Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De tong in toom

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De tong in toom

Recht op het vrije woord dreigt recht op een onbeteugeld woord te worden

10 minuten leestijd

Theo van Gogh wilde alles kunnen zeggen wat hij dacht. Dat moet kunnen, vindt veruit de meerderheid van ons volk. De vrijheid van meningsuiting kent voor haar geen grenzen. En daar waar religieus fanatisme botst met "provocerende woordkunst" wordt de schuld eenzijdig in de schoenen van de godsdienst geschoven. Ruim baan dus voor het vrije woord. Of behoeft de tong een toom?

In zijn verklaring kort na de afschuwelijke moord op Van Gogh noemde premier Balkenende de vrijheid van meningsuiting "cruciaal" voor de Nederlandse samenleving. Burgemeester Cohen sprak kort daarop: "Ieder mens heeft recht op vrije meningsuiting, ook al is die misschien soms kwetsend. Theo van Gogh kon beledigend zijn, confronterend en zocht ruzie; ook met mij. En dat mag in dit land."

Met onverhuld sarcasme zei een vriend van de omgekomen columnist en filmmaker een dag na de weerzinwekkende aanslag voor de radio: "Theo kreeg met zijn dood er plotseling 150 vooraanstaande vrienden in Den Haag bij. Tijdens zijn leven konden zij zijn adem niet ruiken. Nu verklaren zij hem tot martelaar die zijn leven gaf voor de vrijheid van meningsuiting."

In bijna alle reacties op de dood van Van Gogh klonk inderdaad de zorg dat de vrijheid van meningsuiting in ons land in gevaar is. De premier waarschuwde: "We zitten op de foute weg." Dat laatste is juist. Bij het eerste zijn kanttekeningen te plaatsen.

De vrijheid van meningsuiting is strikt genomen de ruimte die de overheid geeft aan burgers om hun mening uit te spreken. Daar is deze week niets aan veranderd. Die vrijheid is er nog steeds. Waarbij de regering zich wel de vraag moet stellen of ze de regels wel voldoende heeft duidelijk uitgelegd. In onze multiculturele samenleving lijkt dat niet overbodig te zijn. Want niet iedereen kan blijkbaar op een goede manier met de grondwettelijke vrijheid omgaan. Fanatieke moslims niet. Van Gogh en de zijnen ook niet.

Natuurlijk moet de moord op van Gogh zonder meer scherp worden veroordeeld. Wat iemand ook zegt of schrijft; niets rechtvaardigt een moord. Dat de publicist en filmregisseur bruut is neergeschoten en daarna op beestachtige wijze is afgeslacht, moet ieder met afgrijzen vervullen. Voor de moord is geen enkel excuus te vinden.

Dat neemt echter niet weg dat in de verbijstering over de aanslag de discussie niet bepaald mag worden door emoties en evenmin door het eenzijdig wijzen naar sommige groepen moslims die er intolerante opvattingen op nahouden. Dat laatste dreigt nu te gebeuren.

Omslag

Het is zeker waar dat sommige elementen in de islam zich niet of moeilijk verdragen met de democratische spelregels die in West-Europa gelden. Jarenlang mocht dat niet gezegd worden. De advocaten van de multiculturele samenleving beschouwden elke kritiek op de islam als een uiting van onverdraagzaamheid. Toen de VVD'er Bolkestein midden jaren negentig durfde stellen dat die multiculturele samenleving minder gewenst is en allochtonen gebonden moeten worden aan de democratische spelregels, wisten veel van zijn collega's daar geen raad mee.

De aanslagen van 11 september 2001 hebben pas een omslag in de publieke opinie gebracht. Bevolkingsonderzoeken maken sindsdien keer op keer duidelijk dat de meerderheid van de Nederlanders bezorgd is over de islami sering van onze samenleving en dat daardoor onze democratische rechtsorde gevaar loopt. En dat gevaar is niet denkbeeldig. Dat Van Gogh en andere opinieleiders daarvoor waarschuwden, was ook zeker terecht.

Beroepsprovocateur

Alleen het is wel de toon die de muziek maakt. Van Gogh profileerde zich als een beroepsprovocateur die verslaafd was aan schelden, kwetsen en spotten. Hij eiste voor zich de ruimte op om alles te kunnen zeggen wat hij dacht en beleefde het grootste genoegen als hij mensen in de gordijnen kon jagen.

Daarbij ging het hem niet alleen om moslims. Ook joden, christenen en politici moesten het bij Van Gogh ontgelden. Zijn eerste column -hij schreef die in 1984- was meteen raak. Schrijver en filmmaker Leon de Winter, een jood, noemde hij "een Messias zonder kruis." Het leidde tot een slepende rechtszaak die in 1993 eindigde met vrijspraak.

Van Gogh leek eerder van die aanvaring te genieten dan dat hij er iets van leerde. In HP/De Tijd maakte hij de Heere Jezus uit voor "rotte vis." Van een vooraanstaand joods historica zei hij dat ze verlangde het bed te delen met dr. Mengele, de beruchte nazi-arts uit Auschwitz. In zijn boek "Allah weet het beter" wenst hij voormalig kamerlid Rosenmöller toe dat deze geveld wordt door kanker. "Mogen de cellen in zijn hoofd zich tot een juichende tumor vormen en laat ons dan beluisteren of er enig verschil is in meneers gekwebbel, vergeleken met wat er uit kwam voor die Blijde Boodschap." Van Gogh had in zijn scheldkanonnades een kennelijke voorkeur voor verwijzingen naar ziektes en naar de Tweede Wereldoorlog.

De laatste jaren richtte hij zijn giftige pijlen vooral op moslims. De profeet Mohammed betitelde hij in Metro als "verkrachter" en "vieze oom." Abou Jahjah, de leider van de radicale Arabisch Europese Liga, maakte hij uit voor de "pooier van de profeet" en het Amsterdamse raadslid Fatima Elatik voor "hoofddoekdragend gansje." Volgens hem hadden alle islamitische mannen seksuele begeerte tot geiten en Turken noemde hij "geteisem uit Allahs riolen."

Sluitstuk van deze smaadcampagne was de film "Submission", die hij samen met VVD-kamerlid Ayaan Hirsi Ali maakte. Daarin worden de meest vrouwonvriendelijke teksten uit de koran onder de aandacht gebracht. Vier mishandelde moslimsvrouwen kwamen in een doorschijnend gewaad in beeld. Op hun lichaam was in het Arabisch een aantal omstreden koranteksten gekalligrafeerd.

Ook al werden aan de Amsterdamse grachtengordel wel eens de wenkbrauwen gefronst en maakte een enkele intellectueel of kunstenaar een kritische kanttekening bij het optreden van Van Gogh, feitelijk stelde daar niemand hem de vraag of zijn provocaties wel moreel verantwoord waren. "Theo wil doordringen. Daarom moet hij beledigen", zei eind augustus een van zijn vriendinnen uit het culturele circuit tegenover Vrij Nederland. En daarmee was zijn grofheid gerechtvaardigd en moest de samenleving dit accepteren.

Geen pardon

Waarschuwingen dat zijn botte scheldpartijen de moslims wel eens in het verkeerde keelgat konden schieten, sloeg Van Gogh in de wind. Bewaking wees hij van de hand. En dat, terwijl hij beter kon weten. Want voor spotters en vloekers kennen fanatieke islamieten geen pardon. Algemeen is bekend dat Iraanse geestelijken in 1989 over de schrijver Rushdie het doodsvonnis uitspraken vanwege zijn boek "Duivelsverzen". De uitvoering van dat vonnis heeft niet plaatsgehad. Maar in 1947 werd de Iraanse advocaat Achmed Kasravi wel om het leven gebracht omdat hij kritiek had gegeven op de islam. Eenzelfde lot trof in 1992 de Egyptische auteur Fartaj Foda en twee jaar later werd diens landgenoot Naguib Amhfouz, Nobelprijswinnaar voor de literatuur, neergestoken.

De moord op Van Gogh is dus geen unicum. En hij is voor sommige moslims ook niet onlogisch, omdat ze ervan overtuigd zijn Allah te behagen als ze iemand doden die Allah heeft beledigd. Een jongere uit Hilversum zei deze week in het dagblad Trouw: "Ik wist, net als veel mensen van mijn afkomst, dat dit een keer zou gebeuren. Theo van Gogh was met zijn beledigingen van de islam bezig zijn eigen graf te graven. Ik vind dat hij via justitie had moeten worden aangepakt. Maar ik kan ook niet zeggen het heel erg te vinden dat hij is vermoord."

Hard optreden

Dat denkklimaat past niet in onze samenleving. Daar moet tegen worden opgetreden. Vanaf het Binnenhof klinkt nu een massieve roep om harde maatregelen. Waarbij niemand weet wat er precies moet gebeuren. Maar het is duidelijk: het kan en mag niet bestaan dat er dodenlijsten circuleren met namen van mensen die vanwege hun standpunten uit de weg moeten worden geruimd.

Premier Balkenende zei deze week terecht dat het vrije woord niet mag worden gesmoord door kogels. Maar helaas zette hij daar een punt. Want het vrije woord mag geen onbeteugeld woord worden. En dat gebeurt in onze samenleving. Van Gogh wordt nu geroemd als de "held van het vrije woord." Maar de historicus George Harinck had meer gelijk toen hij hem als "de held van het scheldwoord" bestempelde.

Poneren dat mensen alles mogen zeggen wat ze denken, komt neer op het verdedigen van verbale bandeloosheid. Wie dat doet, moet ook niet meer protesteren tegen antisemitische leuzen op muren en graven of tegen kwetsende spreekkoren in voetbalstadions. Dan is het uitschelden van burgemeesters, leerkrachten of politieagenten ook geen probleem meer.

De vrijheid die mensen hebben om hun mening te geven, kent wel degelijk grenzen. De wet van de Tien Geboden, die nog altijd voor alle schepselen geldingskracht heeft, verbiedt het om de naaste "noch met gedachten, noch met woorden of enig gebaar, veel minder met de daad, door mijzelf of door anderen (te) onteren, haten, kwetsen of doden" (antwoord 105 van de Heidelbergse Catechismus). Anders gezegd: het doden van de medemens met de daad is streng verboden. Maar ook het doden met woorden! Dat laatste is evenzeer als het eerste een overtreding van het zesde gebod.

Een atheïst die de goddelijke autoriteit van dat gebod afwijst, zal het morele gelijk ervan moeten onderschrijven. Het is algemeen aanvaard dat een burger zich fatsoenlijk en respectvol jegens anderen moet gedragen. Daartoe behoort ook dat mensen hun medemensen niet mogen kwetsen, of die nu autochtoon of allochtoon is. Op dit laatste punt mankeert het in onze maatschappij nogal eens. Ook binnen de gereformeerde gezindte schort het soms aan respect. Daar vat bij sommigen ook wel de gedachte post dat de islamitische medemens als oud vuil kan worden weggezet. De racistische opmerkingen die reformatorische jongeren (en helaas ook wel ouderen) soms maken zijn beschamend. Dat kan niet. Dat mag niet.

Kunstenaars

Naast de Tien Geboden en het algemeen fatsoen, is er het strafrecht. Dat verbiedt te beledigen en te kwetsen. Waarbij inmiddels wel duidelijk is dat iemand het heel bont moet maken, wil hij op grond van dit artikel veroordeeld worden. Zeker als het om kunstenaars gaat. De hun verleende vrijheid gaat wel heel ver.

Grondslag voor die benadering is de gerechtelijke uitspraak over de roman "Ik heb altijd gelijk" uit 1952 waarin W. F. Hermans de rooms-katholieken grof beledigde. Een aanklacht wegens smaad wees de rechter van de hand omdat hij Hermans niet persoonlijk verantwoordelijk achtte voor de dingen die hij zijn romanpersonages liet zeggen. Bij die tolerante uitleg van het strafrecht hebben schrijvers en columnisten sindsdien garen kunnen spinnen.

Daarbij moet wel worden aangetekend dat diezelfde ruime interpretatie in het verleden ertoe heeft geleid dat christenen steeds zijn vrijgesproken als ze waren aangeklaagd vanwege hun uitspraken over homoseksualiteit. Als het strafrecht op het punt van smaad en belediging strikter wordt toegepast, zullen predikanten en christelijke opinieleiders eerder in problemen komen.

Overigens is er nu al sprake van dat de samenleving van christenen minder accepteert dan van libertijnse schrijvers. Het is opvallend dat Van Gogh deze week vanwege zijn publieke uitspraken verheven is tot held van het vrije woord, terwijl kandidaat-eurocommissaris Buttiglione met grote instemming van de meeste Nederlandse politici vorige week is weggewerkt vanwege de opvattingen die hij privé heeft over homoseksualiteit en het gezin. Over selectieve verontwaardiging gesproken.

Vanouds stond de Nederlandse samenleving bekend als zeer verdraagzaam. De tolerantie hield in dat, binnen bepaalde kaders, mensen met zeer verschillende opvattingen elkaar zo veel mogelijk de ruimte gunden hun opvattingen uit te dragen. Daar waar verschil van mening was, probeerde men elkaar met argumenten te overtuigen.

Tolerantie is vandaag de dag: ruimdenkendheid. Dat betekent enerzijds dat niemand meer mag zeggen de waarheid in pacht te hebben. Anderzijds; alle ruimte geven aan het uiten van gedachten en gevoelens. Geen beperkingen aan het vrije woord. Hoe vervelend dat ook voor anderen is. En zo zijn we terechtgekomen in een scheld- en smaadcultuur waarin ieder fatsoen vaak ver te zoeken is. Een getoomde tong zou heilzaam zijn voor onze samenleving.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 6 november 2004

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

De tong in toom

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 6 november 2004

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

PDF Bekijken