Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Econoom: Ongelijkheid in VS neemt toe

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Econoom: Ongelijkheid in VS neemt toe

2 minuten leestijd

WASHINGTON – Onder de regeerperiode van president Barack Obama is de inkomensongelijkheid in de Verenigde Staten verder toegenomen.

Dat schrijft de econoom en Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz in zijn nieuwste boek „The Price of Inequality” (de prijs van ongelijkheid), waarover de Duitse krant Die Welt gisteren berichtte.

De cijfers die Stiglitz presenteert, zijn niet mals. Niet meer dan 1 procent van de Amerikanen bezit meer dan een derde van het totale nationale vermogen. Het gemiddelde inkomen van deze groep bedroeg in 2007 –na belastingen– 1,3 miljoen dollar (1 miljoen euro), tegenover 17.800 dollar van de laagst geklasseerde 20 procent van de Amerikanen. De 0,1 procent Amerikanen met de hoogste inkomens streek iedere anderhalve dag net zo veel op als de 90 procent die het minst verdienen in één jaar.

Nog een paar cijfers. Alleen al de zes erfgenamen van het supermarktimperium Wal-Mart beschikken over een vermogen van 69,7 miljard dollar, oftwel het totale vermogen van de ‘armste’ 30 procent van alle Amerikanen. Bij de rijkste 0,01 procent kwam in de groei-jaren voor de crisis 65 procent van de nationale inkomensgroei terecht; sinds de crisis bedraagt dat percentage 93. Terwijl degenen die zich beschouwen als middengroep tijdens de crisis veelal huis en spaarcenten kwijtraakten, gaat het de hoofdverantwoordelijken voor de crisis uitstekend. De verhouding tussen het jaarinkomen van een gemiddelde topmanager en een gemiddelde werknemer bedraagt tegenwoordig 240:1. Daarmee heeft de ongelijkheid in de VS een omvang bereikt die sinds de Grote Depressie in de jaren 30 niet is vertoond.

Volgens vrijemarkttheorieën zijn deze getallen op zich geen probleem; ze prikkelen alleen maar tot (harder) werken. Een probleem doet zich voor als opklimmen niet mogelijk is. Stiglitz noemt verontrustende feiten. De sociale mobiliteit in de VS is inmiddels lager dan in het ‘oude’ Europa. Een pasgeboren kind in Denemarken of Groot-Brittannië van wie de ouders horen bij de onderste 20 procent van de samenleving, heeft dubbel zo veel kans zich uit die groep los te maken als een arm kind in de VS. Het Amerikaanse kind heeft bovendien een kleinere overlevingskans –de zuigelingsterfte ligt op het niveau van een Derdewereldland– en komt eerder in de gevangenis terecht: in de VS zitten, afgezet tegen de bevolking, tien keer meer mensen in de cel dan in Europa.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 6 november 2012

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Econoom: Ongelijkheid in VS neemt toe

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 6 november 2012

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken