Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ernstig vermaan

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ernstig vermaan

4 minuten leestijd

"Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen?"

Hebreeën 2:3a

De brief aan de Hebreeën is gericht aan de christenjoden te Jeruzalem in een tijd dat de tempeldienst nog volop in bedrijf is (ongeveer 65 na Christus). Het is alsof het Lam Gods nog niet is geslacht.

De schrijver zoekt hun ogen af te leiden van de tempeldienst naar de Heere Jezus Christus, die zo veel heerlijker is geworden dan de engelen. Hij overtreft ze onder andere in naamgeving, in aanbidding, in regering. Dat wil niet zeggen dat we klein van de engelen moeten denken. Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beërven zullen? (Hebreeën 1:14.)

We roepen slechts één voorval in de herinnering. In opdracht van de Heere zijn twee engelen gegaan naar Sodom, om de stad vanwege de verschrikkelijke gruweldaden te verdelgen. Een tegennatuurlijk en zondig seksueel gedrag werd openlijk bedreven. (Zie Genesis 19.) De twee schoonzonen van Lot zijn vanwege ongeloof in de stad omgekomen. En als de engelen Lot en zijn vrouw en hun beide dochters niet bij de hand gegrepen hadden, waren ze allen in de stad omgekomen. Toch sterft de vrouw net buiten de stad vanwege haar ongehoorzaamheid, terwijl Lot en zijn dochters de engelenwoorden hoorden en uiteindelijk gehoorzaamden. Zij werden gered.

Deze geschiedenis laat zien dat het woord door engelen gesproken vast is, en dat alle overtreding en ongehoorzaamheid rechtvaardige vergelding ontvangt. (Hebreeën 2:2.)

Maar de woorden van Christus zijn meer dan die van de engelen! Dat is in het eerste hoofdstuk reeds duidelijk gemaakt. Hij is de Zoon van God! En waar Christus ten hemel is gevaren, heeft God alles in Zijn handen gesteld. Hij is de Erfgenaam van alles! (Hebreeën 1:2.) Hem is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.

En het is Christus in Wiens handen de Vader het hele wereldbestuur gelegd heeft. Christus heeft de teugels in handen inzake de dingen van elke dag. Maar niet minder geldt dat in het geestelijke leven. En het is Christus, Die in het gewaad van het Woord tot ons komt. Het heeft God behaagd in deze laatste dagen tot ons te spreken door de Zoon! (Hebreeën 1:1.)

"In deze laatste dagen." Dat is de periode tussen de eerste komst van Christus in het vlees en Zijn wederkomst. En we worden geroepen Zijn stem te horen en te gehoorzamen!

Zijn roep gaat uit tot ons. Thans treedt de Almachtige binnen in ons bestaan. En roept Hij het u toe: Vreest niet! Ik ben de cipier niet, die u, die jou naar het schavot brengt. Ik ben Zelf op het schavot terechtgekomen. Ik ben dood geweest en Ik leef tot in alle eeuwigheid. Kom achter Mij aan deze dodencel uit! Hoor en gehoorzaam Mijn stem en uw ziel, jouw ziel zal leven!

Hoe is onze reactie? Zijn wij de schoonzonen van Lot gelijk? Zij durfden het woord voor leugen te houden. Durft u de woorden van de Heere Jezus Christus nog steeds in de wind te slaan? Roept de Heere niet in deze laatste dagen ook u en jou? (Zie Dordtse Leerregels, hoofdstuk1, art. III.)

Is uw en is jouw leven getekend in de vrouw van Lot? Buiten de stad gebracht, met het bevel niet achterom te zien. Het kan ver gaan! Wat deed zij? Zij was ongehoorzaam en werd een zoutpilaar.

Deze geschiedenis staat in de Bijbel, ons tot een ernstige vermaan! "Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen?" Weet wel: er is geen ontkomen aan de toorn van God en de eeuwige ondergang, dan alleen in het in acht nemen van de grote zaligheid, ons in het Evangelie geopenbaard. Waar Jezus ons toeroept: "Wend u tot Mij en wordt behouden!"

Lot en zijn gezin vertoefden. (Genesis 19:16.) Als daar niet door hogerhand was ingegrepen, dan waren ze allen voor eeuwig omgekomen. Maar o wonder! Die engelen grepen hen bij de hand.

Moge zo het vleesgeworden Woord van God, naar Gods vrijmacht, ook ons bij de handen grijpen en ons uitleiden uit de macht van de boze en inleiden in Zijn heerlijk Godsrijk. Zijn Naam ter eer. Ons tot een eeuwige zaligheid.

Ds. C. M. Visser, Boven-Hardinxveld

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 2006

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Ernstig vermaan

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 2006

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken