Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Helden en schurken in oorlogsboeken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Helden en schurken in oorlogsboeken

9 minuten leestijd

Dikke boeken verschijnen er over de Tweede Wereldoorlog, dit jaar meer dan ooit. Grondige studies over de invasie, het verzet, de Jodenvervolging. Maar wie eerlijk is, moet bekennen dat zijn beeld van de oorlog voor een groot deel bepaald is door de boeken die hij als kind las. Jan de Boer en Evert Gnodde zitten voor altijd in het geheugen van menig vaderlander, wat hij later ook gelezen mag hebben. Welk beeld van de jaren '40-'45 hebben auteurs als Anne de Vries, K. Norel en Piet Prins verankerd in de collectieve herinnering van het protestantse volksdeel? Schrijven ze over helden en schurken of zijn hun hoofdpersonen gewone mensen met gewone problemen? Bieden ze een waarheidsgetrouw beeld van de gebeurtenissen, of romantiseren ze de zaak? Laten ze hun lezers de ernst van de oorlog beseffen of geven ze hem juist het gevoel "Wat jammer dat ik de oorlog niet meegemaakt heb"? Op deze pagina aandacht voor bekende en minder bekende protestantse jeugdboeken over de oorlog. Ze bieden spanning en avontuur, maar ook honger, angst en verdriet komen aan de orde. Opvallend is dat de meest sensationele verhalen -soms ook met de meest karikaturaal aangezette personages- het kortst na de oorlog verschenen. In de loop van de tijd kwam steeds meer nadruk te liggen op realisme en waarschijnlijkheid. Die ontwikkeling mondt de laatste jaren uit in verhalen van kinderen die een historische speurtocht op touw zetten, bijvoorbeeld naar het verleden van hun grootouders. De oorlogsjaren zijn geschiedenis geworden.

Urker heldenepos

In een Urker vissersgezin slaat de ontzetting toe als een zoon zich met zijn vriend aanmeldt bij de Duitse Wehrmacht. Een verrader, vreest het thuisfront. Dat is natuurlijk uitgesloten, want daarvoor zit de liefde voor volk en vaderland bij het dappere tweetal veel te diep.

Niet verwonderlijk dus dat beiden, zodra de gelegenheid zich voordoet, met bewakingsvoertuig 567 -nota bene de oude Urker vissersschuit van de hoofdpersoon- koers zetten richting Engeland. Daar sluiten ze zich aan bij de marine.

Als D-day een feit is en ook de Slag om Arnhem is gestreden, staat niets een gelukkig weerzien van de hoofdpersoon met zijn geliefde in de weg.

Het oorlogsproza van Norel is in zijn soort, het eendimensionale heldenepos, nog altijd onovertroffen. "Voortdurend rommelen explosies, donderen kanonnen, blaffen mitrailleurs. Van hoge masten maaien felle bundels over zee, en zodra een M.T.B. in zulk een kegel wordt gevangen, dondert het geschut en sproeien kogels uit de Duitse mitrailleurs."

Meer dan een sterk geromantiseerde ode aan de vechters voor de vrijheid heeft Norel zijn lezers nooit willen bieden. Een belemmering voor zijn trouwe, grotendeels uit de bevindelijk gereformeerde hoek afkomstige lezerspubliek is dat nooit geweest; dat verslond en verslindt zijn smeuïge verhalen.

K. Norel, "Engelandvaarders" (1945-1947).

Echte verzetsmensen

De omnibus "Reis door de nacht" vertelt het verhaal van de familie De Boer, die vanaf het uitbreken van de oorlog verzeild raakt in het verzet. De Vries schetst realistisch de verwarring van de eerste oorlogsdagen, het contrast tussen het landelijke Drentse leven en de verschrikkingen van het geweld, de jacht op de Joden en vooral de verbeten verzetsactiviteiten van vader De Boer en diens jongens.

Sympathie heb je als lezer voor deze verzetsmensen, zonder dat De Vries hun buitenproportionele grootheid toedicht: juist niets menselijks is hun vreemd, ze kunnen bang zijn, aarzelen, zweten, huilen enzovoort.

De Vries laat vader De Boer zijn zoons waarschuwen dat je geen mensen mag haten, maar alleen het kwaad. Bovendien, ook de Engelsen hebben hun concentratiekampen gehad. Er zijn trouwens NSB'ers die geen kwaad in de zin hebben. Maar buurman Walinga is niet alleen NSB'er, hij is een slecht mens en dat is nog gevaarlijker. De termen zijn dus niet inwisselbaar.

Het front van het goed-foutperspectief loopt vooral tussen verzetsmensen en onderduikers versus landverraders, voor wie de auteur geen begrip heeft. De roman heeft onmiskenbaar documentaire waarde: De Vries heeft eigen ervaringen en die van anderen verwerkt. In de jaren vijftig was Anne de Vries met dit boek en titels als "Bartje" (1935), "Bartje zoekt het geluk" (1940) en "Hilde" (1939) de meest gelezen schrijver van Nederland.

Anne de Vries, "Reis door de nacht" (1951-1958).

Snuf ontwijkt Duitse kogels

Als jongeling op het Groningse land droomde het GPV-kamerlid Pieter Jongeling (1909-1985) al van het schrijverschap. De hond van z'n opa inspireerde hem tot de Snuf-serie, geschreven onder het pseudoniem Piet Prins.

Absolute held is Snuf, een schrandere, buitengewoon sterke viervoeter met fijne neus, die met zijn baasje Tom en diens twee vrienden de strijd tegen de Duitsers aanbindt. Snuf bijt aanvallers in arm of been, gaat hulp halen, brengt briefjes bij de juiste personen, ontwijkt kogels -en overleeft ze als ze raak zijn-, houdt zijn vluchtende baasje boven water als deze bijna verdrinkt, slaat Duitsers tegen de vlakte en houdt ze zonodig in bedwang.

Prins schetst een eenvoudig wereldbeeld waarin de lokale bevolking een verwoede strijd voert tegen "de Duitsers" -in het verhaal een soortnaam voor onderdrukkers en indringers. Nuances laat hij soms toe, want er zijn ook Duitse soldaten die zich schamen voor de "laffe daad" van hun officier die de zwemmende Snuf wil neerschieten.

Toch kan de stoutste jongensdroom niet tippen aan het slot: Tom, Karel en Bertus worden, gehuld in een echt Canadees uniform, bevrijders van hun eigen dorp! Kortom, zonder Snuf en Tom was dit dorp nooit bevrijd. "Mijnheer Sanders, uw jongen heeft zich als een held gedragen."

In de Snuf-serie verschenen negen delen. Prins is ook auteur van de boeken over de verzetsjongens Daan en Sietze.

Piet Prins, "Snuf de hond" (1954).

Een onvermijdelijk drama

Opeens was hij er: de jeugd- en oorlogsroman "Oorlogswinter" van Jan Terlouw. Als politicus voor D66 zich nooit kunnen ontpoppen, maar schrijven kon hij als de beste. In zijn indrukwekkende verzameling romans, waarbij "Oorlogswinter" dus opmerkelijk genoeg de enige is die zich afspeelt in de Tweede Wereldoorlog, doet Terlouw wat hem in Den Haag maar niet wilde lukken: het bedenken en consequent uitwerken van een ingenieus plot.

Zodoende is "Oorlogswinter" geen roman waarin allerlei al dan niet waargebeurde ervaringen elkaar in sneltreinvaart opvolgen waarvan de lezer zelf maar moet uitmaken of hij er lering uit kan trekken. Terlouw doet het net andersom: eerst het plot en de boodschap en pas dan het verhaal.

Het plot van "Oorlogswinter" rust op drie pijlers: niemand kan in oorlogstijd de gevolgen van zijn handelen overzien, ongewild raakt iedereen bij de oorlog betrokken en in oorlogstijd is een jongen van 16 een man.

Het lijkt de voorbode van een oersaaie verhandeling. Tot je als lezer tot je ontzetting gewaarwordt wat de hoofdpersoon in "Oorlogswinter" is overkomen: zijn beste vriend, tevens zijn grote verzetsheld, blijkt ongewild en onbedoeld de hand te hebben gehad in de fusillade van zijn vader. Als de hoofdpersoon die ontdekking doet, is de oorlog voorbij en rest slechts één constatering: gedane zaken nemen geen keer.

"Het heeft geen zin erover te praten", zegt Dirk verontschuldigend tegen Michiel. "Nee", zegt deze, "één ding heeft maar zin. Nooit meer in een oorlog vechten, alleen nog ertegen."

Jan Terlouw, "Oorlogswinter" (1972).

De blik van een zesjarige

"Als mijn zoon een boek van Piet Prins had gelezen, zei hij: "Dat was spannend, pa, maar 't is zeker weer niet echt waar"", sprak de inmiddels overleden onderwijzer en oud-RD-medewerker M. Kanis, alias Oom Rien, in 1999 in deze krant.

Begin jaren tachtig gaf hij gehoor aan de oproep van zijn zoon "om te schrijven hoe de oorlog werkelijk was." Die inspanningen resulteerden in een tiendelige serie waarin de zesjarige Maarten Gunnink en zijn makkers centraal staan.

Voor de valkuil van het zoveelste heldenepos bleef Kanis inderdaad bewaard, maar dan vooral doordat hij koos voor een hoofdpersoon van zes jaar. Die verricht nu eenmaal geen verzetsdaden en over genuanceerde oordelen over goed en kwaad wordt een kind van die leeftijd nog niet geacht te beschikken. De pretentie dat kinderen er de Maarten Gunnink-serie maar op na hoeven te slaan "om te weten hoe de oorlog werkelijk was" is dan ook enigszins misleidend.

Ook een krachtmeting met Piet Prins is niet aan de orde. Daarvan zou pas sprake zijn als ook in Kanis' verhalen een hoofdrol was weggelegd voor volwassenen, verzetshelden en NSB'ers, iets wat niet het geval is.

Jong als Maarten is heeft hij de neiging te pas en te onpas te vervallen in jeugdige overmoed en stoerdoenerij. Gruwelijke gebeurtenissen als bominslagen en fusillades én de wijze lessen van vader en moeder Gunnink voorkomen erger.

M. Kanis, "Maarten Gunnink-serie" (1985-1991)

KADER

J. W. Ooms, "Met paarden door de nacht" (1947) en "Zwarte Tinus de verliezer" (1948). Spannende avonturen, afgewisseld met stichtelijke overpeinzingen. Centraal staat de dappere Paardenploeg, die de bezetter op alle mogelijke manieren probeert tegen te werken, daarin gedwarsboomd door Zwarte Tinus, een ongelooflijk domme NSB'er. "Jij zal hangen aan de hoogste galg", is zijn geliefkoosde dreigement.

W. Broos, "Henk Bouwens oorlogstrilogie" (1947-1949). Trilogie vol nationale trots. Jongen van zestien maakt alles mee wat er in de oorlog maar mee te maken valt - gelukkig is hij aan het eind van het verhaal achttien, zodat hij ook als BS'er zijn sporen kan verdienen. Oorspronkelijk in drie delen verschenen: "Henks kooivakantie", "Henk slaat zijn vleugels uit", "Henk vecht mee".

B. Dubbelboer, "Geheim verzet" (1967). Met vaart geschreven jongensboek waarin de oorlog wordt afgeschilderd als een buitengewoon vermakelijke periode. Geert Postma en Willem Verhoog, beiden 12 jaar, beleven veel plezier aan het dwarszitten van domme Duitsers en -vooral- foute Nederlanders.

G. van Essen, "Het hol op de hei" (1970). Voor de 11-jarige Kees Valk is de oorlog geen aangenaam tijdverdrijf. De stadsjongen raakt betrokken bij een aantal incidenten die werkelijk gebeurd (kunnen) zijn. Overdreven heldendaden ontbreken; Kees is eerder bang dan moedig. De oorlog bestaat voor hem uit razzia's, onderduikers, gaarkeukens, NSB'ers en lange tochten om voedsel te verzamelen. Van de échte gruwelen heeft hij geen weet. In een onbezonnen moment 'verraadt' Kees z'n eigen ondergedoken broer aan een voormalig vriendje, wiens vader nu bij de NSB zit.

John G. Veenhof, "Jong gestorven helden" (1977). Onopgesmukt verslag van de kansloze strijd van een Nederlandse mitrailleurgroep in de meiddagen van 1940 op de Grebbeberg bij Rhenen. Mede gebaseerd op de verhalen die twee oud-strijders konden navertellen. De strijd komt in al zijn weerzinwekkende gruwelijkheid op de lezer af. De hoofdpersonen komen niet echt uit de verf.

Evert Hartman, "Oorlog zonder vrienden" (1979). Een van de zeldzame boeken waarin de oorlog wordt beschreven vanuit het gezichtspunt van een 'foute' Nederlander: de 14-jarige Arnold Westervoort is zoon van een NSB'er. Klasgenoten kijken hem met de nek aan. Toch wil hij Marloes, die voor de ondergrondse werkt, niet verraden.

Ben Slingenberg, "Soms wens je alles anders" (2001) Eigentijds verhaal waarin een kleindochter op zoek gaat naar het verleden van haar opa. Zijn geheim, bewaard sinds de oorlog, heeft niet zozeer te maken met grote verzetsdaden of nationale trots, maar met verdriet en verlies.

Janne IJmker, Mijn vriend Samuel (2002) Historisch jeugdboek over Drents meisje, dat vriendschap sluit met Joodse man uit een werkkamp in de buurt die na verloop van tijd naar Westerbork wordt gevoerd. Oorlogsleed wordt afgewisseld met beschrijvingen van het dagelijks leven in een boerengezin. Literair en een beetje diepzinnig geschreven.

Bert Wiersema, Afrekening in Normandië (2003) Mix van ernstige beschouwing en sensationele avonturen. De familie Lammers bezoekt als toerist de slagvelden in Normandië en komt onder de indruk van de gebeurtenissen. Intussen broeden twee misdadigers -uit wrok over een gebeurtenis in de oorlog- een onheilspellend plan uit. Volop spanning. Verschenen in de avonturenserie Logboek Lammers.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 2 juni 2004

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Helden en schurken in oorlogsboeken

Bekijk de hele uitgave van woensdag 2 juni 2004

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken