Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

MENSAPEN: verdreven, bejaagd, gegeten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

MENSAPEN: verdreven, bejaagd, gegeten

9 minuten leestijd

Chimpansees, bonobo's, orang-oetans en gorilla's, daar hebben wij mensen wat mee. Je hoeft maar een dierentuin binnen te stappen en de apenafdeling laat zich er moeiteloos vinden: daar waar het meeste publiek is samengestroomd. Maar in de vrije natuur gaat men minder positief met mensapen om. Ze worden verdreven, bejaagd en zelfs opgegeten. Sinds kort zijn de lotgevallen van deze primaten terug te vinden in een atlas.

Doorgewinterde evolutionisten kunnen het niet laten om hún uitleg van de slogan "mensapen, daar hebben wij wat mee" rond te bazuinen. Als marionettenpoppen bungelen de dieren in menig populairwetenschappelijk apenboek aan de handen van de auteur, omdat die zo nodig zijn evolutionaire visie moet verspreiden. Jammer, want daardoor worden deze innemende dieren toch weer in een bepaalde hoek geplaatst.

De "Wereldatlas van de grote apen", die dit najaar uitkwam, is het eerste monumentale naslagwerk over mensapen, en voorlopig zal het wel het laatste zij, want zo'n beetje alles is er in te vinden. "World Atlas of Great Apes and their Conservation", heet het in het Engels geschreven boekwerk. Dat "Conservation" in de titel geeft natuurlijk al aan waar het in de atlas om draait: om duurzame bescherming van de mensapen. Kennis van hun verspreidingsgebied, hun leefwijze en van de bedreigingen die op hen afkomen is daarvoor een eerste vereiste.

Mensapen zijn bewoners van de tropische bossen in Afrika en Zuidoost-Azië. Maar liefst 21 landen in Afrika hebben ze binnen hun grenzen; in Zuidoost-Azië liggen er slechts twee: Maleisië en Indonesië. Ze bieden onderdak aan slechts één soort, de orang-oetan.

Een belangrijk kenmerk van mensapen is dat ze een tamelijk eenvoudig spijsverteringssysteem hebben, waardoor bijvoorbeeld uitgegroeid blad voor hen niet te pruimen is. Het menu van de meeste mensapen beperkt zich daarom tot vruchten, zaden, paddenstoelen, bladknoppen, bamboespruiten en insecten.

Mastjaar

Die fixatie op vruchten levert met name de orang-oetan (Maleis voor bosmens) de nodige hoofdbrekens op. De tropische regenwouden van Sumatra (lees: Atjeh) en Borneo -de twee gebieden waar ze nog zijn te vinden- bestaan voornamelijk uit dipterocarpusbomen. Kenmerkend voor deze boomsoort is dat hij een grillig oogstpatroon vertoont. Soms is een aantal jaren de zaadproductie minimaal, maar daarna -in een zogenaamd mastjaar- vallen de vruchten uitbundig als confetti uit de lucht.

Voor orang-oetans betekent dit grillige zaaigedrag dat ze rekening moeten houden met grote schaarste van hun hoofdvoedsel, dipterocarpuszaden. En dat doen ze. Orang-oetans zijn namelijk meesters in het opsporen van voedsel. Hoog in de boomtoppen slingeren ze in een zigzagpatroon door het bos, op zoek naar alternatieven. Uit onderzoek blijkt dat de dieren precies onthouden waar en wanneer ergens een bepaalde boomsoort vrucht draagt. Aan elk seizoen weten ze de beste locaties te koppelen, en daar trekken ze dan naartoe. Verder hebben ze zo hun eigen inlichtingendienst. Neushoornvogels en vliegende honden (reuzenvleermuizen) die massaal in een bepaalde richting trekken, krijgen geheid een paar slingerende orangs achter zich aan, omdat die wel weten waarom ze die kant op vliegen: ze hebben voedsel gevonden. Verder volgen de apen vooral hun neus. Wetenschappers hebben ontdekt dat de apensoort op deze manieren de vruchten van ruim negentig verschillende boom- en plantensoorten verzamelt.

Alle mensapen staan vermeld op de Rode Lijst van bedreigde en ernstig bedreigde diersoorten die is opgesteld door The World Conservation Union IUCN. Ernstig bedreigd zijn populaties die in ruim tien jaar met 80 procent of meer zijn afgenomen. Bedreigd geldt voor die soorten waarvan de populatie in tien jaar met 50 tot 80 procent is gedaald.

Mensapen zijn extra kwetsbaar voor uitroeiing omdat ze een trage voortplantingscyclus kennen. Tussen twee geboortes ligt gemiddeld vier tot zes jaar. Dat komt doordat jongen doorgaans meerdere jaren bij hun moeder blijven.

Het zal niemand verbazen dat het behoud van de mensapen onlosmakelijk is verbonden met het beschermen van de tropische bossen op aarde. Vooral met de mensapen -in het bijzonder de gorilla en de orang-oetan- is het de laatste tientallen jaren snel bergafwaarts gegaan. De kernwoorden die dit verklaren zijn houtkap, burgeroorlog en ziektes.

Houtkap

De laatste helft van de twintigste eeuw ontstond er een wereldwijde markt voor tropisch hardhout en kregen landen met tropisch bos de beschikking over kapitaal en technieken om grootschalig hun bosvoorraden aan te spreken. Indonesië is een extreem voorbeeld van deze lucratieve kaalslag. Zo bestond er na de val van president Suharto in 1998 nog nauwelijks iets zoals natuurbescherming en nam de ontbossing van Sumatra en Kalimantan (het Indonesische deel van Borneo) dramatische proporties aan. Zelfs formeel beschermde natuurgebieden waren niet meer veilig voor de mannen met motorzagen.

Overigens heeft de tsunami bij Atjeh niet direct de orang-oetans getroffen. Indirect zijn er wel gevolgen omdat er voor de wederopbouw gigantisch veel hout nodig is, en dat zal nog massaler dan al gebeurde illegaal uit de leefgebieden van de apen worden gehaald.

West- en Centraal-Afrika kwamen als concessiegebieden voor houtkap in het vizier nadat in de jaren negentig Zuidoost-Azië te klein werd om al die gretige houtkapbedrijven aan het werk te houden. Het wrange is dat veel van de bedrijven die er actief zijn uit Europese landen komen.

De nasleep van deze boskap is nóg schadelijker. Want het leger aan arbeiders dat zo'n houtzagerij meebrengt, moet eten en dat bestaat dan vaak uit bushmeat: zelfgeschoten wild uit het bos en daar horen zeker ook mensapen bij. Nog altijd is er sprake van een groeiende markt voor bushmeat. Rond het jaar 2000 bedroeg de waarde van de (overigens illegale) handel in bushmeat bijna 1 miljard dollar.

Een ander aapvijandig effect van boskap is de aanleg van wegen door het gebied (waardoor stropers en kolonisten gemakkelijk toegang krijgen) en de aanleg van plantages. Met name die op Borneo zijn berucht geworden vanwege de kaalslag die daar eerst voor nodig was.

Funest voor mensapen waren ook de vele (burger)oorlogen die in de jaren '90 woedden in grote delen van Afrika.

En dan zijn er nog door mensen overgedragen ziekten die hun tol eisen. Ecotoerisme wordt doorgaans gezien als de manier om de natuur te beschermen, maar voor mensapen kan het een regelrechte ramp betekenen vanwege de ziekten die toeristen op apen kunnen overbrengen. Zeker honderd infectieziekten hebben mens en mensaap namelijk gemeen. Het dodelijke ebolavirus veroorzaakte nog onlangs in Congo-Brazzaville slachtoffers onder mens en dier.

Integrale aanpak

Intussen zou je verwachten dat in de atlas de stichting van nieuwe en het beter beschermen van bestaande natuurgebieden als dé oplossing wordt gezien voor het mensapenprobleem. Toch is dat niet zo, omdat nog altijd de meeste mensapen buiten de beschermde gebieden leven. Nodig is daarom een bredere en meer integrale aanpak. Verandering van de mentaliteit van de lokale bevolking bijvoorbeeld -zodat er minder gejaagd wordt- en druk op overheden om aan houtkapconcessies aapvriendelijke voorwaarden te koppelen. Een lastige factor bij dit alles is dat de meeste van de landen waar mensapen leven straatarm zijn. Ze in hun eentje laten aanmodderen zal geen soelaas bieden.

Vandaar dat UNEP en Unesco recentelijk een groot project zijn gestart onder de naam Grasp (Great Apes Survival Project). Door krachten te bundelen van alle regeringen, organisaties en personen die zich met mensapen bezighouden, wil men komen tot een duurzame en breed gedragen bescherming van de dieren. De beroemde apenbeschermers Richard Leakey en Jane GoodalI promoten het initiatief. Inmiddels zijn ruim veertig organisaties bij Grasp aangesloten, en ook de regeringen van landen waar de apen voorkomen, doen mee.

Mede n.a.v. "World Atlas of Great Apes and their Conservation", door Julian Caldecott en Lera Miles; uitg. UNEP-WCMC en University of California Press, Londen, 2005; ISBN 0-520-24633-0; 456 blz.; 45,00. Meer informatie: www.unep-wcmc.org.

Chimpansee (Pan troglodytes)

De gewone chimpansee (ter onderscheiding van de bonobo) kent vier ondersoorten: de centrale, de westelijke, de oostelijke en Nigeriaans-Kameroense. Van alle mensapen zijn chimpansees het minst aan tropisch bos verbonden. Zelfs in droog savannegebied zijn ze te vinden. Hun aantal wordt geschat op zo'n 300.000. De chimpansee is de meest wijdverspreide mensapensoort in Afrika. Ze leven in groepen van gemiddeld 35 leden. Hun leefgebied beslaat zo'n 7 à 8 vierkante kilometer. Onder chimps komt regelmatig kindermoord voor, gepleegd door mannetjes die op deze manier de moeders weer seksueel actief willen krijgen. Chimpjongen zijn de eerste vijf jaar namelijk sterk afhankelijk van hun moeder.

Bonobo (Pan Paniscus)

De bonobo komt alleen voor in Centraal-Afrika (in de beide Congo's), waar ze van andere apen worden geïsoleerd door de rivier de Congo en het Albertineriftgebergte. De totale populatie telt ruim 28.000 dieren. Deze apen verplaatsen zich voornamelijk over de grond. Groepen tellen tussen de 10 en de 120 leden, en die trekken iedere dag gemiddeld zo'n 2 kilometer op zoek naar vruchten. Opvallend is de hoge status van vrouwtjes in de groep, de bondgenootschappen die zij onderling sluiten en de samenwerkingsstrategieën die ze ontwikkelen. Zo bepalen zij de toegang tot voedselgebieden, en met welke mannetjes er wordt gepaard. Voor bonobomannetjes valt zodoende weinig te veroveren of te verdedigen. Die zijn daarom opvallend zorgzaam voor alle jongen in de groep.

Gorilla (Gorilla gorilla)

Eigenlijk is de Gorilla gorilla de westelijke gorilla. Daarnaast is er ook de oostelijke gorilla (Gorilla beringei). De westelijke is wijdverbreid in West- en Centraal-Afrika en kent twee ondersoorten: de westelijke laaglandgorilla en de zeer zeldzame Cross Rivergorilla, die in het grensgebied tussen Nigeria en Kameroen leeft, en ten hoogste 280 exemplaren telt. Het aantal westelijke gorilla's wordt geschat op zo'n 80.000. Gabon en Congo-Brazzaville zijn de belangrijkste landen. Een groep bestaat meestal uit zo'n dertig dieren die worden geleid door een dominante zilverrug: een volwassen mannetje met een typische grijze kleur op de rug. Mannetjes die niet zo'n grijze band ontwikkelen, blijven ondergeschikt aan de zilverrug. De oostelijke gorilla is groter en kent twee ondersoorten: de oostelijke laaglandgorilla (17.000 dieren) en de berggorilla. De laatste -in totaal zo'n 700 dieren- komt enkel nog in parken voor in drie landen: Congo-Kinshasa (het vroegere Zaïre), Rwanda en Uganda.

Orang-oetan (Pongo pygmaeus)

De orang-oetan kent eveneens twee ondersoorten: de Borneose orang-oetan (Pongo pygmaeus) en de Sumatraanse orang (Pongo abelii). De Borneose orang leeft in 306 versnipperde populaties op het grote eiland Borneo. Hun aantal wordt geschat op 45.000 tot 69.000 dieren. De Sumatraanse orang is teruggedrongen binnen elf tot dertien geïsoleerde bosgebieden in Atjeh, ten noorden van het Tobameer op Sumatra. De gebieden maken deel uit van het zogenaamde Leuser Ecosysteem. Hun aantal wordt geschat op 7300 dieren. De verdere versnippering van hun leefgebied is de grootste bedreiging voor deze apen. Bij sommige orangmannen ontwikkelen zich typische wangflappen. Deze mannen zijn groter en agressiever dan andere mannetjes en genieten bij vrouwtjes de voorkeur. Orangs zijn nogal solitaire dieren die in de boomtoppen rondzwerven in een groot leefgebied (voor een mannetje komt dat neer op 10 vierkante kilometer). Net als de andere mensapen bouwen orangs iedere avond een nest. Ze kunnen zo'n 45 jaar oud worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 27 december 2005

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

MENSAPEN: verdreven, bejaagd, gegeten

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 27 december 2005

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken