Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Belaagde agente: We vochten voor ons leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Belaagde agente: We vochten voor ons leven

4 minuten leestijd Arcering uitzetten

Ze dacht dat ze het niet zou redden. Samen met een collega raakte de 31-jarige Marokkaanse hoofdagente Fatima uit Almere vorig jaar mei slaags met vier agressieve Antillianen. De nood steeg zo hoog dat de politievrouw een waarschuwingsschot loste.

"Mijn collega en ik kregen in de surveillancewagen de melding dat een auto met vier personen een stopteken had genegeerd van twee andere agenten te voet. Een van die politiemensen was bijna van de sokken gereden.

Toen wij het voertuig in de gaten kregen, gaven we via ons bord op de auto een stopteken. De inzittenden, een Antilliaanse man en drie Antilliaanse vrouwen, reden echter door. Vervolgens zetten we de zwaailichten aan. De Antillianen bleven doorrijden. Uiteindelijk parkeerde de man zijn auto in een doodlopende straat.

Toen wij uitstapten en de man vroegen waarom hij de stoptekens had genegeerd, ging de Antilliaan meteen uit zijn dak. Hij werd ontzettend agressief. Intussen stroomden buurtbewoners toe. De Antilliaan en ook de drie vrouwen schreeuwden en maakten ons uit voor rotte vis. Dat konden we niet accepteren.

Mijn collega en ik pakten de Antilliaan elk bij een arm en wilden hem in de boeien te slaan. Direct begonnen de vrouwen aan ons te plukken. Trekken, duwen, schreeuwen. Ik had inmiddels versterking via de portofoon gevraagd. In de politieauto ging de Antilliaan achter de bestuurdersstoel zitten. Maar dat mag niet. In verband met de veiligheid moet een arrestant altijd achter de passagiersstoel gaan zitten. Intussen trok een van de vrouwen de man weer uit de politieauto.

Even later probeerde ik buiten de auto de man alsnog in de boeien te slaan. Hij sloeg in op mijn hoofd. Meppen, meppen, meppen. Toen schoot mijn collega te hulp.

Intussen greep ik mijn wapenstok. Daarop vielen die Antilliaanse vrouwen me aan. Ik drukte de noodknop op mijn portofoon in. Dat betekent dat alle politiewagens in Almere meteen naar ons toe moeten komen. Ik was bang dat ze ons niet zouden vinden.

Tussen twee auto's zag ik mijn collega in gevecht met de Antilliaan. Het was een hysterische boel. Ik zag bloed, dat bleek later van zowel mijn collega als van de Antilliaan te zijn. Mijn collega slaakte een soort oerschreeuw. We vochten voor ons leven. Ik dacht: tegen de tijd dat de collega's ons te hulp schieten, kunnen ze ons hier wegdragen. Ik was zo bang, zo angstig.

Toen trok ik mijn wapen. Ik schoot in de lucht. Ineens viel alles stil. De Antilliaan hield onmiddellijk op met vechten. De vrouwen trokken zich terug. Mijn collega draaide zich naar mij om. Hij hijgde zwaar. Later zei hij dat hij er echt over heeft gedacht om de Antilliaan dood te schieten.

Van alle kanten kwamen collega's aanrijden. Ik barstte in janken uit. Vooral ook omdat uit het publiek werd geschreeuwd dat ik geschoten had. Nu was ik ook nog de boeman. Ik voelde brandende pijn, had dikke ogen. Later bleek dat de Antilliaan zo agressief was omdat hij bang was dat zijn auto in beslag genomen zou worden. Hij had vele boetes openstaan.

De maanden na het incident ging het steeds slechter met mij. Het overlijden van mijn vader aan kanker maakte mijn problemen nog groter. Ik vertrouwde niemand meer en had een aversie tegen donkere mensen. Als ik een donkergekleurd persoon moest benaderen, klopte mijn hart in mijn keel. Wanneer ik thuis stond af te wassen, kwamen me telkens die beelden van die vechtpartij voor de geest. Ik was moe, uitgeput. Ik sliep niet of slecht. Ik was bang voor nachtmerries. Collega's snauwde ik af.

Dit voorjaar ben ik in behandeling gegaan bij de politiepoli van het AMC in Amsterdam. Eerlijk gezegd geloofde ik eerst niet zo in die praatsessies, maar ik was zo hopeloos dat ik alles wilde proberen. Ik moest zo precies mogelijk vertellen wat er was gebeurd. Best heftig. Janken natuurlijk. Tot mijn verbazing leek het alsof er een pak van mijn schouders afviel. Gaandeweg verdwenen de angstgevoelens en kon ik weer normaal slapen. Het incident beheerst mijn leven niet meer, ik ben op de goede weg.

Wel ben ik uit de noodhulp gestapt, sinds kort werk ik bij de recherche. Dan heb je regelmatiger werktijden. Ik stond als kleine vrouw van 1,60 meter heus wel mijn mannetje. Sprong in het uitgaansgebied tussen vechtende Antillianen, Marokkanen en Surinamers. Maar nu denk ik: Daar begin ik niet meer aan."

Om privacyredenen is de naam Fatima gefingeerd.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 13 december 2008

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

Belaagde agente: We vochten voor ons leven

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 13 december 2008

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's