Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een jong en zeer bekwaam ingenieur

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Een jong en zeer bekwaam ingenieur

Stadsarchitect Van der Tak bepaalde het gezicht van Amersfoort

5 minuten leestijd

De rol van een stadsarchitect kan nooit overschat worden. Vooral niet wanneer die stadsarchitect zijn taak serieus neemt. Dan bepaalt hij het ge zicht van de stad. Zo zette C. B. van der Tak tussen 1925 en 1945 zijn stempel op Amersfoort. Een stadsarchitect tussen modernisme en traditie (1929-1945).

Schoolontwerpen, woningbouw, landschapsprojecten, sportvoorzieningen, uitbreidingsplannen, wegenaanleg, restauratieprojecten, waterzuivering, alles krijgt de stadsarchitect onder ogen en kan hij overgieten met het sop van zijn visie. De stadsarchitect is immers het eerste aanspreekpunt voor zowel burgemeester en wethouders als voor de inwoners van de stad zelf. Bij Van der Tak gaat de invloed nóg een stap verder: hij is tevens directeur Bouw- en Woningtoezicht. Het betreft een nieuwe afdeling waaronder ook "woningbedrijf, stadsontwikkeling, volkshuisvesting en krotopruiming" zijn ondergebracht.

Als 28-jarige sollicitant onderscheidt Van der Tak zich van vijf mededingers als "een jong en zeer bekwaam ingenieur met zeer veel overleg, knap in zijn vak, strikt eerlijk, hoogst zuinig" en "met zeer veel gezag over zijn personeel en in alle opzichten hoogst betrouwbaar - met een zeer goede smaak en geweldig knap onderlegd, terwijl hij uit een burgerlijke familie stamt die allen in het bouwvak zijn groot geworden, terwijl zijn overgrootvader een zeer bekend en knap directeur van Gemeentewerken Rotterdam was."

Onderscheid

De Amersfoortse Van der Tak moet worden onderscheiden van de Rotterdamse. Drie generaties Van der Tak met dezelfde voorletters en nagenoeg dezelfde namen opereerden in de architectuur. De voorletters C. B. staan bij de eerste twee generaties voor Christiaan Bonifacius, bij de derde generatie staan ze voor Christinus Bonifatius. De reden van deze subtiele wijziging blijft onduidelijk.

De oudste Van der Tak, Christiaan Bonifacius, leefde van 1814 tot 1878, was als hoofdopzichter betrokken bij de aanleg van de spoorlijn van Rotterdam naar Utrecht en was later directeur van Gemeentewerken Rotterdam. Zijn bekendste ontwerp is het drinkwaterleidingcomplex met de watertoren in Kralingen (1874). Hij was verder betrokken bij de herbouw van het Schielandshuis na de brand van 1864, de overkapping van de binnenplaats van de Beurs (1867) en de herbouw van de Vleeshal (1877) aan de Botersloot. Hij ontwierp enkele scholen waaronder de HBS aan de Witte de Withstraat (1874). Hij ontwierp verder de Willemsbruggen, de ijzeren spoorbrug over de Maas en de verkeersbrug (1874-1878) en de brug over de Koningshaven. De verbinding tussen beide inmiddels verdwenen bruggen heet de Van der Takstraat.

Van der Tak junior (1862?-1943) ontwierp samen met de architecten Müller en Droogleever Fortuyn veel kantoorgebouwen en havenemplacementen voor Wambersie, Van Berkel, Smit, Müller en de Rotterdamse Lloyd. Zijn bekendste werk is het hoofdkantoor van de Holland Amerika Lijn, het huidige Hotel New York.

Particuliere praktijk

Kleinzoon Van der Tak (1901-1977), Christinus dus, was al op 27-jarige leeftijd directeur van de Nenijto, een nijverheidstentoonstelling in Rotterdam. Hij ontwierp een aantal gebouwen voor deze beurs. Een jaar later verkaste hij naar Amersfoort om daar tot 1945 als stadsarchitect aan de slag te gaan. Hij bouwde veel scholen en andere gemeentelijke gebouwen in een aan Dudok verwante stijl. Zijn architectuur kenmerkt zich enerzijds door strakke vormen en modern materiaalgebruik, terwijl aan de andere kant de gebouwen door hun vormenspel ook aansluiten bij de traditie van de Amsterdamse School. Hij maakte veel gebruik van blokvormen, gegroepeerd rond een verticale bouwmassa. De gevels bestaan meestal uit gele baksteen, met "indrukwekkende luifels en naar voren springende vlakken" die aan het gebouw een grote plasticiteit geven met een karakteristieke schaduwwerking. De gebouwen van Van der Tak liggen meestal in hun omgeving verankerd, waarbij gemetselde plantenbakken de overgang vormen naar een tuin of speelplaats.

Door zijn lidmaatschap van de NSB tijdens de oorlogsjaren kon hij na de oorlog zijn ambtelijke carrière niet voortzetten. In de jaren vijftig hervatte hij op bescheiden schaal zijn praktijk. Zo ontwierp hij in Amersfoort de eerste serviceflat van Nederland. Dit was een groot succes, waarna door het hele land een groot aantal van dit soort complexen tot stand kwam. Nadat in de jaren tachtig een aantal van zijn gebouwen op de monumentenlijst werd geplaatst, begon langzaam weer belangstelling voor het werk van deze begaafde stadsarchitect te ontstaan.

Monografie

Anton Groot en Max Cramer stelden een monografie samen van deze architect. Daarin is een oeuvrecatalogus opgenomen, die de werkkracht van de stadsarchitect aantoont. Hij was breed georiënteerd en ontwierp even gemakkelijk zwembaden als waterzuiveringsinstallaties, flatgebouwen als boerderijtjes, watertorens als jeugdherbergen. Hij werkte niet alleen in Amersfoort maar in het gehele land.

Zijn oorlogsverleden heeft de carrière van de architect geknakt. Na het uitzitten van zijn door de rechter opgelegde straf moest hij een volksgericht ondergaan: hij werd genegeerd. Die straf duurde veel langer. 't Is moeilijk uit te maken hoe de loopbaan van Van der Tak eruitgezien zou hebben zonder diens veroordeling. Wellicht dat zijn monografie niet alleen eerder zou zijn verschenen, maar dat hij ook in de galerij van grootste Nederlandse architecten zou zijn geplaatst.

Zijn betekenis voor Amersfoort is echter groot geweest. Maar dat moet vooral geconcludeerd worden uit de hoeveelheid projecten die de architect onder handen nam. Want naar een totaalvisie op architectuur, naar een samenvatting van zijn denken zoek je tevergeefs in het dikke, overigens zeer gedetailleerde boek.

N.a.v. "C. B. van der Tak. Stadsarchitect tussen modernisme en traditie, 1929-1945", door Anton Groot en Max Cramer; uitg. Thoth, Bussum, 2007; ISBN 978 90 6868 449 0; 464 blz.; 44,90.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 5 maart 2008

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Een jong en zeer bekwaam ingenieur

Bekijk de hele uitgave van woensdag 5 maart 2008

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken