Bekijk het origineel

Aangeboren of aangeleerd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Aangeboren of aangeleerd

Onderzoekers VU presenteren boek over studies met meerlingen

8 minuten leestijd

Tweelingen fascineren. Ze zijn precies even oud, groeien vaak samen op. Toch zijn het duidelijk verschillende personen. Ze zijn daarom een dankbaar onderwerp van onderzoek. De hamvraag: hoe groot is de invloed van genen op intelligentie, ziekten en leefgewoonten en in hoeverre spelen ook andere factoren een rol?

Het aantal tweelingen is veel groter dan mensen over het algemeen denken. Van elke dertig personen die we kennen, is er gemiddeld één de helft van een tweeling.

Opvallend is verder dat in sommige landen meer tweelingen worden geboren dan in andere. In Japan ligt dat aantal bijvoorbeeld veel lager dan in Europa (1 op 150 tegenover 1 op 75). Nigeria houdt het record met 40 meerlingen op 1000 geboorten, oftewel een kans van 1 op 25.

Daarbij worden er in Nederland de laatste decennia duidelijk meer tweelingen geboren door het gebruik van nieuwe vruchtbaarheidstechnieken als ivf.

Bij de geboorte, en ook op latere leeftijd, is het lang niet altijd duidelijk of een tweeling eeneiig of twee-eiig is. Soms lijken beide 'helften' op elkaar als twee druppels water. Soms ook verschillen ze duidelijk van elkaar. Tegenwoordig kan een DNA-test met bijna 100 procent zekerheid hierover uitsluitsel geven.

Splitsing

Eeneiige tweelingen ontstaan wanneer een bevruchte eicel al vroeg in de ontwikkeling splitst en uitgroeit tot twee kinderen. Het eeneiige koppel krijgt daarmee hetzelfde erfelijk materiaal mee. Dat houdt tevens in dat ze altijd van hetzelfde geslacht zijn: twee meiden of twee jongens.

Twee-eiige tweelingen ontstaan wanneer er bij de moeder twee eicellen tegelijkertijd rijpen. Aangezien ze door twee verschillende zaadcellen worden bevrucht, hebben ze maar 50 procent van de erfelijke eigenschappen gemeen. Het kunnen twee jongens zijn, twee meisjes of een jongen en een meisje. Twee-eiige tweelingen lijken genetisch gezien evenveel op elkaar als "gewone" broertjes en zusjes. Verschil blijft natuurlijk dat ze precies even oud zijn en de eerste negen maanden de baarmoeder delen.

Tweelingen zijn vaak onderwerp van onderzoek. Met dergelijke studies hopen wetenschappers erachter te komen in hoeverre persoonlijkheid, leefgewoonten of ziekten worden bepaald door de genen en in hoeverre deze het gevolg zijn van omgevingsfactoren, zoals het gezin waar iemand opgroeit of de gebeurtenissen die plaatshebben in het leven.

Divers

Als eeneiige tweelingen, die genetisch identiek zijn, op een bepaald gebied meer gelijkenis vertonen dan twee-eiige tweelingen, die verschillende genen hebben, mogen wetenschappers daaruit concluderen dat de erfelijke aanleg een rol speelt.

Voor dit soort studies is het belangrijk dat er niet alleen eeneiige, maar ook twee-eiige tweelingen meedoen aan het onderzoek. Alleen dan kunnen wetenschappers eigenschappen uitsluiten die samenhangen met het tweeling-zijn, en niet zozeer met een erfelijke factor.

"Helaas denken veel ouders van tweelingen, en ook tweelingen zelf, dat wetenschappers meer geïnteresseerd zijn in eeneiige tweelingen", schrijft Dorret Boomsma, hoogleraar biologische psychologie aan de Vrije Universiteit (VU), in het boek "Tweelingonderzoek. Wat meerlingen vertellen over de mens". Boomsma beheert het Nederlands Tweelingenregister (zie kader). De publicatie, waaraan 28 internationale tweelingonderzoekers hun bijdrage leverden, wordt morgen gepresenteerd aan de VU in Amsterdam. Het onderwerp van de studies is divers: intelligentie, gedragsproblemen bij kinderen, het voorkomen van angst en depressie, leefgewoonten als roken en drinken en hart- en vaatziekten.

Tegenstrijdig

Een van de beschreven onderzoeken betreft de aanleg voor overgewicht. Het blijkt dat bij eenzelfde verhoging van het aantal calorieën in de voeding en bij gelijke lichaamsbeweging sommige tweelingparen slechts 4 kilo aankomen en anderen niet minder dan 14. In dit geval is er duidelijk een verschil in erfelijke aanleg voor overgewicht, zo concluderen de onderzoekers.

De afgelopen tachtig jaar heeft tweelingonderzoek een schat aan informatie opgeleverd op het terrein van de geneeskunde en gedragswetenschappen, schrijft de Australische onderzoeker Nicholas G. Martin, verbonden aan het Queensland Institute of Medical Research in Brisbane.

De eerste tweelingonderzoeken waren kleinschalig en leverden vaak tegenstrijdige resultaten op. Dat veranderde in 1970 toen uit statistische berekeningen bleek dat er honderden of zelfs duizenden tweelingparen nodig waren om onderscheid te kunnen maken tussen genetische aanleg en omgevingsinvloeden. "Het werd duidelijk dat het merendeel van de onderzoeken te kleinschalig was geweest", aldus Martin. "Er waren slechts twee alternatieven: ermee ophouden en iets anders gaan doen óf veel grotere tweelingonderzoeken opzetten."

