Bekijk het origineel

Het Evangelie in de winterkou

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het Evangelie in de winterkou

7 minuten leestijd

Twintig jaar geleden stonden afgodsbeeldjes centraal in het leven van de Nentsen, een volk uit de poolgebieden in het noorden van Rusland. Anno 2011 zijn honderden mannen en vrouwen in aanraking gebracht met het Evangelie. "Ik bid dat de Nentsen zelf het Woord verder mogen brengen."

Siberië Bij elke stap knerpt de sneeuw onder de voeten van de wandelaars. In de snijdende kou zijn ze onderweg van de kerk van de Russische baptistengemeente in de Siberische stad Vorkuta, naar het even verderop gelegen nachtverblijf van Nentsische christenen.

De wandeling van tien minuten is precies van een goede lengte om bij een temperatuur onder -35 graden Celsius zonder problemen af te leggen. De ijskoude, droge lucht zorgt ervoor dat elke ademhaling tot diep in de luchtwegen gevoeld wordt. Een extra dikke winterjas, sjaal, muts en handschoenen zijn onmisbaar. Even de handschoenen uittrekken om een foto te maken, resulteert in tintelende vingers.

Tussen allerlei loodsen op het industrieterrein van Vorkuta staat het 'hotel', zoals de Russen het noemen. Hier verblijven zo'n honderd Nentsen tijdens de jaarlijkse conferentie in Vorkuta. Het geelgeverfde houten gebouw valt op in de grauwe omgeving.

Aan de dakgoten hangen lange ijspegels. Tegen de muren staan sneeuwscooters en rendiersledes. Speciale sneeuwvoertuigen, een soort bestelbusjes met enorme banden, staan om de hoek geparkeerd.

Buiten klinkt zacht het gezang dat binnen ten gehore wordt gebracht. Bij binnenkomst klinkt het al luider, terwijl door de temperatuurverschillen tussen de hal en de buitenlucht wolken condens zichtbaar worden in de deuropening.

Het geluid komt van de bovenverdieping, waar onder houten balken meer dan honderd mensen dicht tegen elkaar aan zitten. Vanmorgen beluisterden ze in het kerkgebouw verschillende preken van voorgangers uit Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne. Stuk voor stuk door tolken vertaald in het Nentsisch. Nu komen ze samen in hun hotel, waar een volksgenoot voor het eerst zal preken.

Eigen voorgangers
Voorgangers uit hun eigen volk hebben de Nentsen nog niet. Het zendingswerk onder het poolvolk begon rond 1997. Veel luisteraars op de zolderverdieping kwamen echter pas een jaar of vijf geleden in aanraking met het Evangelie.

"Er zijn dringend evangelisten nodig", aldus voorganger Nicolai Gontsjarov uit de stad Vorkuta. Hij was een van de eersten die actief werden in het zendingswerk onder de Nentsen. Vandaag de dag besteedt hij bijna al zijn tijd aan de zorg voor dit poolvolk, dat woont op afstanden variërend van 30 tot bijna 1000 kilometer ten noorden van de toch al hoog in Rusland gelegen stad.

Gontsjarov krijgt bij zijn werkzaamheden hulp van enkele evangelisten elders uit Rusland. Met speciale sneeuwvoertuigen, onder meer bekostigd door de Nederlandse organisatie Friedensstimme, reizen zij de toendra over. Toch is er zo veel honger naar het Evangelie dat Gontsjarov en zijn helpers constant achter de feiten aanlopen. "Het thema van onze bijeenkomst met de Nentsen dit jaar was dan ook: Bidt dan den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote. Dat is een noodkreet, we zijn er samen voor op de knieën gegaan."

Deze zondagmiddag is er in ieder geval één persoon die in de preken tijdens de bijeenkomst de roepstem van de Heere meende te horen. Het is een Nentsische rendierherder. Hij komt van het schiereiland Jamal, dat letterlijk vertaald "eind der aarde" betekent. In zijn geval is dat zeker van toepassing. Zijn tsjoem, de tent waarin hij woont, staat op het uiterste puntje van het schiereiland, vlak bij de Noordelijke IJszee. Hij voelt zich geroepen het Evangelie te gaan verkondingen.

Na een toespraak van een Russische evangelist houdt de Nents zijn eerste preek. Het valt hem zwaar, zegt hij. "Maar als de Heere roept, moet ik volgen." Uitgangspunt bij zijn toespraak is Amos 8:12: "En zij zullen zwerven van zee tot zee, en van het noorden tot het oosten; zij zullen omlopen om het woord des Heeren te zoeken, maar zullen het niet vinden."

De profetie van Amos, waarin het oordeel over Israël wordt aangekondigd, biedt lessen voor het Nentsische volk, aldus de man, die deze middag niet alleen herder maar ook leraar is. "Wij dienden jaren de afgoden. Ook nu zijn er die twijfelen wie ze moeten dienen: de Heere of de afgoden. De afgodendienst hield ons in de greep. We zwierven over de toendra's, van zee tot zee. Maar heeft het ons de rust gebracht die we zochten?"

De Nents ziet hoe groot de honger is naar het Evangelie onder vele van zijn volksgenoten. "Daarom: Zoek de Heere, terwijl Hij te vinden is; roep Hem aan, terwijl Hij nabij is. De Heere is tot ons gekomen, naar een volk dat in duisternis wandelde. Laten we op de grote zaligheid die ons wordt aangeboden, acht slaan."

De ongeveer honderd mensen op de zolderverdieping luisteren aandachtig naar de verkondiging. Bij het lied dat aansluitend wordt gezongen, houden velen echter de mond dicht. "De meesten hebben nooit geleerd om te zingen", aldus Gontsjarov.

Ondanks de barre temperatuur buiten is het binnen erg warm. Op de zolderverdieping is nauwelijks ventilatie. De mensen zitten op matrassen, die 's nachts dienen als bed. Een typische lucht, afkomstig van rendierhuiden, doortrekt het verblijf. Veel Nentsen gebruiken de harige vellen van deze dieren als deken of als grondstof om kleding van te maken.

Wit
De Nentsen waaronder de baptistengemeenten zending bedrijven, leven op de Bolsjesemelskatoendra, die op het vasteland van Rusland ligt, recht onder Nova Zembla. Begin mei wijkt de winter en begint de sneeuw te smelten. Negen maanden per jaar is het landschap er wit. In de zomer groeien op deze toendra's slechts mos en wat struikgewas.

Het nomadenbestaan zorgt ervoor dat evangelisatie onder dit poolvolk een speciale aanpak vergt. Het is niet mogelijk om een kerk of school in een dorp te bouwen, omdat er geen dorpen zijn. Evangelisten van de Russische baptistengemeenten reizen daarom naar de tsjoems.

Tijdens het Sovjetregime dwong de overheid de Nentsen om in steden te gaan wonen. Rendierkudden werden in staatsboerderijen ondergebracht. Een aanzienlijk aantal Nentsen zag echter kans om verder de toendra op te trekken, buiten het bereik van de Sovjetpolitie.

De geïsoleerde positie ten tijde van de Sovjets zorgt ervoor dat alfabetiseringswerk onder de Nentsen nog in de kinderschoenen staat. Vooral ouderen kunnen geen letter lezen. Ongeveer de helft van de bevolking spreekt geen Russisch, maar enkele lokale talen.

Om de Nentsen te leren lezen, hun over de Bijbel te vertellen en om geestelijke liederen te zingen, zijn jaarlijks zo'n dertig jongeren actief. Ze komen uit niet-geregisteerde baptistengemeenten in Rusland, Oekraïne en Wit-Rusland. Eén, twee of meer maanden per jaar trekken ze mee met een Nentsenfamilie. Ze helpen mee in de zorg voor de rendierkudde. 's Avonds, als het gezin samenkomt in de tsjoem, gaat echter het Woord van God open.

Het gebrek aan een Bijbel in de eigen, Nentsische taal, betekent dat geschiedenissen vanuit het Russisch vertaald moeten worden. De meeste jongeren beheersen het Russisch. En ondanks dat moderne ontwikkelingen de jongeren in de greep krijgen, slagen de Nentsen er wonderwel in om gezins- en familiestructuren in stand te houden.

"Nentsen geloven zoals een kind naar zijn vader luistert", zegt Gontsjarov. "Er is een honger naar het Woord. Dit volk leeft dicht tegen de Bijbelse cultuur aan. Daardoor komen geschiedenissen heel dichtbij. Denk aan Abraham, die met zijn tent moest gaan waar de Heere wilde. Op die manier leven Nentsen ook. Ze staan open voor Bijbels onderwijs. Alleen is het hier kouder dan in het Midden-Oosten."

Dit is deel 1 van een vierdelige serie. Donderdag deel 2.

>>refdag.nl/nentsen


Overgang

Het zendingswerk in Siberië bevindt zich in een overgansgsituatie tussen de pioniersfase, waarin het Evangelie voor het eerst wordt gebracht, en de opbouwfase, waarin kerkplanting, Bijbelvertaalwerk en theologische kadervorming centraal staan. Bij zendingswerk worden vier fasen onderscheiden. De andere twee zijn: de overdrachtsfase, waarin verantwoordelijkheden van de zending worden overgedragen aan de zendingskerk, en de zelfstandigheidsfase.

Bron: "Gij zult Mijn getuigen zijn", J. H. van Doleweerd, Houten, 2006.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 mei 2011

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Het Evangelie in de winterkou

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 mei 2011

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken