Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De geschiedenis van een Spaans-Joodse familie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De geschiedenis van een Spaans-Joodse familie

Avraham Havilio's sefardische voorouders vestigden zich in de dertiende eeuw in Jeruzalem

9 minuten leestijd

Op de Olijfberg ligt het graf van de in 1265 overleden Yehiel Havilio. Het is, voorzover bekend, de eerste Havilio die vanuit Spanje naar Jeruzalem trok. Anno 2004 spreekt de sefardisch-Joodse familie Havilio nog altijd Spaans.

Toeristen schuifelen onder de groenblauwe dekens, zwartleren jacks en oranjegele bedoeïenenjurken door. De Arabische handelaars zuigen aan hun waterpijp of drinken Turkse koffie. Het straatje in de Oude Stad van Jeruzalem daalt af in de richting van de Haram al-Sjarif, de gebedsplaats voor de moslims die onder Joden en christenen bekend staat als de Tempelberg.

Het was in de "soek" (Oosterse markt) waar de vader van Avraham Havilio in de jaren dertig zijn winkel had voor mediterrane lekkernijen en het daaraan verbonden fabriekje. Joden, moslims en christenen hadden toen weliswaar hun eigen wijken, maar hier en daar leefden en werkten ze door elkaar. "Mijn vader had veel Arabische vrienden", zegt Avraham Havilio. Het leven van zijn Spaans-Joodse familie stond dicht bij de Arabische oosterse cultuur. De Joodse Havilio's hebben eeuwenlang naast de Arabieren gewoond.

Dat Avraham Havilio oude wortels heeft in de stad weet hij al sinds zijn prille jeugd. Een kind komt normaal gesproken niet op een begraafplaats, maar bij hem was dat anders. Twee keer per jaar -met het Joodse paasfeest en het Joodse nieuwjaar- bezocht de familie de eeuwenoude Joodse begraafplaats op de Olijfberg. Zijn vader had een lange lijst met namen van vroegere familieleden en de plek waar ze lagen begraven.

Grafstenen

Zo kwam hij op de Olijfberg de naam tegen van Yehiel Havilio, die in 1265 werd begraven. Deze Yehiel was het eerste lid van zijn familie die vanuit Spanje in Jeruzalem terechtkwam. Waarom hij naar Palestina trok weet zijn verre nazaat niet zeker, maar een vermoeden heeft hij wel. In die tijd werden in Spanje Joden namelijk gedwongen openbare discussies te voeren met rooms-katholieken, waarbij elke partij haar theologisch gelijk probeerde te halen. Wat de uitkomst van het dispuut ook was, het kwam er altijd op neer dat de Jood het land moest verlaten.

Om deze reden arriveerde in 1267 ook de Joodse geleerde Nachmanides in Jeruzalem. De komst van Nachmanides was van groot belang voor de Joodse geschiedenis van de stad. De Joden mochten van de kruisvaarders namelijk niet meer in Jeruzalem wonen. Maar nadat de islamitische veldheer Saladin de kruisvaarders in 1091 versloeg, kregen de Joden toestemming naar hun heilige stad terug te keren. Zo werd niet alleen Nachmanides, maar ook de naam Havilio verbonden met het herstel van het Joodse leven in de heilige stad.

Het graf van Yehiel is zoekgeraakt. Nadat de Jordaniërs Oost-Jeruzalem in de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 hadden veroverd, werd de eeuwenoude Joodse begraafplaats op de Olijfberg door de Arabieren ontwijd en verwoest. De stenen werden gebruikt voor de constructie van huizen en over de begraafplaats werd een weg aangelegd.

Toen Avraham Havilio na de Zesdaagse Oorlog van 1967 opnieuw naar Oost-Jer uzalem kon, ging hij op zoek naar grafstenen van zijn familie. De Arabieren hadden de bovenste stenen weggenomen. Daaronder lagen stenen met nieuwe namen van verwanten die in de heilige stad hadden geleefd.

Waarom lagen zijn voorouders juist daar? De moslims begroeven hun doden buiten de muur tussen de Leeuwenpoort en de Gouden Poort. Christenen bezaten hun eigen begraafplaatsen, die waren verbonden aan de kerkelijke denominaties. Maar de Joden werden op de Olijfberg naar hun laatste rustplaats gedragen. "Het geloof was dat de Messias uit het oosten zou komen", zegt Avraham Havilio. "Degenen die op de Olijfberg begraven lagen, zouden daarom het eerste uit de doden opstaan."

Sporen

Avraham Havilio is inmiddels de sporen nagegaan van generaties wijze mannen, rabbijnen, zakenlieden en artsen. Lang niet alle Havilio's trokken naar Palestina. Een van zijn naamgenoten bleef in Spanje. In 1492, toen de Spaanse koning Ferdinand van Aragon en koningin Isabella van Castilië het Edict tot Uitwijzing der Joden uitvaardigden, woonde in het Spaanse plaatsje Vitoria een Joodse gemeenschap. "Vrijwel alle artsen waren Joden. Toen het bevel tot verbanning bekend werd, gingen de christelijke leiders naar de Joodse gemeenschap en zeiden: "Wij hebben niets met deze order te maken. Blijf alsjeblieft. Anders is er niemand om voor ons te zorgen."

De Joodse leiders wilden een paar dagen om erover na te denken. Toen zeiden ze: "Wat jullie vragen is onmogelijk. Zij die blijven moeten zich bekeren. Maar we zullen een groep artsen vertellen dat zij kunnen blijven zonder hun gezinnen, zodat minder mensen gedwongen worden zich te bekeren. Maar je moet één ding beloven: dat niemand ooit de Joodse begraafplaats en de grafstenen aan zal raken." Een van de dokters die achterbleef is Avraham Havilio."

Een kleine variatie op de spelling van de naam Havilio is te vinden in een zeldzame Bijbel in het Israël-museum. De Bijbel werd vóór 1287 in Soria in Spanje geschreven en behoort tot de oudste Hebreeuwse Bijbels in Castilië. Aan het einde van het boek Maléachi is toegevoegd dat op 28 december 1287 Samuel Mano de Bijbel verkocht aan een zekere Jacob Judah Havillo.

Jaren dertig

Avraham Havilio's familie heeft door de jaren heen heel veel meegemaakt. Zijn ouders woonden aanvankelijk in het Joodse kwartier van de Oude Stad van Jeruzalem. Aan het belangrijkste straatje in de soek waren allerlei bedrijfjes gevestigd. De zijstraten kenden elk hun specialiteit: winkels voor katoen, juwelen of kruiden.

In 1927 veroorzaakte een aardbeving opschudding in de heilige stad. Deze veroorzaakte weinig doden, maar er waren wel veel gewonden en de materiële schade was groot. Zijn moeder eiste dat ze hun oude huis in het Joodse kwartier van de Oude Stad zouden verlaten. Ze verhuisden naar een van de nieuwe wijken buiten de muren, waar steeds meer Joden en Arabieren heengetrokken waren. In hun nieuwe huis aan de Jaffastraat werd Avraham in 1928 geboren.

In zijn jeugd liepen de spanningen in Palestina steeds verder op. Joodse immigranten arriveerden, ondanks de tegenwerkingen van de Britse bezetters. Tussen 1936 en 1939 braken hevige anti-Joodse rellen uit. In 1936 verliet zijn vader met hulp van een Britse politieman de winkel in de Oude Stad. Op de laatste dag dat hij er was, wierp een Arabische jongen een steen naar hem.

De Arabische buurtbewoners waren echter zeer verbolgen op de dader. "Ze liepen met mijn vader mee door de soek zodat er niets met hem zou gebeuren. Mijn vader had veel Arabische vrienden. Zo kwamen verschillende moslims voor de Grote Verzoendag naar mijn vader toe om hem een goede vastendag toe te wensen."

1948

In november 1947 besloten de VN het Britse mandaatgebied Palestina te verdelen in een Joods en een Arabisch gedeelte. Met deze beslissing gingen de Joden akkoord, de Arabieren niet. Vijandelijkheden braken uit. Joden werden gedwongen een aantal wijken op te geven, de Arabieren verlieten andere wijken.

Havilio zegt met stelligheid dat de Arabische families in Jeruzalem niet gedwongen werden te vertrekken voordat David Ben Gurion op 14 mei 1948 de onafhankelijkheid uitriep. "Integendeel. De Haganah (het Joodse leger van die tijd) riep zelfs via luidsprekers rond: "Verlaat je huizen niet.""

Het liep echter anders. De Arabieren namen hun huisraad mee, sloegen dat op en huurden kamers in de kloosters van de Oude Stad. De Arabieren die vluchtten, waren vaak vooraanstaande Arabische christenen. In veel gevallen ging het om artsen of advocaten. Deze christenen waren volgens Havilio de elite van de niet-Joodse gemeenschap.

Hij herinnert zich dat aan het einde van april 1948, toen hij in het centrum van West-Jeruzalem wandelde, hij zich opeens realiseerde dat er geen Arabische families meer overgebleven waren in het nieuwe, westerse gedeelte van de stad. "Het deed werkelijk pijn. Ik zei: "Dit is onmogelijk." Mijn vader zei bij de maaltijden: "Arme stakkers, waar zijn ze gebleven? Wat is er met hen gebeurd?""

Telefoontjes

Avraham herinnert zich dat zijn vader steeds telefoontjes van Arabieren kreeg. "Dat gebeurde toen de telefoonlijnen nog werkten, toen de Britten hier nog waren. Ze zeiden: "Meneer Havilio, wil je op ons huis passen?" Mijn vader zei: "Geen sprake van." Toen zei iemand: "Maar we dachten dat we vrienden waren. Mijn vader antwoordde daarop: "We zijn broeders. Maar als ik je sleutels bewaar, dan is het alsof ik je dwing te vertrekken. Ik geloof dat je niet moet vertrekken, maar dat we een oplossing moeten vinden. Wat er ook met jullie gebeurt, dat gebeurt ook met ons."

Onmiddellijk nadat op 14 mei 1948 David Ben Gurion de Joodse staat uitriep en de Britten het land verlieten, vielen de Arabische landen aan. Door deze onafhankelijkheidsoorlog raakte de stad gedeeld. Tussen het oostelijk gedeelte met de Oude Stad en de Arabische wijken en het westelijke, Joodse gedeelte kwam een muur te liggen. Joden konden niet meer naar de Klaagmuur of naar de oude Joodse begraafplaats op de Olijfberg, de Israëliërs confisqueerden de Arabische huizen.

In de Zesdaagse Oorlog van juni 1967 heroverden de Israëliërs na een Jordaanse aanval Oost-Jeruzalem. Havilio wilde zo snel mogelijk terug naar de Oude Stad. "Ik had heimwee. Niet naar de grafstenen, maar naar de mensen. Ik miste hen. Ik liep door de Oude Stad met mijn moeder. Iedereen wees naar ons en keek naar ons. We zochten naar onze vroegere winkels, maar we konden ze niet meer vinden."

Hij kwam zijn oude Arabische vrienden van de jongerenvereniging YMCA tegen en vroeg: "Waarom gingen jullie weg? We hebben niemand gedwongen. Hebben wij het initiatief genomen tot schieten? Het waren opstandige Arabieren die het eerste schoten." Ze antwoordden dat ze bang waren."

Het gruwelijke bloedbad aangericht door de Joodse Irgoen-militie in april 1948 in het plaatsje Deir Yassin vlak buiten Jeruzalem had hun grote angst aangejaagd. Er bestond een overeenkomst tussen de Arabieren van Deir Yassin en de Joden dat ze niet op elkaar zouden schieten. Maar volgens Havilio respecteerden de Arabieren die niet.

Toen de slag om Deir Yassin afgelopen was, deporteerde de Haganah de overlevenden van Deir Yassin op vrachtwagens naar de Arabische Oude Stad. De Arabische leiders gebruikten de aanval op het dorpje om te laten zien hoe gevaarlijk de Joden waren. Het gevolg van deze propaganda-actie was dat de Arabieren bang werden en vluchtten.

Avraham Havilio werd na 1948 door het Joodse agentschap naar Frankrijk gestuurd om Joodse Noord-Afrikaanse kinderen die daar terechtgekomen waren naar Israël te brengen. Hij studeerde moderne geschiedenis van het Midden-Oosten, politieke wetenschappen en kunstgeschiedenis en werkte voor de ministeries van Defensie en Buitenlandse Zaken. Bovendien was hij actief als binnenhuisarchitect.

Havilio is het contact met zijn Arabische vrienden niet kwijtgeraakt. De Arabische kunstschilder en filosoof Ali Qleibo uit Oost-Jeruzalem zegt over Havilio: "Het is alsof ik een oude Arabische heer ontmoet." De vaders van beide Jeruzalemmers hadden dicht bij elkaar een winkel op de oosterse markt. Havilio: "Ik ben er trots op tot een sefardische familie te horen die nog steeds Spaans spreekt."

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 28 augustus 2004

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

De geschiedenis van een Spaans-Joodse familie

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 28 augustus 2004

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken