Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Geen confrontatie zoeken, maar gesprek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geen confrontatie zoeken, maar gesprek

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

Hij vervangt kapotte lampen in portieken, repareert deurklinken en gebarsten ruiten, spoelt het braaksel van dronken voorbijgangers weg, sust conflicten tussen buren en wijst bewoners van de wijk op goede manieren. Huismeester Jack Burke (45) uit Rotterdam-Delfshaven: "Ik moet de eerste nog tegenkomen die het plan heeft opgevat de sfeer op straat eens flink te gaan verzieken."

Delfshaven heeft voor huismeester Burke weinig geheimen. Bijna dagelijks trekt hij de Rotterdamse wijk in voor een inspectieronde langs de vele honderden woningen die zijn werkgever, Wooncorporatie Woonbron, er verhuurt. Hij kent de panden aan straten als de Coolhaven, de Buizenwaal en de Willem Buytewechstraat vanbinnen en vanbuiten. Van het wel en wee van de bewoners, afkomstig uit tientallen verschillende culturen, is hij meer dan gemiddeld op de hoogte.

Een klein kantoor van Woonbron aan de Oostkousdijk, niet ver van de Euromast, functioneert voor Burke en zijn twee collega's als uitvalsbasis. "Schoon, heel, veilig: dat is het motto waarmee wij ons werk doen. Wij zorgen, samen met een netwerk van hulpverleners en toezichthouders, voor de leefbaarheid van de wijk", zegt Burke, die zich op zijn visitekaartje laat aanduiden als complexbeheerder.

Kapotte deurklinken, lekkende radiatoren en klemmende raamkozijnen repareert Burke zo veel mogelijk zelf. Veel gaat stuk door slijtage, over vandalisme heeft de huismeester weinig te klagen. "Wel bellen bewoners mij regelmatig met de mededeling dat iemand bij een berging heeft staan urineren. Dan komen wij om de stank te bestrijden. Daar hebben we een prima middeltje voor."

Burkes werk bestaat voor een groot deel uit het onderhouden van contacten met de buurtbewoners. "Zie ik dat een portiek van een flat vol staat met kinderwagens, dan bel ik bij de mensen aan, maak een praatje, informeer naar hun omstandigheden en vraag of ze het trappenhuis toegankelijk willen houden. Ik wijs hen erop dat hun eigen veiligheid ermee is gediend. Als een brandweer het gebouw in moet en niet verder kan vanwege de rommel, loopt iedereen gevaar."

Bij zijn benadering van buurtbewoners laat Burke de botte bijl altijd thuis. Wie mensen agressief aanspreekt, lokt agressieve reacties uit, beseft hij. "Ik loop niet als een boeman door de wijk mensen te wijzen op hun slordigheden en nalatigheid. Dat werkt niet. Het past ook niet bij mijn stijl. Ik zoek het gesprek, niet de confrontatie.

Als je mensen rustig uitlegt waarom het niet netjes is dat je het onkruid in je tuintje een meter hoog laat groeien of je vuilniszakken bij een ander voor de deur zet, krijg je bijna altijd begrip. Oké, zeggen de mensen dan, ik zal er voortaan op letten. Meestal gaat het een tijdje goed. Enkele weken later moet je weer aan de bel trekken. Zo gaat dat nu eenmaal."

Bij het maatschappelijk debat over integratie voelt Burke zich direct betrokken: de huismeester begeeft zich dagelijks in de dynamiek van de multiculturele samenleving. In het negatieve beeld dat sommige politici van wijken als Delfshaven in stand houden, zegt hij zich helemaal niet te herkennen. "Alsof hier alleen maar criminelen, nietsnutten en werkweigeraars wonen. Het tegendeel is waar."

Met verschillen in cultuur en religieuze beleving wil Burke vooral tactisch omgaan. "Als ik een woning wil binnengaan en word ontvangen door een moslimvrouw, vraag ik altijd of ik haar een hand mag geven. De meesten hebben er geen moeite mee, slechts heel af en toe krijg ik nee te horen. Ik maak daar geen punt van."

Leven mensen in Delfshaven erg langs elkaar heen? Een deel wel, een deel niet, zegt Burke. "Er zijn bewoners die voor de wijk tot grote steun zijn. Een van de populairste mensen is mevrouw Plet, een Surinaamse van 95 jaar. Zij heeft voor iedereen belangstelling, maakt met iedereen een praatje. 's Winters zwaait ze vanachter het raam van haar appartement naar iedereen die voorbijkomt. Als ze jarig is, krijgt ze altijd een zee van bloemen."

Het tegenovergestelde komt ook voor. "Een paar maanden geleden knoopte ik een gesprek aan met een man van wie ik vermoedde dat hij zichzelf verwaarloosde. "Loopt het allemaal nog wel lekker?" vroeg ik hem. Nee dus. Hij was vereenzaamd, meer dronken dan nuchter en miste de moed om zelf de problemen op een rijtje te zetten. Voor de ramen hingen vieze gordijnen. Binnen liepen de kakkerlakken over het aanrecht.

Ik wist het vertrouwen van de man te winnen. Hij besloot op mijn advies hulp te gaan zoeken voor zijn problemen. Samen met zijn familie hebben wij het hele huis gereinigd. Nu zijn we enkele maanden verder. Hij heeft de draad van zijn leven aardig weten op te pakken. Elke keer als ik hem zie, denk ik: Wat goed om er voor elkaar te zijn en met elkaar mee te leven, ook al kom je niet bij elkaar over de vloer."

Dit is de laatste aflevering in een serie over huismeesters.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 2008

Reformatorisch Dagblad | 21 Pagina's

Geen confrontatie zoeken, maar gesprek

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 december 2008

Reformatorisch Dagblad | 21 Pagina's