Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kwaliteit verloskunde onder vuur

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kwaliteit verloskunde onder vuur

Risico op babysterfte het grootst in vier grote steden

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

LEIDEN - Het verloskundig systeem in Nederland is jarenlang verwaarloosd, nooit goed onderbouwd en onderzocht. Dat heeft arts-epidemioloog Buitendijk gisteren gezegd in NRC Handelsblad.

Buitendijk leidde het onderzoek naar babysterfte, waaruit gisteren, overigens op basis van cijfers uit 2004, bleek dat in Nederland een op de honderd baby's overlijdt rond de geboorte. Op Frankrijk en Letland na scoort Nederland daarmee het slechtst van 26 Europese landen.

Onduidelijk is volgens Buitendijk hoe de kwaliteit van zorg rond zwangerschap en bevallingen kan worden verbeterd. Het werk van de al enige tijd bestaande stuurgroep Modernisering verloskunde, die minister Klink afgelopen voorjaar nieuw leven inblies, is niet meer dan een aanzet, aldus Buitendijk.

Het is niet de eerste keer dat onderzoekers de relatief hoge babysterfte in Nederland in verband brengen met de kwaliteit van de verloskundige zorg. De Amsterdamse gynaecoloog Alderliesten concludeerde in 2006 dat 33 procent van de sterfte onder kinderen tussen de 24e zwangerschapsweek en een maand na de geboorte in de regio Amsterdam "mogelijk of waarschijnlijk" verband hield met tekortschietende zorg. Gynaecologen en verloskundigen zouden onvoldoende alert zijn op de risico's van groeivertraging, concludeerde Alderliesten destijds in deze krant. Van de sterfgevallen tijdens de bevalling weet zij niet minder dan 60 procent aan tekortschietende zorg. Daarbij ging het onder meer om het foutief gebruik van een tang of vacuümcup bij een kunstverlossing of een verkeerde interpretatie van de hartregistratie.

Uitvoeriger onderzoek in de regio's Amsterdam, Noordoost-Brabant en Zuid-Limburg uit 2005 onder leiding van gynaecoloog prof. J. Merkus toonde aan dat zorgverleners bij 32 procent van de sterfgevallen in deze categorie aantoonbaar ondermaats presteerden. Bij 9 procent hing het overlijden van baby's "waarschijnlijk tot zeer waarschijnlijk" samen met fouten van verloskundigen, gynaecologen of andere hulpverleners.

Afgelopen maart concludeerden Nederlandse gynaecologen dat in Nederland jaarlijks bij bevallingen zo'n 35 baby's onnodig overlijden, omdat de verloskundige zorg in ziekenhuizen 's nachts en in de weekenden onvoldoende is.

De stuurgroep Modernisering verloskunde heeft onder andere als taak het maken en verbeteren van richtlijnen. Deze moeten duidelijk maken bij welke zwangerschappen het risico op complicaties dusdanig groot is dat al voor de bevalling een operatieteam moeten worden gemobiliseerd.

Zowel uit het gisteren verschenen onderzoek als uit eerdere studies blijkt ook het onvoldoende gebruikmaken van medische zorg door vrouwen met een niet-westerse afkomst een belangrijke risicofactor. Zo is al jaren bekend dat een deel van de allochtone vrouwen zich te laat meldt voor de eerste zwangerschapscontrole en kraamhulp na de geboorte afwijst.

Morgen publiceert het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde nieuw onderzoek waaruit blijkt dat de kans dat de baby van een vrouw van niet-westerse afkomst rond de geboorte overlijdt, 40 procent hoger is dan het gemiddelde. Uit dit onderzoek blijkt verder dat de zogeheten perinatale sterfte -de totale sterfte per duizend levend- en doodgeborenen- in de vier grootste steden, Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag, met gemiddeld 11,1 promille significant hoger is dan de 9,3 promille in de rest van Nederland.

Diverse pogingen om de babysterfte terug te dringen, zijn inmiddels weer verzand. Zo adviseerde de Gezondheidsraad minister Klink in 2007 om stelle n met een kinderwens standaard een zogeheten kinderwensgesprek te laten voeren met een verloskundige of een huisarts. Daarin zou onder meer aan bod moeten komen hoe vrouwen schade bij het ongeboren kind als gevolg van een ongezonde leefstijl zo veel mogelijk kunnen verkleinen. Hoewel een landelijke proef met deze gesprekken in 2006, georganiseerd door de beroepsvereniging van verloskundigen, de KNOV, succesvol verliep, weigerde Klink deze gesprekken op te nemen in het basispakket. Mensen met een lage sociaaleconomische status maken daarom nauwelijks van deze gesprekken gebruik.

Het risico op het overlijden van een pasgeboren kind blijkt ook groter bij vrouwen die boven hun veertigste nog bevallen. Volgens het onderzoek dat het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde morgen publiceert, biedt dat slechts een zeer beperkte verklaring voor de hoogte van de babysterfte in Nederland, omdat het om een relatief kleine groep vrouwen gaat.

De Tweede Kamer heeft minister Klink gevraagd welke initiatieven de stuurgroep Modernisering verloskunde inmiddels heeft genomen om de babysterfte in Nederland terug te dringen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 2008

Reformatorisch Dagblad | 21 Pagina's

Kwaliteit verloskunde onder vuur

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 2008

Reformatorisch Dagblad | 21 Pagina's