Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

"We zijn een merk aan het bouwen"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

"We zijn een merk aan het bouwen"

Nationaal Historisch Museum in de steigers

6 minuten leestijd Arcering uitzetten

Geen ander museum is een beter voorbeeld van een managersbedrijf dan het Nationaal Historisch Museum. Het -nog te bouwen- museum moet volgens de directeuren Erik Schilp en Valentijn Byvanck een merk worden dat in heel Nederland herkenbaar zal zijn.

De tweekoppige directie is een ambitieus span. Beide heren hebben managementervaring in de museumwereld. Valentijn Byvanck was directeur van het Zeeuws Museum, Erik Schilp van het Zuiderzeemuseum. Allebei zijn ze erin geslaagd hun stoffige, traditionele museum een make-over te geven. Het Zeeuws Museum sleepte zelfs vorige week de belangrijke Museumprijs van de Raad van Europa in de wacht.

In de afgelopen maanden kregen Byvanck en Schilp de taak een gedegen stuk te schrijven over hun plannen met het Nationaal Historisch Museum. Dit 'pamflet' is vorige week aan de pers gepresenteerd en zal volgend jaar met het historische veld besproken worden. Wanneer de planning goed verloopt, zal over een paar jaar het gebouw in Arnhem klaar zijn.

Het Nationaal Historisch Museum zal een merk moeten worden. Dat klinkt als managertaal.

Schilp: "Het museum is een gebouw maar ook een merk. Waar het om gaat is dat je het beeldmerk overal in Nederland terug moet kunnen zien. Het beeldmerk is wat je bent, waar je voor staat en hoe je heet. Je moet verder denken dan een gebouw met deuren."

Byvanck: "Je kunt het zien als de eerste regel van de nieuwe grondwet van het museum. Het is zó ontzettend belangrijk om te zeggen: "Het museum is niet wat jullie denken" - omdat er zo veel vooroordelen bestaan over wat een museum is. Het idee dat een museum vooral uit stenen bestaat, moeten we ontzenuwen."

Wat wordt het voor een museum?

Byvanck: "Het is onze ambitie om zo veel mogelijk geluiden en zo veel mogelijk beelden in het museum op te nemen, zodat 16 miljoen Nederlanders en ik weet niet hoeveel buitenlanders met plezier daar binnen zullen komen. Er zal genoeg te zien en te doen zijn in én buiten het museum."

Waarom ook buiten het museum?

Byvanck: "Voor de bouwtijd kun je allemaal dingen ontwikkelen die niet in het museum maar buiten het museum plaatsvinden. Dat kunnen aankondigingen zijn die je een gevoel geven wat het museum kan zijn. Er komen experimenten en we gaan ook digitaal de wereld verkennen. Dat hele digitale traject moet ontwikkeld worden, en moet er staan als het museum er is. Het moet mensen voorbereiden op het museumbezoek."

Het blijkt voor jullie moeilijk om bruiklenen te krijgen. Krijgen bezoekers wel schilderijen te zien?

Schilp: "Je moet de topstukken helemaal niet willen hebben. Als Nationaal Historisch Museum moet je vooral verwijzen naar plaatsen waar de topstukken hangen. Er is bovendien nog zo veel werk dat je kunt laten maken. We hebben het over cultuuruitingen van alle tijden om een verhaal te vertellen. Er zijn meer methodes dan schilderijen aan de muur hangen, maar er zal vast wel ergens een schilderij aan een muur komen."

Byvanck: "De angst van musea komt natuurlijk voort uit de typische negentiende-eeuwse gedachte dat het Nationaal Historisch Museum uit alle musea de beste schilderijen zou pakken om de aandacht te trekken. Maar het is natuurlijk een idiote gedachte dat het NHM op die manier door het bij elkaar hangen van alle topwerken een soort idee van de Nederlandse geschiedenis zou verbeelden."

Wat vinden jullie van de kritiek van twintig jonge historici in dagblad de Gelderlander? Ze menen onder andere dat een inhoudelijk concept voor het museum ontbreekt.

Schilp: "Dat was geen kritiek."

Byvanck: "Die jongens en meisjes hebben mij aangeschreven met een leuk pleidooi dat ze meer inhoud wilden. Het was alleen een roep om hen daarin ook te betrekken en dat doen wij allebei ontzettend graag. Alle historici roeren zich. Ze zijn een echte kiftgroep, ze vechten elkaar de tent uit. Daar gaan we allemaal mee praten omdat we graag door historici gedragen willen worden. Maar ze moeten natuurlijk ook wel eens goed gaan nadenken over hoe je de geschiedenis verbeeldt op een andere manier dan in een boek."

Jullie hebben deze groep historici na hun commentaar niet uitgedaagd een goed voorstel te schrijven?

Byvanck: "Dat is nog te vroeg."

Schilp: "Daar zijn wij voor. Wij schrijven de opzet en vervolgens gaan wij de opzet toetsen in het veld. Scholieren en jonge historici zijn twee groepen waar we meteen mee gaan praten. Van die scholieren wil je weten hoe ze kennis tot zich nemen en hoe je ze kunt motiveren. En de jonge historici zijn de toekomst. Natuurlijk gaan we oversteken naar de oudere historici, de groten: de 'Pieten', de 'Fritsen' en de 'Wimmen'. Maar wij zijn een museum aan het bouwen. Sterker nog, we zijn een merk aan het bouwen. En dat is een ander vak dan alleen historicus zijn. Zoals ieder museum zal elk tijdvak aan elke directie te herkennen zijn. Binnen onze tijd zullen dingen een nadruk krijgen die wellicht onze opvolgers anders zullen doen."


Eigenzinnige aanpak ambitieus museum

De canon van Nederland zal maar een beperkte plaats krijgen in het Nationaal Historisch Museum. Vorige week presenteerde de directie een pamflet met toekomstplannen voor het museum dat in Arnhem gebouwd zal worden.

Het is opvallend dat de canon naar de zijlijn is geschoven. "Het museum ziet het niet als zijn taak een visueel beeldverslag van de canon te leveren" aldus de directeuren Erik Schilp en Valentijn Byvanck. Minister Plasterk van Cultuur had eerder dit jaar gezegd dat het museum gericht moet zijn op de presentatie van de canon. Uit het gepresenteerde pamflet blijkt dat Schilp en Byvanck een andere mening hebben: "De canon moet belangrijk en geruisloos aanwezig zijn." Concreet betekent dit dat er geen vijftig canonvensters aanwezig zullen zijn maar vijf 'werelden'. Aan de hand van de werelden ik en wij, land en water, rijk en arm, oorlog en vrede en lichaam en geest zal de Nederlandse bevolking kennismaken met haar geschiedenis.

Ook op andere punten laten Schilp en Byvanck zien dat ze een andere koers willen varen. Het museum zal bijvoorbeeld niet uitsluitend een chronologische indeling hanteren. Ook op thema, individu en plaats zal informatie gerangschikt worden: "Sommige mensen zien graag een duidelijke tijdlijn in een historisch verhaal. Anderen zijn vooral gefascineerd zijn door grote historische bewegingen of figuren."

Niet alleen de indeling maar ook de presentatie van het informatiemateriaal is eigenzinnig. Omdat een jeugdige bezoeker vermoedelijk meer geïnteresseerd zal zijn in games dan in historische objecten, vereist het enige creativiteit om zijn belangstelling te trekken. Games zullen daarom, naast films, beeldende kunst en digitale middelen, gebruikt worden om geschiedenis te laten léven. Want daar gaat het uiteindelijk om: het voelbare contact van de bezoeker met het Nederlandse verleden. In één ruimte zal hij bijvoorbeeld een livetelevisieverslag van de NOS bij de moord op Fortuyn kunnen zien én oude prentjes van de executie van de gebroeders De Witt. Historische vergelijkingen moeten helpen om in dit geval eenzelfde verbijstering van het volk te illustreren.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 december 2008

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van maandag 15 december 2008

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's