Bekijk het origineel

Vrijmetselarij: alleen voor onorthodoxe mannen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vrijmetselarij: alleen voor onorthodoxe mannen

9 minuten leestijd

De Orde van Vrijmetselaren is omgeven met een waas van geheimzinnigheid. Terwijl de Rooms-Katholieke Kerk haar leden verbiedt lid van de orde te worden, zien anderen in de vrijmetselarij een illegale organisatie die in loges dingen doet die het daglicht nauwelijks kunnen verdragen. Of een club van elitaire heren die elkaar in het maatschappelijk leven de bal toespelen.

Ieder "vrij man van goede naam" van 21 jaar en ouder mag zich aansluiten bij de vrijmetselarij. Tenminste, als hij kan aantonen psychisch gezond te zijn, niet drinkt en geen kroegen bezoekt. Mannen, niet geremd "door het gezag van een eventuele kerk", met een zekere culturele bagage en een hang naar mystiek, die zijn welkom bij de vrijmetselaren.

Nieuwe leden nemen deel aan een geheime inwijdingsceremonie: de symbolische reis. De kandidaat legt alle metalen -geld, ring en horloge- af, zodat hij het onderscheid ervaart tussen het stoffelijke en het geestelijke. In de tempel zijn dan al drie lichten ontstoken: wijsheid, kracht en schoonheid.

De kandidaat krijgt een blinddoek voor om zich bewust te worden van zijn tekortkomingen. Anderen laten hem struikelen, maar vangen hem ook weer op. Iedereen heeft in het leven hulp nodig.

De kandidaat, nog steeds geblinddoekt, belooft alle vormen, symbolen, rituelen en herkenningstekens geheim te zullen houden en het doel van de orde te bevorderen. Dan krijgt hij een paar witte handschoenen. De daden van de vrijmetselaar dienen vlekkeloos te zijn.

Steenhouwers

Het ontstaan van de vrijmetselarij is onduidelijk. In ieder geval is de naam ontleend aan de middeleeuwse steenhouwersgilden. In de veertiende eeuw ontstaat er door de groei van de steden grote behoefte aan onafhankelijke steenhouwers, "free mason's" (vrijmetselaren). Hun werkplaatsen, de "lodges" of loges, worden door de aanwezige wiskundige kennis centra van geschoolde, onafhankelijke ambachtslieden.

Later ontwikkelen deze loges zich meer en meer tot sociale en maatschappelijke leerscholen waaraan ook wetenschappers, filosofen, kunstenaars en componisten deelnemen. De nieuwe stroming blijkt grote aantrekkingskracht te hebben op verlichte en vooruitstrevende mannen in heel Europa. Tal van beroemdheden sluiten zich bij een vrijmetselaarsloge aan: George Washington, Wolfgang Amadeus Mozart, Johann Wolfgang von Goethe, Winston Churchill en ook diverse leden van het Nederlandse Oranjehuis, zoals stadhouder-koning Willem III, koning Willem II en prins Hendrik, de echtgenoot van koningin Wilhelmina.

In Nederland ontstaat de eerste loge in Den Haag in 1735. In 1756 volgt de Nederlandse Orde van Vrijmetselaren, een verband van vrijmetselaarsloges.

De eerste vrijmetselaren zijn vooral in de ban van het verlichtingsdenken. Volgens dr. G. Erdtsieck, auteur van het vorige maand verschenen boek "Vrijmetselarij", leggen ze sterk de nadruk op eigen verantwoordelijkheid en vrijheid van het individu. "Het was verboden in de loge te spreken over godsdienst of politiek. Men vreesde met deze onderwerpen de eensgezindheid van de vrijmetselarij te schaden. Door op zondagmiddag te vergaderen, sloot men bovendien trouwe kerkgangers uit."

Kerken

Kerken reageren verschillend op vrijmetselarij. De Rooms-Katholieke Kerk verbiedt haar leden lid te worden omdat de loges met hun antidogmatisme religieuze onverschilligheid zouden aanmoedigen. In 1983 laat kardinaal Joseph Ratzinger, de huidige paus Benedictus XVI, dan ook in een officiële verklaring weten dat de beginselen van de vrijmetselarij onverenigbaar zijn met de leer van de kerk. Een rooms-katholiek die lid is van een loge "verkeert in een staat van ernstige zonde en mag de heilige communie niet ontvangen."

De synode van de Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland verbiedt in 1877 haar leden lid te worden van een loge vanwege "de ontheiliging van de eed en gewetensdrang." Ook het Leger des Heils, de Christian Reformed Church in de Verenigde Staten en de Gereformeerde Kerken in Zuid-Afrika wijzen vrijmetselarij af.

Hoewel veel anglicanen lid zijn van een vrijmetselaarsloge, ontstaat er in Engeland een tendens om kerkleden aan te raden te bedanken voor de vrijmetselarij. De rituelen van de hogere graden zijn volgens de Anglicaanse Kerk godslasterlijk omdat ze te veel lijken op godsdienstige plechtigheden.

Orthodoxe christenen voelen zich per definitie niet thuis bij vrijmetselaarsloges, zegt Erdtsieck. "Vrijdenken is voor elke orthodoxe groepering uit den boze. Omdat kerkelijke leerstukken er geen plaats mogen hebben, trekt vrijmetselarij vooral vrijzinnigen aan. Ze zien het als een aanvulling, een verrijking van het kerklidmaatschap en zoeken daar vooral mystiek. Orthodoxe christenen zullen bovendien nooit spreken over God als "Opperbouwmeester van het heelal". Vrijmetselaren bedoelen daar niet per definitie de God van de Bijbel mee."

De vrijmetselarij is geen kerkgenootschap, benadrukt Erdtsieck. "De orde kent geen religieuze dogma's. Toch gaan de meeste leden ervan uit dat er iets hogers is. Wie dat niet gelooft, voelt zich ook niet thuis in de vrijmetselarij."

Elitair

De hang naar mystiek is volgens Erdtsieck een van de redenen waarom mannen zich aansluiten bij een vrijmetselaarsloge. Door de rituelen, symbolen, licht en muziek is de vrijmetselarij een organisatie bij uitstek die aan deze behoefte kan voldoen. "Veel broeders hechten waarde aan het esoterisch element, wat inhoudt dat geheimen slechts door ingewijden doorgrond kunnen worden. Hoewel het verraden van een geheim niet meer als onvergeeflijk wordt gezien, is het not done het geheim te onthullen, ook als men de vrijmetselarij verlaat."

De behoefte om met mannen onder elkaar te zijn en ergens bij te horen, speelt eveneens mee bij de keuze om lid te worden. Vrouwen zijn niet welkom in de loge. Die hebben sinds 1947 een eigen orde, de Weefsters, met dertien plaatselijke loges en zo'n 500 leden.

Het beeld dat vrijmetselaren elitair zijn, klopt volgens Erdtsieck. "Zeker tot de Tweede Wereldoorlog moest men om lid te worden een goede maatschappelijke positie bezitten. Nu is het vooral nodig om elitair van geest te zijn. Een vrijmetselaar moet een bepaalde mate van intellectuele bagage hebben om alle rituelen te begrijpen. Het is niet geschikt voor Jan met de pet."

Openheid

Al enkele decennia loopt het aantal leden van de Orde van Vrijmetselaren terug, met 1 à 2 procent per jaar. Er zijn er nu nog zo'n 5800, verdeeld over 145 loges. "De vrijmetselarij in Nederland zal de goede soort maçon moeten vinden. Dat is een man die een bepaalde ontwikkeling bezit en leergierig is, met een vrije geest en een onorthodoxe levensovertuiging."

De laatste jaren laten de vrijmetselaren dan ook steeds meer zien van hun ooit zo geheime genootschappen. Via websites, informatiefolders en voorlichtingsbijeenkomsten proberen ze nieuwe leden trekken. Zo ook zaterdag op de landelijke open dag, wanneer ter gelegenheid van het 250-jarig bestaan van de orde alle loges hun deuren openen. Rondleidingen, lezingen en beamerpresentaties vertellen dan het verhaal van de vrijmetselarij.

Tegenstrijdig is deze openheid wel een beetje, vindt Erdtsieck. "De vrijmetselarij wil toch bepaalde dingen geheim blijven houden. Openheid dus, maar niet over alles."


Proeven van het geheim

Het geheim van de vrijmetselarij is op elke website te lezen, zegt vrijmetselaar Rien Ipenburg. "Maar je moet het ondergaan om de werkelijke betekenis ervan te begrijpen. Je kunt de smaak van een sinaasappel niet omschrijven, die moet je proeven."

De Orde van Vrijmetselaren in Nederland viert dit jaar zijn 250-jarig bestaan en daarom openen alle loges zaterdag hun deuren. Bezoekers kunnen een kijkje nemen in de loge, in de tempel waar de rituelen plaatshebben. "Ontdek het mysterie van de vrijmetselarij", is het thema.

Evert Kwaadgras, conservator van het Cultureel Maçonniek Centrum in Den Haag, vergelijkt vrijmetselarij graag met een spel. "Voetbal is normaal, vrijmetselarij ook. Beide zijn aan regels gebonden. Het lijkt een bizar spel, zolang we niets van de regels weten."

Inwijding in het spel is dus nodig, aldus Kwaadgras. "We zijn een inwijdingsgenootschap. Ik spreek daarom liever van beslotenheid dan van geheimzinnigheid."

In de rituelen gaat het volgens hem om woord, teken en aanraking. Een bepaalde formule, een symbolisch voorwerp, een handdruk. In deze "kleine toneelstukjes" weet de kandidaat niet wat er gaat gebeuren. "Staan we zo ook niet in het leven? Het werpt ons weer terug op onszelf. En onderweg leer je meer en meer. Het juiste handelen in de loge weerspiegelt het juiste handelen in de maatschappij."

Vrijmetselaren onderschrijven geen bepaalde leer, benadrukt Kwaadgras. "Het enige wat we samen hebben is het ondergaan van rituelen. Het blijft toch een persoonlijke reis naar binnen, naar inkeer, stilte en aandacht."


Vrijmetselarij

De vrijmetselarij is een wereldwijde organisatie met vele richtingen en eigen rituelen en gebruik van symbolen. Wat kenmerkt vrijmetselaren?

Vrijzinnig

De vrijmetselarij is opgericht voor mannen -vrouwen zijn uitgesloten- die "vrij en zelfstandig" willen denken. De orde is vrijzinnig en verwerpt iedere vorm van dogmatisme. Doel van de vrijmetselaren is het bereiken van een hoger spiritueel en ethisch niveau, onder andere door onderling overleg en geheime rituelen. Centraal staan verdraagzaamheid, het vertrouwen in de maakbaarheid van een betere samenleving en het streven naar zelfontplooiing.

Inwijding

Ieder "vrij man van goede naam" van 21 jaar of ouder kan zich aansluiten bij de vrijmetselarij. Nieuwe leden nemen deel aan een inwijdingsceremonie. Om de verrassing zo groot mogelijk te houden, weten kandidaten niet wat er gaat gebeuren. Ze leggen een belofte af om de vormen, symbolen, rituelen en herkenningstekens geheim te houden en beloven het doel van de orde te bevorderen. Vrijmetselaren zien de inwijdingsceremonie als een heilig spel waarbij niemand gekwetst, beledigd of vernederd wordt.

Graden

Er zijn drie symbolische graden: leerling, gezel en meester. Een leerling streeft ernaar zichzelf te leren kennen, een gezel zijn medemens en een meester het "Hogere." Daarnaast zijn er nog 33 "hoge" of "toegevoegde" graden.

Herkenning

Als vrijmetselaren elkaar begroeten, drukken ze elkaar de hand op een bepaalde manier. Deze handruk noemen ze de "leeuwengreep." Iedere vrijmetselaar hoort bij zijn inwijding tot leerling, gezel en meester het wachtwoord dat bij zijn graad hoort en dat hij nodig heeft om de tempel -de plaats van samenkomst- te kunnen betreden. Vrijmetselaars hebben een eigen schrijftaal, waarbij ze veel afkortingen gebruiken en puntjes die een driehoek vormen.

Attributen

De bekendste vrijmetselaarssymbolen zijn de passer en de winkelhaak, ontleend aan de middeleeuwse bouwcorporaties. Passer en winkelhaak komen ook terug in het logo van een loge. Tijdens een ceremonie draagt de vrijmetselaar witte handschoenen en een schootsvel -vanouds een lap om de kleren van een ambachtsman te beschermen- in de kleuren van zijn loge.

Bijbel

De vrijmetselarij is vol religieuze elementen uit het Oude en Nieuwe Testament. De plaats waar vrijmetselaren samenkomen, noemen ze tempel, naa r het voorbeeld van de tempel van Salomo. Schutspatronen van de loges zijn Johannes de Doper en Johannes de Evangelist. Daarnaast erkennen de meeste vrijmetselaren een macht boven zich, een opperwezen, die ze "Opperbouwmeester van het heelal" noemen. Ze bedoelen daar niet per definitie de God van de Bijbel mee.

Meer informatie: "Vrijmetselarij", door G. Erdtsieck; uitg. Kok, Kampen, 2006; "250 jaar Orde van Vrijmetselaren", door A. W. F. M. van de Sande en M. J. M. de Haan; uitg. Synthese, Den Haag, 2006.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 2006

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Vrijmetselarij: alleen voor onorthodoxe mannen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 2006

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken