Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vloekverbod van symbolisch belang

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vloekverbod van symbolisch belang

Bepaling in plaatselijke verordening ook waardevol als deze niet handhaafbaar is

7 minuten leestijd

Het is voor gemeenten niet mogelijk om een handhaafbaar vloekverbod in te stellen, is de conclusie van mr. M. Duifhuizen, mr. J Verhoeven en mr. C. J. R. van Binsbergen. Wel heeft een vloekverbod waarde als symbolische bepaling.

Deze krant besteedde op 4 april in het commentaar en in het katern Accent aandacht aan het "vloekverbod". Met deze term wordt gedoeld op bepalingen in de algemene plaatselijke verordening (APV) die vloeken of -meer algemeen- "onwelvoeglijk taalgebruik" verbieden. Het commentaar stelt dat het, in weerwil van alle sceptici die het vloekverbod afdoen als onwettige symboolpolitiek, voor christenjuristen een uitdaging moet zijn om te onderzoeken welke mogelijkheden gemeenten hebben om het ontheiligen van Gods Naam tegen te gaan. Hierbij een poging.

De laatste tijd is er veel te doen over de vrijheid van meningsuiting. Dit recht geniet bescherming op grond van artikel 7 van de Grondwet, maar is niet onbegrensd, gezien de beperking "behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet." Dit houdt in dat de vrijheid van meningsuiting alleen kan worden beperkt door middel van een wet, die wordt vastgesteld door de regering en de Tweede en de Eerste Kamer.

De kernvraag is of vloeken onder de vrijheid van menings¡uiting valt. Als dat zo is, kan vloeken alleen door een wet aan banden worden gelegd. In de APV opgenomen vloekverboden zijn juridisch dan niet houdbaar. Een APV wordt namelijk vastgesteld door de gemeenteraad en is dus geen wet zoals bedoeld in de Grondwet. Maar als vloeken niet onder de vrijheid van meningsuiting valt, dan mogen gemeenten vloeken -of onwelvoeglijk taalgebruik- wel verbieden.

Hoge Raad

Rechter en politiek hebben zich een aantal malen over het vloekverbod uitgelaten. Zo stelde Tweede Kamerlid Schutte (GPV) in 1985 Kamervragen over het vloekverbod. Toenmalig minister Rietkerk antwoordde daarop dat vloeken onder de vrijheid van meningsuiting viel.

In 1986 vernietigde de regering bij Koninklijk Besluit het vloekverbod in de gemeente Ermelo, omdat het in strijd zou zijn met de vrijheid van meningsuiting. In 1987 werd opnieuw een vloekverbod vernietigd. Ditmaal ging het om de gemeente Kerkwijk (thans onderdeel van de gemeente Zaltbommel).

In 1990 sprak de rechtbank in 's-Hertogenbosch een boze bestuurder vrij die een parkeercontroleur had uitgescholden. Op basis van de gemeentelijke APV was het verboden "iemand met aanstootgevende taal lastig te vallen." De rechtbank sprak de man vrij, omdat de APV op dit punt in strijd werd geoordeeld met de vrijheid van meningsuiting. De rechtbank sloot daarbij nauw aan bij de tekst van de Koninklijke Besluiten van 1986 en 1987.

De zaak is uiteindelijk tot de Hoge Raad gekomen. De officier van justitie betoogde dat het vloekverbod wel degelijk houdbaar was. Hij maakte een vergelijking met het plakverbod, dat in vrijwel elke APV voorkomt. Op grond van een plakverbod mogen niet zomaar overal posters en affiches worden opgehangen. De officier van justitie vond dit vergelijkbaar met een vloekverbod. Ook een plak¡verbod beperkt in zekere zin de vrijheid van meningsuiting.

Gevoelens

De Hoge Raad was het niet met de officier van justitie eens. Schelden valt volgens de Hoge Raad onder de vrijheid van meningsuiting. De vergelijking met het plakverbod gaat niet op, omdat het plakverbod niet ziet op de inhoud van een uiting, maar op de manier waarop een uiting wordt verspreid.

Concluderend kan worden gesteld dat het vloekverbod volgens de regering en volgens de rechter onder de vrijheid van meningsuiting valt.

In het verleden is niettemin geprobeerd toch een modus te vinden waarbinnen vloeken zou kunnen worden verboden. In 1986 verscheen in het Nederlands Juristenblad een artikel van de hand van mr. K. J. den Breejen. De lijn van zijn betoog is als volgt. Artikel 7 van de Grondwet spreekt over "gedachten" en "gevoelens". Den Breejen betoogt dat de wetgever met gedachten heeft gedoeld op wat hij noemt "het beredeneerde denken." Het openbaren van een gedachte is het resultaat van een korter of langer denkproces.

Op basis van een historische beschouwing van de grondwetstekst stelt Den Breejen vervolgens dat gevoelens in zekere mate gelijk kunnen worden gesteld met gedachten, maar zijn gebaseerd op het onberedeneerde, niet-gemotiveerde denken. Het betreft hier gedachten die spontaan opkomen en direct worden geuit. Gevoelens en gedachten hebben met elkaar gemeen dat er te allen tijde sprake is van een denkproces. Een vloek, bewust geuit om iemand te kwetsen, zou dus kunnen vallen onder het uiten van een gedachte of gevoelen. Vloeken om uiting te geven aan een gemoedstoestand (vergelijkbaar met het roepen van au) zou volgens Den Breejen niet zijn aan te merken als gedachte of gevoelen, omdat daaraan geen denkproces ten grondslag ligt.

Overdreven

Den Breejen concludeert dat het "toch wel erg overdreven is dit alles te laten vallen onder het 'openbaren van gedachten of gevoelens' (?). Aan vloeken is natuurlijk nooit gedacht bij de uitbreiding van artikel 7 Grondwet in 1983 en dit artikel wordt er nu -naar mijn gevoel- bij de haren bijgesleept om de zgn. "zwarte-kousengemeenten" die niet in de pas lopen, een lesje te leren."

De denktrant van Den Breejen oogt zonder meer sympathiek. Helaas bleek korte tijd later dat noch de regering, noch de rechter bereid was deze visie over te nemen. Eerlijk gezegd zijn er, juridisch gezien, ook wel kanttekeningen te plaatsen bij zijn visie. Het zou merkwaardig zijn als gemeenten een bewust kwetsende vloek niet strafbaar zouden kunnen stellen, en dat een vloek als min of meer reflexmatige reactie wel zou kunnen worden verboden en bestraft.

De conclusie lijkt dus te zijn dat gemeenten geen handhaafbaar vloekverbod kunnen realiseren. Toch valt er wel iets te zeggen voor het opnemen van een vloekverbod in de APV. Het kan namelijk een duidelijke symbolische waarde hebben. Door opname van bepaalde ge- en verboden in de APV kan het gemeentebestuur duidelijk maken dat het bepaalde normen en waarden voorstaat.

Uiteraard rijst dan direct de vraag of een APV wel bedoeld is voor het opnemen van symbolische artikelen. Tegenstanders van het vloekverbod betogen dat symboolwetgeving een slechte zaak is. Het valt dan direct op dat er sprake is van selectieve verontwaardiging. In veel APV's staan wel meer symbolische verboden.

Bespiedverbod

Zo kennen veel gemeenten een "bespiedverbod". Dat verbod houdt in dat het verboden is om personen heimelijk te bespieden. In een zaak waarin de Nederlandse Vereniging van Journalisten een door de gemeente Wassenaar ingesteld fotografieverbod rond de woning van prins Willem-Alexander en prinses Màxima aanvocht, oordeelde de rechter dat artikel 7 van de Grondwet niet alleen het recht van vrije meningsuiting omvat, maar ook het recht van vrije nieuwsgaring. Ook voor dat recht geldt dus in principe dat dat alleen door een wet kan worden beperkt, en niet door een bepaling in de APV.

Je zou zeggen dat tegenstanders van symboolwetgeving dus voldoende reden hebben hun pijlen ook op andere zaken dan het vloekverbod te richten. Wat dat betreft blijft het echter oorverdovend stil. Voor zover ons bekend is de regering ook nog nooit overgegaan tot vernietiging van een in de APV opgenomen bespiedverbod.

Het lijkt er dan ook op dat de kritiek op symboolwetgeving niet zozeer is ingegeven door kritiek op symboolwetgeving als zodanig, maar gericht is tegen het religieuze karakter van het vloekverbod. Kennelijk wordt het op zichzelf niet bezwaarlijk gevonden dat er in APV's bepalingen staan die niet handhaafbaar zijn, maar wel tot uitdrukking brengen welke visie het gemeentebestuur heeft op het gebied van omgangsvormen en respect binnen de gemeente. We zien niet in waarom voor taalgebruik een uitzondering zou moeten gelden.

De auteurs zijn advocaat bij Wille Donker advocaten in Alphen aan den Rijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 27 juni 2009

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Vloekverbod van symbolisch belang

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 27 juni 2009

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken