Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Slap, stil en met een tong van stof

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Slap, stil en met een tong van stof

Kunstenares Tinkebell. verwijt consument en dierenbeschermers dubbele moraal

9 minuten leestijd

Een wit konijn hipt door het oude Volkskrantgebouw in Amsterdam, het neusje wipt op en neer. Een grote bruine hond kijkt bewegingloos toe, hoewel zijn poten helemaal rond kunnen draaien. Hij is dood. Net zo dood als het witte konijn, dat een mechaniekje van een speelgoedbeest in zijn buik heeft. Kunstenares Katinka Simonse (29) gebruikte hun vachten om de wereld iets mee te delen. Qua soort lijkt de -conceptuele- kunst als die van Tinkebell., Evaristti en Van Meerendonk op protestkunst, waarin op een cynische manier sociale misstanden aan de kaak worden gesteld. "Protestkunst is niet een opgeheven vingertje, maar doet je lijden - mee-lijden, maakt je betrokken zoals we in feite ook zijn", schrijft theologe Marianne Vonkeman op haar website. "Echte kunst heeft iets dat boven de persoon van de kunstenaar uitreikt, het is nooit alleen maar de verbeelding van een individueel gevoel."

Het is stil. In een kamer met zo veel huisdieren zou gesnor en gesnurk moeten klinken. Maar dit is geen gewone kamer, dit is een expositie: "Baby Bunnies". Vorige week was hij te zien in Amsterdam. Hard aanvoelende katten liggen op stoelen; honden bevolken de vloer. Een minipaard staat roerloos naast de bank. Zijn lijf lijkt op My Little Pony.

Dat populaire speelgoedpaardje is precies wat Katinka Simonse -oftewel Tinkebell.- voor dit object inspireerde. Bij de draaiende poten van de grote hond op de grond dacht ze aan ouderwetse teddyberen waarvan armen en benen eindeloos kunnen worden rondgedraaid. In een glazen kast ligt een Popple: een opgezet schoothondje dat binnenstebuiten kan worden gekeerd en dan in een kat verandert. Moraal: met zo'n 'knuffel' kunnen mensen toegeven aan hun grillen en de ene dag een hond hebben en de andere dag een kat.

Toegetakeld

Behalve de hond/kat Popple springt een andere kat eruit in de collectie. Figuurlijk dan. Hij is zachtgelooid, en dus zacht en flexibel, waar de andere hardgelooid en onbeweeglijk voelen. Er lijkt een verband om zijn poot te zitten. Het was een zwerfkat, vertelt Katinka. Een verkeersslachtoffer dat ze voor haar deur vond. "Ik vond hem mooi omdat hij zo toegetakeld was." Ze pakt hem op. "Durf je 'm aan te raken?"

Een hippend konijntje dat niet leeft, een zachtgelooide zwerfkat Treurig.

"Ik wil iets laten zien. Vrolijk worden is niet belangrijk." Met een schuin oog naar het konijn: "Hoewel ik om deze wel moet lachen. Maar ik ben eraan gewend; ik woon tussen deze objecten."

Hoe vindt zíj het om dode dieren vast te pakken? "Het is nu materiaal voor me", zegt Katinka. "Maar ik moest er wel aan wennen. Je werkt met iets wat een levend wezen is geweest. De eerste keer zat ik met trillende handen te naaien. Ook omdat het erg kostbaar materiaal is. Het is duur, ik moet voor elk nieuw dier sparen." Ze haalt de beesten bij een preparateur.

Maar dit soort dingen doe je niet met dieren, ook al zijn ze dood, vinden dierenbeschermingsorganisaties. Ze volgen op de voet wat kunstenares Tinkebell. zoal presenteert. Ze houden haar al in de gaten sinds ze een paar jaar geleden haar zieke kat doodde en er een tasje van maakte. Zodra ze de kans krijgen, maken ze een eind aan haar expositie, zoals begin dit jaar, toen de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) haar tentoonstelling "Save the Pets" in Amsterdam binnenviel. Daar renden honderd hamsters in plastic ballen rond.

Een halfjaar daarvoor nam de politie ruim vijftig kuikens in beslag en werd Tinkebell. meegenomen naar het bureau. Op een tentoonstelling presenteerde ze 61 haantjes, die ze kort daarvoor van een wisse dood had gered. Bij een broedbedrijf zouden de dieren zeker worden vergast of versnipperd. Ze beloofde dat ze de kuikens aan het eind van de expositie zelf door de versnipperaar zou halen, tenzij bezoekers ze zouden kopen. Kijkers konden voor 15 euro een exemplaar adopteren - wat bijna niemand deed.

Op het uur U wilde Tinkebell. de haantjes inderdaad versnipperen, wat op de valreep werd voorkomen. Verontwaardiging alom richting de kunstenares.

Met haar werk wil Tinkebell. -steevast gehuld in roze, omdat ze de wereld wil verbeteren en dit de vriendelijkste kleur is die ze zich kan voorstellen- de commercialisering en maakbaarheid van huisdieren(branche) aan de kaak stellen. En de hypocrisie.

Wanneer kwam je op het idee?

"Een jaar of tien geleden, toen ik in het tweede jaar van de Fontys Academie voor Beeldende Vorming in Tilburg zat. Op een markt kocht ik een tweedehands, metalen vogelkooi; een roze. In mijn huis had ik een knaloranje muur. Bij die muur en in die kooi wilde ik een perfect blauwe vogel. Die vond ik. Het ging lang goed. Ik had ook katten toen. In de kooi stond een laddertje. Op een dag kwam ik thuis en was de vogel tussen de tralies en het omgevallen laddertje beland. Ik denk dat een kat hem had opgejaagd. Overal zat bloed."

Katinka maakte foto's van het drama. Ze fotografeerde ook haar katten om te kijken wie het schuldigst keek. Eenmaal afgedrukt bleken de foto's indrukwekkend qua kleur en beeld. "Ik had de dode vogel weggegooid. Op dat moment besloot ik: Als ik ooit nog iets met een dood dier heb, bewaar ik het."

De beelden gebruikte ze in een project voor haar opleiding. Het kreeg de naam "Who killed my bird?" "Toen kwamen er al rellen van. De directeur van de opleiding wilde dat ik de foto's weghaalde."

Onmogelijkheid

De Dierenbescherming wees haar erop dat dieren alleen in "natuurlijke omgeving" moeten worden gefotografeerd. De organisatie zelf maakte kort daarna reclame met een haas in een zeer onnatuurlijke omgeving, aldus Katinka, en sindsdien staan de landelijke dierenbeschermers en de kunstenares op gespannen voet met elkaar. Ze ontkomen niet aan haar kritiek, net zo min als de 'gewone' consument.

Hebben huisdieren het niet goed in Nederland? Mensen geven er in dit land met elkaar zo'n 1,5 miljard aan uit.

"Goed is relatief. Mensen behandelen hun dier alsof het een mens is, maar het is geen mens. Neem hypoallergene katten, die worden genetisch gemanipuleerd zodat niemand allergisch voor hen wordt. Dan spreek je over een product, los van de vraag of er goed voor zo'n dier wordt gezorgd. Dat heb ik letterlijk genomen in mijn project "Baby Bunnies". Ik protesteer tegen de dubbele moraal van mensen. De meesten eten wel vlees, maar zouden nooit zelf een dier slachten. De Dierenbescherming wijst naar anderen. Ik zeg: Wij doen het verkeerd. Ik leef in dezelfde wereld, in hetzelfde land. Ik doe dit ook."

Hoe kan het beter?

"Ik weet het niet. Aan de ene kant laat ik een onmogelijkheid zien. Kinderboerderijen -waar mensen met de overgebleven haantjes naartoe gingen- zeiden: Wij maken ze ook dood. In het wild maken de dieren elkáár af. Maar intussen worden er jaarlijks 30 miljoen mannetjeskuikens gedood in Nederland. Er schijnt genetische manipulatie mogelijk te zijn die ervoor zorgt dat er alleen kippen uit de eieren komen."

Toch genetische manipulatie? Voor een hypoallergene kat vind je het niet kunnen.

"Als het om zo'n enorme industrie gaat, vind ik er wel wat voor te zeggen."

Waar ligt voor jou de grens?

"Ik zou nooit zomaar een dier doden. Eigenlijk kan ik het ook niet. In zo'n project als met de kuikens gaat er een knop om. Je bereidt je maanden voor. Hoewel de dieren niet zijn gedood, heb ik de dag waarop het zou gebeuren een ontzettend zware dag gehad. Je moet doen wat je eigenlijk niet wilt. Ik doe het niet, wij doen dit met z'n allen. Al zou ik de haantjes door de versnipperaar hebben gehaald, dan zou ik doen wat eigenlijk al was gebeurd. Niemand wilde ze redden."


Wie kan miljoenen versnipperde kuikens verdragen?

Zou ze het gedaan hebben, de kuikens door de versnipperaar halen? Ja, zegt Tinkebell.. En ze doet weer zoiets, als het nodig is. Eerder sneuvelden er goudvissen in naam der kunst. Heiligt het doel de middelen?

De Deense kunstenaar Marco Evaristti liet in 2000 voor het eerst "Helena - the goldfish blender" zien. Hij stopte goudvissen in een gehaktmolen om te laten zien dat mensen over leven en dood kunnen beslissen. Bezoekers van verschillende tentoonstellingen zetten de blender aan.

Dierenbeschermers protesteerden luid en duidelijk. Een Goudviscommando bevrijdde de vissen op een tentoonstelling in Oostenrijk. Ook hier dook het verwijt van hypocrisie op: niemand heeft er moeite mee als een vis wordt gedood om te worden opgegeten. De rechter besloot dat de vissen niet hadden geleden en de kunstenaar ging vrijuit.

Bij de Nederlandse kunstenaar Theo van Meerendonk waren eveneens goudvissen het haasje. Hij smeerde achttien dieren in met verf en liet ze op een doek spartelen tot ze dood waren. Hij protesteerde hiermee tegen de maatschappij die miljoenen gezonde dieren slacht - in vissenkommen stopt, waarvan een deel sterft door zuurstofgebrek, of voor de vakantie in de wc wordt doorgespoeld. Eén vis wordt geofferd om andere vissen te redden, is zijn boodschap.

Maar heiligt het doel elk middel? Nee, zeggen dierenbeschermers. Zij vinden kunst geen vrijbrief om zich niet te houden aan regels, wetten en normen. Ja, zeggen kunstenaars, die zich opwerpen als boodschappers met een belangrijke missie, namelijk ogen openen in de samenleving. Als dat lukt, mag alles. Die visie strookt met het utilisme, een stroming die in de 19e eeuw opkwam in Engeland en waarvan de aanhangers zelfs beweren dat het is toegestaan één persoon te martelen om levens van anderen te redden.

Hoe zit het met de persoonlijke verantwoordelijkheid van de kunstenaar? Geeft hij slechts weer wat leeft in een samenleving en valt hij er zelf tussenuit, of maakt hij zich met elke actie schuldig aan meer leed, in dit geval dierenleed? Tegelijk, kan een maatschappij zich onkwetsbaar en onschuldig voelen omdat individuen schuilgaan achter het geheel, waarmee alle verantwoordelijkheid verdwijnt? Of zijn individuen slechts aansprakelijk voor wat zij persoonlijk doen, in hun eigen kleine leven? Want wie kan die miljoenen dode kuikentjes verdragen?

Het botst, het wringt, het kan zo niet langer. Wat te doen? Vegetariër worden? Tussen slachten voor voedsel én doden omdat er te veel is zit een wereld van verschil. Anders eten dan: minder, biologischer, bewuster? Deed iedereen dat, het zou schelen. Het zou de kunst van een tegendraadse twintiger waardevol maken; het zou de schok waard geweest zijn.

Hier ligt een uitdaging voor elke hedendaagse, betrokken kunstenaar: zijn boodschap te brengen zonder iets -hoe klein ook, in verhouding- toe te voegen aan het grote lijden van deze wereld. Zonder een goudvis te dopen in verf en te laten snakken naar adem. Bedenk iets beters. Versnipperen kan niet. Niet in de kunst. Maar dan ook niet op een broedbedrijf. Ten diepste niet. Een kuiken is geen cent waard als het een haantje is, maar het blijft een compleet schepsel van God. Waarvan geen veertje op de aarde valt zonder Hem.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 17 november 2008

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Slap, stil en met een tong van stof

Bekijk de hele uitgave van maandag 17 november 2008

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's