Het zal duidelijk zijn: de wetenschappers kozen voor het laatste. De statistische 'ontdekking' zorgde ervoor dat er in de jaren tachtig grote tweelingregisters in het leven werden geroepen om gegevens te verzamelen op diverse wetenschappelijke terreinen. Inmiddels nemen tienduizenden tweelingen uit diverse landen deel aan het onderzoek.

N.a.v. "Tweelingonderzoek. Wat meerlingen vertellen over de mens", Dorret Boomsma (red.); VU Uitgeverij, Amsterdam, 2008; ISBN 978 90 8659 080 3; 256 blz.; 22,50.

Nederlands Tweelingen Register

Tweelingen en hun familieleden, bijvoorbeeld ouders, broers en zussen, maar ook echtgenoten, kunnen zich inschrijven in het Nederlands Tweelingen Register (NTR) als zij willen meewerken aan onderzoek. Het register bestaat sinds 1987 en is opgericht door de Vrije Universiteit in Amsterdam. Als tweelingen nog jong zijn, kunnen ze worden opgegeven door hun ouders. Zij vormen tijdens de eerste jaren de belangrijkste bron van informatie over de ontwikkeling van de kinderen. Met bijna 40.000 Nederlandse tweelingen die over een lange periode worden gevolgd, is het NTR internationaal een van de belangrijkste registers voor wetenschappelijk en medisch tweelingonderzoek.

www.tweelingenregister.org.

"Vader kon ons slecht uit elkaar houden"

De eeneiige tweeling Jopie en Gidi van Vreeswijk werd geboren op 23 januari 1951. Voor- of nadelen van het tweeling-zijn kan Jopie zo snel niet noemen. "Ik ben het zo gewend."

Lijken jullie veel op elkaar?

Ja, toen we verkering hadden, vergisten onze jongens zich wel eens. Toch lijken we nu meer op elkaar dan vroeger; we hebben ongeveer hetzelfde postuur en ik draag nu ook een bril.

Hebben jullie altijd in dezelfde klas gezeten?

Alleen op de basisschool hebben we bij elkaar in de klas gezeten. Daarvan zaten we drie jaar bij onze vader in de klas. Die kon ons slecht uit elkaar houden. Mijn moeder naaide daarom vaak iets op onze kleren waardoor hij wist: dat is Gidi en dat is Jopie.

Welke opleiding hebben jullie gevolgd?

Na de basisschool ging Gidi naar de mavo en ik naar de hbs. Gidi heeft daarna een cursus boekhouden gevolgd. Ik ben de analistenopleiding gaan doen.

Komen er meer tweelingen voor in de familie?

De zus die onder ons komt, heeft een tweeling. In het gezin van twaalf waren wij het derde en het vierde kind.

Wonen jullie nog bij elkaar in de buurt?

We wonen al 35 jaar, sinds ik getrouwd ben, niet meer in dezelfde plaats. Ik woon in Veenendaal, zij in Gouda. Daardoor heb ik met Gidi niet meer contact dan met andere broers en zussen.

Doen jullie mee aan tweelingonderzoek?

Wij doen al vanaf het begin mee aan tweelingonderzoek van de VU. Morgen gaan we naar Amsterdam om bij de presentatie van het boek over tweelingonderzoek te zijn. Het is eigenlijk wel een ramp om steeds weer een heel boekwerk met vragen in te vullen. De vragen zijn breed, bijvoorbeeld over goede en slechte gewoonten, psychische toestand en godsdienst.

"Mensen zien ons als samen"

De twee-eiige tweelingzussen Mirjam en Esther Wind zijn geboren op 27 augustus 1990. Mirjam is de 'oudste'. "Tussen Esther en mij zitten 3 minuten."

Hebben jullie altijd in dezelfde klas gezeten?

In groep 1 en 2 van de basisschool hebben we in dezelfde klas gezeten. Daarna zijn we uit elkaar gegaan. Om onze eigen vrienden te maken in plaats van altijd met z'n tweeën op te trekken.

Welke opleiding volgen jullie?

Esther heeft het havo-diploma gehaald en zit nu in het eerste jaar van de opleiding verloskunde. Zelf heb ik het vmbo met succes afgerond. Nu ben ik eerstejaars verpleegkunde op het mbo.

Dragen jullie dezelfde kleren?

Vroeger droegen we af en toe hetzelfde, maar de laatste jaren niet meer. We hebben allebei onze eigen kledingstijl.

Vallen jullie op hetzelfde type jongen?

We vallen op verschillende typen jongens. Dat verbaast me niet, gezien onze verschillende karakters.

Kun je een voordeel noemen van tweeling-zijn?

Je was altijd samen, ook tijdens een vakantie. Als ik iets spannend vond, had ik Esther. Dat was erg prettig.

En een nadeel?

Het is niet altijd leuk dat mensen ons met elkaar vergelijken. Ze zien ons als samen, niet als één van ons apart. Maar we zijn twee personen, met onze eigen kwaliteiten en verschillende karakters.

Doen jullie mee aan tweelingonderzoek?

We staan ingeschreven bij het tweelingregister van de RUG (Rijksuniversiteit Groningen). Daar doen ze onderzoek met zowel eeneiige als twee-eiige tweelingen. We krijgen af en toe een nieuwsbrief thuis en zo nu en dan vullen we een vragenlijst in.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 12 februari 2008

Reformatorisch Dagblad | 17 Pagina's

Aangeboren of aangeleerd

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 12 februari 2008

Reformatorisch Dagblad | 17 Pagina's

PDF Bekijken