Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

"Ik kan niet wachten tot ik in het leger kan"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

"Ik kan niet wachten tot ik in het leger kan"

3 minuten leestijd Arcering uitzetten

JERUZALEM - De oorlog in de Gazastrook houdt ook Israëlische en Palestijnse jongeren volop bezig. Voor de meesten zijn de gevechten het gesprek van de dag. En ze hebben er ook een uitgesproken mening over. "Ik kan niet wachten tot ik in het leger kan."

Met een zwierig gebaar zet Aziz al-Shekhly een blad met kleine theekopjes neer. De 16-jarige Palestijn werkt in het winkeltje van zijn vader, midden in de Oude Stad van Jeruzalem. Ook daar wordt de oorlog in de Gazastrook op de voet gevolgd. Achter in het zaakje hangt een oude televisie, die voortdurend beelden van de Israëlische bombardementen laat zien.

Aziz volgt de strijd extra goed. Hij heeft veel familieleden in de Gazastrook. "Ik weet niet hoe het met hen is", vertelt hij, terwijl hij naar goed Arabisch gebruik een enorme hoeveelheid suiker in de thee schept. "Vlak na het uitbreken van de oorlog heb ik nog met een aantal neven gebeld, maar alle telefoonverbindingen zijn al een tijd lang verbroken. Misschien zijn ze wel dood, of liggen ze in het ziekenhuis."

Over wie de schuldige van al deze ellende is, hoeft Aziz niet lang na te denken. "Hoe het politiek allemaal zit, daar heb ik geen verstand van. Maar ik weet wel dat mijn familie vroeger in Galilea woonde en door de Joden is verjaagd. Ik zie ook dat als Hamas een paar raketten op Israël afvuurt, het Israëlische leger veel harder terugslaat. Kijk eens naar de televisiebeelden: met straaljagers en tanks tegen geweren. En ze laten de onschuldige burgers in Gaza gewoon doodgaan van honger en ziekte.

Mijn oom vertelde ons vlak voor de oorlog dat ze met twee broden en een paar blikken bonen de hele week moesten doen. Mijn neven en nichten kunnen al heel lang niet meer naar school. Er is geen benzine meer. En ga zo maar door. Dat heb ik in Israël nog nooit meegemaakt."

Dat Hamas zelf voor de ellende van de Palestijnse bevolking in Gaza verantwoordelijk is, gaat er bij Aziz niet in. "Kijk eens, ik vind het ook niet goed dat zij Israël beschieten. Je kunt beter met praten tot een oplossing komen. Maar Israël reageert zodanig dat de onschuldige Palestijnse burgers er het meest onder lijden. Dat valt nooit goed te praten. En dan wordt de woede alleen maar groter."

Gabi Sachar kijkt daar heel anders tegen aan. De 15-jarige scholier woont in Giv'at Ze'ev, een Israëlisch stadje op de Westelijke Jordaanoever, net buiten Jeruzalem. Het plaatsje en de wegen eromheen zijn geheel met prikkeldraad en betonnen muren omgeven. Om de inwoners tegen Palestijnse terroristen te beschermen. "Kijk alleen hier maar eens naar. Zo moeten wij dus leven, anders lopen we het risico te worden afgemaakt. En dan de mensen die vlak bij de Gazastrook wonen. Ik heb familie in Mefalsim, op een paar kilometer afstand van Gaza-stad. Zij zitten hele dagen in de schuilkelder. Mijn nichtjes kunnen niet buiten spelen, omdat er elk moment een raket kan vallen. Dat is toch absurd?"

Ook Gabi volgt de oorlog op de voet. "Wij volgen het nieuws hier altijd al heel goed. Er kan steeds wat gebeuren als je zo veel vijanden hebt. Toen ik acht werd kreeg ik al een mobieltje, zodat ik mijn ouders kon waarschuwen als er een aanslag was of zoiets. Ik denk dat twee ooms van me nu in Gaza aan het vechten zijn. Maar dat weet ik niet zeker. Ze mogen geen contact met de familie hebben, want dat kan gevaarlijk zijn."

Als de oorlog langer duurt, wordt misschien ook Gabi's broer Avner voor militaire dienst opgeroepen. Hoewel hij bezorgd om zijn broer zou zijn, zou Gabi nooit tegensputteren. "Wij moeten ons land beschermen. Het is het enige wat we hebben. Ik ben nu nog te jong. Maar ik kan niet wachten tot ik in het leger kan."

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 januari 2009

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 januari 2009

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's