Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Predikantsweduwe buiten de pastorie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Predikantsweduwe buiten de pastorie

"Het blijft een groot wonder dat je er zo doorheen geholpen bent"

11 minuten leestijd

Ze leven soms op de achtergrond, maar zijn er altijd wel. De plaats van een predikantsvrouw in het kerkelijk leven wordt niet altijd op de juiste waarde geschat. Als ze predikantsweduwe wordt, staat ze soms van de ene op de andere dag overal buiten. Het maakt het verdriet extra zwaar.

Vier uur nadat hij in Urk gezond en wel de kansel afkwam, overleed ds. P. Beekhuis in het ziekenhuis in Emmeloord. De christelijke gereformeerde predikant van Rotterdam-Kralingen was 57 jaar. Zijn vrouw zat naast zijn sterfbed. "Dat vind ik nog altijd een wonder", zegt mevrouw H. B. Beekhuis-Bevelander. "Ik ging eigenlijk nooit mee als hij ergens anders sprak. Maar Urk was een uitstapje aan het eind van het catechisatieseizoen; m'n man wilde er verscheidene mensen bezoeken en ik ging mee."

In Urk sprak ds. Beekhuis voor de Spaanse Evangelische Zending. Na de dienst wachtte zijn vrouw bij de auto tevergeefs op hem. Toen ze terugging naar het kerkgebouw, stond haar man in de hal. Hij hield zich vast aan de kapstok. In de consistoriekamer had hij opeens niet meer overeind kunnen komen. De vier comitéleden hielpen hem in de auto.

De dokter adviseerde hen in Urk te overnachten. Later op de avond raakte de predikant in coma door een ernstige hersenbloeding. 's Nachts om tien voor twee is hij overleden.

Geestelijk was de predikant goed gesteld geweest. "Blijmoedig heeft hij die avond het Woord mogen uitdragen. Hij liep erg met de dood toen hij op 2 februari 1987 een zware operatie moest ondergaan aan de achtste gehoorzenuw. Toen heeft de Heere de doodsvreze van hem weggenomen; het was verborgen voor hem. En nu kwam het zo onverwachts; hij heeft de dood niet gezien. Later zeiden veel mensen tegen me: Wat erg dat u geen afscheid hebt kunnen nemen. Maar ik zei: Ik dank er de Heere voor. M'n man kón zo moeilijk afscheid nemen. Hij heeft maar één keer van gemeente behoeven te veranderen en hij zei: De Heere houdt ook daarin rekening met mijn karakter."

Twee besluiten

Na de begrafenis op 7 april 1993 stonden voor mevrouw Beekhuis twee dingen vast: ze zou ingaan op de vraag van kerkenraad en gemeente om in Rotterdam te blijven, maar ze zou weggaan als er voor haar man een opvolger kwam. "Die wilde ik niet in de weg staan. Daarmee zeg ik niet dat alle predikantsweduwen dit moeten doen, maar het lag aan onze situatie. We hadden geen kinderen, dus ik ging vaak mee op bezoek. Dat deed ik ook graag en na het overlijden van m'n man heb ik het zelfs nog wat uitgebreid. Ik viel dus niet in een gat. Autorijden kan ik niet, maar ik fietste veel en soms haalden de mensen me op voor kraambezoeken. Ik bleef de bejaarden bezoeken, mensen belden me vaak als ze problemen hadden en de jongeren bleven op de jeugdzondag naar de pastorie komen. Ook de contacten met de predikanten waren niet weg, want regelmatig aten ze tussen de diensten in de pastorie.

We hebben veel liefde in deze gemeente ontvangen. Rotterdammers zijn heerlijk volk; heel open. Voor mij kwam de grote verandering dus pas toen in het najaar van 1998 kandidaat J. M. J. Kieviet het beroep van Rotterdam-Kralingen aannam. Hij zei direct dat ik mijn plaats mocht behouden en de mensen dachten ook dat ik wel zou blijven als puntje bij paaltje kwam, maar ik wist dat het beter was om weg te gaan. Daar had ik ook vrede mee."

De weduwe Beekhuis betrok een appartement in Dordrecht. "Het eerste halfjaar is moeilijk geweest. Mijn wérk was klaar. Uiteindelijk kreeg ik een nieuwe taak in verpleeghuis Salem. Daar doe ik elke dinsdag vrijwilligerswerk. Ik zie het als een zegen dat ik na het overlijden van m'n man niet opeens overal buiten stond. Ik heb het werk in de kerk geleidelijk mogen afbouwen en dat is tot grote steun voor me geweest in die moeilijke jaren."

Studeerkamer intact

Ook N. E. van Brummelen-van den Brink werd plotseling weduwe. Op 1 december 1999 kocht ze in haar woonplaats Huizen een bloemetje voor een jarige schoonzus. Toen ze terugkwam bij de auto, zat haar man dood achter het stuur. "Hij had wel eens een beetje last van zijn hart, maar het was nooit verontrustend. En nu was de slag plotseling gevallen."

Alleen keerde ze terug in het appartement dat ze met haar man een halfjaar voor zijn emeritaat had betrokken. "Ruim zes jaar is hij emeritus geweest. Wat hebben we van die jaren genoten! We gingen vaak naar onze caravan in Garderen. M'n man maakte daar zijn preken. De laatste zondag van zijn leven was hij in Lopik. Dat was in 1957 de eerste gemeente die hem beriep. Als kandidaat kreeg hij toen negen beroepen."

Na Schoonrewoerd, Giessendam en Hierden stond dr. A. van Brummelen vanaf 1974 in Huizen. "Na het emeritaat zijn we hier blijven wonen, maar m'n man nam bewust afstand van het gemeenteleven. Daar wilde hij zich niet mee blijven bemoeien. En ik heb die lijn voortgezet toen hij er niet meer was. In de verschillende gemeenten heb ik vaak leidinggegeven aan meisjes- en vrouwenverenigingen, maar dat had ik vanwege een ziekte in de jaren tachtig reeds beëindigd."

Al was dr. Van Brummelen met emeritaat, hij stond nog midden in het kerkelijk leven. Tot een halfjaar voor zijn overlijden was hij bestuurslid van de Gereformeerde Bond. "Je besprak alles samen, en dat ben je kwijt. Dat is voor een predikantsweduwe moeilijk. De mensen zijn me overigens niet vergeten. Ik krijg elke dag bezoek. Vooral met oud-ambtsdragers uit de tijd dat m'n man hier stond, heb ik veel contact.

Ik ging altijd mee als hij ging preken. Nu zit ik elke zondag hier in de kerk. Ik denk dat de mensen me nu als een gewoon gemeentelid beschouwen. Wel komt er soms een vicaris op bezoek om ervaringen uit de ambtelijke praktijk te horen.

De eerste tijd had ik het heel moeilijk. 'k Denk niet dat de mensen daar veel van gemerkt hebben, want ik heb een gesloten natuur. Maar het gemis was groot. En dat wordt niet beter. Het studeerkamertje en de boekenkamer heb ik intact gelaten. Ik kan het niet wegdoen. Gelukkig heb ik het verlies wel kunnen accepteren. En dat heb je niet van jezelf."

Losmaking

Voor N. Dieleman-Dekker was het vorige maand reeds een halve eeuw geleden dat haar man overleed. Op maandagavond 7 februari 1955 kwam ds. F. J. Dieleman om het leven op de spoorwegovergang in Den Dolder. Twee treinen moesten daar passeren, maar na de eerste deed de spoorwegwachter de bomen al omhoog. De predikant van de gereformeerde gemeente te Yerseke begon te rijden, waarna hij in botsing kwam met de tweede trein.

Voor mevrouw Dieleman viel de slag niet geheel onverwachts, hoewel ze het van tevoren niet had wíllen zien. "M'n man is plotseling weggenomen, en toch was het een afstervingsproces. Eind 1953 waren we twaalfenhalf jaar getrouwd. "Laten we er maar niets aan doen. Als we 25 jaar getrouwd mogen zijn, is het anders", zei ik. "O ja?" zei m'n man alleen maar.

Het bevreemdde me. Ik dacht soms: Wat een sombere uitdrukkingen doet hij toch. In de zomer van 1954 sprak hij er al over dat hij innerlijk losgemaakt werd van Yerseke. In die tijd liepen we samen eens door de tuin. Opeens zette m'n man zijn mandje druiven neer en zei: "Dit hebben we allemaal voor het laatst." Ik moest het gelijk geloven. Als hij iets ernstigs zei, had hij daar vaak al lang over nagedacht.

Zo waren er meer aanwijzingen. Toen ik een nieuwe hulp nodig had, zei hij: "Maar alles gaat hier veranderen, hoor." En toen ik de poot van zijn leunstoel wilde laten maken, zei hij: "Moet dat nog?" Ik zette het van me af en vroeg nooit waarom hij zulke dingen zei.

De maand december verliep in mineurstemming: weten dat je weg moet, maar niet waarheen. Toen hij hoorde dat ds. A. van Stuijvenberg plotseling was overleden, zei hij: "Voor hem zijn de raadselen opgelost, maar ik zit er nog middenin.""

Tijdens de nieuwjaarspreek op 2 januari 1955 zei ds. Dieleman: "Gemeente, ik hoop dat de Heere u gedenkt, want mijn tijd is hier voorbij." De volgende dag nam hij het beroep van Moerkapelle aan, niet omdat hij veel betrekking op die gemeente had gekregen, maar omdat hij voelde dat hij van Yerseke weg moest en omdat de bedenktijd voorbij was. "Het was een opluchting voor me", zegt mevrouw Dieleman. "Eindelijk een oplossing, dacht ik. Ik was veel meer bezet met de komende verhuizing dan m'n man. In de weken daarna toonde hij geen enkel enthousiasme. Wel was de geestelijke strijd weggenomen."

In Moerkapelle moest student A. Hofman de pastorie verlaten. Per briefkaart berichtte hij ds. Dieleman dat hij onderdak gevonden had in de pastorie van Aalst. "Maar of dit noodzakelijk is, weet ik niet," schreef hij erbij. Ook dat bevreemdde mevrouw Dieleman.

Het laatste gebed

Het leek in die weken wel alsof haar man elke zondag afscheid preekte. Op maandag 7 februari ging hij al vroeg naar een curatoriumvergadering in Rotterdam. "Hij at daarom alvast met de oudste kinderen, die naar school moesten. Toen ik hem het dankgebed hoorde doen, was het opeens met kracht bij me: Dat is het laatste gebed. Dat trof me zo dat ik halverwege het trapje stilstond. Maar ik schudde het van me af: wat een dwaasheid! Maar de onrust bleef. Ik keek hem na, wat ik anders nooit deed. Hij is in de beste harmonie weggegaan; dat is zo'n voorrecht!

Na de vergadering wilde hij naar Utrecht en Soest om twee jongens uit onze gemeente te bezoeken die daar verpleegd werden. Ik zat die avond met twee vriendinnen in de studeerkamer, want daar was het het warmst. Voordat we naar bed gingen, ging ik de kinderen even langs. Toen hoorde ik buiten voetstappen in het grind. Twee ouderlingen stonden voor de deur. Ze begonnen voorzichtig over het adres waar m'n man zou logeren. Opeens kwam het weer in m'n gedachten: het laatste gebed. Ik zei: "Hij is er niet gekomen, zeker? Hij leeft niet meer, hè?" Ze konden het alleen maar beamen.

Ik vroeg wat het rumoer buiten betekende. Ze zeiden: "Heel Yerseke praat er al over, maar niemand durfde het te komen zeggen." Toen ik naar de huiskamer ging, zaten daar al tal van gemeenteleden en de predikanten ds. J. B. Bel en ds. A. F. Honkoop. Toen ze vertrokken, zei ds. Honkoop: "Zijn doen is enkel majesteit, aanbiddelijke heerlijkheid." En daar kon ik in mijn hart "Amen" op zeggen, dat was zo'n wonder! Ik heb die nacht, hoewel kort, goed kunnen slapen."

Opvolger

Mevrouw Dieleman, destijds 34 jaar, bleef als weduwe achter met negen kinderen. "Ik kon niet bij de pakken neer gaan zitten. De kinderen geven je levensmoed in zo'n periode. Maar die moed was er toch vooral doordat de Heere ondersteunde en rust gaf in de onderwerping."

Al gauw sprak de kerkenraad over het zoeken van ander onderdak. "Ik was al los van de pastorie, doordat we zouden verhuizen. Uiteindelijk zijn we na anderhalf jaar naar een nieuwe woning gegaan, nabij de pastorie."

Van de ene op de andere dag was mevrouw Dieleman niet meer direct betrokken bij het kerkelijk leven. "Ik bleef op de hoogte via de dochter van een diaken, de latere vrouw van ds. J. Koster. Zij was na het overlijden van m'n man bij me komen inwonen. Haar vader zei vaak: Vertel dit of dat maar aan mevrouw Dieleman. Zo stond ik er niet gelijk helemaal buiten."

Predikantsweduwen worden voor alle bevestigings-, intrede- en afscheidsdiensten uitgenodigd. "Maar ik durfde jarenlang niet te gaan. Als er een jonge predikant in Yerseke kwam preken, had ik het er ook moeilijk mee. Gelukkig was de opvolger van m'n man, ds. P. Honkoop, al wat ouder en leek hij in karakter en preekstijl totaal niet op m'n man. Daardoor kon ik goed naar hem luisteren. Onder zijn preken heeft de Heilige Geest me veel onderwijs gegeven."

Doordat ds. Honkoop weduwnaar was, schoof hij sommige zaken, zoals kraamvisites, door naar de ouderlingen. "Daardoor bleven de mensen mij soms ook nog uitnodigen. Dat is geleidelijk verminderd, doordat ik m'n handen vol had aan m'n gezin en doordat ds. Honkoop hertrouwde.

Later kreeg ik als bestuurslid van de vrouwenvereniging weer nieuwe contacten. Toen de laatste kinderen trouwden, vroeg ik me wel eens af of de Heere nog een taak voor me had. Juist in die tijd vroeg de kerkenraad me als contactpersoon voor de gehandicaptenzorg. Dat werk heb ik mogen doen tot ik 75 jaar was."

Het blijft een groot wonder dat je er zo doorheen geholpen bent, zegt mevrouw Dieleman. "Dat is niet klein te krijgen. De Heere heeft met Zijn liefde en trouw de lege plaats met Zichzelf willen vervullen."

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 2005

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Predikantsweduwe buiten de pastorie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 2005

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken