Bekijk het origineel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

"Nederland verkwanselt het landschap"

9 minuten leestijd

Landschapsarchitect Adriaan Geuze (51) groeide op met de horizon, de polder, de dijken. Zonder uitzicht op het water kan hij niet wonen of werken. Alleen ziet hij het landschap van zijn jeugd al jaren in een rap tempo verdwijnen. Geuze rust niet voordat daar een einde aan komt, maar denkt tegelijk: ik verander geen bal, mijn invloed is nul.

landschapsarchitectuur

Binnenvaartschepen glijden over het water van de Schiehaven. De laaghangende zon schijnt fel door de grote ramen van het Nieuwe Maaskantgebouw. Hier bevindt zich het Rotterdamse landschapsarchitectenbureau West 8. In een grote, open ruimte zitten her en der architecten zwijgzaam achter hun computers. Duidelijk hoorbaar voor iedereen is een geagiteerd overleg dat in een hoek wordt gevoerd. De voertaal is Engels.

De wereld van de architectuur hangt van competities aan elkaar. West 8 won er talloze, sinds de start in 1987. "We hebben veel geluk gehad", zal Geuze daarover zeggen. In Nederland werd het bureau bekend met het Schouwburgplein in Rotterdam en een stedenbouwplan voor de eilanden Borneo en Sporenburg in het oostelijk havengebied in Amsterdam.

Maar Geuze & co gaan vaker nog de grens over. Er wordt en werd gewerkt aan parken op Mallorca, in Madrid, in Barcelona en Londen. Een paar jaar geleden werd een al even groot project binnengehaald: de herziening van Governors Island, het eiland dat uitkijkt op de skyline van Manhattan, New York.

Maar Geuze, die West 8 oprichtte toen hij 26 jaar was, raakt vooral bevlogen als hij over het Nederlandse landschap praat: de polders, de dijken, de landwinning. Hij is een pleitbezorger, in navolging van de in 1945 overleden natuurbeschermer Jac P. Thijsse. Eeuwenlang veroverden de Nederlanders land op de zee. Dat is onze identiteit. Maar volgens Geuze verandert vooral Zuid-Holland de laatste decennia in rap tempo in één grote stad. De babyboomers hebben de ruimtelijke ordening te grabbel gegooid, zegt hij.

Spelevaren
De jeugd van Geuze, geboren in Dordrecht, is cruciaal. "Ik woonde in een gebied waar je eindeloos kon spelevaren en klungelen met bootjes: in de grienden, in de Biesbosch, in het Wantij, over de Maas. Dat is je wereld. En op een of andere manier was ik op jonge leeftijd al geïnteresseerd in het landschap en het fenomeen landschapsarchitectuur. Ik wist op mijn dertiende al wat ik wilde worden.

Mijn grootvader was een soort Zeeuw, hij kwam van het eiland Tholen. Hij was heel erg muzikaal en speelde orgel in de kerk: vooral Bach. Het andere was dat hij een soort Zeeuwse opvatting had over de dijk. De dijk moet ten koste van alles schoon en veilig en hoog zijn. Hij is, na een periode in Zeeland, gaan werken voor het hoogheemraadschap van de Lopikerwaard.

Hij kreeg een heel belangrijke dijk van de Lek onder zijn verantwoordelijkheid. In de vooroorlogse situatie was de Lekdijk de belangrijkste te verdedigen lijn. Bij hoogwater in de Rijn zou het hele Rijnland, in het westen van Nederland, onder water lopen. Dus mijn opa's wereld was ook heel romantisch: Bach en de dijk, dat was één ding. Hij had bijna een barokke relatie met de dijk. Ik ben heel erg veel bij mijn opa geweest, en ik ben door hem beïnvloed. Het was een heel lieve opa, naar wie ik ook vernoemd ben."

Iedereen gelijk
"Kijk, ik ben landschapsarchitect. Ik ben bezeten van de schoonheid van het Nederlandse cultuurlandschap. Dat is ver, vér in de wereld bekend. Waar de Zwitsers de Alpen hebben, hebben de Nederlanders het landschap. Het landschap heeft ons gemaakt. Nederland ís het landschap. Onze cultuur is ontsproten aan de waterschappen: onze vroege democratie, onze maatschappelijke ordening.

In de feodale tijd gingen Nederlanders polders bouwen: ze bouwden de horizon, maar niet de hoge kathedralen. Wat bezielde die mensen? Dat is wel iets fascinerends. Want daaruit kwam ook een besef van gelijkheid, een neiging tot soberheid en hard werken voort. De opvatting dat in Nederland iedereen gelijk is, dat wij in staat zijn onszelf een wereld te maken, dat je zélf God kunt zien in de natuur, dat een priester je de Bijbel niet hoeft uit te leggen, omdat je zélf de Bijbel kunt lezen - dat zijn heel fundamentele Nederlandse opvattingen.

Stel je voor: jij bent Zwitser. En nu besluit men de Alpen op te heffen. Jij weet van niks, want jij bent bezig met je woonerf, met je baan, met de onzinnige dingen van het leven. Jij zegt dan: Ik kan me niet voorstellen dat dat gebeurt. Dát is nu precies wat er aan de gang is in Nederland. Het Nederlandse landschap, waaruit wij cultureel zijn ontstaan, verdwijnt. Het verdwijnt uit onze perceptie, het verdwijnt uit ons gezichtsveld en het verdwijnt letterlijk. Als je vijf jaar geleden van Den Haag naar Gouda reed, zag je koeien links en rechts. Als je nu van Gouda naar Den Haag rijdt, zie je kassen, bedrijventerreinen en geluidswallen. In vier jaar tijd is 35 kilometer polderlandschap verdwenen."

IKEA-bord
"Dat tempo is ongekend. Daar gaan wij een hoge prijs voor betalen. Want er komen hele generaties die geen relatie meer hebben met het landschap. Wat je nu ziet, is dat de plek waar je woont en waar je bij hoort, waar je wellicht je mentale anker aan ontleent, voor hele grote groepen Nederlanders verdwijnt. De plek waar je bij hoort is een anonieme afslag bij een IKEA-bord of een McDonald's. Dan is er geen mogelijkheid om een dieper engagement te hebben met de fysieke omgeving."

"Domme verstedelijking", noemt Geuze wat in vooral Zuid-Holland aan de gang is. "Terwijl de Nederlanders van het landschap houden, van fietsen en schaatsen, valt hun cultuurlandschap ten prooi aan argeloosheid, aan behekste gedeputeerden en slecht ingelichte wethouders." In het buitenland gaat dat heel anders. "München verstedelijkt ook, maar als je in München de stad uitrijdt, is daar een snoeischerpe lijn. Dan krijg je het platteland en zie je de Alpen. Die zijn 80 tot 100 kilometer ver weg, maar je ziet ze.

Maar als je uit onze steden weggaat, kom je er niet uit. Als je Leiden uit rijdt, ben je voorbij Dordrecht pas uit Leiden. En zo'n stad kennen we: Los Angeles is ook zo. Nooit is er een afspraak gemaakt dat Nederland een stad wordt die niet meer ophoudt. Er wordt altijd gesproken over groen, over contact met het landschap, over openbaar vervoer. Maar de werkelijkheid is anders."

Kick
Als zijn vrouw hem niet tegenhield, zou Geuze direct naar Friesland of Zeeland verhuizen. "Friesland is voor mij het mooiste landschap. Domweg omdat je vooral in Zuidwest-Friesland -mijn moeder komt uit Sneek- een landschap hebt met een weidsheid die geweldig is. Met een prachtige lucht van de oceaan, de Waddenzee. Je hebt daar geen laanbeplanting. Alleen de dorpjes en erfjes zijn beplant. Alles zit daar in een kosmische ruimte. Als je ergens op een weg staat of in een weiland, dan strekt de ruimte zich uit tot de hemel, tot de horizon. Daar krijg ik een enorme kick van. Sensationele kwaliteit."

Is Adriaan Geuze zelf de 21e-eeuwse Jac P. Thijse, de man die de Nederlanders wakker schudt? "Nee, ik ben daarin niet zo idealistisch. Ik heb er een hard hoofd in. Ik verander geen bal. Mijn invloed is nul. Ik zie het allemaal nogal simpel. Blijkbaar zijn te veel mensen het contact met hun landschap al kwijt."

Maar zijn internationaal vermaarde architectenbureau moet toch een breekijzer voor zijn visioenen zijn? Op dat punt aangekomen, komt een doorleefd pleidooi van drie kwartier tot rust. "Dat staat er los van. Kijk, wij hebben een bureau, we werken internationaal, en altijd in opdracht van een klant die iets concreets wil. Wij hebben een missie en een bepaalde richting. Maar het is iets anders dat ik een zekere verantwoordelijkheid voel om na te denken en te praten over de lotgevallen van het Nederlandse landschap, en met name het polderlandschap. Daar publiceer ik over, daar schrijf ik over, maar dat is een heel ander ding."

Tot zijn spijt weliswaar. "Het komt zelden voor dat mijn ideeën en het werk van West 8 in een project samenkomen. Helaas. Ik zou dat wel willen, maar kennelijk is dat niet zo eenvoudig. Misschien profileren wij ons niet goed. Of mijn verhaal klopt niet." Dat klinkt als een nederlaag. Maar zo ziet Geuze dat niet. "Je zit nu tegenover iemand die daar niet onder lijdt, zoals je ziet."

Flair
Uiteindelijk zoekt Geuze vooral vrijheid, het 'spele-varen' in de natuur, zoals hij dat als jongen deed. Onder een baas werken was geen optie. Hij wilde een eigen onderneming. "En van het een komt het ander. Je hebt een beetje mazzel, je krijgt een prijs hier en een onderscheiding daar, de Prix de Rome. Zo gíng het gewoon.

Jan Wolkers zei dat op een leuke manier: het mensenleven is een tapijtrol. Je kunt hem hooguit uitrollen. Dat is een heel deterministische opvatting over de mens, een Duits-romantische opvatting ook, maar ik denk dat het waar is. Je wordt gevormd door veel dingen. Samen met je karakter vormen die een tapijtrol. Die kun je ver of minder ver uitrollen, maar je kunt niet de bocht om. Dat is een mooie metafoor voor hoe ik dat ook ervaar."

Is hij verbaasd over wat hij bereikt heeft? "O, nee. Ik heb een ontzéttend langzaam vak. Je wordt er gek van. Wij waren onlangs weer bezig met Park Leidsche Rijk, voor een opdrachtgeversprijs van het ministerie. En toen realiseerde ik me dat we daar al zestien jaar mee bezig zijn. En we zijn al zeventien jaar bezig met een heel klein park, anderhalve hectare, in Londen. Dat is toch niet te geloven? Zeventien jaar, dat je denkt: kan dat eindelijk eens van de plank af? Weg ermee, van mijn bureau."

Even lief zou Geuze bij een klein architectenbureau werken. "Je moet naar jezelf kijken: ontwikkel je jezelf? Er is een aantal dingen waar je je energie in stopt: in je gezin, je werk, een aantal collega's. Je hebt ambities, en daar ben je mee bezig. Maar of dat klein- of grootschalig is, nationaal of internationaal, dat maakt niet uit."

Vijf Terschellingen
Ambitie? "Ik zou voor mijzelf zeggen: ik zal niet slapen voordat Nederland een groter landoppervlak heeft en stukken Noordzee ingepolderd en opgespoten zijn. Zodat de stedelijke mens niet naar één Terschelling, maar naar vijf Terschellingen kan. Waar mensen aan de stad kunnen ontsnappen, de zee kunnen zien, van de horizon kunnen genieten.

Als het aan mij zou liggen, zou de oppervlakte van Nederland verdubbelen. Ik zeg het nog een keer: verdúbbelen. Nederland is een propvol land. We zijn een ongelooflijk overbevolkt land. Het is een wonder dat dat goed gaat. Mensen snakken naar ruimte: naar een tuintje, om met een hondje te rennen. Wij doen daar niets aan. De ruimtelijke ordening en de perspectieven zijn recent afgeschaft. Voor het eerst sinds 1100 zijn wij een volk zonder toekomst."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 18 januari 2012

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Bekijk de hele uitgave van woensdag 18 januari 2012

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken