Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Onbeschaamd bijbelse wetenschap bedrijven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Onbeschaamd bijbelse wetenschap bedrijven

Dr. M. J. de Vries: Ik ga in Delft niet evangeliseren, maar zal wel eens eeuwigheidsvragen stellen

13 minuten leestijd

Ooit vroeg zijn dochtertje: Zijn er meer dode of levende mensen? "Wat een diepzinnigheid gaat er in kinderhoofden om", constateert dr. Marc de Vries. Hij zou wensen dat wetenschappers in het algemeen en christenwetenschappers in het bijzonder meer van dit soort vragen zouden stellen. De Vries wil zelf het voorbeeld geven. Die kans krijgt hij. Deze maand begint hij aan een nieuwe baan: bijzonder hoogleraar reformatorische wijsbegeerte aan de Technische Universiteit Delft. "Ik wil onbeschaamd uitdragen dat de Bijbel een rijke betekenis voor de wetenschap heeft."

Sneeuw bedekt het uitgestrekte terrein van de Technische Universiteit Eindhoven. Smalle bordjes verwijzen naar het gebouw van het voormalig Instituut voor Perceptie Onderzoek. Op de tweede verdieping, kamer 40, zetelt M. J. de Vries: universitair docent filosofie van de techniek. De 45-jarige wetenschapper is van huis uit natuurkundige. Dat vak studeerde hij aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, met de nadruk op de didactische kant. "In die tijd volgde ik colleges reformatorische wijsbegeerte bij prof. dr. ir. E. Schuurman. Dat was voor mij geen overbodige luxe. Ook al had ik me best al verdiept in de verhouding Bijbel en wetenschap, bij Schuurman leerde ik er dieper en systematisch over nadenken."

Het leven is soms verrassend. Vanaf deze maand gaat De Vries zelf colleges reformatorische wijsbegeerte geven. Niet in Amsterdam, maar in Delft. Nota bene als opvolger van Schuurman. "Ik weet dat hij mijn naam heeft genoemd toen de vacature in Delft bekend werd, maar Schuurman zat niet in de benoemingscommissie. Hij heeft de procedure op afstand gevolgd."

De nieuwe functie -voorlopig voor drie jaar- omvat één dag per week. De andere vier dagen blijft De Vries in Eindhoven werken. De bijzondere leerstoel in Delft wordt betaald door de Stichting voor Reformatorische Wijsbegeerte, die leeft van giften. "Best wel opvallend", constateert De Vries, "dat deze kleine stichting nu zes bijzonder hoogleraren in dienst heeft: Geertsema in Groningen, Utrecht en Amsterdam, Glas in Leiden, Hoogland in Enschede, Kuiper in Rotterdam, Schuurman in Eindhoven en Wageningen en ik in Delft." Het is de bedoeling dat Schuurman ook zijn beide andere leerstoelen opgeeft. Dit jaar doet hij Eindhoven eruit, volgend jaar Wageningen.

Als aanstaand hoogleraar terugkijkt, concludeert hij dat zijn loopbaan tot nu toe wonderlijk is verlopen. "Na mijn studie in Amsterdam werd ik natuurkundeleraar op een christelijke middelbare school in Papendrecht. Daar moest ik na één jaar al weer weg in verband met bezuinigingen. Ik heb toen overal gesolliciteerd in het protestants-christelijk onderwijs, maar kon nergens terecht. Het lukte wel bij de lerarenopleiding in Eindhoven. Ik ging weer natuurkunde geven; niet aan kinderen, maar aan aankomende docenten. Na één jaar werd ik gedetacheerd bij wat toen heette de Technische Hogeschool Eindhoven. Ik mocht vier jaar promotieonderzoek doen naar de didactiek van het vak techniek, dat toen net in het middelbaar onderwijs, in de basisvorming, werd ingevoerd."

"Een van mijn onderzoeksvragen was: Wat voor beeld hebben kinderen van techniek? Dat blijkt een heel beperkt beeld te zijn. Kinderen denken bij techniek aan een grote verzameling apparaten die je aan en uit kunt zetten. Verder niet. Dat techniek ook te maken heeft met waarden en normen leeft totaal niet. Dat komt doordat techniek vooral in het begin als een puur praktisch vak is neergezet. Techniek op de middelbare school was een verlengstuk van handenarbeid. Docenten verdiepten zich niet of nauwelijks in de levensbeschouwelijke achtergrondvragen. Waarom neemt techniek zo'n grote plaats in de samenleving in? Is dat wel goed? Maken we ons als mensen niet te zeer afhankelijk van de techniek?"

In het kader van zijn promotieonderzoek werkte De Vries mee aan een lesmethode techniek in de basisvorming. De methode heet Technologisch en is volgens hem nog steeds een koploper. "Het aardige is dat Technologisch juist wel nadrukkelijk aandacht vraagt voor achtergrondvragen. Het liefst had ik daar als christenauteur antwoorden vanuit de Bijbel op gegeven, maar dat ging te ver. Dat is een probleem waar ik in mijn vakgebied voortdurend tegenaan loop. Als christen weet ik dat de bijbelse waarden en normen de enig juiste zijn, maar dat mag ik in de colleges op de universiteit niet verkondigen."

De Vries is ervan overtuigd dat orthodox-christelijke scholen het beste hun eigen methode techniek kunnen maken. "Dat dat nog steeds niet is gebeurd, verbaast mij. Voor een vak als geschiedenis bestaat zij allang, want ja, geschiedenis heeft met waarden en normen, met levensbeschouwing te maken. Techniek ook, denk ik dan. Toch wordt techniek ook op christelijke scholen nog steeds als een instrumenteel vak gezien. Je kunt toch niet met een reformatorische hamer op een reformatorische spijker slaan? redeneert men. Die houding moet veranderen. We moeten kritische vragen durven stellen bij techniek. Juist kinderen staan daarvoor open. Die komen zelf met de meest diepzinnige vragen."

Na het verschijnen van Technologisch viel De Vries opnieuw een verrassing ten deel. "De voorzitter van de wetenschappelijke begeleidingscommissie van de lerarenopleiding vroeg mij toe te treden tot zijn faculteit als universitair docent filosofie van de techniek. Dat heb ik gedaan. Tegenwoordig heb ik het tij mee. Er is hier, aan wat inmiddels de Technische Universiteit Eindhoven heet, een groeiende aandacht voor reflectie op het vak techniek. Vooral door de ambitie om op die manier de bacheloropleiding aan de universiteit sterker te profileren ten opzichte van die in het hoger beroepsonderwijs. Het toevoegen van filosofische en ethische vakken aan de opleiding blijkt daar een goed middel voor te zijn."

U gaat over twee weken in Delft beginnen; was u niet liever bijzonder hoogleraar reformatorische wijsbegeerte in Eindhoven geworden? Die post komt dit jaar vrij.

"Dat zou een technisch en een inhoudelijk probleem geweest zijn. Het is in Eindhoven de gewoonte dat bijzonder hoogleraren van buiten de eigen universiteit worden aangetrokken. Vaak zijn het mensen uit het bedrijfsleven of van stichtingen. Het zijn niet voor niets bijzondere leerstoelen. Die kun je niet laten bezetten door iemand die aan dezelfde universiteit ook al gewoon hoogleraar is. Dat is ook inhoudelijk niet zuiver. De overgang naar Delft is voor mij overigens niet zo groot. Ik werk al nauw samen met een groep wetenschappers in Delft, onder anderen met Peter Kroes, hoogleraar techniekfilosofie. Met hem krijg ik als bijzonder hoogleraar ook weer te maken."

Dat De Vries de post heeft gekregen, verbaast hem. "Ik heb zelf gesolliciteerd, dus dan hoop je natuurlijk dat je wordt benoemd, maar ik was een relatieve buitenstaander in het wereldje van de reformatorische wijsbegeerte. Ik heb me daar nooit zo in geprofileerd. Dat ik toch ben benoemd, heeft denk ik te maken met drie dingen: Ik houd me al tien jaar bezig met techniekfilosofie, ik werk samen met een groep in Delft en mijn verhaal dat ik voor de benoemingscommissie heb gehouden, is goed overgekomen. Overigens ligt er over de hele procedure een zwarte schaduw. Er was iemand benoemd als opvolger van Schuurman in Delft: Ad Vlot. Hij stond in de startblokken, maar kreeg kanker en is enkele maanden later overleden. Ik ben mijn sollicitatiebrief begonnen met deze tragische gebeurtenis te memoreren."

Prof. Schuurman bepaalt al 35 jaar het gezicht van de reformatorische wijsbegeerte en wordt wel de vader van de christelijke cultuurfilosofie genoemd. U gaat hem opvolgen; dat zal niet meevallen.

Bescheiden: "Voorlopig zal ik wel de "opvolger van Schuurman" blijven." Beslist: "Maar ik zie voor mezelf wel degelijk nieuwe aandachtspunten. Je hebt grofweg gesproken twee lijnen in de techniekfilosofie: de analytische en de kritische. De analytische lijn verdiept zich in de vraag: Wat bedoelen we als we het over techniek hebben? Allerlei technische begrippen worden verhelderd. Iemand als prof. Van Riessen, de voorganger van Schuurman in Delft, heeft zich daar sterk voor gemaakt. Die kennis is echter een beetje weggezakt. Ik wil de analytische lijn weer oppakken.

De kritische lijn velt waardeoordelen. Dat zie je bijvoorbeeld bij een nieuw onderzoeksgebied als de nanotechnologie. Het doel daarvan is moleculen als legoblokjes aan elkaar te verbinden. Op die manier zou je zelfs machientjes kunnen bouwen die zichzelf reproduceren. De kritische lijn in de techniekfilosofie vraagt zich af: Wat kunnen daar de gevolgen van zijn? Willen we bijvoorbeeld het risico nemen dat dergelijke machientjes op hol slaan?

Schuurman is een exponent van de kritische lijn. Hij heeft vooral de invloed van het modernisme met zijn drang tot beheersen behandeld. Ik wil de invloed van het postmodernisme behandelen: het ontkennen van het verschil tussen waarheid en leugen. Op internet bijvoorbeeld komen waarheid en leugen ongecensureerd naast elkaar voor. Het postmodernisme verkondigt ook het einde van de grote verhalen. Daar kan een christen niets mee; voor hem blijft altijd dat ene Grote Verhaal, de Bijbel, overeind staan."

De Vries deed in Eindhoven ervaring op die achteraf een mooie voorbereiding op Delft blijkt te zijn. "We hebben hier een project dat "Norms in knowledge", normen in kennis, heet. Heel opvallend. Alle technische kennis is normatief, ontdekken we. Als ik zeg: Dit is een boormachine, dan lijkt dat een neutrale uitspraak, maar dat is het niet. Ik bedoel eigenlijk te zeggen: Dit apparaat wordt geacht te kunnen boren. Dat is een waardeoordeel. Nog sterker wordt het als ik zeg: Dit is een goede boormachine. Wat bedoel ik met goed? Dat het apparaat mooie ronde gaatjes boort? Dat het veilig boort? Dat het energiezuinig boort? Zulke vragen sluiten prachtig aan bij mijn nieuwe opdracht als bijzonder hoogleraar reformatorische wijsbegeerte."

De Bijbel is voor De Vries daarbij geen last, maar een verrijking. "De Schrift leert ons dat de werkelijkheid geschapen is, een vaste orde heeft en een rijke variatie kent. Maar ook dat de zonde invloed op ons handelen, kennen en denken heeft. Ook dat inzicht is voor ingenieurs belangrijk. Als je weet dat je kenvermogens na de zondeval niet altijd meer op waarheid staan afgestemd maar ook op wat je zelf wilt, dan heeft dat consequenties voor het vertrouwen dat je mag hebben in je kennis. Daar moet je voorzichtig mee zijn. Onze motieven om wetenschap te bedrijven zijn aangetast door de zonde. Niet voor niets steunt en zucht de schepping daaronder."

Zijn studenten tegenwoordig nog geïnteresseerd in de levensbeschouwelijke doordenking van hun vak?

"Dat is heel verschillend. Bouwkundestudenten interesseren zich voor de filosofische achtergronden van techniek. Dat zijn toch een beetje de artiesten. Werktuigbouwstudenten veel minder. Die interesseren zich voor schroeven en bouten. Ze zetten hun hakken in het zand bij filosofische vakken. Net als studenten elektrotechniek. Het is allemaal wat generaliserend gezegd, maar deze studenten kiezen een technische studie om juist verlost te zijn van levensbeschouwelijke en maatschappelijke vraagstukken. Ze willen hun vak studeren en de rest vinden ze wel best."

Wat voor studenten kunt u straks in Delft verwachten?

"Reformatorische wijsbegeerte is een keuzevak. Studenten moeten het dus zelf kiezen. Dat betekent dat ik een gemotiveerd publiek zal hebben. Maar niet een publiek van uitsluitend christenen. Er zijn ook altijd andere stu denten die zeggen: Ik wil daar wel eens meer van weten."

Heeft de aanwezigheid van niet-christenen invloed op de inhoud van uw colleges?

"Ik wil onbeschaamd bijbelse wetenschap bedrijven, wie ik ook voor mij heb. Ik wil laten zien dat de bijbelse visie op de werkelijkheid niet achterhaald is, maar wel degelijk hout snijdt. Eén concreet voorbeeld: Als God zegt dat mensen zes dagen moeten werken en één dag moeten rusten, dan is dat niet om ons te plagen, maar tot ons heil. Dat moest zelfs minister-president Kok destijds toegeven. Alleen de Bijbel werpt het juiste licht op de werkelijkheid om ons heen, en dus ook op de techniek. De Bijbel geeft de techniek een duidelijk doel: techniek is er om te dienen. Om God te dienen en de naaste. Dat is een uitnodiging aan iedereen, christelijk of niet. In die zin wil ik mijn colleges in Delft ook zien als een opstapje naar zaken van eeuwigheidswaarde. Ik ga niet evangeliseren, maar als de bijbelse waarden en normen de enig juiste blijken te zijn, als de bijbelse analyse van de werkelijkheid blijkt te kloppen, zou de Bijbel dan ook geen gelijk kunnen hebben als het gaat om het leven na dit leven? Die vraag wil ik op z'n minst stellen."

Is het inmiddels breed geaccepteerd dat neutrale wetenschap niet bestaat en elke wetenschapper uitgaat van al dan niet religieuze vooronderstellingen?

"In theorie wel, maar in de praktijk stuit je toch vaak op de onwrikbaarheid van bijvoorbeeld de evolutietheorie. Als je eerlijk bent, moet je vaststellen dat je de evolutietheorie kunt ontkrachten noch bewijzen. Datzelfde geldt voor de scheppingsleer. Hele generaties wetenschappers zijn opgeleid met de gedachte dat iets alleen echte wetenschap is als het bewezen is. Laten we hopen dat komende generaties daar afstand van doen. Ik wil daar in mijn colleges een handje bij helpen."

De Vries is getrouwd, heeft vier kinderen in de leeftijd van 9 tot 19 jaar, woont in Papendrecht en is daar ouderling in de hervormde gemeente. "Van huis uit ben ik christelijk gereformeerd; opgegroeid in Haarlem. Toen we verhuisden naar Papendrecht, zijn we ook daar christelijk gereformeerd gaan kerken. Er kwam echter steeds meer een postmodern klimaat in die gemeente. Ik heb geprobeerd te laten zien, ook in de kerkenraad, wat de waarde van de gereformeerde belijdenis is, maar dat landde op den duur niet meer. Heel triest. Mijn vrouw en ik zijn ons toen elders gaan oriënteren. In de plaatselijke hervormde gemeente troffen we wel trouw aan de gereformeerde belijdenis en een bevindelijke prediking aan. We zijn daar toen lid geworden."

Gaat u mee naar de PKN?

"Ja. Het overgrote deel van hervormd Papendrecht gaat mee. Er zijn twee wijken: Oost en West. Oost is de meest traditionele wijk. Daar is een kleine groep mensen die niet mee wil naar de PKN. In wijk West, waar ik toe behoor, zou ik geen tegenstanders kunnen noemen. Het is mijn overtuiging dat we onze uiterste best moeten blijven doen om in de nieuwe kerk op te komen voor de gereformeerde belijdenis. In wezen is de situatie nu, in de sterk verdeelde Hervormde Kerk, niet anders. Ook daarin vormen bijbelgetrouwe kerkleden een minderheid. Ik voel mij thuis bij de lijn van Hendrik de Cock. Niet zelf de kerk verlaten, maar als het niet anders kan, je eruit laten zetten. Die lijn spreekt mij meer aan dan die van de Doleantie. Abraham Kuyper zorgde eerst dat hij alles geregeld had en knipte vervolgens het lint met de Hervormde Kerk door. Dat is mij te berekenend."

U was vier jaar lid van het hoofdbestuur van de RPF. Hoe kijkt u nu tegen de ChristenUnie aan?

"Ik sta nog steeds vierkant achter de fusie tussen RPF en GPV. Jammer natuurlijk dat de ChristenUnie tot nu toe alleen maar verlies heeft geleden. De belangrijkste oorzaak daarvan is naar mijn mening het strategisch stemmen geweest. Er moest bij de laatste kamerverkiezingen een CDA'er in het zadel worden geholpen. Veel strategische stemmers kregen spijt als haren op hun hoofd toen ze zagen wat de gevolgen voor de ChristenUnie waren."

Hebt u zin om te beginnen in Delft?

"Heel veel. Ik heb al voor de studentenvereniging CSR in Delft opgetreden en verteld wat ik zoal ga behandelen tijdens de colleges. Verscheidene studenten reageerden enthousiast: "Wij komen luisteren." Dat stimuleert me."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 2004

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Onbeschaamd bijbelse wetenschap bedrijven

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 januari 2004

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken