Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gezinsminister kan maar weinig

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gezinsminister kan maar weinig

3 minuten leestijd

Wie in de illusie wil blijven verkeren dat het met de Nederlandse jeugd uitstekend gaat, moet geen kranten meer lezen, oogkleppen kopen en op Rottumerplaat gaan wonen.

Zonder deze drastische maatregelen kun je moeilijk om de conclusie heen dat het met onze jongeren niet zo best gaat. Let slechts op een drietal nieuwe woorden die nog tamelijk recent ontstonden: comazuipen, breezerseks, happy slapping. Woorden waarachter een wereld van mistroostigheid schuilgaat.

Uitwassen? Een klein groepje ontspoorden, dat ten onrechte het totaalbeeld bepaalt? Wie dat zegt, maakt zich er net iets te gemakkelijk vanaf. Want dat sommige jongeren tot extreme uitwassen komen, staat niet los van een wijze van denken en leven die in afgezwakte vorm bij veel grotere groepen jeugdigen voorkomt: ik-gerichtheid, gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel, een lage frustratietolerantie.

Een afzonderlijk ministerie voor Jeugd en Gezin, zoals deze coalitie bijna twee jaar geleden creëerde, is daarom geen overbodige luxe. De grote vraag is daarbij wel wat zo'n ministerie, en de politiek in het algemeen, in dezen vermag.

Voor zover jongeren openlijk de wet overtreden, is een harde aanpak gewenst. Laat de overheid vooral grenzen stellen en straffen opleggen. Laat raddraaiers maar zweten in zogeheten kampementen. En betrek er vooral ook de ouders bij. Laat die hun portemonnee maar trekken bij vernielingen door hun kinderen aangebracht.

Maar het mag duidelijk zijn dat dergelijke vormen van repressie slechts een beperkt effect hebben. Zolang in Nederland de opvoeding, generaliserend gesproken, grote haperingen vertoont, is het dweilen met de kraan open.

En dan wordt het, voor een kabinet en een minister, lastig. Want opvoeden is geen overheidstaak, maar een opdracht voor ouders. Zeker, het is winst dat deze coalitie ouders nadrukkelijk wijst op hun verantwoordelijkheid. Dat ze hen niet laat voortmodderen, maar ze, onder meer door opvoedingsondersteuning, instrumenten aanreikt om de eigen verantwoordelijkheid beter waar te maken.

Maar hier ligt meteen ook een gevaar op de loer, namelijk de misvatting dat professionalisering de oplossing is van de crisis in de opvoeding. Dat is zeker niet geval. Gezinscoaches, ouderschapscursussen en leerlingvolgsystemen kunnen hun waarde hebben, maar vormen als het erop aankomt een veel te technische aanpak van het probleem. Alsof de stuurloosheid van de jeugd gekeerd wordt door ouders wat foefjes, vaardigheden of technieken in de handen te stoppen.

Veel meer zouden ouders geholpen zijn als ze gaan inzien dat opvoeden geen geïsoleerde bezigheid is, maar deel uitmaakt van hun totale bestaan en zijn. Dat het voor een goede opvoeding nodig is dat waarden en normen worden overgedragen en dat dit niet gebeurt door af en toe een vermanend toespraakje, maar veelmeer door consequent voordoen en voorleven.

En dat de waarden die, dwars tegen de tijdgeest in, overgedragen moeten worden, bijvoorbeeld matigheid, trouw, mededeelzaamheid en hulpvaardigheid zijn. Deugden die niet overgedragen kúnnen worden door mensen die er zelf blijk van geven primair uit te zijn op zelfontplooiing, materiële verrijking en genotsmaximalisatie.

Als het om dit soort heroriëntaties gaat, -die veel meer om het lijf hebben dan opvoedtechniek, maar die de totale westerse cultuur raken-, stuit de overheid op haar grenzen. De fileproblematiek is weerbarstig. Maar Eurlings kan, als hij genoeg geld heeft en een paar honderd kilometer extra wegen aanlegt, tenminste iets concreets ondernemen en bereiken. Rouvoet moet het, als het erop aankomt, vooral hebben van anderen.

Hij heeft maar weinig knoppen waaraan hij kan draaien; ten diepste kan hij niet veel meer dan de machinerie vriendelijk en indringend toespreken. De minister doet wat hij kan. Maar wat hij kan, is weinig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 6 december 2008

Reformatorisch Dagblad | 35 Pagina's

Gezinsminister kan maar weinig

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 6 december 2008

Reformatorisch Dagblad | 35 Pagina's

PDF Bekijken