Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Grote kerken lopen massaal terug

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Grote kerken lopen massaal terug

Demografische factor van groot belang voor groei of achteruitgang

8 minuten leestijd

In plaats van groei vertonen de meeste kerken in Nederland lichte of zelfs forse achteruitgang. Dat geldt zeker van de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken, die vorig jaar samengingen in de Protestantse Kerk in Nederland. Het aantal hervormde kerkleden liep in twintig jaar tijd (1984-2004) terug van 2,8 naar 1,8 miljoen, het ledental van de Gereformeerde Kerken in diezelfde tijd van 740.000 naar 650.000. Bij de kleine vrijzinnige kerken is het beeld nog somberder.

In de brede gereformeerde gezindte is het beeld wel anders, maar ook niet echt florissant. Bij de vrijgemaakten is de groei er de laatste jaren uit. De Christelijke Gereformeerde Kerken hebben zelfs te kampen met een terugloop van het ledental. Bij de Gereformeerde Gemeenten in Nederland was er vorig jaar voor het eerst een, zij het uiterst minieme, daling.

Hoewel dit moeilijker meetbaar is dan bij de afgescheiden kerken, is het zeer aannemelijk dat de achterban van de Gereformeerde Bond de laatste jaren niet onbelangrijk terugloopt. Daarentegen vertonen de Nederlands gereformeerden een, zij het beperkte, stijging. Ook de Gereformeerde Gemeenten laten een continue groei zien. In beide gevallen is het echter de vraag hoe lang die zich nog zal doorzetten.

De evangelische wereld is, ook al door de sterke versplintering, niet gemakkelijk te doorgronden. De oudere evangelisch georiënteerde groeperingen (Vrije Evangelischen, Unie van Baptistengemeenten, Leger des Heils) lopen in ledental terug. Bij de nieuwe evangelische en charismatische groeperingen is duidelijk sprake van groei, maar ook van neergaande trends. Volgens prof. H. Stoffels, godsdienstsocioloog aan de VU, is de groei minder spectaculair dan deze gemeenten ons willen doen geloven.

Geboortecijfer

Groei en achteruitgang van kerkelijke gemeenschappen worden in niet onbelangrijke mate bepaald door de demografische factor: geboorte en sterfte. Vergrijsde kerken als de doopsgezinden lopen alleen al om die reden van jaar tot jaar achteruit. Maar ook van de Hervormde Kerk gold al in de jaren zeventig dat er meer kerkleden stierven dan dat er kinderen in hervormde gezinnen geboren werden. Al zou er van kerkverlating geen sprake zijn geweest, toch zou de Hervormde Kerk daardoor steeds verder teruglopen.

Oververtegenwoordiging in de hogere leeftijdsklassen leidt uiteraard tot een hoger sterftecijfer, terwijl een ondervertegenwoordiging in de vruchtbare leeftijdsklassen het geboortecijfer drukt. Daarbij komt dat sterk verwereldlijkte kerken in hoge mate de invloed ondergaan van het moderne levenspatroon. Een hedonistische levensinstelling, een groot aantal echtscheidingen en losse relaties en veel carrièregerichte werkende vrouwen leiden tot een laag kindertal of tot zelfs het kiezen voor kinderloosheid.

Kerkelijke groei wordt vaak veroorzaakt door een hoog geboortecijfer. Dat de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland in de eerste helft van de vorige eeuw een voortdurende groei liet zien, kwam niet door de toestroom van protestanten of onkerkelijken naar Rome, maar door het hoge geboorteniveau van de rooms-katholieken. Dat hoge geboortecijfer compenseerde meer dan voldoende de afval naar de onkerkelijkheid, die er in rooms-katholieke kring wel degelijk was.

Ook de uiteenlopende getalsmatige ontwikkeling van de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Gemeenten moet primair verklaard worden uit verschil in geboorteniveau. De afgelopen 25 jaar vertoonden de christelijke gereformeerden geen groei, ze liepen zelfs iets terug (met ongeveer 700 leden). Daarentegen steeg het ledental van de Gereformeerde Gemeenten met 24 procent (van 82.000 naar 102.000). Maar het geboortecijfer van de Gereformeerde Gemeenten lag in 2004 dan ook de helft hoger: 21,5 tegen 14,2 voor de CGK. En het sterftecijfer is bij de GG een derde lager.

Kerkverlating

Naast de demografische factor is uiteraard de kerkverlating van grote invloed op de kwantitatieve ontwikkeling van kerken. Al voor de Tweede Wereldoorlog kende Nederland een voor die tijd grote onkerkelijkheid. In andere West-Europese landen liep de kerkelijke betrokkenheid (onder meer tot uitdrukking komend in het kerkbezoek) evenzeer terug, maar kwam dat veel minder tot uitdrukking in de formele onkerkelijkheid.

In de jaren zestig kwam een nieuwe golf van kerkverlating op. Allereerst in de grote kerken (rooms-katholiek en hervormd) maar wat later ook in de Gereformeerde Kerken, terwijl ook de kleinere kerken in de gereformeerde gezindte moesten constateren dat zij meer dan voorheen mensen verloren aan de onkerkelijkheid.

De omvang van deze uitstroom is niet zo gemakkelijk vast te stellen. Na 1971 zijn er geen volkstellingen meer gehouden. Enquêtes leveren uiteenlopende resultaten op, afhankelijk van de vraagstelling. Zo komt het SCP met een hoger percentage onkerkelijken dan het CBS. De kerkelijke statistieken van hervormden en rooms-katholieken hebben maar een beperkte waarde.

Dat is wel te begrijpen. Wanneer een gereformeerd vrijgemaakte breekt met kerk en godsdienst, is dat voor hem een breuklijn in zijn leven die hij niet over het hoofd kan zien. In zijn kerk zal hij na enige tijd, al dan niet op eigen verzoek, als lid uitgeschreven worden.

Voor velen die van huis uit hervormd of rooms-katholiek zijn, gold en geldt echter dat hun geloofsovertuiging weinig inhoud heeft, ze niet of nauwelijks in de kerk komen en qua levenspatroon niet afwijken van de geseculariseerde samenleving. Geen wonder dat het dan voor hen zelf en voor de kerkelijke administratie onduidelijk is of zij nog tot de kerk behoren of niet. Te meer daar mensen zonder officiële kerkelijke binding lang niet allemaal overtuigde atheïsten en rationalisten zijn. Velen van hen geloven toch wel ergens in, hoe vaag dat ook mag zijn. Stoffels sprak onlangs van "religie light."

Cohorteffect

Dat maakt het moeilijk, zo niet onmogelijk, om exacte cijfers te geven over kerkverlating in de afgelopen decennia. Wel is duidelijk op basis van sociaal onderzoek dat de traditionele christelijke opvattingen nu minder onderschreven worden dan enkele decennia geleden. En ook het geloof in het bovennatuurlijke neemt af.

Die verschuivingen worden vooral veroorzaakt door het cohorteffect: oudere generaties die relatief christelijk of althans religieus waren, worden vervangen door jongere generaties die dat veel minder zijn.

Volgens de eigen gegevens was er in de periodes 1984-1994 en 1994-2004 in de Nederlandse Hervormde Kerk een terugloop in zielental van 450.000 respectievelijk 500.000. Zeker procentueel betekent dat een toenemend verlies. In het eerste decennium was het verlies 16 procent, in het daaropvolgende 22 procent. Daarbij gaat het om het gecombineerde effect van kerkverlating en de demografische factor.

Bij de kleinere gereformeerde kerkverbanden biedt de kerkelijke statistiek vaak een gedetailleerd overzicht van het grensverkeer naar andere kerken. Daarbij is een bepaalde trend te signaleren. De meeste kerkelijke overgangen gaan van (betrekkelijk) strikte naar minder strikte kerken of richtingen.

Midden en links in de Protestantse Kerk en in evangelische kring komt men regelmatig mensen tegen die afkomstig zijn uit de gereformeerde gezindte. En mensen die opgegroeid zijn in bevindelijk gereformeerde kring, zoeken het nogal eens elders in de gereformeerde gezindte.

Voor de Gereformeerde Gemeenten geldt dat de verliezen aan andere kerken aanzienlijk groter zijn dan de verliezen aan de onkerkelijkheid. Waarschijnlijk geldt datzelfde voor de Oud Gereformeerde Gemeenten en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, hoewel hierover geen cijfers beschikbaar zijn. Bij de vrijgemaakten zijn de verliezen naar de onkerkelijkheid groter dan die naar andere kerken. De Nederlands gereformeerden winnen zo veel op hun grensverkeer met andere kerken dat zij daarmee de verliezen naar de onkerkelijkheid weten te compenseren.

Bekijken we de verliezen naar de onkerkelijkheid over een periode van 25 jaar, dan blijkt dat de christelijke gereformeerden het hoogste verliescijfer hebben. Die verliezen gaan in stijgende lijn. Bij de Gereformeerde Gemeenten zijn, mede als gevolg van hun relatieve afgeslotenheid, de verliezen naar de onkerkelijkheid beperkt. Bij de vrijgemaakten, die vroeger qua uitstroom richting onkerkelijkheid op het lage niveau van de Gereformeerde Gemeenten zaten, is de laatste jaren duidelijk sprake van een stijging. De groeiende openheid van de vrijgemaakten naar de seculiere wereld eist hier haar tol. Overigens kan bij al deze cijfers de vraag gesteld worden in hoeverre gemeenten in de loop van de jaren toleranter geworden zijn ten opzichte van randkerkelijke leden.

Bij de Gereformeerde Gemeenten veroorzaakt het grote geboorteoverschot dat zij ondanks hun niet onbelangrijke verliezen (in totaal 862 personen vorig jaar) toch blijven groeien. Bij de drie andere kerken waarvan doop- en sterftecijfers bekend zijn, is het geboorteoverschot belangrijk kleiner. Bij de christelijke gereformeerden is dat te klein om de verliezen te compenseren. Bij de vrijgemaakten is het teruglopende geboortecijfer een van de oorzaken van de stagnerende groei. Bij de Nederlands gereformeerden is er sprake van een klein geboorteoverschot, maar veelal ook van een klein positief saldo ten aanzien van de toe- en uittredingen. Vandaar hun lichte groei.

Dit is het eerste deel in een achtdelige serie over kerkverlating. Op pag.19 deel 2.

KADER

Duizenden, tienduizenden mensen -jongeren, ouderen, alleenstaanden, complete gezinnen- verlieten de achterliggende decennia de kerk. Schokkende aantallen. In een achtdelige artikelenserie zoomt de kerkredactie op het verschijnsel kerkverlating in. Op deze pagina deel 1: de cijfers. Op pagina 19 deel 2: in gesprek met Piet van der Ploeg, auteur van het geruchtmakende onderzoek "Het lege testament" (1985). In vijf afleveringen op pagina 2 komen vanaf morgen kerkverlaters zelf aan het woord. De serie eindigt volgende week donderdag in het katern Kerkplein met een interview met drie predikanten. Zij blikken terug - en vooruit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 2005

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Grote kerken lopen massaal terug

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 2005

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken