Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

"We hebben hier geen gedachtepolitie"

4 minuten leestijd

Het is tijd voor een nieuwe fase in het homo-emancipatiebeleid, vindt minister Plasterk: de sociale acceptatie. En daarom trekt hij extra geld uit voor een positievere beeldvorming over homoseksuelen. Reformatorische scholen hoeven niet bang te zijn. "We hebben hier geen gedachtepolitie."

"Gewoon homo zijn", zo luidt de titel van de gisteren door het kabinet gepresenteerde nota Lesbisch en homo-emancipatiebeleid 2008-2011.

Minister Plasterk, verantwoordelijk voor dit onderdeel van het kabinetsbeleid, vindt het een geslaagde titel. Een op de vijftien mensen is homoseksueel, en dat is volgens hem "heel gewoon." "Gewoon homo zijn, dat wil zeggen: wanneer mensen het gevoel hebben dat ze homo zijn, moeten ze niet denken dat er iets geks met hen is. Ze moeten zelf het gevoel hebben: het is gewoon om homo te zijn. En ook hun omgeving, ouders, familie, docenten, moet zich dat realiseren."

Waarom is het zo belangrijk dat deze nota verschijnt?

"Ik denk dat nu sprake is van een derde fase in de emancipatiestrijd van homoseksuelen. De eerste fase was het einde van de strafbaarheid. De tweede fase betekende de gelijkstelling voor de wet. Op juridisch gebied kregen homo's gelijke rechten als hetero's. Het symbool daarvan is de openstelling van het huwelijk voor homoseksuelen. Maar daarmee zijn we er nog niet. Nu zitten we in de derde fase: de sociale acceptatie van homoseksuelen.

Mensen zijn voor de wet gelijk. Maar dat wil nog niet zeggen dat homo's en lesbiennes zich overal vrij voelen om voor hun geaardheid uit te komen, en daarnaar te leven."

Uit onderzoeken blijkt dat Nederland een van de meest tolerante landen is als het gaat om maatschappelijke acceptatie van homoseksualiteit.

"Op zichzelf is dat waar. Maar dat komt mede omdat in heel veel andere landen totaal geen sprake is van acceptatie van homoseksuelen. Bovendien is het in Nederland nog helemaal niet zo dat alle homoseksuelen durven uit te komen voor wie ze zijn.

Het kan nog heel veel beter. We vangen regelmatig signalen op dat homoseksuelen zich in sommige buurten absoluut niet veilig voelen. Met name moslimjongeren kunnen heel agressief zijn tegen homo's. Dat kan natuurlijk niet.

Een op de vijftien mensen is homo. Dat betekent dat in elke schoolklas, in elk voetbalelftal, en in elk gezelschap van die grootte statistisch gezien een homo zit. Maar in het dagelijkse leven is dat vaak niet bekend, en dat komt dus doordat mensen zich niet als homo bekend durven te maken. Dat geeft wel aan dat die acceptatie in Nederland nog helemaal niet zo vanzelfsprekend is."

Homoseksualiteit moet bespreekbaar worden gemaakt op scholen, vindt u. Wat verwacht u van reformatorische scholen?

"Ik verwacht dat reformatorische scholen homoseksualiteit bespreekbaar maken. Want ook op reformatorische scholen zit gemiddeld in elke klas wel een homo. Natuurlijk is het waar dat over homo-zijn verschillende opvattingen leven. Maar uiteindelijk gaat het erom dat er respect is voor homoseksuelen; dat respect verwacht ik eerlijk gezegd wel. Het kan een klasgenootje zijn, een broertje of een zusje. Ik vind dat iedereen dat moet accepteren."

Ik kan niemand verplichten om homoseksualiteit bespreekbaar te maken. Ik kan moeilijk in een schoolklas gaan zitten. Op reformatorische, en ook op islamitische en katholieke scholen heeft het alleen zin om te praten over homoseksualiteit als bestuurders en docenten daar interesse in hebben.

Als een docent op een reformatorische school zegt dat hij absoluut niet wil praten over het onderwerp, dan kunnen we niet zo veel doen. In dat geval zou een homobelangenorganisatie nog wel kunnen voorstellen om eens een uurtje met het bestuur of de directie te praten. Maar als een school zegt geen gesprek te willen, dan is die mogelijkheid jammer genoeg uitgesloten. Als de school echter aanzet tot discriminatie, wordt het natuurlijk een heel ander verhaal. Dat is strafbaar. En als homoseksuele jongeren zich niet veilig voelen op zo'n school, zal ik die school daarop aanspreken."

Mag een reformatorische school het standpunt blijven uitdragen dat het praktiseren van homoseksualiteit een brug te ver is?

"Ik vind dat een buitengewoon ongelukkig en onwenselijk standpunt, laat dat helder zijn. Maar in juridische zin mag het. We hebben in Nederland vrijheid van onderwijs. We leven in een vrij land en mensen mogen opvattingen uitdragen. En zolang de kwaliteit van het onderwijs niet in het geding is, heb ik als minister van Onderwijs geen invloed en die wil ik ook niet hebben. Als reformatorische scholen moeite blijven houden met homoseksualiteit, zal ik dat betreuren. Maar dat is dan een gegeven, we hebben hier geen gedachtepolitie."

Dit is het derde deel in een serie over de homo-emancipatie. Volgende week deel 4.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 november 2007

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 november 2007

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken