Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

2009 wordt jaar van bezinning op geesteswetenschap

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

2009 wordt jaar van bezinning op geesteswetenschap

5 minuten leestijd Arcering uitzetten

De geesteswetenschappen hebben ten onrechte een slecht imago, vindt dr. Hans Ester. Ze hebben hun eigen aard, waarvan ook de andere wetenschappen kunnen profiteren. Herbezinning op de plaats van de geesteswetenschappen is daarom toe te juichen.

Vele gesprekken met collega's uit de natuurwetenschappen of de geneeskunde hebben mij geleerd dat je als vertegenwoordiger van de literatuurwetenschap het een en ander hebt uit te leggen over je vak. Men vindt het wel leuk dat je je met literatuur bezighoudt, maar of die activiteit de aanduiding "wetenschappelijk" verdient, dat is toch zeer de vraag. Het standaardmodel van wetenschap is nog altijd dat van de natuurwetenschap, van observatie met de zintuigen en toepassing van verifieerbare onderzoeksmethoden, van hypothese, toetsing, van oorzaak en gevolg.

De geesteswetenschappen hebben sinds enkele decennia getracht om hun imago in de academische wereld te verbeteren door de eertijds op specifieke talen en op de geschiedenis geconcentreerde opleidingen te verbreden en de studenten daarmee beter dan vroeger klaar te stomen voor een functie in de maatschappij. Het publieke aanzien van de geesteswetenschappen heeft hiervan echter nauwelijks geprofiteerd.

Eerder is het beeld negatiever geworden, hetgeen in een karige rol van de geesteswetenschappen bij de verdeling van de publieke middelen tot uiting komt. Het was daarom de hoogste tijd dat deskundigen van naam en faam de balans gingen opmaken en de problemen op een rijtje zouden zetten.

Dat is nu gebeurd. Vlak voor Kerst verscheen het rapport "Duurzame Geesteswetenschappen". Voorzitter van de in 2007 gestarte commissie die het Deltaplan Geesteswetenschappen heeft opgesteld, is de Amsterdamse burgermeester Cohen.

De commissie-Cohen heeft een gedegen rapport geproduceerd. In heldere taal en met harde cijfers schetst de commissie een beeld van de situatie waarin de geesteswetenschappen in Nederland thans verkeren: de diversiteit van de opleidingen, het niveau van publicaties, het aantal studenten per opleiding en de middelen die de geesteswetenschappen ter beschikking staan.

Dat leidt tot het signaleren van knelpunten en een lijst met aanbevelingen aan de minister van Onderwijs. De structuurproblemen uit het rapport hebben betrekking op de krapte aan geld, de vergrijzing van de wetenschappelijke staf, de grote onderwijslast, de kleinschaligheid, het versnipperde onderwijsaanbod, het magere publieke imago dat niet in overeenstemming is met het belang van de geesteswetenschappen en ten slotte op de ontoereikende instrumenten om de kwaliteit van de geesteswetenschappen te meten.

Herkauwen

Er is dus werk aan de winkel. Minister Plasterk heeft dat onmiddellijk begrepen en zijn beurs getrokken. Die beurs is zeer welkom, maar hij zal slechts tijdelijk soelaas bieden. Om het fundament van de geesteswetenschappen te verstevigen, zullen de geesteswetenschappen zelf naar buiten toe duidelijk moeten maken dat zij niet alleen met leuke objecten bezig zijn en daarmee bestaan uit een soort van veredelde hobbyisten, maar dat het werk van de geesteswetenschappen is gegrondvest op een stevig wetenschapstheoretisch fundament.

De commissie-Cohen stelt terecht dat de geesteswetenschappen de uitingen van de menselijke geest als "representaties en interpretaties van de wereld" bestuderen en de focus richten op kwesties van "waardebepaling en betekenis, van ethiek in het algemeen." De geesteswetenschappen herkauwen voortdurend het culturele verleden, de erfenis van Europa vanaf de Grieken.

Het rapport erkent ook de grote verscheidenheid aan onderzoeksvelden binnen de geesteswetenschappen: "De grote familie van disciplines (richtingen) die zich onder deze noemer schaart, richt zich op de studie van talen en culturen, de letteren en de kunsten, geschiedenis en archeologie, godsdiensten, ethiek, gender (voorstellingen van het vrouwelijke en van het mannelijke) en filosofie, in hun uiteenlopende gestalten, inclusief belangrijke delen van de communicatie- en mediastudies."

De hier gegeven indrukwekkende opsomming van de leden van de "grote familie" is er tevens de zwakte van. Wat is immers het verbindende element van deze zeer diverse wetenschappelijke richtingen? Hierop blijft het rapport van de commissie het antwoord schuldig.

Het antwoord op deze vraag naar de samenhang van geschiedenis en filosofie, van theologie en literatuurwetenschap ligt in het hierboven genoemde wetenschapstheoretische fundament, de bezinning op de specifieke aard van kennis die betrekking heeft op teksten, op afbeeldingen, op historische gebeurtenissen en niet in de laatste plaats: op het via taal en via andere tekensystemen communiceren van mensen met elkaar.

In de allereerste plaats vragen de geesteswetenschappen naar de grenzen en mogelijkheden van het kennen en vervolgens naar de voorwaarden van het begrijpen van de scheppingen van de menselijke geest. De resultaten van geesteswetenschappelijk onderzoek zijn altijd voorlopig van aard en vernieuwen zich binnen een nieuwe context van vragen.

Als de geesteswetenschappen deze basis loslaten, hangen ze als los zand aan elkaar. Dan is er geen grens aan hun wildgroei in richtingen waar de doorsneebelastingbetaler van dit land hen niet meer kan volgen.

Fundering

De kracht van de geesteswetenschappen ligt in hun vermogen om te denken en de condities van het denken door te lichten. Daarvan kunnen de andere wetenschappen profiteren. Want juist het element van bezinning op de voorwaarden van het weten is bijvoorbeeld bij de medische wetenschap sterk ondervertegenwoordigd.

Een medicus weet niets of heel weinig van filosofie, omdat hij meteen in het diepe van de empirische wetenschap plonst. De wetenschapstheoretische bezinning is echter ook bij de studie medicijnen noodzakelijk, omdat het kennen hier net zo goed gebonden is aan denkvoorwaarden vooraf.

We kunnen als geesteswetenschappers blij zijn met het rapport van de commissie-Cohen. Een steviger fundering vanuit de wetenschapstheorie had ik het rapport daarbij wel gegund. Die fundering komt hopelijk aan bod in de discussies die nu overal in het land gevoerd worden. Het ziet er naar uit dat 2009 het jaar van herbezinning van de geesteswetenschappen wordt.

De auteur doceert literatuurwetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 12 januari 2009

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

2009 wordt jaar van bezinning op geesteswetenschap

Bekijk de hele uitgave van maandag 12 januari 2009

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's