Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Rust als refrein

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Rust als refrein

Zweedse provincie Dalarna: veel outdoor, maar vooral het grote onthaasten trekt

7 minuten leestijd Arcering uitzetten

"Je kunt de drukte en de stress ook aan een ander laten", zegt gastheer René Boogaard van Tyngsjö Vildmark in Dalarna, Midden-Zweden. Ook in de gastenboeken van Tyngsjö Stugby -camping, vakantiehuizen en outdoor- is rust het refrein. "Met pijn in het hart gaan we morgen terug naar ons drukke leven in herrie-Nederland", schrijft iemand. "Dit is een therapeutische plek."

Göteborg-Karlstad-Hagfors-Tyngsjö, da's 350 kilometer. Gemiddeld verbruik: 4,1 liter op 100 kilometer, het zuinigst ooit. Met een doorsneedieseltje van Duitse makelij: nagenoeg 1 op 25. Het is nauwelijks te geloven, maar de boordcomputer vergist zich niet. Opschieten in de zin van 130 rijden is er niet bij: 90 maximaal, met om de andere lantaarnpaal een camera. Waarbij zij aangetekend dat de lantaarns ver uit elkaar staan.

Eentonig, zo'n weg? Soms. Althans voor het begrip van Hollandse stresskippen. De "45" lijkt zich eindeloos voort te slingeren door Dalsland, Värmland en Dalarna: de landstreken tussen Göteborg en eindbestemming. Maar eh Eentonig, is dat het goede woord? Nee, daarmee doe je het landschap schromelijk tekort. Uitgestrekt, oneindig, dat wel: bossen, meren, landerijen. Hier en daar een dorp, een winkel, een enkele benzinepomp. En dan weer heel lang 'niets'. Geen ADHD'ers op de trekhaak, want iederéén houdt zich aan de limieten. Zou het daardoor toch zo lekker opschieten?

Wilgentenen

Doodgereden dassen, die liggen er plenty. En die vele verticale wilgentenen in de berm, waar zijn die ook alweer voor? Natuurlijk: om in de winter de sneeuwschuivers veilig door deze weidsheid te loodsen. Als er een pak van een meter of meer valt, wordt álles egaal. De laatste sneeuw van het jaar ligt er begin mei nog, op noordelijke hellingen. Het laatste ijs drijft tot eind mei in de meren, want een vloer van een halve meter is niet zomaar weg. "Het ijs geeft nog lang kou af aan de omgeving", weet Boogaard.

Winter is hier nog echt winter. Dat maakt voor Nederlanders meteen ook een groot deel van de charme uit. Zet de dooi eenmaal in, dan zijn de (onverharde) gruswegen rond Tyngsjö meteen gatenkaas en moet de wegenschaaf eraan te pas komen. Wonderlijk: in de zomer strooien ze hier pekel, tegen stuiven. "Auto's lijden vooral onder zomerzout en stof. 's Winters rijdt iedereen op spikes, strooien is onbegonnen werk", zegt Boogaard (46).

Knellende regels

Samen met z'n vrouw, Marry Boogaard-van Beek (44), en hun twee zoons, Vincent (11) en Victor-Olof (7), streek hij hier bijna zes jaar geleden neer. Met in hun rugzak de ervaring van een buitensportbedrijf in de Franse Ardennen. De overweging om in Nederland de draad weer op te pakken, was er even, maar de regels en voorschriften daar waren hen echt te knellend, "dus weken we uit naar Zweden", zegt Marry.

De start was op 3 hectare grond met twaalf houten huizen van verschillend formaat -traditionele Zweedse stuga's- en zestien campingplaatsen aan het Tyngsjönmeer, een plaats van een verstilling die elke beschrijving tart. Een gemeenschapshuis met in de zomer een kleine kiosk annex receptie vormen het middelpunt van het park, dat onderwijl groeide tot 10 hectare. "Maar grondbezit is hier relatief", zegt René. Zouden ze hun spul vandaag verkopen, dan levert het de prijs op die bij een ruim vrijstaand huis in de randstad hoort.

Verkopen is echter niet aan de orde, al keken de Boogaards wel eens wat noordwaarts: richting dorp of kleine stad. "Iets meer gemeenschap zou soms goed zijn", zegt Marry. "De kinderen gaan nu per bus naar school in Malung, 35 kilometer verderop." Toch: de spreekwoordelijke rust op Tyngsjö Vildmark zouden ze alle vier missen.

Parelduiker

Tussen de stuga's drentelen 's nachts de elanden, in het meer huizen volop bevers, 's winters vertoont zich -op veilige afstand- een wolf en over het meer galmt de roep van de parelduiker, net terug uit zuidelijker streken. "Die stilte, daar genieten onze gasten zo uitbundig van", zegt Marry. "Jammer dat wíj het in het zomerseizoen extra druk hebben", lacht ze. "Ik teel rabarber in m'n moestuintje, maar heb 's zomers geen tijd om die te oogsten."

Op eland- of beversafari gaan, kanoën, wandelen, ATB'en, vissen, zwemmen, vlotten bouwen, spoorzoeken, langlaufen, schaatsen, winterkamperen: het staat allemaal op het Vildmarkmenu. De gastenboeken puilen uit van loftuitingen: voor de activiteiten, maar zeker ook voor de prachtige natuur waarin ze plaatsvinden en vanwege "de oorverdovende stilte." Marry: "Alleen in april en november is er weinig animo. Dat heeft vooral te maken met de papperige wegen; de onberekenbaarheid van de infrastructuur schrikt af."

In de overige maanden wint Dalarna het voor Zwedengangers: veel Nederlanders en Duitsers komen erop af, maar ook Europeanen uit andere windstreken. "De heerlijke eenzaamheid, het volmaakte donker, de weergaloze natuur, de mooiste uitzichten", zegt Marry. "Een zeldzaam moment heb ik tijdens een avondwandeling mogen ervaren: Ik was volkomen gelukkig", schrijft een gast. "Op een eland gebotst: lang bezig geweest met het laten repareren van de auto", schrijft een ander. Tja, elk verhaal heeft een keerzijde.

Vriendelijke eigenaar

Drie dagen kanoën over vijf meren, het kan. Meerdaagse wandeltrektochten door de meest ongerepte gebieden, het is mogelijk. In de winter clearyourmind-arrangementen: om zaken op een rij te zetten en de geest te resetten. De elandroute, de kolenbrandertour: op aanvraag is bijna overal gelegenheid voor. De camping is primitief maar leuk, de stuga's zijn behaaglijk en origineel en stuk voor stuk hebben ze een bijzondere indeling en een prachtig uitzicht vanaf een veranda.

Bij touroperator Buro Scandinavia -die biedt Tyngsjö Viltmark aan in de autorondreizen door Scandinavië- liet Marry de zinsnede "vriendelijke Nederlandse eigenaar" schrappen uit de tekst. "Mensen krijgen kennelijk het idee dat ze dan mogen zaniken over de dikte van een matras. En dat is dan toch net niet onze stijl. Zeker de al gerenoveerde huizen -we doen er elk jaar één of twee- hebben alle comfort dat een vakantieganger nodig heeft. Wie meer wil, moet een vijfsterrenhotel boeken."

Om alle misverstanden te voorkomen: zelden zulke vriendelijke eigenaars ontmoet


Anders zorn, Houten paardjes, leer en rode verf

Mora. Waar Orsameer en Siljan –grootste meer van Dalarna– in elkaar lopen, ligt toeristencentrum Mora (21.000 inwoners). Gustav Vasa riep er in 1520 de boeren bijeen om een opstand te ontketenen tegen de Denen. Vasa’s standbeeld staat bij de kerk, iets verder is een fraaie klokkenstoel te vinden. Het beeld is van de hand van Anders Zorn, de bekende Zweedse beeldhouwer- schilder (1860-1920). Van hem is er een standbeeld tegenover de kerk. In het nabijgelegen Zornmuseum is zijn werk te bewonderen, samen met kunst die hij verzamelde.

Nusnäs. ’t Is even zoeken, maar ten zuidoosten van Mora, aan Siljan, ligt Nusnäs: bakermat van het overbekende Zweedse souvenir: het dalapaardje. Uit Zweeds hout gesneden en in alle maten en kleuren te koop, hoewel het traditionele rood nog steeds de boventoon voert. In diverse werkplaatsen is het vervaardigingsproces te volgen. Wie al een paardje heeft van een vorige reis, kan terecht voor ander houtsnijwerk. Check secuur de wisselkoers om verrassingen op het creditcardoverzicht te voorkomen.

Malung. Industriestadje ten noordwesten van Tyngsjö waar leer de belangrijkste grondstof is. Eindproducten zijn voor binnenlands gebruik, maar ook voor de export. Het hele plaatsje is toegewijd aan de ”Skinnindustrie”, voortgekomen uit de huisnijverheid die in de streek ooit algemeen was. In het Skinnmuseum zijn alle stadia van leerbewerking te zien. En wie dan toch een leren jas wil hebben, kan hier voor relatief weinig slagen.

Falun. Met 55.000 inwoners de hoofdstad van Dalarna. Wie Falun zegt, zegt kopermijnen, en wie kopermijnen zegt, zegt Zweeds rood. De bekende rode verf die op veel Zweedse huizen zit ter conservering van de houten gevels, is een bijproduct van de mijnen. Sinds zestien jaar wordt er niet meer gedolven in Falun, maar de naam zal bekend blijven: het complex staat op de Werelderfgoedlijst van Unesco. In het zuidwesten van de stad ligt de Falu Koppargruva: een duizelingwekkend gat van 65 meter diep, 370 meter lang en 220 meter breed, deels ontstaan door instorting van de grootste mijnschacht. In het Stora Kopparbergsmuseum is alles te zien over de roemruchte historie van de koperindustrie.


ONTSPANNEN REIZEN

Misschien wel de meest ontspannen manier van reizen om in Midden- Zweden te geraken. Met de auto naar de Noord-Duitse havenstad Kiel. Na soepel inschepen vaart de Stena Scandinavica of de Stena Germanica vanaf het begin van de avond in 13,5 uur naar Göteborg aan de Zweedse westkust. Na een goede nachtrust in een prima hut en een goed ontbijt ”immer gerade aus” over weg 45 in noordelijke richting.

stenaline.com.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 januari 2009

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Rust als refrein

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 januari 2009

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's