij te laten vermogen is voor gezinnen 10.130 euro en voor alleenstaanden 5065 euro. Voor mensen die een bijstandsuitkering ontvangen en een eigen huis bewonen, geldt een extra vrijlating van maximaal 42.700 euro. Degenen die volgens de Wet werk en bijstand worden aangemerkt als mensen die vijf jaar of langer een inkomen hebben dat niet hoger is dan de bijstandsnorm, geen in aanmerking te nemen vermogen en geen arbeidsmarktperspectief hebben, komen in aanmerking voor de langdurigheidstoeslag. Deze bedraagt 462 euro voor gehuwden, 415 euro voor alleenstaande ouders en 324 euro voor alleenstaanden. Wie verplicht verzekerd is bij een ziekenfonds moet van zijn of haar uitkering de nominale ziekenfondspremie betalen. Wie niet verplicht verzekerd is, ontvangt bij het normbedrag een vergoeding voor de betaling van een particuliere ziektekostenverzekering, die dezelfde risico's dekt als de verplichte ziekenfondsverzekering. De vergoeding wordt verminderd met het bedrag dat een verplicht verzekerde in dezelfde omstandigheden als nominale premie aan het ziekenfonds moet betalen.

IOAW en IOAZ

De IOAW is bestemd voor oudere langdurig werklozen die 50 jaar of ouder waren op het moment dat zij werkloos werden, en voor gedeeltelijk arbeidsongeschikte werklozen, ongeacht hun leeftijd. De IOAW geldt nadat de uitkeringsperiode voor de werkloosheidswet inclusief de vervolguitkerin g is verstreken. Voor de IOAZ komen mensen van 55 jaar of ouder en gedeeltelijk arbeidsongeschikte ex-zelfstandigen (ongeacht hun leeftijd) in aanmerking die noodgedwongen hun bedrijf of beroep moeten beëindigen.

Voor mensen onder de 21 jaar gelden lagere bedragen. Op de grondslagen worden de bruto-inkomsten uit of in verband met arbeid van de werkloze of zelfstandige en zijn of haar partner in mindering gebracht. In tegenstelling tot de WWB wordt geen rekening gehouden met andere inkomsten en met vermogen. Alleen bij de IOAZ wordt van vermogens boven de 111.303 euro een inkomen van 4 procent van dat meerdere verondersteld.

WIK

Een uitkering volgens de Wet inkomensvoorziening kunstenaars bedraagt voor alleenstaande kunstenaars 70 procent van de landelijke bijstandsnorm, inclusief de maximale toeslag voor een alleenstaande. Alleenstaande ouders en gehuwden of ongehuwd samenwonenden krijgen een iets hoger percentage.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 2004

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Sociale zekerheid

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 2004

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken