Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Nader Bekeken / GezinsGids / De Waarheidsvriend

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Nader Bekeken / GezinsGids / De Waarheidsvriend

7 minuten leestijd

Nader Bekeken

Iemand die hardop bidt, moet zich ervan bewust zijn dat hij mede namens anderen dingen formuleert en adresseert aan de Heere. Dat stelt Rufus Pos in Nader Bekeken (Gereformeerde Kerken vrijgemaakt) als hij schrijft over voorgaan in gebed.

„In de uitdrukking „voorgaan” zit niet alleen de notie dat je met meerderen bidt, maar ook het element: vooropgaan, leidinggeven. Dat betekent dat de voorganger meer doet dan alleen de gedachten van anderen verwoorden. Hij brengt ook zaken naar voren in het gebed die hem noodzakelijk voorkomen, terwijl de meebidders misschien nooit zelf op die gedachte gekomen zouden zijn.

Als voorbeeld denk ik aan het gebed om de komst van onze Heiland. Hoewel de Bijbel ons daarin heel stellig voorgaat (sic!), is dit een bede die maar heel spaarzamelijk (bewust) gebeden wordt. De praktijk is dat we deze bede vaak overlaten aan mensen die in grote nood zijn door ziekte of andere oorzaken.

Maar als wij ontdekt hebben dat we als kerk bruid van Christus mogen zijn, is het niet meer dan logisch dat ook wij ons verlangen naar onze Bruidegom en zijn komst in onze gebeden onder woorden brengen. Iemand die in zijn hardop uitgesproken gebed vraagt om de spoedige komst van Christus, kan daarin een gezonde correctie aanbrengen op de concentratie van veel gelovigen op alleen het leven hier en nu. Het is goed dat een voorganger zijn medebroeders en zusters zo meeneemt in een juiste vraagstelling aan de Heere zonder dat het gebed een verkapte preek wordt om „onwetenden” iets bij te brengen. Dan is het gebed immers geen gebed meer. (...)

Als er namen van gemeenteleden genoemd worden in het gebed, kun je doorgaans merken dat het ineens veel stiller wordt in de kerk. Het is alsof wat er nu gezegd gaat worden, veel dichterbij komt. Maar ook zullen de gemeenteleden niet graag missen wat er nu gezegd gaat worden over één van hen. Om te voorkomen dat het gebed in feite een verkapt nieuwsbulletin wordt voor de gemeente, is de gewoonte, denk ik, algemeen geworden dat de voorbeden vóór het gebed vermeld worden. Dat voorkomt ook dat er in het gebed allemaal onnodige informatie moet worden uitgesproken.”

GezinsGids

In de GezinsGids interviewt W. Methorst ds. R. van de Kamp, hersteld hervormd predikant in Barneveld, over ”Rust in de vakantie”. Hoe kom je tot rust? Ga je luieren of ben je juist druk met andere dingen?

„Vakantie is bij uitstek de tijd om je eens met geestelijke dingen bezig te houden. Of niet? „Nee”, zegt ds. Van de Kamp. „ Als je je in geestelijke zaken verdiepen wilt, en dat uitstelt tot in de vakantie, dan komt dat niet tot zijn recht. Nogmaals: het gewone leven en de vakantie moeten niet te ver uit elkaar liggen. Als we geen belangstelling voor geestelijke zaken hebben, hebben we dat in de vakantie ook niet. Misschien hebben we er dan nog wel minder interesse voor, want dan zijn er nog veel meer andere dingen die onze aandacht vragen.

Ik zeg altijd tegen mensen: probeer gewoon ritme in die dingen te krijgen. Ook buiten de vakantie. Maak ruimte om iets goeds te lezen. Als je ’s avonds te moe bent om nog een uurtje te lezen, doe dat dan ’s morgens vroeg. Laat de wekker dan wat eerder aflopen. Dat moet een vast patroon zijn in ons dagelijks leven en niet alleen in onze vakantie.” (...)

