Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hoopvol herstel van De Wieden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Hoopvol herstel van De Wieden

Project Natuurmonumenten zorgt voor terugkeer zeldzame planten en vogels

5 minuten leestijd

Enthousiast trekt boswachter Bart de Haan een teer en onooglijk plantje uit de grond. Voor de natuurbeheerder is de vondst van het zeldzame blaasjeskruid in het Overijsselse moerasgebied De Wieden een hoopvol teken. "Deze vleesetende plant komt alleen voor in water van bijzondere kwaliteit."

De bestuurster van de grote fluisterboot van vereniging Natuurmonumenten vindt moeiteloos haar weg in de vele kreken en sloten die De Wieden rijk is. Het uitzicht is weergaloos. Goudkleurig riet is omzoomd door waterpartijen waar eenden in dobberen. Langs de oever staan de waterlelie en gele lis in bloei.

Een oer-Hollands landschap dat door turfstekers werd gevormd. Die begonnen zo'n tien eeuwen terug het veen af te graven als brandstof voor de kachel. Waar het veen was weggehaald ontstonden vaarten van 12 tot 16 meter breed, zogenaamde trekgaten. Daartussen 6 meter brede legakkers voor het drogen van het veen. Maar ach, een beetje breder trekgat voor een hogere turfopbrengst kon best, dachten de turfstekers. Totdat eind achttiende en begin negentiende eeuw fikse stormen over de vaarten joegen en een aantal smalle legakkers kopje onder ging. Zo ontstonden de wijde plassen van De Wieden.

Keerpunt

Niet alles is rozengeur en maneschijn in het natuurgebied. Projectleider Willem Miedema wijst op enkele stokken die midden in het water staan. "Dit was de oorspronkelijke beschoeiing van het eiland. Door de golfslag brokkelen de oevers af en wordt het eiland steeds kleiner. Dit proces versterkt zichzelf: hoe groter het meer, hoe hoger de golven, hoe meer oeverafslag. In een mensenleven gaat het om tientallen meters."

Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer, eigenaren van het moerasgebied, kijken niet passief toe. Aan de westkant van het eiland zijn de organisaties begonnen met het herstel van de oevers. Van wilgentenen en larikspalen maakten ze een nieuwe beschoeiing. Het gebied tot aan de oorspronkelijke rietkraag, zo'n 40 tot 50 meter breed, vulden ze op met natuurlijk materiaal. Miedema: "Over een jaar of twintig is deze zone vol gegroeid met riet. Dan halen we de beschoeiing weg en houdt de oever zichzelf weer in stand."

De klus is intensief, want het natuurlijke materiaal wordt via een persleiding onder water naar het eiland gebracht. Toch kiest Miedema bewust voor deze methode. "Afval is een nuttig en goedkoop product. We moeten efficiënt omgaan met het geld wat we krijgen."

Boswachter Bart de Haan verwacht veel resultaat van de inspanningen van de natuurbeheerders. "Rietvogels als de grote karekiet en de roerdomp zullen zich hier weer gaan nestelen. Vroeger was de roerdomp een heel algemene vogel. Nu is het een van de meest bedreigde soorten. Als er nog vijf paartjes in De Wieden zijn, is dat veel."

Volgens De Haan bevindt het moerasgebied zich op dit moment op een keerpunt. "De roerdomp neemt sinds tien jaar weer toe. Net als de purperreiger. Deze soort is gegroeid van twintig naar vijftig exemplaren. Hopelijk zet deze ontwikkeling zich door."

Deinen

In het hart van het natuurgebied houdt de fluisterboot een ogenblik stil. Een stuw verspert de weg. De waterkering is door Natuurmonumenten aangelegd om gebiedsvreemd water zo veel mogelijk tegen te houden. "Voedselrijk water, vol met meststoffen, is een grote bedreiging voor de flora en fauna. Voedselarme planten als de groenknolorchis, de ronde zegge en het rood schorpioenmos hollen achteruit," legt de Haan uit.

Natuurmonumenten denkt daarom na over het installeren van een filter, waarmee schadelijke fosfaten uit het water worden gehaald. "Dit moet gebeuren in overleg met het waterschap. De meeste leden daarvan zijn agrariërs, dus de gesprekken gaan niet altijd even gemakkelijk."

Op het eiland Stobbenkamp zetten de bezoekers voet aan wal. De bodem deint onder onze voeten. Toch is dit niet het zeldzame trilveen, maar een gewone veenlaag die op het water drijft, vertelt de Haan. Zo'n vijfentwintig jaar geleden bestond het eiland nog voor de helft uit deze unieke bodemsoort. Het gebied werd verpacht aan rietsnijders, die de grond lieten verdrogen en greppels lieten dichtgroeien, zodat het trilveen verdween.

Maar ook hier werpt het herstelproject van Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer zijn vruchten af. De Haan bukt zich naast een inmiddels open gegraven sloot en trekt een teer plantje uit de grond. Enthousiast: "Kijk, dit is het zeldzame blaasjeskruid, dat alleen in water van hele goede kwaliteit groeit. Het betekent dat hier weer trilveen groeit." Verderop staan bijzondere soorten als de koekoeksbloem en de rietorchis. "Het gaat de goede kant op in De Wieden."


Strijden voor terugkeer van trilveen

Sinds de winter van 2006-2007 werken Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer aan het herstel van het moeras in De Wieden en De Weerribben. Vorige week werd bekend dat het project voor de tweede keer subsidie krijgt uit de Europese LIFE-natuurgelden.

Uniek, want het komt in Nederland zelden voor dat een Europees beschermd natuurgebied voor de tweede keer in de prijzen valt.

Met het herstelproject "Nieuw leven voor het moeras" willen de organisaties alle variaties van het laagveenmoeras in stand houden. Projectleider Miedema: "Als we dat niet doen, verandert het landschap langzamerhand in een groot moerasbos. Dat is ook natuur, maar dan missen we variatie in flora en fauna."

Voor het project is 4,7 miljoen euro nodig; 40 procent komt daarvan uit Brussel, 55 procent wordt betaald door het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit en 5 procent bekostigen Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten.

De geldstroom stopt in 2010. Miedema vindt het jammer dat het om een tijdelijke subsidie gaat. "Het herstel van het gebied vraagt veel tijd. Stilstand is achteruitgang. Het zou mooi zijn als er een structurele subsidie komt."

Een van de belangrijkste onderdelen van het herstelproject is het graven van petgaten. Deze lange stroken water groeien geleidelijk dicht met planten. Dit proces heet verlanding. Elk stadium heeft zijn eigen kenmerkende planten en dieren. Een van die stadia kan -onder gunstige omstandigheden- trilveen zijn. Trilveen, een drijvend pakket van vaak bijzondere planten, is de laatste jaren in Europa steeds minder te vinden.

Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer brengen door het graven van petgaten de verlanding steeds weer op gang. Het doel hiervan is op de lange duur de hoeveelheid trilveen te vergroten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 17 juni 2008

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Hoopvol herstel van De Wieden

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 17 juni 2008

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken