Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Nieuw leven voor dode bomen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Nieuw leven voor dode bomen

Surinaams stuwmeer herbergt een schat aan hout

9 minuten leestijd

Het ruim veertig jaar geleden aangelegde Brokopondostuwmeer in Suriname blijkt een onverwachte schat te herbergen, die nu letterlijk wordt opgedoken: ten minste 10 miljoen kubieke meter hout met een geschatte waarde van bijna 1,5 miljard euro. De kwaliteit van het unieke hout is ongekend, waardoor verwerkers in de rij staan om een graantje mee te pikken.

Zichtbaar uitgeput komt de Braziliaanse duiker boven na minutenlang op een diepte van 25 meter met een speciale kettingzaag een bijna 1 meter dikke groenhart (Tabebuia serratifolia) te hebben doorgezaagd. De boom, bestaande uit een zeer harde en duurzame houtsoort die gewild is in water- en scheepsbouw, wordt omhooggetakeld en direct per boot over het water naar een ponton gesleept. Later verhuist hij met het overige deel van de oogst naar de wal.

Een knap staaltje inventiviteit, en dat terwijl initiatiefnemer Orlando Lee On tot voor enkele jaren geleden weinig met hout op had. Als ondernemer bouwde hij onder meer een bescheiden keten fotozaken op en stampte in hartje Paramaribo een klein winkelcentrum uit de grond. "Van de meeste bomen wist ik de namen niet. Ik ben ook geen bioloog, maar een zakenman, die dingen ziet en durft te doen."

Toch stapte hij begin 2000 in de wereld van het hout. Tijdens een vliegreis van Miami naar Paramaribo las hij een artikel in een krant over de houtoogst in het Tucuristuwmeer in buurland Brazilië. "Toen ik dat onder ogen kreeg dacht ik: Dat kunnen wij ook. In Suriname hebben we immers een 1600 vierkante kilometer groot stuwmeer."

Hij doelt daarmee op het prof. dr. ir. W. J. van Blommesteinmeer, zoals de naam officieel luidt, maar dat door Surinamers zelf Brokopondo- of Afobakameer wordt genoemd. Of gewoon "het stuwmeer". In de jaren zestig werd door aluminiumgigant Alcoa, moederbedrijf van het Surinaamse Suralco, begonnen met de bouw van een stuwdam in het stroomgebied van de Surinamerivier. Het land is vandaag de dag voor een belangrijk deel afhankelijk van de energie die de waterkrachtcentrale levert. Maar door het ontstaan van het stuwmeer moesten tientallen bosnegerdorpen worden ontruimd en verdween een imposant deel van het ongerepte regenwoud goeddeels onder water.

Aantrekkingskracht

Het meer biedt ruim veertig jaar na dato een wat surrealistische aanblik. Restanten van afgestorven bomen rijzen uit het water en doen vermoeden dat er een enorme ramp heeft plaatsgevonden. Het meer heeft dankzij dit alles een enorme aantrekkingskracht op toeristen, die zich niet laten afschrikken door de uit de kluiten gewassen populatie piranha's.

In tegenstelling tot hun Braziliaanse soortgenoten zijn de Surinaamse exemplaren niet al te agressief. En dus kun je met een gerust hart in het water springen zonder te hoeven vrezen er met een teen minder uit te komen.

Een eenvoudig rekensommetje vooraf leerde Lee On volgens eigen zeggen dat hij aan het meest lucratieve avontuur van zijn leven begon. Hij zette het bedrijf Brokopondo Watra Wood International NV (BWWI) op en investeerde tot nu toe 3 miljoen dollar in het project. Naar verwachting is de komende jaren nog een extra investering van zo'n 1,5 miljoen dollar nodig om op volle toeren te kunnen draaien.

Lee On: "Met de huidige prijzen op de wereldmarkt voor hardhout, kunnen we de komende dertig tot vijftig jaar een totale omzet halen van minimaal 1,5 miljard dollar. En dat is aan de voorzichtige kant, want hoe schaarser hardhout wordt, hoe hoger de prijs. Ik vraag mij eerlijk gezegd af waarom nooit eerder iemand op het idee is gekomen."

In een land waar meer luchtkastelen worden gebouwd dan plannen concreet worden uitgevoerd, werd Lee On in het begin door slechts enkelen serieus genomen. "Ik heb mij daar niet door laten tegenhouden. Ik heb mij verdiept in de houtwereld door beurzen en bedrijven over de hele wereld te bezoeken, vooral in Noorwegen. En ik ben natuurlijk meerdere malen naar het Tucuristuwmeer in Brazilië geweest, waar destijds de laatste bomen werden geoogst. Daar heb ik veel van opgestoken, want daar zaten de mensen met jarenlange praktijkervaring, die ik nu ook in dienst heb. Het wiel opnieuw uitvinden is niets voor mij."

Perfecte kwaliteit

Tijdens de eerste onderzoeken troffen Lee On en zijn medewerkers 58 hardhoutsoorten in het meer aan. Zachte houtsoorten zijn inmiddels allang vergaan. Ook de bovenzijde van de hardhoutbomen, die niet permanent onder het wateroppervlak heeft gezeten, is onbruikbaar. Maar het hardhout dan ruim veertig jaar onder heeft gestaan is supergeloogd en heeft een perfecte kwaliteit.

Na de komst van het water stierven de wortels van de bomen af. De bladeren in de toppen, die boven het wateroppervlak uitstaken, probeerden te overleven en trokken alle voedingsstoffen uit de boom naar zich toe. De atmosferische druk zorgde voor samenpersing van nerven en holten. In de loop der jaren ontstond daardoor een enorm stevige houtmassa. "Op de bomen die we uit het water halen zit wel een dikke slijmlaag, maar die was je er zo af. We zijn nog aan het onderzoeken waar deze uit bestaat", vertelt Lee On.

Het hout is, zodra het uit het water komt, direct zaagbaar. "Op zich zou het geen kwaad kunnen om het een weekje of zo te laten drogen. Maar de vraag is zo groot dat we daar geen tijd voor hebben. Voordeel van dit hout is bovendien dat chemische bewerking tegen eventuele insecten niet nodig is. Die zijn onder water al lang geleden verdwenen."

Het aantal duikteams wordt de komende maanden uitgebreid, deels met Surinamers die door de Brazilianen worden opgeleid. Een duikteam is in staat dagelijks 20 tot 25 bomen te oogsten. Als het bedrijf op volle kracht draait, verwacht Lee On tussen de 200 en 250 kubieke meter hout per dag te kunnen verwerken.

Een groot deel vindt nu al gretig aftrek in het buitenland. "Een Amerikaans bedrijf garandeert 4000 kuub per maand af te nemen, maar aan die vraag kunnen we niet voldoen. Ook Nederlandse en andere Europese bedrijven kunnen niet wachten tot we op volle kracht draaien."

Eindproducten

BWWI streeft ernaar zelf zo veel mogelijk eindproducten te maken, variërend van meubels tot raamkozijnen en deuren. "Het is natuurlijk te gek voor woorden dat we tegen een prijs van 400 tot 500 dollar per kuub leveren aan bedrijven in de verwerkende industrie, die er na bewerking een veelvoud voor krijgen. Hoe meer we het in eigen hand houden, hoe winstgevender het project is. Bovendien biedt dat veel meer werkgelegenheid, wat vooral in het binnenland, waar nauwelijks een baan te vinden is, van enorm belang is.

We kunnen weliswaar samenwerken met gespecialiseerde bedrijven, zoals Doorwin dat bezig is met de overname van Bruynzeel Suriname. Maar ik ben ervan overtuigd dat het voor de Surinaamse economie het beste is om alles zo veel mogelijk zelf te doen."

Om de daad bij het woord te voegen, is op het bedrijfsterrein naast de zagerij inmiddels een kleine fabriek opgebouwd, uiteraard met gebruikmaking van hout uit het stuwmeer. Dat geldt ook voor de meeste andere gebouwen, zoals de slaapvertrekken. Tevens zijn er vergevorderde plannen voor de opzet van een vakantieoord.

Productiehal

Lee On is nu bezig met de bouw van een enorme productiehal, waar een nieuwe grote zaagmachine zal worden opgesteld. De pilaren van de hal zijn ook uit het meer afkomstig, waardoor het een unieke constructie wordt. "We proberen zelf zo veel mogelijk met het hout te doen om het bedrijf op te bouwen. Zelfs de meeste boten bouwen we eigenhandig."

Op onoverkomelijke technische problemen bij het oogst- en verwerkingsproces zijn de medewerkers van BWWI nog niet gestuit. "Natuurlijk lopen we vaak tegen problemen aan, maar dan moet je naar een oplossing zoeken. De schade aan buitenboordmotoren bijvoorbeeld. Veel afgebroken bomen die net onder het wateroppervlak zitten zie je niet, waardoor je de schroef geregeld kapot vaart. We zijn nu met een aanpassing bezig, zodat dit straks tot het verleden behoort."

Ook wist niemand hoe het hout zou reageren als het boven water zou komen. "De atmosferische druk neemt toe naarmate je dieper komt. Boven water valt die druk weg, dus we vreesden dat daardoor scheuren en barsten in de stammen zouden ontstaan. In de praktijk blijkt dat echter niet het geval te zijn. Zo leren we elke dag bij."

Lee On is trots op het resultaat tot nu toe. "We doen iets wat volgens mij nergens anders in de wereld meer gebeurt. Voor mij is belangrijk dat ik met dit project Surinamers kan laten zien dat je met een combinatie van doorzettingsvermogen, kennis en inventiviteit alles kunt bereiken. Het is moeizaam van start gegaan, maar nu het licht op groen staat, zal het nooit meer op rood worden gezet."

Stilletjes hoopt hij op de aanleg van een nieuw stuwmeer in West-Suriname, waar al decennialang over wordt gediscussieerd. "Dan kunnen we over pakweg veertig, vijftig jaar, als we hier klaar zijn, de activiteiten daar voortzetten. Je moet niet stilzitten, maar naar de toekomst kijken en aan durven te pakken. Alleen daarmee boek je vooruitgang."


Veel weerstand Surinaamse overheid

Hoewel er een gedegen plan lag, heeft Lee On ongekend veel weerstand gekregen van de Stichting voor Bosbeheer en Bostoezicht (SBB), de werkarm van de overheid die controle uitoefent op alle bosbouwactiviteiten in Suriname. "De directeur van SBB had al toezeggingen gedaan aan Chinese bedrijven die, voor ze ook maar beginnen te onderhandelen, een dikke enveloppe onder tafel doorschuiven.

Er werden ons door de SBB onmogelijke eisen opgelegd, zoals het herbeplanten van het gebied waar we de bomen weghalen. Maar hoe moet ik bomen planten op de bodem van een meer? Ook eisten ze een diepgaand onderzoek naar de gevolgen voor de biodiversiteit. Maar die biodiversiteit is ruim veertig jaar geleden, toen het gebied onder water liep, al verloren gegaan. In het water komen slechts twee vissoorten voor, de piranha en de tucunari."

Uiteindelijk gaf de SBB in 2003 schoorvoetend toestemming, maar nog altijd verloopt het contact tussen BWWI en de stichting uitermate moeizaam. "Ieder houtkapbedrijf dient 6 dollar per kubieke meter hout af te dragen aan de overheid, wij 12 dollar. Als argument wordt aangedragen dat het kappen van hout in een stuwmeer niet is opgenomen in de Boswet. Daarom scharen ze onze activiteiten onder de noemer incidentele houtkap, waarvoor een hogere vergoeding geldt. Ik leg me daar echter niet bij neer."

Suralco, de concessiehouder van het stuwmeer, was enthousiaster. Na de nodige onderhandelingen kreeg Lee On toestemming om de bomen te oogsten en een stuk grond van 40 hectare toegewezen aan de oever van het stuwmeer. Het resultaat mag er inmiddels zijn, zo blijkt tijdens een bezoek aan het bedrijfsterrein, op zo'n 110 kilometer van de hoofdstad Paramaribo, en getuige de activiteiten op het meer zelf. Inmiddels staan meer dan zestig mensen op de loonlijst.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 5 september 2006

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Nieuw leven voor dode bomen

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 5 september 2006

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken