Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

In Zaandam "rotzooide hij maar wat an"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Zaandam "rotzooide hij maar wat an"

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

Alleen al de Bullekerk in Zaandam is een knipoog waard. De Westzijderkerk aldaar, gebouwd tussen 1640 en 1680, draagt die naam omdat op de veemarkt in 1647 een hoogzwangere vrouw (Trijn Jans) op de hoorns van een stier werd genomen, waardoor haar kind als bij keizersnede ter wereld kwam. Trijn stierf direct en haar kind zes maanden later. Op een levensgroot schilderij in de kerk is het drama vereeuwigd. De bul heeft naam gemaakt.

Onder aan de preekstoel staat ook een grote houten pelikaan, een dier dat zijn jongen voedt met bloed dat uit een zelfaangebrachte wond in zijn borst vloeit: sinds de middeleeuwen een symbool voor het offer van Christus.

Een kerk hoeft echter niet oud te zijn om geschiedenis te maken. De hervormde Paaskerk in Zaandam heeft als bouwjaar 1956/1957, maar deed al tijdens de bouw van zich spreken.

In de bouwtijd droegen de predikanten J. W. van Petegem en A. de Jonge in Zaandam de herdersstaf. Vooral Van Petegem heeft zich beijverd voor de bouw van de nieuwe kerk. Nochtans verliep alles niet naar diens zin. De schilder Karel Appel namelijk had de zeven scheppingsdagen op evenzovele ramen in de kerk verbeeld. Over die ramen is in die tijd in Zaandam al heel wat te doen geweest. Kon een ongelovig kunstenaar zo'n karwei wel aan? Ds. Van Petegem vond van niet.

Maar daarmee was het verhaal nog niet klaar. De architect had namelijk een cadeau bedacht voor de kerk. Tegen de tijd dat de kerk opgeleverd ging worden, kreeg dezelfde Karel Appel, een goede vriend van de architect, de opdracht om op de muur achter de avondmaalstafel de tekst te schilderen: "Want het ganse schepsel wacht met reikhalzend verlangen het openbaar worden van de zonen Gods" (Romeinen 8:19, vertaling 1951).

Toeschouwer

Toen de schilder met zijn karwei bezig was, zat er verscholen in een bank een jonge toeschouwer. De zoon van ds. De Jonge, jawel, Freek de afgedwaalde, moest wachten op vader, die in conclaaf was met de kerkenraad om de rituelen voor de opening van de kerk door te praten. In het boekje "Zaansch Veem" beschrijft zoon Freek, die had meegeholpen om met de collectebus 100.000 gulden bijeen te lopen, zijn weg naar het ongeloof. Hij zag de woeste handelingen waarmee de schilder met een dikke kwast, "die meer van een gewone huisschilderskwast had dan van een penseel", de letters op de muur smeet. "Appel wekte de indruk dat het hem niets meer kon schelen of het wel of niet netjes was."

Toen de schilder klaar was, merkte hij het knaapje op. "Wat staat daar, maatje?" vroeg hij. Toen het maatje de tekst las, was hij opgelucht: "Mooi, het is dus te lezen." En toen zou hij ook daar de voor Appel kenmerkende, gebeitelde woorden hebben gesproken: "Ach joh, ik rotzooi maar wat an!"

Intussen waren de vader van Freek en dominee Van Petegem de kerk ingekomen. De muurschildering had de bangste vermoedens van ds. Van Petegem overtroffen. "Ik zei nog, laten we Anton Pieck nemen" En vader De Jonge zou hebben gemompeld: "Ja, dat kan mijn zoontje ook."

Op de dag van de opening bleek de kunstuiting van Karel Appel met witte verf te zijn overdekt. En toen vluchtte de domineeszoon de kerk uit

Nu persifleert hij de preken uit zijn jeugd, waarbij hij ontheiliging van de Naam niet schuwt.

Dikke duim

Op 25 mei 2005 werd de 'historische' Paaskerk verkocht aan de vrije evangelische gemeente te Zaandam, als vrucht van de kerkvereniging op 1 mei 2004. Echter zonder de ramen van Karel Appel. Die ramen zijn nu meer waard dan ze bij het ontwerpen ervan hebben gekost, toen de ster van Karel Appel nog rijzende was. De nieuwe eigenaar wilde er de gevraagde 200.000 euro niet voor neertellen. De kerkrentmeesters houden ze nu zuinig in beheer.

Maar de duim van de domineeszoon blijkt wel erg dik geweest. Literaire overdrijving heet dat. De latere voorganger van de Paaskerk, ds. J. P. Neels, wist me het naadje van de kous te vertellen. De muur was helemaal niet wit geschilderd. Bij de opening was de schildering wel met een wit laken bedekt, zodat deze aan het oog van de gemeente werd onttrokken. En na de opening is men wekenlang bezig geweest om de schildering, die Karel Appel stevig en kennelijk ook in een geïrriteerde stemming had aangebracht, te verwijderen.

Zijn kunstwerk was geen lang leven beschoren. Toen het werk klaar was, stond ds. Van Petegem er samen met Karel Appel beteuterd bij te kijken. Die beteutering is op de gevoelige plaat vastgelegd.

Goud waard

Appel "rotzooide maar wat an". Dat zijn wel zijn eigen woorden. "Het script was in kinderlijk handschrift aangebracht, met scheve en vlekkerige, onregelmatige letters", las ik in een beschrijving van de geschiedenis van de Paaskerk. Slechts één foto in het boek van Catherine Houts, "Karel Appel. De biografie", houdt de herinnering eraan levend.

Wat is kunst? En kan een niet-gelovige Bijbelse taferelen verbeelden, of aspecten van het onnavolgbare handelen van de Schepper? Gelovige, door de Geest geïnspireerde kunstenaars zijn goud waard.

Zaandam, 1957

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 2007

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

In Zaandam

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 2007

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's