Geestelijke rust krijgen we als de Heere het van ons gaat overnemen. Dan kun je midden in de storm staan, midden in de zorgen, maar als we mogen weten dat Hij van ons af weet, en dat Hij voor ons zorgt, dan wordt het rustig. Dat geldt gelukkig binnen en buiten de vakantie.

Op vakantie, dat is ook onze ervaring, kunnen heel bijzondere dingen gebeuren. Ik weet nog goed dat we voor de eerste keer met vakantie gingen. Er was veel geestelijke strijd, ook over het ambt. In de vakantieweken wilde ik daar afstand van nemen om zo tot rust te komen. Dat lukte niet, maar de Heere sprak wel twee keer tot me door de prediking. Door middel van preken over Jona en Elia, die allebei op de vlucht waren. Dat bracht echte rust. De Heere werkt anders dan wij bedenken.”

De Waarheidsvriend

De Waarheidsvriend (orgaan van de Gereformeerde Bond) citeert uit het kerkblad Fonteinnieuws (Nijkerk), waarin ds. J. Maasland met enige regelmaat een rubriek verzorgt. Deze keer over ”name dropping”.

„U kent ze misschien ook wel in uw omgeving. Collega’s of vrienden die om de haverklap dure woorden gebruiken of schermen met interessante namen. Ze proberen kennelijk zo hun imago op te krikken en hun marktwaarde te verhogen. ”Name dropping” noemen we dat. Namen droppen als druppels op een spiegel. (...)

Namen laten vallen. Als beginnend predikant gaf ik in een preek soms een citaat van Luther of Calvijn door. U hoort dat misschien nog wel eens een dominee doen: „Gemeente, ik las deze week bij Kohlbrugge of bij Henri Nouwen”, en dan volgt er een citaat. Waarom doen dominees dat, waarom deed ik dat? Soms was mijn overweging: als ik het Calvijn laat zeggen, durft niemand mij tegen te spreken. Want ja, de man uit Genève is (of was?) toch wel zo’n beetje het einde van alle tegenspraak onder ons. Ik weet niet welke motieven andere collega’s drijven om beroemdheden te citeren op de kansel.

Soms leek het mij wel eens een beetje op interessant willen doen. Zo van: er staat vanmorgen niet zomaar een of ander domineetje voor u op de preekstoel, maar iemand die zijn zaakjes kent. Of iemand die van onverdacht gehalte is qua orthodoxie want wie leest er nog zulke oude schrijvers als ik hier citeer? Of: ik heb mijn preek grondig bestudeerd want ik las dat en dat commentaar en als u er niets aan vindt, dan ligt dat aan u en niet aan mij.

Hilarisch wordt het als mensen geleerde woorden of uitdrukkingen gebruiken waarop het bekende spreekwoord van de klok en de klepel van toepassing is. In een column in een alom gerespecteerd dagblad trof ik onlangs deze lachwekkende verschrijving aan: het kabinet zal binnenkort de ‘gregoriaanse knoop’ moeten doorhakken. Hij bedoelde natuurlijk de ‘gordiaanse knoop’. Gregoriaans zing je, maar gordiaans knoop je. (...)

Het doet me denken aan een grap van Wim Kan: „Me buurman zegt: „Ik lees een mooi boek van Karl May: Das Kapital!” Ik zeg: „Mán, dat is helemaal niet van Karl May, dat is van Karl Marx.” Hij zegt: „Ik dacht al, wat komen er weinig indianen in voor!””

Laat ik dan nog maar een onder kerkgangers bekende naam ‘droppen’: Paulus. Hij schrijft: Kennis maakt opgeblazen.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 juni 2012

Reformatorisch Dagblad | 34 Pagina's

Nader Bekeken / GezinsGids / De Waarheidsvriend

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 juni 2012

Reformatorisch Dagblad | 34 Pagina's

PDF Bekijken