Bekijk het origineel

Twee woorden in het homodebat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Twee woorden in het homodebat

Toenadering van christenen tot het COC loopt op niets uit

7 minuten leestijd

ChristenUnie-raadslid Yvette Lont heeft tegenover het COC enkele door haar gedane uitspraken over homoseksualiteit genuanceerd. De homobeweging is echter zwaar teleurgesteld over haar nadere toelichting. De CU daarentegen heeft waardering voor de excuses van Lont, al benadrukt ze dat het Amsterdamse raadslid een persoonlijke mening heeft gegeven en niet als CU-vertegenwoordigster optrad, want de partij wijst met klem elke vorm van discriminatie af. Dat is een opmerkelijke redenering.

In haar verklaring zegt Lont het te betreuren dat ze in de kringen rond het COC verwarring en boosheid heeft opgeroepen door te zeggen dat God de zonde van de homoseksuele daad haat en dat die de "geestelijke dood" verdient. Zij had die woorden gebruikt in een artikel op de opiniepagina van het Nederlands Dagblad. In de brief aan de homobeweging zegt Lont met deze uitspraak niet de dood van homoseksuelen te wensen, maar dat ze daarmee heeft bedoeld "het van God gescheiden zijn". "In een christelijke krant heb ik deze geestelijke term gebruikt," maar -blijkens haar reactie- heeft ze zich onvoldoende gerealiseerd dat niet-christenen de uitspraak anders opvatten. Daarover heeft ze haar spijt betuigd. Dat laat overigens onverlet dat ze de homoseksuele daad zonde blijft vinden.

De ontstemming bij het COC heeft tweeërlei reden. Onmiskenbaar speelt mee dat niet-christenen vaak niet begrijpen wat christenen met bepaalde uitdrukkingen bedoelen. Om een voorbeeld te noemen: iedere christen weet wat er wordt bedoeld met: "De Schrift zegt..." Daarmee wordt verwezen naar een Bijbelwoord. Maar een niet-christen denkt: De Schrift? Welk schrift?

In een samenleving waarin moderne media ervoor zorgen dat allerlei gesproken en geschreven woord ook ver buiten de achterban terechtkomt, is het zaak zich het gevaar van miscommunicatie goed te realiseren. De term "geestelijke dood" snappen niet-christenen niet. En in een tijd waarin de angst voor religieuze terreur diepgeworteld is, geeft een buitenstaander al snel een negatieve duiding aan deze woorden, alsof Lont een doodvonnis over homoseksuelen wilde uitspreken. Christenen moeten daarom hun woorden zorgvuldig kiezen zonder daarbij onduidelijk te zijn.

Onwil

Wat ook meespeelt, is de onwil en het onbegrip bij het COC jegens mensen die homoseksualiteit op grond van de Bijbel afwijzen. Daar gruwen ze van en het liefst willen ze iemand die zo'n geluid verspreidt de mond stoppen. Van enige bereidheid om goed te luisteren naar de intenties en overwegingen is in het algemeen geen sprake. Dat de homobeweging dus "zwaar teleurgesteld" is over de toelichting van Lont was voorspelbaar.

Gelukkig heeft de ChristenUnie zich anders over de excuses van Lont uitgelaten. Binnen de partij bestond waardering voor haar toelichting, maar de leiding voegde er wel aan toe dat zij "ten onrechte als ChristenUniedeel-raadslid naar buiten trad." Want de CU is "tegen alle vormen van discriminatie en geweld" in de samenleving.

Dat laatste roept vragen op. Bedoelt de leiding van de CU dan dat Lont discrimineert? Dat zal het partijbestuur beslist ontkennen. De ChristenUnie is al een aantal jaren doelbewust bezig het beeld van de partij zoals dat in de samenleving bestaat, te corrigeren. De partij wil niet te boek staan als een anti-partij, met standpunten die anti-abortus, anti-euthanasie of anti-homo's zijn.

In de eerste plaats omdat men zichzelf als een partij met een veel bredere agenda ziet. Thema's als milieu en sociale gerechtigheid zijn evenzeer van belang. In de tweede plaats omdat de CU het anti-homo-imago onterecht en ongenuanceerd vindt. Daarom is ze gaan benadrukken dat ook de ChristenUnie tegen discriminatie van homo's is en geweld tegen die groep veroordeelt. Zo kan ze poneren: op dít punt zijn we het als christelijke partij in elk geval met de rest van de samenleving en het COC eens: discrimineren mag niet.

Overigens zal dat gemeenschappelijke standpunt voor het COC niet voldoende zijn. Dat moet de CU zich realiseren bij de gesprekken die ze sinds enige tijd met de homo-organisatie voert. Ten diepste gaat het er deze lobbyclub toch om dat iedereen, feitelijk en moreel, het recht van de homoseksuele praxis erkent en dat homoseksualiteit een volledig sociaal geaccepteerd verschijnsel wordt. De homobeweging is niet tevreden totdat iedereen vindt wat zij vindt.

Laat de CU door zo'n handreiking de Bijbelse afwijzing van de homoseksuele praxis los? Dit ontkent de partij met klem. De partij vindt dat een politieke partij zich daarover niet hoeft uit te laten. Dat is iets voor kerken en pastores. De CU vindt dat de politiek zich niet behoeft te bemoeien met hetgeen in de slaapkamer plaatsheeft. Als politicus behoef je geen uitlatingen te doen over homoseksualiteit op zichzelf. Alleen als er politieke items spelen, zoals het homohuwelijk, moet je daar als christelijke partij wel een standpunt over formuleren. Vandaar dat de CU-leiding verklaard heeft dat Lont niet als CU-politica heeft gesproken.

Die stellingname is aanvechtbaar. Natuurlijk is het waar dat politiek niet over alles gaat. De overheid moet haar beperkingen kennen. Maar het is al te gemakkelijk om te zeggen dat de slaapkamer buiten het politieke blikveld valt. Overheid en politiek hebben ook daar iets te zeggen. Anders zou de politiek zich ook niet sterk kunnen maken tegen bijvoorbeeld geweld in de slaapkamer.

Openhartig

Het homohuwelijk wijst een christenpoliticus toch af vanwege de onderliggende, Bijbels gefundeerde visie op homoseksualiteit? Die kun je dan toch niet onder stoelen of banken steken? Terecht merkt Lont in deze discussie op dat het wel degelijk relevant is om als politicus openhartig te zijn over je visie op homoseksualiteit an sich, omdat dat je visie verklaart op zaken als darkrooms en homo-ontmoetingsplaatsen. Kortom: de stelling "Als politicus heb ik daar geen opvatting over" komt zeer gekunsteld over. Het COC prikt daar ook doorheen. En gelijk heeft ze.

Er is nog een punt. Sinds kort wordt binnen de reformatorische kerken weer het debat over de houding tegenover homoseksualiteit gevoerd. Daarbij wordt de vraag gesteld of orthodoxe christenen een juiste visie op dit onderwerp hebben. Dat is zeker relevant. De problematiek van homofiele mensen is binnen christelijke gemeenten vaak onvoldoende onderkend of wordt afgedaan met gemakkelijke antwoorden. Terwijl er wel degelijk een probleem is.

Mensen die met hun homofiele geaardheid worstelen, lopen binnen de kerken nogal eens op tegen een muur van onbegrip, wantrouwen en verachting. Daarmee wordt groot leed aangericht. Homofielen die leven in onthouding hebben een geweldige worsteling te voeren, die niet onderschat mag worden. Hun geaardheid bepaalt hun bestaan; daar hebben zij mee te kampen. Terecht dat zij protest aantekenen als dat wordt miskend. Binnen de veiligheid van de christelijke gemeente moet ruimte zijn voor mensen die homofiele gevoelens hebben. Daar moet een gesprek over mogelijk zijn en deze mensen verdienen steun. Dat kan zeker beter. Wanneer het nieuwe debat binnen kerken daar een bijdrage aan levert, wordt winst geboekt.

Dat gesprek vraagt een open houding. Van beide kanten. Van de heteroseksuele leden en van de homoseksuele leden. De eerstgenoemden mogen hun homofiele medemens zeker niet afschrijven. Omgekeerd moeten homofiele gemeenteleden hun eigen last, hoe zwaar ook, niet isoleren en verabsoluteren. Mogelijk vanuit een stuk nood hebben homofile gemeenteleden soms de neiging te doen alsof er maar één probleem bestaat, dat van hun geaardheid en hun positie.

Meer noden

Er zijn echter meer noden in de gemeenten en in de maatschappij. Om er een te noemen: wat te denken van de duizenden alleenstaande, heteroseksuele mannen en vrouwen die hunkeren naar liefde en geborgenheid maar alleen het leven door moeten? Ook zij kunnen een wezenlijk deel van zichzelf, namelijk hun seksualiteit, niet op Bijbelse wijze tot ontplooiing laten komen. Waarbij er wel het verschil is dat zij de hoop op een andere staat des levens niet behoeven op te geven, terwijl een homoseksueel die in onthouding wil leven voor altijd alleen is.

Die noodzakelijke aandacht voor homoseksuelen in kerk en maatschappij laat echter volstrekt onverlet dat de Bijbel helder spreekt over de zonde van de homoseksuele daad (Zie Lev. 18 : 22 en 20 : 13, Rom. 1 : 18 - 32, 1 Kor. 6 : 9 en 10 en 1 Tim 1 : 9 en 10.) De seksuele omgang tussen mensen van hetzelfde geslacht wordt in de Bijbel "tegennatuurlijk" en "een gruwel" genoemd. Dat standpunt heeft de kerk ook eeuwenlang ingenomen en is nog actueel. Dat moet gezegd kunnen worden. Daar hoeft geen christen zich van te distantiëren.

Het riskante van de huidige discussie is dat dit element op de achtergrond raakt. Homofiele mensen kunnen aanstoot nemen aan die Bijbelse gedachte. De christelijke gemeente zal echter heel helder moeten maken wat het verschil is tussen aanvaarding van de homofiele mens en afwijzing van de homoseksuele daad. Ook in de discussie over homoseksualiteit geldt dat het belangrijk is met twee woorden te spreken. Beide kanten moeten voluit aan de orde komen. Daarom verdient Lont, zeker na haar toelichting, voluit de steun van allen die zich baseren op Bijbelse uitgangspunten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 8 september 2007

Reformatorisch Dagblad | 39 Pagina's

Twee woorden in het homodebat

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 8 september 2007

Reformatorisch Dagblad | 39 Pagina's

PDF Bekijken