Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geïnspireerd door een zondagsschoolpsalm

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Geïnspireerd door een zondagsschoolpsalm

5 minuten leestijd

Geen land ter wereld waar zich ooit zo'n zangcultuur ontwikkelde als Nederland. Een cultuur die bovendien ondenkbaar was zonder het harmonium. Ergens las ik: "Was Calvijn tegen een orgel in de kerk en vernietigde de puritein Cromwell de orgels in Engeland, een kerkgebouw van Nederlandse protestanten is ondenkbaar zonder dit machtige instrument. En in de schaduw van de orgelpijpen heeft zich met name bij de gereformeerde gezindte een bloeiende harmoniumcultuur ontwikkeld."

Psalmzingend en psalmminnend Nederland liet zich "bij 't urgel" gewillig de liederen van Johannes de Heer op de lippen leggen. Deze zorgde er ook voor dat een schare 'organisten' kon aantreden die met noten weliswaar niet uit de voeten konden, maar met een door hem ontworpen cijferboek alles uit de kast wisten te halen. Een bedrijf in de plaats waar mijn wieg stond, is er groot mee geworden.

Ach, op bepaalde liederen, vandaag opgenomen in de Evangelische Liedbundel, viel wel wat aan te merken. Op de gereformeerd-dogmatische snijtafel viel wel wat te snoeien, maar het zong lekker: "Veilig in Jezus' armen", "Daar ruist langs de wolken", "Ga niet alleen door 't leven", "Kent gij reeds de Goede Herder". Met de vibraties van het harmonium resoneerden de harten van duizenden mee. En wat te denken van de "Holy City", waar maar geen eind aan kwam! Kom er nog eens om. Waar is nog het harmonium (in functie)? En waar is nog de brei-, haak- en borduurcultuur rondom het lopertje dat over de toetsen werd gelegd?

Jammerhout

De "wereld" deed er smalend over, sprak over "het jammerhout." De socialist Richard Nicolaüs Roland Holst (1868-1938), de kunstzinnige echtgenoot van de dichteres Henriette Goverdine Anna Roland Holst-van der Schalk, goot zijn aversie tegen Neerlands cultuurinstrument in het volgende stijlbloempje: "De aartsengelen hadden hun gouden bazuinen, en Tubal Kaïn zijn ijzeren aambeeld en Pan had zijn dwarsfluit en Apollo zijn lier, de schaapherders hadden hun doedelzak, maar de calvinist heeft zijn harmonium, waaruit de snotverkouden stem der mensheid schijnt te jammeren om erbarming."

Hij schreef dit in "Overpeinzingen van een bramenzoeker" (1923), het verhaal van een romantische wandelaar in het landschap van de ziel. Zelf had hij ooit ook geschreven dat kunst een maatschappelijke functie behoorde te vervullen en verheven ideeën diende uit te drukken in "schone vormen, die voor een breed publiek toegankelijk zijn." Bij het harmonium hielden echter kennelijk de grenzen van zijn 'landschap' op.

Meezingers

De orgelcultuur reikte intussen verder dan de huiskamer. Toen in 1924 de eerste Nederlandse omroepvereniging was opgericht, de NCRV, klonk aan de vooravond van Kerst dat jaar het Lutherlied door de ether, en ook "Daar ruist langs de wolken". Vanaf dat moment kon heel Nederland meegenieten van de christelijke meezingers, maar kon men ook kennisnemen van wat hoogwaardige organisten op echte orgels te berde brachten.

Hier is het dat we Jan Zwart introduceren (1877-1937). Al op veertienjarige leeftijd kreeg hij les van G. B. van Grieken, de organist van de Zuiderkerk in Rotterdam, die zeer bevriend was met de beroemde Parijse organist Alexandre Guilmant. Toen hij achttien was, werd hij organist in de Rotterdamse Laurenskerk en vanaf 1898 was hij organist bij de hersteld evangelisch-lutherse gemeente in de Kloveniersburgwalkerk te Amsterdam. Na 1914 gaf hij wekelijkse orgelconcerten in "De Kloof".

In 1929 kreeg Zwart een contract bij de NCRV. Tot enkele maanden voor zijn dood in 1937 verzorgde hij elke maandagmiddag een orgelbespeling van anderhalfuur op zijn instrument in de lutherse kerk. Zo werd hij geliefd bij een brede laag van de Nederlandse bevolking. De echte orgelcultuur oversteeg met hem de harmoniumcultuur.

Conflict

Zoals het echter een professioneel organist betaamt, nam Jan Zwart geen genoegen met elke orgelbank waarop hij moest plaatsnemen. Toen de NCRV zelf een concertorgel aanschafte, gaf Zwart de pijp aan Maarten. Motief: "Je kunt Mengelberg toch ook niet voor een jazzband zetten en mij op zoo'n xantippe van een instrument laten spelen."

Een persbericht volgde. "Niet genegen zijn wekelijksche serie van bijna 200 concerten op het kerkorgel der Hersteld Evangelisch Lutherse Gemeente te Amsterdam te laten overgaan in "concerten die met grootere tusschenruimte moeten plaats hebben" op het Unitorgel, dat onlangs door de NCRV voor haar studio van "Klank en Beeld" overgenomen is, heeft de heer Jan Zwart zijn verbintenis met de NCRV per 1 october opgezegd en zal mitsdien de laatste orgelbespeling door hem gegeven worden op maandag 26 September a. s."

Toch zit hij op maandag 3 oktober al weer op zijn vertrouwde orgelbank. Het had protestbrieven geregend. Ds. K. Schilder, medeoprichter van de NCRV, had vanuit Duitsland, waar hij zich voorbereidde op zijn promotie, een vlammende protestbrief aan zijn medebestuurders gestuurd: Verkoop het Unitorgel zo gauw mogelijk aan Luxor of een ander theater, maar behoud Jan Zwart voor ons christelijk volksdeel! De concerten van Zwart achtte Schilder "bijkans het enige aan culturele waarde, dat wij ons volk kunnen bieden."

Kinderlijk blij

Tot overmaat van vreugde krijgt Jan Zwart dan zelfs het verzoek om behalve op de maandagmiddagen maandelijks ook een avondconcert te geven. De ontknoping is even kinderlijk als ontroerend. De jongste zoon Willem Hendrik laat zondags zijn vader het psalmvers lezen dat hij moet leren voor de zondagsschool. 's Maandags is voor de organist deze psalm uitgangspunt voor een jubelend koraal:

"Zal gedenken, hoe voor dezen

Ons de Heer' heeft gunst bewezen"

Amsterdam, 1929

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 2006

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Geïnspireerd door een zondagsschoolpsalm

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 2006

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken