Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Levensvorst op Patmos

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Levensvorst op Patmos

4 minuten leestijd

"En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten; en Hij legde Zijn rechterhand op mij..."Openbaring 1:17a

In gedachten zien we de oude apostel, als balling "om het Woord Gods en om de getuigenis van Jezus Christus" op het eiland Patmos. Een klein rots¡eiland voor de kust van Klein-Azië waar onder anderen misdadigers heen werden gebracht. Vermoedelijk op last van keizer Domitianus is daar ook de oude Johannes.

En nu is het zondag, de dag des Heeren, de opstandingsdag van Zijn Meester waarop de apostel zo menigmaal heeft mogen dienen in de gemeente van Efeze. Naar het schijnt is hij uitgediend. En dan dat wonder: in een vertrekking van zinnen, een visioen, hoort hij een grote stem die opdracht geeft om te schrijven aan de zeven gemeenten van Klein-Azië waaronder als eerste de naam van Efeze klinkt.

Zou dat Johannes niet ontroerd hebben? De hoofdstad van Klein-Azië waar hij jarenlang heeft mogen dienen! Hij meende uitgediend te zijn en nu mag hij gaan schrijven aan "zijn kinderkens" te Efeze.

Maar groter dan dat is de wijze waarop hij die zeven gemeenten ziet: als zeven gouden kandelaren! Als de Kerk van goud, van God, van eeuwigheid verkoren en met bloed gekocht. En het allergrootste: tussen die gouden kandelaren wandelt "de Zoon des mensen", Jezus Zelf. "En toen ik Hem zag viel ik als dood aan Zijn voeten." Johannes mag Hem herkennen, want Jezus is voor hem geen onbekende.

Johannes is lang geleden aan de voeten van deze Zaligmaker gekomen en heeft Hem gezien tijdens Zijn omwandeling op aarde in de staat van Zijn vernedering, en -na Pasen- in de staat van Zijn verhoging. Hij heeft Hem leren kennen in Zijn dierbaarheid, beminnelijkheid en gewilligheid om zo'n ellendige zondaar zalig te maken.

Maar nimmer heeft hij de Borg gezien zoals in deze openbaring. Alles spreekt van majesteit en heerlijkheid: dat lange smetteloze priesterkleed met gouden gordel, Zijn hoofd en haar glinsterend gelijk sneeuw, Zijn vurige ogen, Zijn koninklijke heerschappij die blijkt uit Zijn koperen voeten, Zijn luid weerklinkende stem, sterker dan een machtige waterval, dat tweesnijdend scherp zwaard dat uit Zijn mond gaat, Zijn aangezicht, te geweldig voor mensenogen, gelijk de zon in zijn kracht.

Lezer, in alle ernst: overweeg dat eens! Hoe vaak zijn onze gebeden grenzeloos oppervlakkig, zonder indruk van wie de Heere is. Dit geoefend kind des Heeren, de discipel die aan Jezus' borst lag, ontroert en vreest. Toen ik Jezus in Zijn middelaarsheerlijkheid zag "viel ik als dood aan Zijn voeten" schrijft hij.

Dat hebben ook anderen ervaren: Mozes vreesde God aan te zien, Jesaja wist van onreine lippen, Ezechiël als klein mensenkind beefde en Paulus -toen dat allesontdekkend licht hem omscheen- viel ter aarde. En allen gevoelden iets van de onmetelijke afstand tussen de Heilige God en een onrein, onheilig adamskind.

De soldaten in Gethsemane waren ook dodelijk verschrikt en ze vielen achterwaarts. De wachters bij het graf werden als doden en ze vluchtten. Maar Johannes valt met al Gods kinderen aan Jezus' voeten. Daar moet het naartoe, lezer, in ons leven. Dat we niet meer door kunnen leven, aan een einde komen met al onze werken, niet meer rechtop kunnen blijven staan, maar God toevallen in Zijn recht, als een verloren mens. Wachtend op Zijn spreken roerloos blijven liggen aan Zijn voeten.

En dan dat wonder: dat tere gebaar en die vertroostende woorden. Jezus zet niet Zijn voet op Johannes, die blinkend koperen voeten die spreken van onoverwinnelijke kracht waarmee Hij straks de onbekeerden zal vertreden, maar Hij legt Zijn rechterhand op Johannes. Dat is de hand van Zijn gunst, Zijn liefde, Zijn macht. Gods kinderen liggen onder de doorboorde middelaarshand van Koning Jezus en een beter plaatsje is er op de hele aarde niet!

En dan zal Hij Zichzelf opnieuw openbaren: "Ik ben de Eerste en de Laatste....". Amen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 2009

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Levensvorst op Patmos

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 2009

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken