Bekijk het origineel

Vernieuwen van vaste planten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Vernieuwen van vaste planten

Stekken, zaaien en delen helpt bloei en groeikracht te behouden

4 minuten leestijd

Veel vaste planten staan nu in volle bloei: margriet, vrouwenmantel, kattenkruid. Het prettige van deze overblijvers is dat ze jarenlang voor bloemen en kleur zorgen zonder dat de bezitter er veel aan hoeft te doen. Alles heeft echter onderhoud nodig en dat geldt ook voor vaste planten en halfheesters. Om de drie tot vier jaar moeten ze worden vernieuwd, anders lopen groeikracht en bloei vaak terug. Afhankelijk van de plantensoort kan dit op verschillende manieren gebeuren.

De eenvoudigste onderhoudsmethode is sterke groeiers na de winter te rooie n, ze met een scherpe spade in stukken te steken en de buitenste delen opnieuw te planten.

Voor minder groeikrachtige planten zijn er ook andere mogelijkheden. Zo kan een aantal vaste planten uit zaad worden opgekweekt. Vermeerderen door zaad is alleen mogelijk als de vaste planten soortecht uit zaad terugkomen. Van sommige vaste planten bestaan hybridenrassen; in die gevallen kun je kiezen voor een kleurgroep of een planttype.

Sommige vaste planten dien je meer als twee- of driejarige plant te zien, want na een paar jaar vallen ze weg of doen ze het minder goed. Neem sommige primula- en astersoorten, lupinen, aubrieta, alyssum. Primula vialii bijvoorbeeld bloeit een of twee jaar heel mooi met bruinrode knoppen en blauwviolette bloemen. De bloeiwijze lijkt op die van een orchis. Hoewel de primula als overblijver te boek staat, raak je ieder jaar planten kwijt. Het is aan te bevelen zelf zaad te winnen of te kopen en uit te zaaien om zodoende steeds weer voor jonge planten te zorgen.

In feite geldt dit voor veel meer soorten. Er zijn veel vaste planten die regelmatig verjongen door zichzelf te zaaien. Als het milieu voor een goede kieming ontbreekt of de kiemplantjes niet herkend worden, verdwijnen deze planten uit de border. Er zijn ook vaste planten en heesters, zoals vrouwenmantel en vlinderstruik, die zich zo sterk uitzaaien dat het heel wat energie kost om de zaailingen te verwijderen. Dat is te voorkomen door na de bloei de planten terug te knippen, maar dan mis je de sierwaarde van de uitgebloeide bloeiwijzen.

Plastic zakje

De meeste vaste planten zijn selecties die je alleen door stekken of delen in stand kunt houden. Hierdoor hebben ze dezelfde vorm en eigenschappen als de moederplant. Het in stukken delen doe je bij de meeste planten in het vroege voorjaar.

Een tussenvorm tussen delen en stekken moet worden toegepast bij de baardiris (Iris germanica), die met een wortelstok groeit. Het is nu de beste tijd om deze plant te rooien. Neem jonge scheuten met 5 tot 10 centimeter wortelstok, kort de bladeren eventueel wat in en plant deze.

Er zijn meerdere manieren van stekken. De bekendste is een scheutje van een plant te snijden, bijvoorbeeld van een fuchsia, en dat te laten wortelen. Dit kan ook bij enkele vaste planten zoals flox en anjer. Neem gezonde, jonge scheuten zonder bloemknop, snijd ze onder een knoop recht door en verwijder de onderste bladeren. Steek ze in vochtige potgrond en zet er een plastic zakje of een glazen stolp overheen. Houd ze gedurende de periode dat ze wortels vormen uit de zon. Bij sedum is het afdekken met plastic niet eens nodig, als je er maar voor zorgt dat de grond niet uitdroogt.

Bij planten die meer bossig vanuit een rozet groeien -zoals kattenkruid, stachys en een aantal composieten- kun je scheutjes aan de basis afnemen. Snijd met een scherp mes aan de zijkant van de plant een scheut naar beneden af. Soms zit er al een stukje wortel aan of zijn er wortelpuntjes zichtbaar. Verwijder oudere bladeren en neem eventueel aanwezige bloemknoppen weg. Zet deze scheutjes in een potje met grond of op een vochtig plekje direct in de tuin. Afdekken met plastic is meestal niet nodig als de jonge plantjes maar niet sterk uitdrogen. Deze vorm van vermeerderen lukt in het voorjaar ook goed bij riddersporen. Scheuten die net boven de grond komen en voor een deel nog geel zien, zijn het meest geschikt.

Bladrozet

Een moeilijker vorm van stekken is het maken van een wortelstek. Zo'n wortelstek bezit het vermogen om aan de wortels nieuwe scheutjes te vormen. Neem een paardenbloem. Als je die uit de grond trekt, breekt de bladrozet meestal bij de wortel af. Na enige tijd verschijnen er meerdere rozetten doordat er boven aan de penwortel nieuwe scheutjes zijn ontstaan.

Dat doen ook enkele vaste planten, zoals het twaalfgodenkruid (Dodecatheon), de blauwe distel (Eryngium), de kogeldistel (Echinops) en enkele papaverachtigen. Het zijn planten die niet zo sterk uitgroeien en in sommige tuinen gemakkelijk wegvallen.

Rooi deze planten in de winter en snijd er enkele potlooddikke wortels vanaf. Verdeel deze in ongeveer 5 centimeter lange stukken en zet die rechtop in een vochtig mengsel van potgrond met zand. Houd de bovenkant boven. Bedek de grond en de wortel met een dun laagje grof zand. Naarmate de wortels dikker zijn, mogen de stekjes wat korter zijn. Zet de potten op een koele plaats waar de grond niet uitdroogt. Bewateren stimuleert namelijk het rottingsproces.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 24 juni 2006

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's

Vernieuwen van vaste planten

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 24 juni 2006

Reformatorisch Dagblad | 44 Pagina's

PDF Bekijken