Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Rovers in Rafidim

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Rovers in Rafidim

10 minuten leestijd

Iets verder dan Feiran -het oogt als een wat armelijk dorpje- ligt de oase, Wadi Feiran. Bewoners van het Sinaï-schiereiland wijzen het aan als Rafidim. Een vrouw zit met een sigaret op de grond, vlak bij een hoge rots. "Mag u roken van de profeet?" Of die ernstige vraag van een buitenlander schrik veroorzaakt, valt niet vast te stellen. Ze is zwaar gesluierd. Hoewel alleen haar ogen zichtbaar zijn, heeft ze iets jeugdigs, iets gracieus. De dame beaamt dat roken voor haar als moslim eigenlijk taboe is.

"Mijn geslacht woont hier al 1400 jaar", vertelt de vrouw. "Wij kennen Caïro. Toch komen wij hier telkens terug. Hier horen wij." De meerderheid van de dorpsbewoners is moslim. Van luxe of comfort is geen sprake. Ze leven vriendschappelijk samen met christenen. "De meeste moslims dienen de kerk in de buurt van de Sinaï en het Sint-Catharinaklooster. Vooral als bewakers."

Brood en vlees

Toen Israël Rafidim bereikte, was het al ettelijke weken op reis. Na Elim bereikten de twaalf stammen de woestijn Sin. Iemand heeft ooit geschreven dat het moppermotief en de telkens terugkerende klaagzangen typerend zijn voor de barre reis van Israël. En inderdaad: gelijk al begint het volk weer te vervelen: "Er is geen brood. We hebben geen vlees. Jullie, Mozes en Aäron, hebben ons hierheen gebracht om de hele gemeenschap te doden door de honger."

Toen gaf God kwakkels, of kwartels. Dat zijn een soort patrijzen. Trekvogels die in de lente van Afrika naar het noorden trekken en in de herfst weer naar het zuiden. De Heere gaf ook manna. In Egypte was er van enige sabbatsviering waarschijnlijk nog weinig terechtgekomen. Maar het manna vormde een opvoedingsmiddel. Want juist op de zevende dag viel het niet. Calvijn schrijft: "Hierdoor kreeg Mozes gelegenheid om hun te zeggen wat zeer was verwaarloosd, namelijk dat zij op de zevende dag de heilige rust zouden in acht nemen."

Wat was dat manna? Tal van exegeten verwijzen naar het nu nog op het Sinaï-schiereiland bekende mann, een suikerachtig sap dat uit de tarfastruik druipt ten gevolge van de beet van een soort schildluis en dat opdroogt tot lichtbruine korrels. Ook Dächsel refereert daaraan, hoewel bij hem de korrels klein, rond en wit heten. Welke relaties er ook vallen te leggen: het gaat in Exodus 16 om een wonder.

Water

De tocht was niet gemakkelijk. Israël vertrok uit de woestijn Sin naar Rafidim. Wie anno 2005 van Ayoun Musa richting de Sinaï reist, ontmoet na verloop van tijd heuvels van zand en zandsteen. Dat geeft in een auto met airco een veel aangenamer gevoel dan tijdens een voettocht met zweetdruppels. Imponerende zandformaties zijn het overigens, met grillige schaduwen.

Er klonk opnieuw gemopper. In Rafidim was geen water voor het volk om te drinken. Hoe kan dat nou? 't Is toch een oase? Wellicht hielden op dat moment reeds de Amalekieten de bronnen en het water bezet. Het leidde ertoe dat Mozes op de rots moest slaan. "Met zijn toverstaf", zegt deze of gene Egyptenaar. Zo is het natuurlijk niet. Er was sprake van een wonder.

Toch sluit dat niet alle gewone dingen uit. Het is hier in Rafidim al graniet, basalt en vuursteen. Er staan ook heel wat palmbomen. Terwijl er geen sprake is van irrigatie en het regent hier beneden ook niet. "Hoger in de bergen regent het wel", vertelt een gids. Juist de bergtoppen zijn begroeid. "Die profiteren direct van regen die later in de stenen wordt opgenomen", zeggen de bewoners. Dat blijkt een verklaring voor het feit dat in sommige gevallen inderdaad het slaan op de steen water oplevert.

Amalekieten

Ik had op de rit naar Feiran een merkwaardige ervaring. Eerst passeerde de auto een soort vlakte. Maar van lieverlee begonnen aan weerszijden als het ware de bergen op te rijzen. Het leek wel een soort trechter. Exodus 17 beschrijft hoe Amalek in Rafidim tegen Israël streed. Hoe vochten die Amalekieten? Volgens Deuteronomium 25:18 vielen ze hun vijand in de rug aan. Het volk trok -om zo te zeggen- de trechter in. En daarmee had Amalek ze in de val. Israël kon geen kant op.

Rafidim betekent steunsel. Aäron en Hur steunden tijdens de strijd de handen van Mozes. Israël zegevierde. "Door de kracht van Mozes' opgeheven handen", schrijft J. R. Porter. Maar zo is het niet. De staf vormde een beeld, een symbool. Niet meer dan dat. Een teken van het voortdurende gebed tot de levende God.

Nadat de rovers bij Rafidim het onderspit gedolven hadden, kreeg Mozes voor het eerst de opdracht van God om aantekening te maken van wat er op de woestijnreis gebeurde. Hij moest dat opschrijven. In "een" boek, of in "het" boek. In dat laatste geval was hij zelf al eerder begonnen met schrijven. 't Is niet toevallig dat de joden Exodus 17:8-16 lezen tijdens het Poerimfeest. Haman was immers een afstammeling van Agag, de koning van de Amalekieten.

Klif

Duidelijk is vanaf de rokende moslimvrouw een hoge plek zichtbaar. Een soort klif. Dat zou de plaats geweest kunnen zijn waar Mozes is ondersteund door Aäron en Hur en waar hij heeft gebeden. Als iemand hier naar boven klimt -die tocht is niet heel steil en ook niet heel ver- heeft hij een uitstekend uitzicht over het dal tussen de bergen. Er blijken nog wat stenen overblijfsels van een huis te liggen. Vanaf de derde eeuw moeten hier christenen hebben gewoond.

Zou Amalek die drie mannen trouwens niet van hun hoge positie hebben kunnen wegschieten? Of kenden die heidenen zulke wapens niet? En nog iets heel anders: wat deden die Amalekieten hier eigenlijk? Volgens Genesis 14:7, 1 Samuel 15:7, 27:8 en 30:1 woonden zij aan de zuidkant van het gebied dat later aan de stam van Juda behoorde. Tot aan Egypte. Dat wel. Maar het is noordelijker dan Rafidim. Vormt die wetenschap een reden om te ontkennen dat het traject van het volk Israël zo zuidelijk lag? Dat hoeft niet. Er zijn andere verklaringen. Misschien woonde een deel van de Amalekieten in de Wadi Feiran. Wellicht hadden ze hier hun kudden.

Wie de weg inslaat naar de Sinaï laat de oase achter zich en komt in dorre vlakten. Hier en daar grazen wat jonge kameeltjes. Of berggeiten. En er leven hier ook nog slangen.

Volgende week deel 6.


Bidders op de berg

Ds. L.A. den Butter

Israël is op reis tussen Elim en de Sinaï. Nog maar net heeft het volk manna en kwakkels gekregen of het zeurt alweer. "Dat is beschamend", zegt ds. L. A. den Butter, christelijk gereformeerd predikant te Culemborg. "Want Asaf noemt in Psalm 78 het klagen en ontevreden zijn van Israël een "verzoeken van God in hun hart." Maar bemoedigend is hoe Psalm 105:41 het feit dat God in Rafidim water geeft uit de rots typeert als een "denken aan Zijn heilig Woord, aan Abraham Zijn knecht."" Hij blijft luisteren. Ook naar de bidders op de berg.

Ds. Den Butter: "De ontevredenheid en het murmureren steken schril af bij de grote zegeningen die God het volk schonk. Hij bevrijdde het uit het diensthuis van Egypte en van de farao en zijn soldaten. Hij geleidde het door de Rode Zee. Dagelijks was Gods zorg rondom het volk. En dan nog ontevreden! Dat vormt een tekening van hoe ook wij van nature zijn geworden: ondankbare mensen jegens een goeddoend God. Het bemoedigende in deze geschiedenis is dat de Heere Dezelfde blijft, hoe veranderlijk, ontrouw en zondig dat volk ook is. Hij kan Zichzelf niet verloochenen. Daarom is de uitdrukking van Psalm 105 ook zo indrukwekkend: de zorg die de Heere besteedt aan Zijn volk is een denken aan Zijn heilig Woord. Dat is onveranderlijk. Het valt niet te breken." Ambtsdragers In plaats dat Israël in nood God zoekt in ootmoedig gebed, begint het met Mozes, Zijn knecht, te kijven. "De positie van Mozes ten opzichte van het volk is een andere dan die van ambtsdragers anno 2005. Maar ik kan mij voorstellen dat er collega's zijn die in hun gebed wel eens verzuchten met de woorden van Mozes in Numeri 11:14: "Ik alleen kan al dit volk niet dragen, want het is mij te zwaar"", aldus ds. Den Butter. Het volk durfde van alles uit te spreken tegen Mozes. "Het gebeurt ook nu dat gemeenteleden allerlei dingen over ambtsdragers zeggen. Die zijn niet onfeilbaar. Dat was Mozes evenmin. Ambtsdragers moeten niet op hun gezag gaan staan. Dat deed Paulus ook niet. Hij verdedigde zijn ambt door aan te geven hoe, waar en wanneer de Heere hem geroepen had. Als instrument. Dan valt een ambtsdrager weg achter het gezag van het Woord. Zo ging dat ook bij Mozes. Het volk murmureerde. Mozes wendde zich eerst in gebed tot God. Toen kwam hij terug naar het volk. Niet met eigen ideeën en woorden, maar met een gezaghebbend antwoord van de Heere. De oorzaak achter ontevredenheid in een gemeente kan ook zijn dat ambtsdragers meer willen zijn dan alleen maar instrumenten. Dan is de kernvraag waarmee zij zich in gebed tot de Heere hebben te wenden: Geef ik soms zelf door mijn houding of karakter aanleiding tot onrust in de gemeente? Niet alle kritiek is onterecht." Straf Nadat het volk tegen Mozes had gemord en toen God water had gegeven, kwam Amalek. Was dat Gods straf? "De Heere kan inderdaad door het sturen van Amalek aan het volk Israël duidelijk maken dat Hij niet met Zich laat spotten", antwoordt ds. Den Butter. "En dat het volk zonder Hem niets kan doen. Er dreigt niet alleen dood door honger en dorst, maar ook nog door vijanden. Maar er speelt hier nog iets anders, namelijk het heilshistorische aspect. Niet alleen het volk Israël krijgt een aanval te verduren. De verbondsbelofte zelf wordt belaagd. Eerst was het farao die het volk probeerde uit te roeien. Nu komt Amalek met hetzelfde doel. Als hun dat was gelukt, was de belofte aan Abraham tenietgedaan. En daarmee ook de belofte van de komende Messias. Amalek is niet zomaar een vijand. Die naam staat in het Oude Testament symbool voor de Godvijandige macht die Gods rijk, Zijn belofte en volk te gronde wil richten." Iets nieuws Mozes ging op de berg in gebed. Aäron en Hur hielpen hem z'n staf omhoog te houden. Als hij z'n hand ophief, was Israël de sterkste. Als z'n staf naar beneden zakte, bleek Amalek aan de winnende hand. Zo'n staf, dat is toch aardig. Zou het niet goed zijn de traditionele vormen een beetje prijs te geven en eens wat nieuws te doen in de kerk? De handen omhoog steken onder het zingen? Of de handen geopend voor zich houden tijdens het bidden? Ds. Den Butter: "Met zo'n uitdrukking -de traditionele vormen een beetje prijsgeven en wat nieuws doen in de kerk- heb ik al niets. Dat klinkt me in de oren alsof de kerk niet meer is dan een club mensen. Het gaat er in de kerk niet om om eens wat nieuws te doen. Het gaat erom dat mensen "van nieuws geboren worden." Dat is de diepe ernst van de kerkgang. Dat is ook de vreugde van de kerkgang: de Heilige Geest ís uitgestort om dode zondaren wederom geboren te laten worden. De les van deze geschiedenis is dat biddend opzien naar de Heere nog altijd de meest gezegende levenshouding is die een mens kan leren. Want zulke mensen die dat leren, zullen door alle moderne Amalekieten -die bezig zijn om Gods Koninkrijk, Gods volk, Gods Woord teniet te doen- niet overwonnen worden."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 2005

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Rovers in Rafidim

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 2005

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken